Het doodzwijgen van de moeders is het ergste

Kinderen die niet opgroeien bij hun biologische moeder. Dat is de rode draad in de familiegeschiedenis van schrijfster Judith Uyterlinde....

Een bundeltje brieven in haar nachtkasje. Dat was het enige tastbare dat Reini herinnerde aan haar moeder die in Auschwitz was gestorven. Op een dag was het nachtkastje leeg. De brieven waren weg. Weggegooid door de stiefmoeder van Reini. ‘Opgeruimd staat netjes’, had ze erbij gezegd.

Toch was de stiefmoeder geen kwaadaardige vrouw, benadrukt Judith Uyterlinde, auteur van de familiegeschiedenis: De vrouw die zegt dat ze mijn moeder is. ‘Ze had zelf ook veel familie in de oorlog verloren. Het was onmacht om met zo’n groot verdriet om te gaan. En men stond er in die tijd niet bij stil hoe kinderen zich voelden, ze hadden zich maar te schikken. Het ging erom dat kinderen eten, kleding en scholing kregen. Je moet het in die tijd plaatsen. Pedagogen voerden vlak voor de oorlog nog debatten over de vraag of zuigelingen wel gevoel hebben – en of een kind van pakweg 2 jaar al vatbaar is voor liefde.’

Kinderen die niet opgroeien bij hun biologische moeder. Het is de rode draad in de familiegeschiedenis van Judith Uyterlinde. Haar moeder, oom, tante, opa en een oudtante werden door een stiefmoeder opgevoed; een vreemde vrouw die ze vaak van de ene op de andere dag ‘moeder’ moesten noemen. Hun echte moeder was omgekomen in Auschwitz of in het kraambed gestorven. Door zelf twee meisjes uit Guatemala te adopteren, zette Judith destijds onbewust een traditie voort. Ook zij laat zichzelf moeder noemen door kinderen die niet haar biologische kinderen zijn.

Waarom wilde je die familiegeschiedenis opschrijven?

‘In de Tweede Wereldoorlog gebeurde in mijn familie op kleine schaal wat in Nederland in het groot gebeurde. De Joodse tak van mijn familie overleed, veelal in kampen. De achterblijvers zetten de tanden op elkaar, voelden zich schuldig en drukten het verdriet om het verlies weg door te zwijgen. Maar een wond die je afdekt krijgt geen zuurstof en kan niet genezen.

‘Veel van die kinderen die een ‘nieuwe’ moeder kregen, hebben zich een leven lang gekwetst gevoeld. Vooral omdat er over hun biologische moeders in alle talen werd gezwegen alsof ze nooit hadden bestaan. Het voelt alsof ze een tweede dood stierven.

‘Dat wilde ik rechtzetten. Ik wilde die vrouwen alsnog een gezicht geven.

‘Wat ik ook frappant vind, is dat we denken dat het samengestelde gezin iets is van deze tijd. Maar het samengestelde gezin is van alle tijden.’

Voor u moet het een moeilijk besluit geweest zijn kinderen te adopteren toen u ongewild kinderloos bleef. Het gemis van een biologische moeder heeft al zoveel pijn in uw familie veroorzaakt.

‘Het verlies van die moeders was, denk ik, minder dramatisch dan het feit dat die vrouwen werden doodgezwegen. Elke herinnering aan die vrouwen werd weggevaagd. Zelfs de baby’s van die overleden vrouwen moesten weg: naar opa of oma, omdat de achterblijvers die dagelijkse confrontatie met het verlies van hun geliefde uit de weg wilden gaan.

‘Maar mijn familiegeschiedenis leert ook dat je een intieme band kunt opbouwen met mensen die niet je ouders zijn. Ik kon als kind beter met mijn tante praten dan met mijn moeder. En mijn oudtante had een heerlijke jeugd, ook al is ze grootgebracht door haar niet-biologische opa en oma.’

Wat is het effect geweest op familie-leden van wie de moeder eerst overleed en daarna werd doodgezwegen?

‘Ze hadden moeite met intimiteit. Mijn moeder bijvoorbeeld krabde me weleens op de rug bij wijze van liefdesbetuiging. Een knuffel zat er niet in. En dat zwijgen was ook in háár geslopen, haar tweede natuur geworden. Als kind nam ze me altijd mee naar de jaarlijkse dodenherdenking. Maar dat we daar ook omgekomen familieleden herdachten, wist ik niet. Zelfs toen we samen Auschwitz bezochten, repte mijn moeder met geen woord over haar moeder en de andere familieleden die daar waren omgekomen. Mijn moeder had zo lang gezwegen dat ze voor het verhaal van haar leven geen woorden kon vinden.’

‘Het kan haast geen toeval zijn dat u de zoveelste stiefmoeder in de familie bent?

‘Ik zie mezelf niet als stiefmoeder, maar adoptiemoeder. Mijn kinderen kwamen als baby naar Nederland. Ze hebben geen enkele herinnering aan hun biologische moeder.

‘Maar dat ik nu ook de kinderen van iemand anders opvoed, is toeval. Toen we aan de adoptieprocedure begonnen, had ik mij nog niet zo in onze familiegeschiedenis verdiept. Eigenlijk begon het toen pas tot me door te dringen hoe weinig ik van mijn eigen afkomst wist. Dus ik hou het op toeval. Ik kon gewoon geen kinderen krijgen. Maar mijn familiegeschiedenis brengt mogelijk wel met zich mee dat ik heel graag kinderen wilde. Dat ik nieuwe familie wilde maken en mijn moeder graag kleinkinderen wilde geven. Zij beschouwt elk nieuw kleinkind als een postume overwinning op de nazi’s. Al met al heeft ze nu twaalf kleinkinderen. Mijn broers en zussen hebben ook hun best gedaan. Ze hebben dat blijkbaar ook zo gevoeld.’

Hoe heeft u het uw dochters verteld dat u niet hun ‘echte’ moeder bent?

‘In de adoptieprocedure leer je af in termen te praten als ‘echte’ en ‘onechte’ moeders. Ik had altijd een boek met foto’s van Guatemala bij de hand en als we daarin bladerden vertelde ik mijn dochters dat ze twee moeders hebben. Eentje die in Guatemala woont en die niet voor ze kan zorgen en die heel blij is dat er in Nederland een moeder is die wel voor ze kan zorgen. En ik vertelde ze altijd verhaaltjes over dieren die liefdevol worden opgevangen door dieren die niet hun eigen ouders zijn. Adoptie komt in veel kinderverhalen voor. Tarzan was ook geadopteerd. Dus nog voordat ze konden praten, beseften mijn dochters al dat ze twee moeders hebben. En dat heeft goed gewerkt. Ik hoop dat we in de toekomst contact kunnen leggen met de biologische moeder. Daar heeft een van mijn dochters erg veel behoefte aan.’

Ze gooien u vast weleens voor de voeten dat u niet hun echte moeder bent?

Uyterlinde lacht. ‘Ja. Als ze boos zijn roepen ze weleens: je bent toch mijn echte moeder niet. Daarmee hopen ze je natuurlijk op de kast te jagen.’

Krijgen ze u daarmee op de kast?

Ze lacht opnieuw. ‘Welnee. Ik ben misschien je echte moeder niet, roep ik dan, maar ik ben wel de moeder waar je het mee zult moeten doen.’

Adoptie is, onder meer door een groot aantal schandalen rond kinderhandel, in een ander daglicht komen te staan. Merk je daar als adoptie-ouder wat van?

‘Nee. Dat komt misschien omdat onze kinderen hier al 12 en 10 jaar zijn. Dus lang voordat die schandalen rond adoptie gingen spelen. Ik wil die excessen niet bagatelliseren, maar adoptie is beter voor het kind dan opgroeien op straat of in een kindertehuis, want dat is in de praktijk het alternatief.’

Een van uw dochters werd als baby vaak ‘s nachts wakker met een verkrampt lichaam en een verwilderde blik in haar ogen. Dat lijkt me confronterend.

‘Het is overgegaan, gelukkig. De wetenschap dat je bent afgestaan is pijnlijk, kan je zelfvertrouwen ondermijnen. Maar mijn familiegeschiedenis leert me dat adoptie niet allesbepalend hoeft te zijn in je leven. Bij mijn moeder heeft het er flink ingehakt, maar ondanks alles is ze een levenslustige, optimistische vrouw die van het leven geniet. Iedereen krijgt het een en ander voor de kiezen in het leven.

‘Veel mensen beseffen niet dat er nu veel minder problemen met adoptiekinderen zijn dan vroeger. Adoptieouders worden veel beter begeleid dan destijds. De meeste adoptiekinderen krijgen tegenwoordig van jongs af aan zo veel mogelijk informatie over hun afkomst. Adoptiekinderen hebben nog steeds het label probleemgeval, maar dat is niet terecht. Ik ken intussen heel veel adoptieouders. En als ik ze hoor praten over hun kinderen dan lijken die verhalen als twee druppels water op de verhalen van ouders over hun biologische kinderen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden