Het doorslaggevende bewijs: de capibara draagt een ketting

Prachtig zijn ze, de 34 lang verborgen gebleven 17de-eeuwse dierentekeningen van Frans Post. V reconstrueert de vondst.

Gezicht op de Rio São Francisco Brazilië met Fort Maurits en een capibara, 1639, in bezit van het Louvre Beeld .

De capibara draagt een ketting. Geen decoratief exemplaar, uiteraard, zo één van goud of parels; nee, het is een ketting van touw dat dit reuzenknaagdier om zijn nek heeft. Op de tekening in grafiet die Frans Post (1612-1680) van het beest maakte is het een detail, zij het een met vergaande, Sherlock Holmes-achtige implicaties. Het is het doorslaggevende bewijsstuk voor de authenticiteit van de 34 dierentekeningen van Post die conservator beeldcollecties Alexander de Bruin heeft ontdekt in het Noord-Hollands archief in Haarlem.

Een bijzondere vondst. Tot op heden waren er van Post, die als 20-jarige deel uitmaakte van de entourage van gouverneur-generaal graaf Johan Maurits, geen getekende voorstudies bekend. Hij behoorde tot de eerste generatie Nederlandse schilders die Brazilië bezocht. Zijn werk, dat onder meer vertegenwoordigd is in het Louvre, het Rijksmuseum, het Mauritshuis en Museum Boijmans Van Beuningen, maakt de laatste decennia een herwaardering door. Gerenomeerd Frans Post-kenner en oeuvre-catalogus-samensteller Pedro Corrêa do Lago noemt de ontdekking zeer opwindend. De marktwaarde wordt door ontdekker De Bruin geschat op de 340 duizend euro.

Op een vrijdagmiddag in augustus gaat de conservator - kaalgeschoren hoofd, bril met dik montuur, pochet - op energieke wijze voor naar de locatie van zijn ontdekking: het Noord-Hollands archief in de Haarlemse binnenstad, afdeling: beeldcollectie (ook wel: de atlas). Het is een archief als elk ander: temperatuur van 15 graden, rijen met kasten op wieltjes. Rij vijftien is belangrijker dan andere. Daar, in doos honderd, vond de conservator de tekeningen.

Wie was Post?

Frans Post (1612-80) was kunstschilder, tekenaar en graveur. Hij behoorde tot de eerste generatie kunstenaars die als Europeaan de Nieuwe Wereld vastlegde. In 1636 reisde hij met graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen naar Nederlands Brazilië. In 1644 vestigde hij zich in Haarlem. Hij had negen kinderen van wie alleen de jongste, Margrietgen, hem overleefde. Op late leeftijd, schreef een tijdgenoot, zou Post 'vervallen tot den dronk en beevende'.

Frans Post Beeld schilderij van Frans Hals

'Boosaerdich'

Het gebeurde in de nazomer van 2012. De Bruin offerde indertijd zijn lunchpauzes op om de zo'n 25 duizend objecten tellende collectie te re-evalueren. Op een zeker moment stuitte hij op een lege perkamenten band. Die bleek, na enig speurwerk, ooit 17de-eeuwse vogeltekeningen van Pieter Holsteyn I en II te hebben bevat, als ook 34 dierentekeningen, in grafiet en gouache. De maker was onbekend. De tekeningen, die varieerden tussen de 1 en 2 decimeter, toonden zulke exotische verschijningen als de luiaard, de krokodil, de tapir, de miereneter, de slingeraap, de leguaan, het blauwneusmakaak, de krabbenetende wasbeer en de voornoemde capibara. Ze leken gemaakt met wetenschappelijke intenties. Om de maximale informatie over hun uiterlijk te bevatten, waren ze afgebeeld van opzij of van boven, soms in een combinatie, en de uitgewerkte exemplaren gingen vergezeld van een annotatie in schoonschrift dat zich toespitste op twee vragen.

Eén: was het dier aaibaar? En twee: kon men het eten? 'Een tijger groot als een gemeen kalf / seer wreedt vernielende ende starck' las De Bruin bij een tekening van een jaguar. Bij de armadillo: smaeckt gelijck een hoen. En bij de blauwneusaap: 'seer quat ende boosaerdich'. De tekeningen, zo merkte de conservator, werden gekenmerkt door dezelfde rake lijn en aandacht voor details. De Bruin: 'Ik dacht: wát een kwaliteit. Maar ook: wie maakte dit?'

Tekening van een capibara, in het bezit van het Noord-Hollands archief Beeld .

Braziliaans konijn

Dat de beesten wellicht te maken hadden met de Braziliaanse koloniale geschiedenis begon De Bruin te dagen toen hij las over een 'Braziliaans konijn', maar de daadwerkelijke oplossing kwam tijdens een bezoek aan het Rijksmuseum. Toen hij daar oog in oog stond met Posts Gezicht op Olinda (1662) maakte zijn hart een sprong. Aan de onderkant van het landschap kropen beesten - zijn beesten. 'Mijn eerste reactie was: fucking hell, dit is te mooi om waar te zijn. Ik wilde schreeuwen en een suppoost aanklampen. Thuis heb ik direct de dikke Post-oeuvrecatalogus uit 2006 besteld.' Daarin werden De Bruins vermoedens bewaarheid: van de armadillo tot de lama, tot bijna alle andere 34 beesten - alle beschikten over een geschilderde of gebeitelde evenknie of evenknieën: 'Toen wist ik het: deze tekeningen moesten gewoon van Frans Post zijn.'

Wat volgde waren enkele jaren van stug zwijgen en bewijs zoeken. De Bruins bevindingen bevestigden zijn vermoedens. Zo kende het handschrift boven de tekeningen in grafiet overeenkomsten met de handtekening van Frans Post op spaarzame notariële akten. De watermerken in de tekeningen, waaronder een vijftal van een dubbel-koppige adelaar, vielen te dateren in dezelfde decennia dat Frans Post in Brazilië was. Wat nog belangrijker was: in grote tekeningen-verzamelingen in Krakau en Dresden van Posts reisgenoten, Eckhout en Waegener, bevonden zich geen beesten die leken op die op Posts schilderijen. Evenmin bleken Posts getekende dieren - een uitzondering daargelaten - voor te komen op de werken van Eckhout en Waegener. Alexander de Bruin: 'Het waren dezelfde diersoorten, akkoord, maar daar stopte de gelijkenis. Posts tekeningen zijn anders dan die van Albert Eckhout. Meer prototypisch.'

Tekening van een luiaard door Frans Post Beeld .

Fijn, maar het definitieve bewijs was daarmee nog niet geleverd. Wie zei immers niet dat de tekeningen later inplaats van eerder dan Posts schilderijen werden gemaakt, erna inplaats van ervoor. Hier werd die nukkige capibara belangrijk. Of, specifieker: diens ketting.

Dat is natuurlijk geen echte ketting. Zij vormt de lus van het touw waarmee het beest tijdens het poseren op zijn plek werd gehouden, een lus die op de gouache, en op het olieverfschilderij (nu in het Louvre) ontbreekt. Een veelbetekenend detail, waaruit de volgorde van het productieproces kan worden opgemaakt, hetgeen zich laat extrapoleren naar de rest van Posts oeuvre. Overtuigend, aldus Post-kenner en Pedro Corrêa do Lago. Vanuit São Paulo: 'Ik zal de tekeningen zeker opnemen in de volgende editie van mijn catalogus.'

Tekening van een blauwlipmeerkat door Frans Post Beeld .

Kolonie

Deze werken, die in oktober zullen worden geëxposeerd in het Rijksmuseum, en waarover het vakblad Master Drawings vandaag publiceert, dateren uit een van de meest beruchte episoden van de vaderlandse geschiedenis: die waarin Brazilië een Nederlandse kolonie was, veroverd op de Portugezen voor de door slaven onderhouden suikerplantages, met graaf Johan Maurits als gouverneur-generaal. Die tekende tijdens zijn zevenjarige bewind niet enkel voor een hoofdstad, Mauritsstad, en een paleis, Vrijburg, met botanische tuin en menagerie. Ook zette hij een entourage van schrijvers en wetenschappers en kunstenaars aan het werk, wier observaties en ontdekkingen het grofstoffelijke materiaal leveren voor tal van encyclopedieën en kaarten, waaronder de Historia naturalis Brasiliae. Tot dit gezelschap behoorden de astronoom Georg Markgraf en de schilder Albert Eckhout. Wie er ook deel van uitmaakte was Frans, het broertje van Maurits' architect Pieter Post.

Over hoe zijn tekeningen, die ooit deel moeten hebben uitgemaakt van een grotere reeks (tenminste vijf tekeningen ontbreken), in de map met Holsteyntekeningen zijn terechtgekomen, valt geen uitsluitsel te geven. Bekend is dat de map in zijn totaliteit in 1888 bij legaat in het bezit kwam van het stadsarchief Haarlem, maar enkele decennia eerder stopt het spoor. Een vermoeden van De Bruin is dat de vogelschilders Holsteyn, stadsgenoten van Post, diens tekeningen bezaten om te kopiëren. Dat wordt ondersteund door een dagboekaantekening van Posts reisgenoot Waegener, die beschrijft hoe hij eerder uit Brazilië terugkeert en de Holsteyns in Haarlem bezoekt om ze papegaaien en tekeningen te brengen. De gelijkenis tussen Holsteyns miereneter en die van Post, vormt het bewijs. De Bruin: 'Waarschijnlijk leenden ze zijn dierenschetsen voor langere tijd.'

Een detail uit het schilderij Gezicht op Olinda (1662), in het bezit van het Rijksmuseum Beeld .

Wat de vondst in elk geval bewijst, is dat Frans Post zijn schilderijen stoffeerde aan de hand van tekeningen, een methode waarin hij zich niet beperkt zal hebben tot de dieren alleen. Ook de indianen en vruchten kenden vermoedelijk een getekende weergave. De kans dat er ergens in een archief nog een map met door Post getekende ananassen, meloenen en kalebassen ligt te wachten, lijkt aannemelijk. Dat ook die nog eens zal opduiken is niet ondenkbaar.

Frans Post, Dieren in Brazilië, Rijksmuseum, 7/10 t/m 8/1/17.

Tekening van een capibara door Frans Post Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden