'Het dierbaarste is me afgepakt'

Vrijdag kruisen Michael Rasmussen en de Rabobank voor de rechtbank van Arnhem de degens voor de laatste keer. De bijna-Tourwinnaar van 2007 twijfelt er niet aan dat hij in hoger beroep zijn gelijk haalt.

Michael Rasmussen (37) bladert net zo lang door zijn mobiele telefoon tot zijn ogen beginnen te glimmen. Het blijken sms'jes uit juli 2007 waarnaar hij op zoek is: steunbetuigingen van renners en personeel van de Rabobankwielerploeg die hij kreeg toen de teamleiding hem uit de Tour de France had gezet.

Rasmussen leest ze voor. Michael Boogerd moedigt hem aan vol te houden in these fucking days. Iemand anders, de Deen noemt zijn naam niet, laat weten: 'Deze Tour was voor jou. Je moet volgend jaar terugkomen om het af te maken.'

Zie je nu wel, lijkt Rasmussen te willen zeggen. Hij kijkt er niet eens triomfantelijk bij. Daarvoor is hij te gedreven bezig met het halen van zijn gelijk, in zijn vrijstaande huis dat uitkijkt boven de stad Lazise.

Vierenhalf jaar lang vecht hij vanuit het Italiaanse noorden een oorlog uit met de Rabobank. Vandaag krijgt de strijd zo goed als zeker zijn beslag. Nog één keer zal hij de degens kruisen met de ploeg die hem naar eigen zeggen van zijn grootste droom als renner heeft beroofd.

Rasmussen zal aanwezig zijn, in het gerechtshof in Arnhem. En reken maar dat hij zijn tegenstanders recht in de ogen zal kijken. Rasmussen heeft niets te verliezen, vertelt hij in zijn tot werkkamer omgebouwde benedenverdieping. Zijn Mexicaanse vrouw en hun zoontje Milo vragen soms zijn aandacht.

De renner kon het moeilijk oneens zijn met de Utrechtse rechter die in juli 2008 bepaalde dat teamdirecteur Theo de Rooij hem nooit op staande voet had mogen ontslaan. Daarvoor wist de ploegleiding te goed wat hij uitspookte, zo luidde het vonnis.

Dat de 7,2 ton schadevergoeding nooit werd uitgekeerd, kwam door het hoger beroep waarop zowel bank als renner inzette. Rabobank was het oneens met de uitspraak, Rasmussen voelde zich karig bedeeld. Nog drie maandsalarissen heeft hij tegoed, rekent hij voor. Plus de startgelden van de criteriums waarvoor hij als Tour de Francewinnaar zou zijn uitgenodigd.

Genoegdoening is wat hem rest. Zijn levensproject, het winnen van de Tour, is hem in 2007 voorgoed ontnomen. Die glorie kan niemand Rasmussen meer teruggeven. 'Het dierbaarste is me afgepakt. Je kunt je niet voorstellen hoe dat voelt.'

De Tour winnen was een droombeeld dat hij sinds zijn kinderjaren meedroeg. Rasmussen sprak er al over over toen de Deense televisie hem interviewde na een mountainbikewedstrijd. Hij was toen 8 jaar.

Bij Rabobank kon hij daar niet over praten. 'Ik denk niet echt dat ze dromen daar. Ze doen dingen zoals ze die altijd hebben gedaan. Ze nemen geen grote beslissingen, door de koers bij de ballen te pakken.

Lastige jongen

'We hadden in de Tour van 2007 al flinke schade in het klassement kunnen veroorzaken in de zevende rit. Zo sterk waren we. In plaats daarvan zei Erik Breukink: we hoeven ons team niet meteen op te branden. Of ze iets goed vinden bij Rabo weet je niet, dat laten ze nooit blijken. Dus gaf ik vaak mijn mening maar.'

Dat hij een pain in the ass is geweest voor de leiding en het personeel, geeft Rasmussen grif toe. Eind 2002, net nadat hij ondanks zijn verdachte bloedwaarden door Rabobank van CSC werd overgenomen, kreeg hij zijn fiets voor het jaar erop in handen gedrukt bij een fotosessie. Rasmussen woog het ding en merkte doodleuk op dat de fiets 8 kilo te zwaar voor hem was.

Toen de leiding hem toebeet dat Dekker en Booger daarmee Touretappes hadden gewonnen, was Rasmussen niet onder de indruk. Dat kan best zijn, 'maar zij hoeven Lance Armstrong niet te verslaan'.

Y

Jaren later beschouwen velen hem als een fantast en een bedrieger. Maar de ambities waarmee Rasmussen zichzelf opzadelt in zijn leven, streept hij een voor een weg. In 1999 wordt hij voor het eerst wereldkampioen mountainbiken. Zes jaar later sleept hij in de Tour zijn eerste van twee bergtruien in de wacht. En op 25 juli 2007 weet hij 's ochtends al dat hij zijn magnum opus tot een goed einde zal gaan brengen.

De eigenlijke kopman van de ploeg, Denis Mentsjov, had hij al op waarde geklopt. 'Ik voelde me onverslaanbaar toen ik wakker werd. Ondanks alle hectiek in die Tour, waar ik door vijftien gendarmes naar de start werd gebracht. Ik kon me niet voorstellen dat iemand me naast de fiets zou kunnen verslaan. Want ik had de regels gevolgd. En volgens de regels was ik onaantastbaar.'

Met de gele trui vliegt hij 's avonds vanaf de Aubisque per helikopter naar het hotel. In plaats van champagne wacht De Rooij hem woedend op. Die vraagt hem of de woorden van Davide Cassani kloppen. De Italiaan heeft die dag op de tv vol bewondering verhaald over de keer dat hij de Deen in de regen zag trainen. Tegen de dopinginstanties zei Rasmussen dat hij die dag niet in Italië, maar in Mexico zou zijn.

Het was een leugen uit een reeks van vele - alleen kostte deze hem de Tourzege. Achteraf rekent Rasmussen het tot zijn grootste fouten dat hij Cassani nooit heeft verzocht te zwijgen over hun ontmoeting. Dan was hij in het geel naar Parijs gefietst. 'Ik had ook kunnen zeggen dat hij loog. Maar ik hou er niet van mensen ten onrechte van liegen te beschuldigen. Ook de Rabobankmensen niet.'

Toch is dat juist waarop zijn verdediging stoelt. Dat Rasmussen bewust zijn verblijfplaatsen verkeerd doorgaf aan de dopingcontroleurs staat vast. Maar de ploegleiding wist evengoed van al die leugens af, zoals de commissie-Vogelzang een paar maanden na de Tour al vaststelde.

Minstens zo opvallend waren de teleurgestelde reacties van de andere Raborenners nadat ze zonder kopman overbleven. Zij voelden zich geen van allen door hem bedrogen, zegt hij. 'Ik ben zelfs op de verjaardag van Boogerd geweest, na de Tour. Ik heb niemand bedrogen. Ik ben bedrogen. Door de bank en nog meer door het teammanagement.'

Rasmussen schreef er een boek over, met een Deense professor sportwetenschappen. Het is een lijvig en technisch, maar uitvoerig gedocumenteerd betoog. Rasmussen ging zo vrij mogelijk om met de regels en schoot er zelfs met groot gemak gaten in.

Het waarschuwingssysteem van de internationale wielrenunie bleek een chaos en bij Rabobank lieten ze de Deen begaan, op weg naar het allerhoogste. Hij deed wat er werd verwacht, zoals De Rooij onlangs in de Volkskrant zei. Het 'opzoeken van de randjes' moet muziek in de oren zijn geweest voor Rasmussen, een man van extremen.

Niets wees erop dat zijn whereabouts hem in de problemen konden brengen. Het onderwerp speelde in de ploeg geen enkele rol, ook omdat het doorgeven van verblijfplaatsen nog niet eens voor alle renners was ingevoerd. De Rooij gaf hem een boete van 10 duizend euro omdat hij nalatig was geweest tegenover de dopingcontroleurs. Maar de harmonie tussen renners en ploegleiding was onverminderd groot die Tour, zegt Rasmussen.

Krap drie weken later hield De Rooij de eer aan zichzelf en bleek het met de profcarrière van Rasmussen gedaan. De rest bij Rabobank kwam er genadig vanaf, ook na het onderzoek van de zelfbenoemde commissie-Vogelzang.

300 miljoen euro

Verbazen doet het hem niet. Waarom Rabo amper schade opliep? 'Geld', antwoordt hij. 'Rabobank is de grootste sponsor van het wielrennen de laatste twintig jaar. In 2013 hebben ze meer dan 300 miljoen euro in de sport gestopt. Het wielrennen kan gemakkelijk zonder mij, maar niet zonder 300 miljoen euro.'

Er waren er meer die de dopingregels bij Rabobank vrijelijk interpreteerden, suggereert hij. 'Ik was geen specifiek geval. Wat anderen deden, weet ik niet. Ik weet alleen wat ik deed en wat niet.'

Het ontlopen van dopingcontroleurs kan maar door een motief zijn ingegeven. Toch heeft Rasmussen nooit toegegeven dat hij prestatiebevorderende middelen nam. Hij gaf juist een aantal van zijn bloedwaarden uit de Tour van 2007 vrij, al was het effect daarvan averechts.

Een door de Volkskrant geraadpleegde dopingexpert kan na bestudering van de cijfers slechts een conclusie trekken: Rasmussen moet tijdens de Tour ziek zijn geworden, of hij bediende zich in de ronde van doping. Het eerste is onmogelijk voor iemand die tijdens de ronde opzichtig beter was dan de rest.

Vorig jaar, vlak voor de Tour, gaf Rasmussen een opmerkelijk interview aan de Deense tv. Bijna bereikte hij het moment waarop hij dopinggebruik leek op te biechten. Maar alleen voor de goede verstaander.

Driekwart jaar later staat hij nog steeds achter dat standpunt. Wat hij ons toen wilde vertellen? 'Dat ik mijn rivalen nooit heb bedrogen', zegt hij. Wie dat zijn, mag eenieder voor zich bepalen. 'Ik denk dat het erg moeilijk zal zijn voor Contador, Valverde, Vinokoerov en ga zo maar door, om mij ervan te beschuldigen dat ik hen zou hebben belazerd.'

Waarom? 'Omdat zij allemaal positief op doping zijn bevonden. En ik niet.' Wat hij daarmee wil zeggen? 'Het zegt wat het zegt. Dat ik mijn rivalen niet heb bedrogen.'

Deed hij dan misschien hetzelfde als zij? 'Nee. Want ik ben nooit positief bevonden. En zij wel.'

Y

Met grote moeite slaagde Rasmussen er na een twee jaar durende schorsing in een nieuwe ploeg te vinden. Een Deense horlogemaakster bood hem een functie als renner/ploegleider aan bij het bescheiden Christina Watches.

Van de ploeg hoeven alleen hijzelf en de eveneens voor doping geschorste Stefan Schumacher hun locaties te melden. Waar de andere renners zich bevinden, interesseert Rasmussen niet. 'Het maakt me geen zak uit. Omdat ik weet wat voor ellende het is om die whereabouts door te geven. En omdat je je renners maar op een moment nodig hebt: in de wedstrijd.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden