Het drama van de Italiaanse Kennedy's

De zelfmoord afgelopen woensdag van Eduardo, de enige zoon van de Italiaanse onderkoning Giovanni Agnelli, heeft in Italië geleid tot een periode van nationale rouw....

Van onze correspondent Willem Beusekamp

Buiten Italië kreeg de tragische dood van de 46-jarige Eduardo Agnelli niet of nauwelijks aandacht. Op de Italiaanse radio en tv werden de normale programma's opgeschort en rapporteren alle media onafgebroken en uitputtend, al twee dagen lang. De Agnelli's, zo is de rode draad, zijn de Kennedy's van Europa. Zakelijk en politiek succesvol, maar privé achtervolgd door een bijna duivels complot.

Eduardo, 'crazy Eddy', zoals hij door zijn studiegenoten op de Princeton Universiteit in de Verenigde Staten werd genoemd, was vanaf zijn geboorte de aangewezen kandidaat voor het leiderschap van het door zijn overgrootvader opgerichte imperium. Hij moest en zou in de voetsporen treden van zijn vader, Giovanni, de thans 79-jarige ere-president van Fiat en in Rome invloedrijk senator-voor-het-leven.

Die laatste positie dankt il avvocato - ooit rechten gestudeerd, nooit advocaat geweest maar toch die bijnaam - aan het feit dat het zijn familie was die Italië motoriseerde en het land voor twee wereldoorlogen van rollend materieel voorzag. Na 1945 stak Agnelli een vermogen in de ontwikkeling van autosnelwegen. Voormalig president Cossiga benoemde hem daarom tot senator.

De senator zelf kwam ook op jeugdige leeftijd aan het roer van de firma in Turijn. Noodgedwongen, nadat zijn vader, eveneens Eduardo genaamd, en zoon van oprichter Giovanni Agnelli (1866-1945) op merkwaardige wijze om het leven was gekomen: senior werd gegrepen door een propellor van een door het eigen bedrijf geproduceerd vliegtuig.

Eduardo jr., geboren en opgevoed in New York, ontwikkelde zich niet zoals zijn vader en overige familieleden het wensten. Ook na zijn met succes afgeronde studie moderne geschiedenis bleef hij hangen in de 'jaren-zestigsfeer'. Veel lol en veel joints en groeiende interesse voor oosterse mystiek. Bob Dylan werd een persoonlijke vriend.

Terwijl zijn vader een dagelijkse verschijning werd in de high society, iemand die van het leven genoot en zich er niet voor schaamde als playboy te worden afgeschilderd, noemde Eduardo zich 'marxist' en 'eeuwige vrijgezel'.

De Agnelli's moesten uitzien naar een andere troonopvolger. De keuze viel op de enige overige mannelijke erfgenaam: Giovanni Alberto, zoon van Giovanni's broer Umberto. De andere broer, Giorgio was kinderloos gebleven toen hij in 1965 op 36-jarige leeftijd het leven liet. Destijds ook een drama.

De vier zussen van Giovanni, Umberto en Giorgio speelden geen rol ofschoon een van hen, Susanna Agnelli, begin jaren negentig kortstondig minister van Buitenlandse Zaken was, beschouwden de Agnelli's vrouwen ongeschikt voor leidende functies.

De enige dochter van Giovanni en zus van Eduardo, Margarita (45), beperkte zich derhalve tot het krijgen van kinderen. Ze heeft er inmiddels acht.

Giovanni Alberto, zoon van Umberto zou dus de nieuwe onderkoning van Italië worden. Om het vak te leren werd hij tijdelijk geparkeerd bij Piaggio, fabrikant van de fameuze Italiaanse scooter. In 1977 sloeg het noodlot weer toe. De veelbelovende manager (33) overleed aan de gevolgen van een agressieve kanker. Italië werd in diepe rouw gedompeld, de effectenbeurs van Milaan reageerde met forse koersdalingen. Fiat, en daarmee talrijke overige ondernemingen zouden stuurloos zijn geraakt.

In dat jaar 1977 gebeurde er iets opmerkelijks. Eduardo meldde zich bij het communistische dagblad Il Manifesto voor een interview, naar nu blijkt zijn laatste. Dat hij in de tussentijd aan de heroïne was geraakt blijft onbesproken. Hij wilde praten over zijn bewondering voor Franciscus van Assisi en over de familie die volgens hem aan decadentie ten onder dreigde te gaan. Ciniast Visconti, maker van onder meer 'De Verdoemden' had het niet beter kunnen verzinnen.

Het werd een opmerkelijk gesprek dat deze week opnieuw werd afgedrukt door Il Manifesto. Het feit dat de familie een van zijn neefjes tot bestuurslid van Fiat had benoemd, tot toekomstig familiepatriarch in plaats van de overleden Giovanni Alberto, noemde Eduardo 'ronduit ziek'. Zelf had hij geen enkele ambitie, herhaalde de man die ooit door zijn vader bij het dochterbedrijf Juventus, de voetbalclub, als directielid was neergezet. Die carrière was geen lang leven beschoren, zoals al was te voorzien toen Eduardo tijdens het Heizeldrama in 1985 - waarbij tientallen Juventussupporters in Brussel de dood vonden - niet over de gewenste stalen zenuwen leek te beschikken.

Woensdagochtend werd nabij Turijn eerst zijn auto gevonden, een oude Fiat Croma, een van de eenvoudigere modellen. Het viaduct waarvan hij in pyjama was afgesprongen, was vernoemd naar een familievriend, een generaal van de carabinieri, de Italiaanse marechaussee.

De betreffende snelweg is ooit aangelegd met geld van de Agnelli's.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden