Volkskrant-onderzoek

Het dienstwapen dat daar nooit had mogen zijn

In september 2019 schiet de getraumatiseerde agent Wendell Cardoze zijn vrouw, twee dochtertjes en zichzelf dood met zijn dienstwapen. Nabestaande Margarita Gressmann weet twee jaar later nog steeds niet hoe het kon dat niemand ingreep toen haar schoonzoon afgleed.

Dochter Nicolle met politiepet. Beeld Eddo Hartmann
Dochter Nicolle met politiepet.Beeld Eddo Hartmann

Op een maandagavond in september 2019 opent politieman Wendell Cardoze (35) de deur van de wapenkluis in het politiebureau in Dordrecht en pakt hij zijn dienstwapen, een zwarte Walther P99 met vijftien kogels.

Het zijn handelingen die hij duizenden keren heeft uitgevoerd, hij weet precies hoe hij te werk moet gaan. Maar Wendell hoort hier niet te zijn vanavond; zijn diensttijd zit er al een uur op.

Wendell is een politieman met ptss. De laatste weken gaat het steeds slechter met hem. Ten minste een van zijn collega’s weet ervan, toch kan hij ongehinderd bij zijn wapen komen.

Politiebureau Vissersdijk in Dordrecht is al bijna verlaten. Een agent op weg naar haar avonddienst deed de poort voor Wendell open en twijfelde of hij wel een collega was; hij zag er zo onverzorgd uit. Zijn spijkerbroek was te lang en hij liep op te grote badslippers. Op de binnenplaats van het politiebureau bleef ze achter hem lopen. Pas toen hij met een pasje de schuifdeuren opende, was ze gerustgesteld.

Om de hoek van de wapenkluizen bleef de agent luisteren, net zo lang tot ze de vertrouwde klik van de deur hoorde. ‘Kennelijk was het plaatje toen voor mij compleet’, zou ze later verklaren in het onderzoek dat de rijksrecherche naar de zaak doet.

Het is 9 september 2019, één minuut voor 6, als de kluisdeur opengaat. Over een halfuur zal er voorgoed een einde komen aan de ptss van politieman Wendell Cardoze. En aan de levens van zijn vrouw en twee jonge dochters.

Antwoorden

Op de bank van de kleine, donkere eengezinswoning praat zijn schoonmoeder Margarita Gressmann bijna twee jaar later met de Volkskrant over wat zich afspeelde in deze doorsneestraat in Dordrecht.

Ze laat een filmpje zien van haar twee kleindochters Nicolle en Naiomy. Nicolle is een rank, rustig meisje van 12 met een mooie, zwarte bos krullen en een brilletje. Naiomy is een grappig, slim meisje van 8 dat alles durft. ‘Góédemorgen oma’, roepen ze terwijl ze in de camera van de telefoon kijken. Ze lachen.

Bijna alles in huis ligt er nu nog. De knutselspullen van de kinderen. De boeken van Peter R. de Vries. Het lieve briefje dat Wendell ooit schreef voor zijn oudste dochter.

De bureaustoel waarop Naiomy werd gevonden.

Een schilderijtje van het dienstpistool. Beeld Eddo Hartmann
Een schilderijtje van het dienstpistool.Beeld Eddo Hartmann

Margarita haalt een bontgekleurd schilderijtje van de muur. Op het canvas staat een pistool, geschilderd door Naiomy. Ze was 5 of 6 toen ze het maakte, en zo trots op haar vader. ‘Mijn papa draagt geen uniform, maar wel gewone kleren’, zei ze tegen haar oma, ‘dan kan hij beter boeven vangen.’

Deze week deed Margarita Gressmann aangifte tegen de Nederlandse staat, de politie en het Rotterdamse politiekorps wegens dood door schuld. De staat en de politie hebben volgens haar nalatig gehandeld door Wendell buiten diensttijd over zijn dienstwapen te laten beschikken, ‘wetende dat hij voldeed aan een waslijst van kenmerken die een groot risico op onder meer suïcide en moord met zich mee konden brengen’.

Twee jaar na die ene dag in 2019 zit Margarita nog steeds met veel vragen. Hebben collega’s iets aan Wendell gezien? Trok iemand aan de bel over zijn toestand? Is er met hem gepraat over het innemen van zijn wapen? Wat wist zijn leidinggevende?

Hierop zijn nog altijd geen antwoorden en het is de vraag of die er ooit zullen komen. De politie wil niet inhoudelijk reageren, ook niet op vragen van de Volkskrant. Onderzoeken zijn niet uitgevoerd of niet openbaar. Direct betrokkenen geven aan ‘geen behoefte’ te voelen om te praten.

Margarita heeft nog maar één doel in haar leven: zorgen dat deze geschiedenis zich nooit meer herhaalt, dat geen politieman met zijn dienstpistool zo veel leed kan veroorzaken.

Margarita Gressmann met een foto van haar overleden dochter Maryori op de voorgrond. Beeld Eddo Hartmann
Margarita Gressmann met een foto van haar overleden dochter Maryori op de voorgrond.Beeld Eddo Hartmann

Verstrikt

Op weg naar huis in zijn zwarte Ford rijdt Wendell die avond hard. Veel harder dan normaal. Hij kijkt strak voor zich uit, ziet een buurvrouw.

Hij is 35, klein en breed, en geboren op Aruba. Naast zijn gewone politiewerk gaat hij undercover: als ‘pseudokoper’ moet hij drugs of gestolen spullen kopen van criminelen. Eens in de drie weken heeft hij zo’n klus. Hij werkt ‘onder dekmantel’, een bestaan onder grote druk.

In 2009 stapte Wendell van het Arubaanse korps over naar de politie in Dordrecht. Met zijn vrouw Maryori, haar zus, zijn schoonmoeder Margarita en hun oudste dochter verhuisde hij naar Nederland, waar ze met zijn vijven in een piepklein huurhuis trokken.

Hij is gedreven, zal een collega over hem verklaren bij de rijksrecherche, die later een onderzoek instelt. Een politieman in hart en nieren. Aanvankelijk werkt hij in de noodhulp én in het arrestatieteam, gespecialiseerd in levensbedreigende en complexe situaties. Een collega beschrijft in een boekje ter gelegenheid van de overstap naar een ander team hoe Wendell zich wilde bewijzen tijdens hun eerste arrestatie samen: ‘Je stapte uit, liep op ’m af en knutselde wat met zijn armpjes. In no time lag-ie in de boeien. En je zei: ‘Zo doen we dat met fuckers.’’

Als politieman is Wendell nooit bang om in te grijpen. ‘Luister’, zegt hij tegen verdachten die zich verzetten, ‘ik ben klein, maar ik kan vervelend zijn.’ Sommige arrestanten eindigen met een gebroken neus of een bebloed gezicht. Zijn collega’s werken graag met hem. Wendell lacht altijd, maakt veel grappen. En hij klaagt bijna nooit.

Rond 2012 is Wendell als politieman meermaals betrokken bij traumatiserende reanimaties. Hij praat er nauwelijks over. Hij vindt dat hij hier tegen moet kunnen: het is zijn werk. Alleen aan zijn beste vriend vertelt hij er iets over. ‘Je ziet het veertig keer’, zegt hij tegen hem, ‘maar die ene keer breek je.’

In de jaren daarna gaat het mis. Wendell slaapt steeds slechter, heeft nachtmerries en herbelevingen. Een deskundige stelt vast dat hij lijdt aan een posttraumatische stressstoornis (ptss). Hij krijgt daarvoor therapie, al blijft in het rijksrechercheonderzoek onduidelijk hoe hij wordt behandeld en of dit binnen de politie plaatsvindt. Een tijdlang zit hij thuis, totdat hij wordt overgeplaatst naar een team zonder nachtdiensten.

Maar de klachten blijven.

Eenzaam vecht hij tegen zijn angsten, waarin hij steeds verder verstrikt raakt. Hij verwaarloost zichzelf en zijn gezin en begint te gamen. Hij krijgt een conflict met zijn chef. ‘Er zijn hem beloften gedaan die niet werden nagekomen’, verklaart een collega die zich zijn ‘politievader’ noemt, tegenover de rijksrecherche. ‘Wendell heeft veel werk als brigadier gedaan, maar hij werd niet als zodanig beloond. Er was altijd wel iets om zijn toelage niet toe te kennen.’ Een vriend zegt tegen de Volkskrant dat hij de indruk heeft dat Wendell regelmatig veel te veel uren werkt.

Het gaat zo slecht met Wendell dat hij in 2018 zelfs denkt aan zelfdoding, blijkt uit een dagboek van zijn vrouw Maryori. Eén keer staat hij wanhopig langs het spoor. En op een dag staat hij met een touw in de kamer van de kinderen. Met Maryori maakt hij steeds meer ruzie. Dan zegt ze in de zomer van 2019 dat ze van hem wil scheiden. Een enorme klap, want hij wil bij haar blijven.

Vlak daarna laat Wendell toch aan de buitenwereld merken dat het niet meer gaat. Aan een buurman vertelt hij over zijn nachtmerries en zegt hij dat hij graag een hulphond wil voor zijn ptss. Op een barbecue barst hij tegenover de buurvrouw in huilen uit als ze hem feliciteert met zijn verjaardag. In die tijd wordt hij opnieuw verwezen voor psychotherapie.

Aan een vriend vertelt Maryori wat Wendell in die tijd tegen haar zegt: ‘Als je vreemdgaat, schiet ik je dood.’ Ze lacht erbij. Ze neemt het niet serieus. Wendell is een familieman, zoiets zou hij nooit doen.

Angst en schaamte

Agenten die een eind aan hun leven maken, doen dat vaak om meerdere redenen. Onderzoekers van het Arq Nationaal Psychotrauma Centrum, een wetenschappelijk instituut dat zich richt op psychische trauma’s bij onder meer politiemensen en militairen, bekeken de motieven bij 29 zelfdodingen tussen 2011 en 2016 door medewerkers van politie en marechaussee. In bijna alle gevallen waren het mannen. Meer dan de helft was ouder dan 50 jaar. Dertien werkten er langer dan dertig jaar.

Vaak voelden ze zich sterk verbonden met hun werk en trokken ze veel zaken naar zich toe, terwijl hun werkgever hen niet afremde maar dat juist ‘als iets positiefs zag’. Hun ‘kerntrauma’ had bij 90 procent te maken met risicovolle of ingrijpende situaties op het werk: lijkvindingen, reanimaties, schietincidenten, aanvallen. Vaak konden ze daar lange tijd goed mee omgaan en ontstonden problemen pas als ze dit meemaakten ‘in combinatie met werkstress, een gebrek aan ondersteuning of erkenning vanuit de organisatie, of privéproblemen’.

‘Politiemedewerkers zijn niet of minder geneigd hulp te zoeken of te accepteren uit schaamte en uit angst om als zwak te worden gezien’, aldus het rapport. Bovendien waren veel agenten die een eind aan hun leven maakten perfectionistisch en zagen ‘afgaan’ als iets wat ze nooit meer te boven zouden komen. Hun omgeving had vaak nauwelijks door dat ze zo weinig van hen wisten: de agenten waren naar collega’s toe vaak hulpvaardig en sociaal.

‘De optelsom is er bij zo iemand dan al langere tijd’, zegt politiewetenschapper Jaap Timmer aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, die onderzoek deed naar zelfdodingen bij de politie. ‘De trigger is dan vaak een ingrijpende gebeurtenis in iemands leven. Soms heeft dat met werk te maken, bijvoorbeeld omdat iemand buiten functie wordt gesteld of er een onderzoek naar hem loopt. Maar het kan zeker ook iets in de privésfeer zijn, bijvoorbeeld een moeder die overlijdt of een partner die zegt: ik ga ervandoor.’

Nicolle en Naiomy. Beeld Eddo Hartmann
Nicolle en Naiomy.Beeld Eddo Hartmann

Afstand

Als Wendell in zijn auto thuiskomt, ziet hij zijn oudste dochter Nicolle in het raam van de buren zitten. Hij wenkt haar, maar ze lacht een beetje brutaal. Ze wil niet. Even later zegt ze tegen de buurvrouw dat ze weg moet. ‘Papa heeft gebeld’, zegt ze. ‘Hij wil me spreken.’

Maryori is die avond haar koffers aan het pakken. De slaapkamer ligt bezaaid met kleren. Al de hele avond probeert Wendell zijn beste vriend Peter (niet zijn echte naam) te bellen. Hij weet dat Peter de laatste tijd veel contact heeft met zijn vrouw. Pas om 18.15 uur neemt zijn vriend eindelijk op.

‘Is er iets wat je me moet vertellen?’, vraagt Wendell. Hij klinkt verdrietig. Leeg. Maar ook rustig.

‘Ik weet niet wat ik zou moeten vertellen’, zegt Peter.

Wendell zegt dat hij in de telefoon van Maryori heeft gekeken en dat hij denkt dat ze een relatie hebben. ‘Gast’, zegt hij, ‘we zijn nog niet gescheiden. Ik had je gezegd dat je afstand moest houden.’ De vriend hoort Maryori op de achtergrond roepen. ‘Wie is dat?’, vraagt ze. ‘Wat is er?’

Dan wordt de verbinding verbroken.

Aandacht

Ergens is het paradoxaal, zegt politiewetenschapper Timmer. ‘De kern van politiewerk is mensen helpen. Politiemensen weten vaak dondersgoed wie er allemaal op straat rondzwerven. Maar hoe goed kennen ze hun eigen collega’s?’

Volgens voorzitter Jan Struijs van de Politiebond weten politiemensen door de nieuwe roostering, waardoor er steeds minder in vaste koppels wordt gewerkt, minder goed van elkaar of er iets speelt. ‘Op een politiebureau in Amsterdam zag ik hoe twee agenten zich aan elkaar voorstelden toen ze de avonddienst ingingen. Dan kun je moeilijk verwachten dat politiemensen van elkaar weten hoe het met ze gaat.’

Sinds een paar jaar heeft de politie meer aandacht voor medewerkers met psychische problemen. Zo zijn sinds 2015 rond de honderd suïcidepreventietrainingen gegeven en zijn er nu geestelijk verzorgers bij alle eenheden. ‘We trainen teamchefs om op gedragsveranderingen te letten en het gesprek aan te gaan’, zegt korpspsycholoog Tineke van der Gulik. ‘En om te letten op uitspraken die mensen tussen neus en lippen door doen. Kleine zinnetjes als: voor mij hoeft het niet meer. Als iemand een incident meemaakt, zoals een dode tijdens zijn dienst, dan wordt hij gelijk gebeld door het team collegiale opvang met de vraag: hoe gaat het, heb je behoefte aan een gesprek? Als zij merken dat het niet goed gaat, wordt contact gelegd met de hulpverlening.’

‘Op papier is het goed geregeld’, werpt advocaat Pieter van Hecke, die veel politiemensen met ptss bijstaat, tegen, ‘maar in de praktijk zie ik weinig verbetering. Ik krijg nog net zo veel aanmeldingen als een paar jaar geleden. Aan iedereen vraag ik hoe er met hen is omgegaan. Als agenten na een ingrijpende situatie op het bureau komen, krijgen ze vaak te horen: goh, dat was heftig, hè? Daarna wordt er gezegd: joh, als het niet goed gaat, laat het me dan weten. Dat is dan de zorg. Ik heb meerdere cliënten gehad die op het punt stonden suïcide te plegen.’

‘Het is nog wel heel lean and mean allemaal’, zegt ook Timmer. ‘Bij defensie werken minder mensen dan bij de politie, maar daar zijn er 140 geestelijk verzorgers. Bij de politie is dat een handvol. Het is nog in opbouw.’ Struijs: ‘De eerste dagen na een incident is er vaak best goede begeleiding voor de betrokken agenten. Dat zagen we na de rellen in Eindhoven en Rotterdam. Maar het gaat juist ook om de lange termijn.’

Onverdraaglijk

Zes minuten na het vreemde telefoontje krijgt Peter een appje van Wendell. Het is een foto van Wendells oudste dochter Nicolle, liggend op de donkere keukenvloer. Uit haar oor loopt bloed. Verbijsterd staart Peter naar het beeld. Even weet hij niet wat hij ziet.

Meteen volgt een tweede bericht. De jongste dochter, Naiomy. In een onnatuurlijke houding hangt ze in de zwarte bureaustoel. De koptelefoon waarmee ze muziek luisterde zit nog op haar hoofd.

De beelden zijn onverdraaglijk. Peter heeft de meisjes zo vaak ontmoet, hij is dol op ze. In shock verwijdert hij de foto’s.

Hij rent naar zijn collega met wie hij op dat moment aan het werk is. ‘Wendell is doorgedraaid’, schreeuwt hij. Zijn gedachten buitelen over elkaar heen. Hoe kan dit? Is hij nog meer van plan? Hij belt 112. Ook probeert hij Wendell terug te bellen. Die neemt dan al niet meer op.

Dienstwapen

Het dienstwapen is het meest gebruikte middel bij zelfdoding onder agenten: bijna de helft van de politiemensen die zichzelf doden doet dat met het eigen dienstwapen. Van alle zelfdodingen wordt slechts in 4 procent van de gevallen een vuurwapen gebruikt.

Van mensen met plannen om zichzelf te doden wordt vaak gedacht dat ze het tóch wel zullen doen. Een misvatting. Neem je het gewenste middel – touw, trein, pillen, wapen – weg, dan daalt de kans op suïcide, blijkt uit onderzoek. Dat politiemensen gemakkelijk toegang hebben tot een wapen, is daarom een risico. En vuurwapens zijn vrijwel zeker dodelijk.

Bovendien maken sommige agenten ook andere slachtoffers. Zo vermoordde een politieagent in Hilversum in 2005 zijn vrouw en zijn drie zoontjes van 3, 6 en 8 jaar. In 2006 schoot een politieagent in Ermelo zijn 46-jarige vrouw dood. In 2008 vermoordde een politieagent haar 28-jarige ex-partner. Drie jaar later doodde een politieagent een 18-jarige kassamedewerker. In 2012 doodde een politieagent een 50-jarige man en zijn vriendin. In 2020 vermoordde een politieagent in Everdingen zijn 40-jarige vrouw.

Binnen de Nederlandse politie bestonden geen uniforme regels voor het innemen van wapens bij agenten met ernstige psychische problemen. Elk onderdeel deed iets anders. Sterker nog: ‘Er lijkt losjes met de wapens te worden omgesprongen’, staat in het Arq-rapport over suïcides. ‘Dit werd in het onderzoek pijnlijk duidelijk, doordat meerdere mensen die zich suïcideerden tegen de regels in over een vuurwapen konden beschikken.’

Duidelijke richtlijnen zijn voor leidinggevenden een steun in de rug: het innemen van dienstwapens ligt namelijk erg gevoelig bij de politie, weet Timmer. ‘Agenten ervaren het soms als een vernedering. Ik vind het juist een daad van liefde als je op die manier iemand tegen zichzelf beschermt. Liever een keer te veel ingenomen dan te weinig.’

‘Ik vond het als politiechef moeilijk om te doen’, erkent Jan Struijs van de Politiebond. ‘Zo’n maatregel kleunt er namelijk wel in: je mag de straat niet meer op, ze pakken het werk af waar je goed in bent. Ik deed het daarom alleen bij een medische indicatie en voerde het gesprek vaak met iemand van maatschappelijk werk erbij. Je moet zo’n zware maatregel goed kunnen onderbouwen.’

Timmer drukte het de politietop meermaals op het hart: maak politiemensen, en zeker leidinggevenden, alerter op signalen. ‘Ik noem dat het niet-pluisgevoel’, zegt hij. Als voorbeeld noemt hij de agent die Wendell Cardoze op slippers bij de wapenkluis zag. ‘Dat gevoel moet leidend zijn, zeker bij de hogeren in rang. Ga op je gevoel af. Ptss betekent niet automatisch dat je je wapen moet inleveren. Maar als je ziet dat het even niet lekker gaat met een collega, neem diegene apart en maak je twijfel kenbaar.’

‘Doordat politiemensen over een wapen kunnen beschikken’, zegt Timmer, ‘beschermen ze ons als samenleving. Dat is een enorme verantwoordelijkheid. Maar daardoor zijn we als samenleving ook verplicht politiemensen te beschermen wanneer zij dat nodig hebben.’

Toen hij zijn onderzoek naar suïcide deed, merkte Timmer hoe gevoelig zelfdoding binnen de politie ligt. ‘Meerdere mensen in de top en subtop van de politie vonden mijn onderzoek maar niks’, zegt hij. ‘Sommige commissarissen en hoofdcommissarissen zagen het als een beschadiging van de organisatie. Maar als een groot deel van alle suïcides van politiemensen met het dienstwapen wordt gepleegd, hoe kun je dan zeggen dat dit géén organisatorisch probleem is?’

Zowel in 2014 als in 2017 dringt Arq aan op eenduidige regels voor het innemen van wapens bij psychische problemen en ‘(toe)zicht op politiemensen die buiten diensttijd een wapen willen meenemen’. Hierop meldt toenmalig minister Stef Blok van Veiligheid en Justitie in 2017 dat de politie op dat moment bezig is met het opstellen van zulke richtlijnen. ‘Een serieus thema als suïcidaliteit mag geen taboe zijn voor politiemensen’, aldus Blok. De nieuwe regels zijn naar verwachting die zomer al af, meldt de minister.

Maar dat gebeurt niet.

Althans, na vragen van de Volkskrant levert de politie vier documenten die deze richtlijn zouden behelzen. In de documenten staat dat het dienstwapen kan worden ingenomen om ‘fysieke, mentale of morele redenen’. Er kan dan een ‘pauzeknop’ worden ingedrukt. Ook is er een ‘leidraad’ hoe politiechefs het gesprek over het innemen van een wapen moeten aanpakken.

Precieze voorwaarden en instructies ontbreken. Vanuit de politie klinkt begin 2021 opnieuw de roep hierom, staat in een document dat leidinggevenden moet ondersteunen bij het teruggeven van dienstwapens. ‘Recentelijk is er vanuit de operatiën (operationele chefs, red.) en de casemanagers ptss verzocht om een standaard werkwijze voor het innemen van dienstwapens wanneer politiemedewerkers ziek worden’, staat er. ‘Dit is om discussie en weerstand bij de betrokken politiemedewerker hierover te voorkomen.’

Paniek

Binnen een paar minuten staat de straat in Dordrecht vol met politieauto’s. Buren zien de paniek; de meeste agenten weten dat dit het huis van hun collega is. Een politieman probeert het slot open te flipperen als de buurvrouw hem aanspreekt.

‘Ram alsjeblieft die deur open’, zegt ze. ‘Het waren schoten die we hoorden.’

Agenten vallen de woning van hun collega binnen. ‘Wendell’, schreeuwen ze. ‘Politie!’ Er komt geen antwoord. Zodra ze het oudste meisje op de grond vinden, trekken ze hun wapens. Een van de agenten legt een jas over haar heen.

Even later lopen ze naar boven. Ze zien Wendell voor zijn bed, liggend op zijn knieën. Dood door zijn eigen dienstwapen. Meerdere agenten herkennen hun collega.

‘De vrouw leeft nog’, roept een agent vanuit de andere slaapkamer.

Maryori ligt op een wit vloerkleed met meerdere schotwonden in haar bovenlijf. Een vrouwelijke agent knielt bij haar. ‘Ik ben bij je’, zegt ze. ‘We gaan je helpen.’

‘Wat is er gebeurd?’, vraagt de agent. ‘Wie heeft je beschoten?’

‘Wendell’, zegt Maryori moeizaam. ‘De kinderen.’ Ze herhaalt zijn naam. Ook vraagt ze hoe het met haar dochters gaat.

‘Ik krijg geen adem’, zegt ze. Ze pakt de hand van de agent.

Die zegt dat ze haar adem moet sparen en blijft rustig tegen haar praten; ze probeert Maryori wakker te houden tot de ambulance komt. Iemand loopt naar beneden om te controleren of de meisjes echt zijn overleden. Maryori wordt afgevoerd naar het Erasmus MC.

Buiten op straat staan huilende agenten.

Verdoofd

Als Margarita Gressmann over de snelweg naar het Erasmus MC wordt geëscorteerd om haar dochter Maryori te zien, zit ze verdoofd in de politieauto. Ze heeft net gehoord dat haar twee kleindochters zijn overleden.

Ze wacht bijna twee uur terwijl de artsen vechten voor het leven van haar dochter. Als de traumachirurg samen met drie collega’s uit de operatiekamer komt, kijkt ze naar zijn gezicht. Eigenlijk weet ze het dan al.

De chirurg zegt dat ze Maryori op de operatietafel een paar keer hebben moeten reanimeren. Dat ze drie kogels in haar lichaam had, dat de bloedingen niet te stoppen waren.

Een paar uur later staart Margarita in een kamertje naar haar 27 jaar oude dochter die in witte doeken is gerold. Alleen haar gezicht is zichtbaar. Omdat de zaak in onderzoek is, mag ze haar niet aanraken.

null Beeld Eddo Hartmann
Beeld Eddo Hartmann

Cruciale vragen

Na het overlijden van Maryori, Nicolle, Naiomy en Wendell begint de rijksrecherche een onderzoek naar de motieven voor het ‘gezinsdrama’, zoals het in het rapport wordt genoemd.

Buren en vrienden worden ondervraagd over de huwelijksproblemen van de twee. Maar andere cruciale vragen worden nooit gesteld.

Hoe liep Wendell ptss op? Hoe werd hij begeleid bij de politie? Stond hij onder druk om weer te gaan werken? Waarom werd hij ondanks zijn ziekte ingezet als undercoveragent? Waarom was er geen controle bij de wapenkluis? Zijn directe leidinggevende, met wie hij een conflict zou hebben, wordt niet ondervraagd.

Slechts een enkele keer vragen de onderzoekers in het vuistdikke dossier direct naar ptss. Zo willen ze weten of ‘het feit dat Wendell Cardoze onder behandeling was voor ptss een belemmering was voor zijn werkzaamheden’.

‘Nee’, zegt zijn begeleider bij het undercoverteam, ‘dat was geen belemmering.’ En daar blijft het bij.

Opvallend: aanvankelijk is de opdracht van de rijksrecherche óók om uit te zoeken of de politie ‘goed werkgeverschap’ heeft betracht, ‘in relatie met het feit dat Wendell Cardoze de beschikking had over zijn dienstvuurwapen’. Met andere woorden: heeft de politie goed genoeg voor hem gezorgd?

Maar het onderzoek wordt nooit uitgevoerd.

Het managementteam besluit dat deze vraag ‘niet valt onder de werkzaamheden van de rijksrecherche’. De kwestie wordt doorgeschoven naar de Inspectie Justitie en Veiligheid. Maar ook zij voert dit onderzoek nooit uit, blijkt bij navraag van de Volkskrant. Volgens de inspectie behoort deze vraag ‘niet tot ons primaire werkproces’. De rijksrecherche zegt hier op zijn beurt ‘verbaasd’ over te zijn.

De inspectie voert op verzoek van Margarita Gressmann wel een onderzoek uit naar de vraag of de regels voor wapenbezit zijn gevolgd. Margarita en haar advocaat Ruth Jager krijgen de conclusies alleen mondeling te horen. ‘De inspectie zei dat het onderzoek gezien de ernst van de zaak niet op papier is gezet’, zegt Jager, ‘want dan zou het in de openbaarheid kunnen komen en zouden er Kamervragen kunnen worden gesteld.’ De advocaat zet hier grote vraagtekens bij.

Tijdens het gesprek met de inspectie horen ze dat Wendell ‘in zijn vrije tijd over zijn dienstwapen mocht beschikken, ondanks zijn ptss’, zegt Jager. ‘Volgens de inspecteur waren er geen fouten gemaakt en mag elke agent die bevoegd en bekwaam is om een vuurwapen te dragen dit in zijn vrije tijd mee naar huis nemen. Of de betreffende agent ook psychisch geschikt is, is volgens de huidige regelgeving niet van belang, kregen we te horen. Daar wordt niet op getoetst.’

Radeloos

Sinds die septemberdag in 2019 slaapt Margarita maar een paar uur per nacht. Ze heeft angstaanvallen en hyperventilatie. Elke nacht droomt ze dat ze haar dochter waarschuwt, maar dat die haar niet hoort. In haar huis durft ze alleen nog op de bank te slapen. Bij elke sirene voelt ze paniek. Bij de huisarts heeft ze een euthanasieverzoek gedaan. ‘Dan kan ik bij mijn kleinkinderen zijn’, zegt ze. De huisarts heeft gezegd dat dat niet zomaar kan.

‘Voor mij voelt het nog steeds alsof het gisteren is gebeurd’, zegt Margarita.

Van de politie heeft ze nadien weinig vernomen, vertelt haar advocaat. Wel heeft ze een condoleanceboekje ontvangen dat vol staat met lieve reacties van collega’s. ‘Ondanks het dubbele gevoel hoop ik dat Wendell herinnerd wordt zoals hij was voordat hij tot deze verschrikkelijke daad kwam’, schrijft een agent.

Ze heeft Wendell gehaat in het begin. Natuurlijk. Maar sinds een tijd realiseert Margarita zich dat dit niet alleen zíjn fout was. ‘Ze hadden hem moeten helpen’, zegt ze. ‘Hij was radeloos. Hij zou alles gaan verliezen: zijn vrouw, zijn kinderen, zijn werk. Hij wilde perfect zijn, maar dat lukte niet. Ik heb hem altijd beschouwd als mijn eigen kind. En ik hou nog steeds van hem.’

Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 of 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op 113.nl

Heeft u tips of meer informatie over het gebruik van dienstwapens bij de politie? Mail naar tips@volkskrant.nl

Verantwoording

Dit verhaal is gebaseerd op het rapport van de rijksrecherche, andere documenten en gesprekken met Margarita Gressmann en diverse nauw betrokkenen die anoniem willen blijven.

De politie wil ondanks herhaaldelijke verzoeken niet inhoudelijk ingaan op de zaak, net als de rijksrecherche en de Inspectie Justitie en Veiligheid. De Volkskrant deed een verzoek om met collega’s van Wendell te praten, maar deze hadden hier volgens de politie geen behoefte aan, ‘omdat zij in de verwerking van deze verschrikkelijke gebeurtenissen dit nu een plek hebben kunnen geven’.

Instituut Arq, dat in opdracht van de politie onderzoek doet naar politiesuïcides, weigert vragen te beantwoorden en verwijst voor alle antwoorden door naar de politie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden