Het dna van alle mensen

Waar stond de wieg van de mens en hoe heeft hij zich over de wereld verspreid? Geneticus Spencer Wells leidt een ambitieus project omde hele stamboom van de mensheid in kaart te brengen....

‘Maak een wereldreis, en wat valt op? De enorme uiterlijke en culturele verscheidenheid van de menselijke soort’, zegt geneticus, schrijver en documentairemaker Spencer Wells. ‘Tegelijk weten we ook dat mensen over de hele wereld in hun genen voor 99,9 procent identiek zijn.’

Met dit ‘raadsel van verwantschap en verschil’, zoals hij het noemt, houdt de 39-jarige Amerikaan zich al zijn hele carrière bezig. Inmiddels mag hij hopen dat hij misschien een antwoord vindt. Voor National Geographic leidt hij The Genographic Project, een ambitieuze poging om de ontwikkeling van de menselijke diversiteit in kaart te brengen (zie kader).

In grote lijnen is het verhaal duidelijk, zegt Wells. Homo sapiens is zo’n 200 duizend jaar geleden in Oost-Afrika ontstaan, wijzen fossielen uit. Zestigduizend jaar geleden begon hij zich over de rest van de wereld te verspreiden (zie gra-phic). Een eerste migratiegolf ging via de kusten van de Indische Oceaan richting Australië. Een tweede verliet Afrika later via het Midden-Oosten en vertakte zich over Azië en Europa. In latere golven werden ook Amerika en Polynesië bevolkt. Maar om al deze paleolithische migraties écht in kaart te brengen moet de hele stamboom van de mens worden gereconstrueerd.

Speelkaarten

Speelkaarten
De sleutel ligt in de genen. Het leeuwendeel van het dna wordt bij elke nieuwe generatie als een pak speelkaarten opnieuw geschud, maar twee stukjes dna erven vrijwel ongewijzigd over: het mitochondriaal (mt) dna in vrouwelijke en het Y-chromosoom in mannelijke lijn. Dat maakt een blik in het zeer verre verleden mogelijk. Deep ancestry, noemt Wells dat.

Speelkaarten
Zoals in al het dna treden ook in mt-dna en op het Y-chromosoom af en toe onschuldige mutaties of kopieerfoutjes op. Omdat die vervolgens aan elke nieuwe generatie worden doorgegeven, kunnen ze gebruikt worden als ancestral markers of afstammingskenmerken.

Speelkaarten
Op basis van die kenmerken kun je mensen indelen in ancestral clans of haplogroepen. We kennen er inmiddels een stuk of 25, met namen als L1 en M91, voor zowel mt-dna als Y-chromosoom, en we weten vrij goed waar en wanneer die zijn ontstaan. Resulterend in de geschetste migratiegeschiedenis. Maar wat ontbreekt, zegt Spencer Wells, zijn de details. ‘Daarvoor hebben we dna-monsters nodig. Véél dna-monsters. Daar is het Genographic Project om begonnen.’

Speelkaarten
Het is eerder geprobeerd in de jaren negentig. Het Human Genome Diversity Project onder leiding van Wells’ leermeester Luca Cavalli-Sforza mislukte jammerlijk door oppositie van onder meer Noord-Amerikaanse indianen die riepen dat de wetenschappers hun genen wilden stelen en patenteren.

Speelkaarten
Daar heeft Wells van geleerd. Genographic is een consortium zonder medische of commerciële bedoelingen en nadrukkelijk gericht op samenwerking met de inheemse volkeren en het brede publiek. ‘De tijden zijn ook veranderd. Mensen weten meer, zijn niet meer bang dat je hun geest komt stelen als je ze een buisje bloed afneemt. Genetica is cool nu, mensen willen er graag deel van uitmaken.’

Speelkaarten
Voor Wells zelf is het project ‘een droom die werkelijkheid is geworden’. Zijn plan op grote schaal dna te gaan verzamelen om de oude migraties in kaart te brengen, ontstond toen hij in de jaren negentig op Cavalli-Sforza’s lab in Stanford werkte. Omdat niemand zijn expedities naar Centraal-Azië wilde financieren, paaide hij sponsors en maakte een film en een boek.

Speelkaarten
Zo kwam Wells bij National Geographic terecht. Daar vroegen ze hem wat hij het liefst wilde. ‘Het gebeurt niet vaak dat je zo’n vraag krijgt, dus ik zei: ik wil de hele wereld samplen. Want behalve de Out of Africa-theorie zijn vrijwel alle hypotheses over de grote paleolithische migraties speculatief, bij gebrek aan dna. Well, here we are.’

Veldwerk

Veldwerk
Kern van het Genographic Project is het wetenschappelijke veldwerk. Elf deelnemende onderzoeksgroepen over de hele wereld verzamelen dna-monsters onder inheemse volkeren en stammen voor de opbouw van een publieke database die uiteindelijk meer dan honderdduizend samples moet omvatten. Als dat lukt, is het de grootste database in zijn soort.

Veldwerk
Waarom zijn die inheemse groepen zo belangrijk? ‘Omdat hun dna de beste informatie biedt. Zij hebben – anders dan de meeste moderne mensen – nog een band met hun voorouders en de plaats waar ze vaak al heel lang wonen. Je hebt groepen in Zuid-India die daar waarschijnlijk al vijftigduizend jaar leven. Hun markers hebben dus geografische context.’

Veldwerk
Het nemen van dna-monsters onder inheemse volkeren blijkt verrassend makkelijk. ‘Ze geloven vaak dat ze iets van hun voorouders bij zich dragen dat van generatie op generatie wordt overgedragen. Als wij uitleggen dat dit klopt en dat het dna heet, raken ze dol enthousiast. We proberen resultaten ook altijd terug te koppelen, via onze lokale medewerkers, of via internet. Zelfs in de woestijn van Tsjaad hebben ze internet.’

Testkit

Testkit
Onontbeerlijk voor het project is ook de participatie van het brede publiek, zegt Wells. Mensen kunnen zich aanmelden via internet. Ze krijgen dan voor 100 dollar een testkit thuisgestuurd om hun eigen dna te laten testen. Dat is uitbesteed aan een bedrijf, Family Tree Dna. De voortgang van de anonieme test kan online gevolgd worden via een eigen code. Wie wil, kan zijn dna laten opnemen in de grote databank van het project.

Testkit
Worden die publiekstests net zo uitgevoerd als de ‘inheemse’ tests, of zijn ze een melkkoe? ‘Nee, we kijken naar vrijwel dezelfde markers. Het is dus geen nep. Voor een goede database heb je zowel inheemse populaties als demografische dekking nodig. We gaan de publieksdata ook echt gebruiken, bijvoorbeeld voor postcodeonderzoek naar zelfverklaarde etniciteit.’

Testkit
Met de netto-opbrengst van de publiekskits is een Legacy Fund opgezet, dat inmiddels drie miljoen dollar bevat. ‘Wij willen iets teruggeven aan de vaak arme inheemse volkeren die we bemonsteren en die vaak ernstig in hun identiteit worden bedreigd.’ Het fonds subsidieert vooral culturele projecten. Zo hebben de Yagnobi, een stam in een dal hoog in de bergen van Tadjikistan waar Wells in 2006 dna-monsters nam, een woordenboek kunnen maken dat hun taal, ooit de lingua franca van de Zijderoute, voor uitsterven moet behoeden.

Testkit
Het geeft aan hoe groot de urgentie van het Genographic Project is, zegt Wells. Het is eigenlijk een ‘momentopname van de menselijke genetische variatie’ voordat we door globalisering en modernisering de culturele, taalkundige en geografische context kwijtraken waarin we die genetische data nog enigszins kunnen plaatsen.

Testkit
‘Neem de Kusunda in westelijk Nepal, bij wie we binnenkort dna gaan afnemen. Hun taal is een isolaat van de Indo-Pacifische talen. Hoe ze zo hoog in de Himalaya zijn beland, is nog een mysterie. We moeten snel zijn. Er zijn nog 200 Kusunda over, ze zijn allemaal buiten hun groep getrouwd, en hun kinderen leren de taal niet meer.’

Testkit
Wereldwijd vervagen genetische sporen van onze voorgeschiedenis zo in hoog tempo, zegt Wells. ‘Er is culturele massa-extinctie gaande. We verliezen elke twee weken een taal. Veel inheemse groepen worden in hun voortbestaan bedreigd doordat mensen naar de steden trekken en oplossen in de bredere bevolking. Dat is het lot van de 21ste-eeuwse mens: op te gaan in één mondiale multi-etnische genenpool. We worden op den duur allemaal Tiger Woods. Een goede zaak voor het antiracisme, een slechte zaak voor de genetica.’

Testkit
Het 5-jarige Genographic Project is inmiddels bijna halverwege. Er zitten nu bijna 300 duizend dna-monsters in de database: 41 duizend inheemse en 256 duizend publieksmonsters. De eerste resultaten zijn gepubliceerd. Zo verscheen in mei dit jaar een artikel op basis van dna-monsters uit Libanon. Daarin werden markers gevonden die wezen op West-Europa. ‘Een erfenis van de Kruistochten’, aldus Wells. Het leidde tot consternatie in het Midden-Oosten. ‘We kregen bezorgde telefoontjes of onze uitkomsten op alle Arabieren betrekking hadden. Nee dus.’

Landmijnen

Landmijnen
Wells zelf reist intussen als Explorer in Residence van National Geographic voor het project de wereld over. Hij is 80 procent van de tijd onderweg. Vooral voor vergaderingen en lezingen, maar gelukkig ook voor veldwerk, meestal slim gecombineerd met het maken van een documentaire. ‘We filmen nu in Afrika. Daarna gaan we samplen in Nieuw-Guinea en de Filipijnen.’

Landmijnen
Dat veldwerk levert geregeld ontdekkingen op. Zoals een expeditie in 2005 naar het Tibesti-gebergte in Noord-Tsjaad, een met landmijnen bezaaid rebellengebied waar Wells monsters nam bij de Tubu, een nooit eerder onderzochte stam – half negroïde, half Kaukasisch, met een eigen bloedgroepenpatroon. ‘Zij zijn een relict van een migratieroute uit het Paleolithicum, toen de Sahara periodiek nat, groen en dus te doorkruisen was. Zulke klimaateffecten spelen bij veel migraties een rol.’

Landmijnen
Heeft Wells intussen al een antwoord op de vraag waar het mee begon: waarom mensen zo verwant zijn en toch zo verschillend? ‘Wie het weet, krijgt de Nobelprijs. Maar ik heb wel wat ideeën. Dat ons dna zozeer overeenkomt, lijkt het gevolg van het feit dat de mens zeventigduizend jaar geleden bijna is uitgestorven. We stammen af van een populatie van hooguit tweeduizend individuen en zijn dus allemaal familie van elkaar.’

Landmijnen
Waarom dan zoveel uiterlijke verschillen? ‘Ik zie drie oorzaken. Genetische drift, zeg maar: toevallige mutaties. Evolutionaire aanpassing, bijvoorbeeld via huidskleur aan het klimaat. En seksuele selectie: lokale voorkeuren voor aantrekkelijkheid vertalen zich op den duur in fysieke variatie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden