Reportage D-day

Het D-day-museum bij Omaha Beach trekt dit jubileumjaar nog meer mensen dan normaal: ‘Het is net alchemie. We hebben lood in goud veranderd’

In Vierville-sur-Mer drijft de familie Brissard het D-day-museum nabij de heilige grond van Omaha Beach. Twee decennia geleden was dit uitgestorven gebied, nu komen zelfs Chinezen voor een D-day-trip. Met dank aan opa Brissard.

Antoine Brissard nam na het overlijden van zijn vader het ­museum over. Beeld Joris van Gennip

Het zijn drukke dagen voor de familie Brissard, uitbaters van het Musée D-day Omaha bij het Normandische kustplaatje Vierville-sur-Mer. Terwijl ­eigenaar Antoine hevig gesticulerend een kolossale legertruck met Britse toeristen helpt inparkeren, holt zijn broer Fabien met een bak gesneden frieten naar de frituurkraam. ‘Dit is het laatste dat we hebben, alles is op.’

Het Musée D-day Omaha is het levenswerk van Michel Brissard. Beeld Joris Van Gennip

Het is altijd druk rond 6 juni, maar dit jubileumjaar spant de kroon. In 1944 landden de geallieerden troepen hier aan de kust. 75 jaar later leeft D-day – de Fransen zeggen ‘le Jour J’ – als nooit tevoren. Militaire jeeps met kentekens uit zo’n beetje heel Europa rijden af en aan, net zolang tot het parkeerterrein vol is en zich op de toegangsweg een lange file vormt.

Twintig jaar geleden was dit een nietszeggend stuk boerenland, vertelt Antoine Brissard, een energieke en jongensachtige man van 37. Zijn vader ­Michel kocht het in 1989 voor een habbekrats en liet een nabijgelegen Amerikaans militair veldhospitaal naar het terrein verplaatsen. Zo vond de ‘collection Brissard’ – de duizelingwekkende privécollectie van militaire objecten die Michel vanaf zijn kinderjaren had verzameld – een nieuw thuis, op enkele honderden meters van Omaha Beach, het strand waar op 6 juni 1944 meer dan drieduizend soldaten de dood vonden.

Omaha Beach, op dinsdag 6 juni 1944 landden hier ruim 34 duizend Amerikaanse militairen. De invasie verliep zo stroef dat het strand de bijnaam Bloody Omaha kreeg. Beeld Joris Van Gennip

Michel Brissard werd in 1945 geboren in Normandië. De landerijen, stranden, bossen en riviertjes in die streek lagen bezaaid met spullen die Duitse en geallieerde soldaten kort voor ­Michels geboorte hadden achtergelaten. Net als veel leeftijdsgenootjes raakte Michel in de ban van het zoeken naar die militaire artefacten. Dat was geen ongevaarlijke hobby: het barstte in de regio van de wapens. Om de zoveel tijd ging ergens een landmijn af.

Al snel vergaarde Michel een omvangrijke verzameling. Dat ging eenvoudig. Met een metaaldetector en een schep kwam je een heel eind, vertelt Antoine. ‘Mijn vader en zijn vrienden hoorden bijvoorbeeld via via dat Duitse soldaten in een bepaalde boerderij hadden gebivakkeerd. Dan belden ze daar aan en vroegen ze of ze op het erf mochten zoeken. ‘Als jullie het maar netjes achterlaten’, zeiden de meeste mensen.’

De kick

In de eerste decennia na de oorlog hadden militaire objecten nauwelijks historische of symbolische waarden. Ze werden omgesmolten of meegegeven aan fanatieke verzamelaars als Michel. Voor hen was het spannend speelgoed. ‘Het ging om de kick van het vinden, en het vervolgens opknappen met een likje verf, of proberen het weer aan de praat te krijgen’, vertelt Antoine. Naarmate de jaren verstreken veranderde dat. De oorlog werd geschiedenis en de objecten die bij die oorlog hoorden, kregen historische waarde. Voor Michel werd het zijn levenswerk, een obsessie. Vraag zoon Antoine of zijn vader vaak over de oorlog praatte en hij begint te lachen. ‘Vaak? Mijn vader praatte alleen maar over de oorlog. Altijd.’ Toen Antoine 10 was scheidde zijn moeder van zijn vader. ‘Ze voelde dat ze op de tweede plek kwam. Mijn vader was getrouwd met de oorlog.’

Toen zijn vader in 2012 overleed, sprak het vanzelf dat Antoine het museum zou overnemen. Hij zegde er zijn baan als beroepsmilitair voor op. Een gemakkelijke keuze. ‘We hebben alle ingrediënten in huis. Een gerespecteerde collectie, die zo groot is dat we lang niet alles in het museum kwijt kunnen. En we zitten aan Omaha ­Beach, een symbolische plek die mensen ­wereldwijd roert. Als ik bedenk hoeveel dit terrein ondertussen waard is… het is net alchemie. We hebben lood in goud veranderd.’

Het lijkt alsof de Tweede Wereldoorlog naarmate de tijd verstrijkt steeds meer personen bezighoudt, zegt Antoine. 90 procent van de bezoekers van het museum komt uit het buitenland: Britten, Duitsers, Nederlanders, Amerikanen en sinds een aantal jaar steeds meer Chinezen en Indiërs. Niet alleen het museum profiteert daarvan. ‘Er zijn hier in de directe omgeving nu tal van hotels, vakantieappartementen en campings. Rond de eeuwwisseling was er nagenoeg niets. Deze hele streek is opgeleefd.’

Call of Duty

Het museum trekt veel schoolklassen. ‘Over sommige wapens weten scholieren meer dan ik’, vertelt ­museumgids Cécile Robert. ‘Die kennen ze van ­videogames als Call of Duty en Medal of Honor.’ Ook in trek is de Enigma, een Duitse elektromechanische codeermachine, waarmee versleutelde berichten werden verstuurd. Het ziet eruit als een gewone typemachine, maar sinds de film The Imitation Game over Alan Turing uitkwam, is het een van de populairste museumstukken.

Duitse militaria zijn bijzonder in trek. Beeld Joris Van Gennip

De markt voor historische militaire objecten is volgens Antoine geëxplodeerd. Duitse militaria zijn doorgaans het duurst. Omdat ze zeldzaam zijn, maar ook vanwege de nazi-symboliek. Op internet zijn verzamelaars – en dubieuze types – bereid enorme bedragen neer te leggen voor alles waar een hakenkruis op staat. Af en toe staat er ook een kapitaalkrachtige geïnteresseerde op de stoep. ‘Niet zolang geleden was hier iemand uit Qatar. Die deed een bod op onze Enigma.’ Antoine wil niet zeggen hoeveel de man bood. Wel dat de prijs voor een intacte Enigma tussen de 300- en 800 duizend euro ligt. En dat hij het bod niet heeft geaccepteerd. Liever vertelt hij hoe zijn vader aan de machine kwam. ‘Gevonden op een antiekmarkt, in de jaren negentig. Voor 50 franc, minder dan 10 euro.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden