nieuws bas van hout

Het dilemma van elke misdaadjournalist: ‘Wat als toekomstige misdaden ter sprake komen?’

Misdaadjournalist Bas van Hout wilde eigenlijk geen ‘bron’ worden van de inlichtingendienst, maar werd het toch. Een beroep van de dienst op zijn ‘burgerplicht’ deed hem overstag gaan, vertelde hij zaterdag in de Volkskrant. Hij begaf zich daarmee op een hellend vlak, weten collega-misdaadjournalisten. 

Bas van Hout. Beeld Linelle Deunk

Veel misdaadjournalisten hebben het wel een keer meegemaakt: een bron uit het criminele milieu praat over een nog te plegen strafbaar feit. Een drugstransport, een wapenleverantie, een liquidatie. Informatie die de politie, de inlichtingendienst en het Openbaar Ministerie maar wat graag willen hebben en die in sommige gevallen iemands leven kan redden.

‘Een crimineel vertelde me een keer over een collega-journalist’, herinnert misdaadjournalist Gerlof Leistra van weekblad Elsevier zich. ‘Hij zei: het is nu genoeg geweest, die man gaat eraan.’ Leistra, die al tientallen jaren over misdaad schrijft, weet dat de crimineel het meent. Meteen belt hij de betreffende journalist en waarschuwt hem.

Een half jaar later krijgt Leistra plotseling de woedende crimineel aan de telefoon. ‘Jij bent voor ons, ik kom nu met een hele groep naar je toe’, zei hij, aldus Leistra. ‘Bleek dat de collega die ik had getipt over de dreiging meteen de politie en het OM had ingeschakeld. Die crimineel had dat later teruggelezen in het dossier en vond dat ik hem had verraden. Ik heb toen tegen hem gezegd: luister, als ik van mijn collega-journalist had gehoord dat hij jou wat zou aandoen, had ik jou ook gewaarschuwd. Dat begreep hij.’

Het illustreert de moeilijke positie van een misdaadjournalist. Bronnen binnen de onderwereld zijn onontbeerlijk. Afspraken in hotellobby’s, koffiehuizen en op parkeerplaatsen, met figuren voor wie de wet niet meer is dan een hinderlijk document, horen bij het werk. Dat kan alleen als criminelen erop vertrouwen dat de journalist geen verlengstuk van de overheid is.

Maar wat als toekomstige misdaden ter sprake komen? Wat als je als journalist een liquidatie kunt voorkomen?

Paul Vugts, misdaadjournalist van Het Parool. Beeld anp

‘Het is mijn grootste dilemma’, zegt misdaadjournalist Paul Vugts van Het Parool. ‘Ik zou het niet kunnen verkroppen als ik van tevoren weet dat iemand doodgeschoten gaat worden. Maar ik wil tegelijkertijd geen zaken doen met de overheid.’

Levensgevaarlijk

Vugts woonde vorig jaar een tijd in een safehouse en werd beschermd door de Dienst Koninklijke Diplomatieke Beveiliging (DKDB), omdat criminelen hem zouden willen liquideren. Gevaar hoort bij het werk, weet hij. Daarom probeert hij zoveel mogelijk aan de zijlijn te blijven staan, en geen onderdeel te worden van ‘het spel’. Vugts: ‘Ik wil geen speler worden. Informatie over toekomstige liquidaties is de enige informatie die ik niet wil horen.’

Levensgevaarlijk, noemt hij het, om als verlengstuk van de overheid te fungeren. ‘Een journalist moet te allen tijde onafhankelijk zijn. Bronnen moet je beschermen, ze moeten je kunnen vertrouwen. De politie en de AIVD moeten hun eigen werk maar doen.’

Burgers die weten van een op handen zijnde moord, zijn verplicht dat te melden bij politie of justitie of bij de bedreigde persoon. Doen ze dat niet, en wordt de moord daadwerkelijk gepleegd, dan kunnen ze tot een jaar gevangenisstraf krijgen. Of dat ook geldt voor journalisten, is juridisch complex, laat het OM weten. In sommige gevallen zullen journalisten zich kunnen beroepen op hun verschoningsrecht, bijvoorbeeld als informatie te herleiden is naar de bron.

Misdaadverslaggever Peter R. de Vries. Beeld ANP

Helemaal bij de opsporingsdiensten uit de buurt blijven, is voor journalisten hoe dan ook lastig. Iedere misdaadjournalist die serieus met zijn werk bezig is, komt op een gegeven moment met de autoriteiten in aanraking, zegt misdaadjournalist Peter R. de Vries. ‘Al is het maar in het kader van wederhoor.’

Zelf maakt De Vries er geen geheim van dat hij geregeld samenwerkt met de politie. ‘Zeker toen ik mijn tv-programma nog had en met journalistieke opsporing bezig was. Met dat programma zijn we verantwoordelijk voor het oplossen van een groot aantal moorden en andere misdrijven. Dan ontkom je er ook niet aan om af en toe aan tafel te zitten en te zeggen: dit zijn onze bevindingen. En dan hoop je dat je er wat voor terugkrijgt.’

‘Naïef’

Diezelfde hoop had Bas van Hout, vertelde hij. De wederkerigheid was voor hem zelfs een absolute voorwaarde om met de inlichtingendienst in gesprek te gaan. Later kwam hij er naar eigen zeggen pas achter dat de dienst hem ‘runde’ als informant, dat het vooral de bedoeling was dat híj zou praten. Naïef, noemt hij zichzelf achteraf. ‘De overheid is geen betrouwbare partner voor me gebleken. Ingaan op hun verzoek bleek levensgevaarlijk en is de grootste fout uit mijn leven.’

De Vries heeft het ook meegemaakt, dat opsporingsinstanties met zijn informatie ‘aan de haal’ gingen. ‘Ik heb daar weleens slaande ruzie over gehad’, zegt hij. ‘Je hebt geen controle over hoe ze met je informatie omgaan. Af en toe moet je met je vuist op tafel slaan.’

Van de gesprekken die De Vries met opsporingsdiensten voerde, en van zijn uitzendingen, zijn veel mensen volgens hem slechter geworden. ‘Die zitten nu in de bajes’, aldus De Vries. ‘Die zijn niet blij.’

Bronnen zijn voor hem heilig en afspraken komt hij na, zegt De Vries. Criminelen weten tegen wie ze iets zeggen, vindt hij. Een dreigende liquidatie is voor hem een grens, hij gaf in veel zaken tips door. De Vries: ‘Dan wist ik: als ik dat niet doe zijn de gevolgen erger dan als ik dat wel doe. Dat heeft niets met journalistieke onafhankelijkheid te maken. Dan neem je gewoon je verantwoordelijkheid. Maar af en toe wat doorgeven is nog iets anders dan informant zijn.’

De wetenschap dat sommige journalisten informatie delen met opsporingsautoriteiten, zal voor onrust en terughoudendheid in de onderwereld zorgen, beseffen misdaadjournalisten. Dat maakt het verhaal van Van Hout alleen maar extra pijnlijk. Vugts: ‘Kunnen we weer opnieuw beginnen met uitleggen dat we onafhankelijk zijn.’

Meer lezen:

Misdaadjournalist Bas van Hout deelde informatie met de geheime dienst, die onderzoek deed naar banden tussen boven- en onderwereld. Dat lekte uit door fouten bij de dienst, die bovendien verzuimde de bron te waarschuwen. De staat heeft Van Hout inmiddels een forse schadevergoeding betaald.

De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) constateert in 2014 in een geheim rapport dat Van Hout al sinds 2001 verkeert in een ‘levensbedreigende situatie’. Daar heeft het ‘handelen van de AIVD’ aan bijgedragen. Rond die tijd is een staatsgeheim document met zijn voornaam erin uitgelekt naar criminelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden