Het Ctsv-drama: de reconstructie

Een levensechte soap met als inzet de macht over het toezicht op 80 miljard gulden. De ambities. De spelletjes. De onvermijdelijke tocht naar de heide....

EEN GURE WIND jaagt de regen over de hei, deze tweede week van januari 1995. Kilte bekruipt ook de gasten van hotel Klein Zwitserland aan de rand van het Veluwedorp Heelsum. Vol verwachting zijn Nico van Veen, Dick Hermans, Rein van Kooij, Hans Sureveen en Hans de Jonge in hun nieuwe functie als topmanagers van het College van Toezicht Sociale Verzekeringen naar de heide afgereisd. Maar de kennismaking met het nieuwe bestuur van het Ctsv wordt een koude douche.

Gebonk en getimmer, de bijgeluiden van de verbouwingsactiviteiten in Klein Zwitserland, vormen een toepasselijke achtergrond. De nieuwe bestuursleden Dian van Leeuwen, Gerrit Jan van Otterloo en Martin van Rooijen kondigen de Ctsv-directie de aanzet tot een zoveelste reorganisatie aan.

De organisatie is dan nog nauwelijks bekomen van twee ronden van formatiereducties. In twee jaar tijd zijn er van de 340 banen 120 geschrapt of overgeheveld. Tussen Kerst en Oudjaar eist de ombouw van de Sociale-Verzekeringsraad tot Ctsv nog 25 slachtoffers.

En daarvoor al, vanaf 1986, trokken stoeten interim-managers en organisatie-goeroes langs om de organisatie aan het Zoetermeerse Bredewater door te lichten, te herstructureren of flipovers vol zelfkritiek te laten schrijven ter wille van een cultuuromslag. Aanvankelijk op initiatief van het personeel, dat ontevreden was met het management bij de SVr, later onder druk van de Rekenkamer, de bezuinigingsronden van de kabinetten-Lubbers en de parlementaire enquête onder leiding van PvdA-kamerlid Flip Buurmeijer. Al dat gewroet in de organisatie brengt frustraties met zich mee. Tegen de tijd dat de onderzoekers hun bevindingen publiceren, zijn ze voor het gevoel van het personeel achterhaald.

Per 1 januari 1995 huist niet meer de SVr, maar het Ctsv in het Zoetermeerse kantoor. De taak bleef dezelfde: toezicht houden op de instellingen die de sociale zekerheid uitvoeren. Toch heeft zich een revolutie voltrokken.

De oude SVr werd bestuurd door dezelfde werkgevers- en werknemersorganisaties die de uitvoeringsorganisaties leidden. Zo werd het wel erg eenvoudig de sociale zekerheid als smeerolie voor de arbeidsmarkt te gebruiken, wees in 1993 de enquête-Buurmeijer uit. Daarom besloten kabinet en Kamer het toezicht in onafhankelijke handen te geven. De oud-politici Van Leeuwen, Van Otterloo en Van Rooijen traden aan om het Ctsv te besturen onder ministeriële verantwoordelijkheid.

Een voorproefje van wat dit gaat betekenen heeft de SVr-directie al gekregen. In 1992, als de commissie-Buurmeijer aan de gang gaat, maakt een delegatie van vier man een rondje langs de woordvoerders Sociale Zaken in de Tweede Kamer. De directie wil uitleggen wat er is veranderd bij de SVr.

Zo aardig als de gesprekken zijn met Pieter Jan Biesheuvel (CDA), Frans Leijnse (PvdA) en Arthie Schimmel (D66), zo stroef verloopt de kennismaking met de tegenwoordige staatssecretaris van Sociale Zaken, Robin Linschoten (VVD). Terug op het Zoetermeerse kantoor doen de SVr-directeuren teleurgesteld verslag van hun ervaringen. Linschoten hoorde hen tien minuten verveeld aan. Daarna werden de directeuren als schooljongens op de gang gezet. Zijn mening over de SVr stond namelijk al vast.

Dat die niet erg positief is, wordt drie jaar later bevestigd op de Heelsumse heide. De directieleden voelen zich behandeld als pionnen van de SVr door Linschotens partijgenote Van Leeuwen, oud-PvdA-kamerlid Van Otterloo en oud-CDA-staatssecretaris Van Rooijen.

Nu, in een terugblik op de afgelopen anderhalf jaar, zijn personeel en bestuur van het Ctsv het over één ding eens: vanaf de eerste dag hangt er een sfeer van wantrouwen. De ondernemingsraad van het Ctsv schrijft in een zwartboek dat in februari 1996 verschijnt: 'Vanaf het begin bepaalde wantrouwen de houding van het bestuur. Terwijl de organisatie uitkeek naar een onafhankelijk bestuur.'

Het personeel klaagt al langer over gebrek aan samenhang in de organisatie. Het zou een uitvloeisel zijn van de struisvogelpolitiek van het SVr-bestuur, dat uitwisseling van kennis en gegevens min of meer had verboden.

Andersom noteren de Ctsv-bestuursleden dat er 'weinig benefit of the doubt' was bij de organisatie. 'Integendeel, er was vanaf de eerste dag wantrouwen.' Exemplarisch vinden zij de wijze waarop de verdeling van de taken tussen het nieuwe bestuur en de directie verloopt.

Om de organisatie goed voorbereid van start te laten gaan, heeft algemeen directeur Nico van Veen in de laatste maanden van 1994 een Dossier Nieuw Bestuur samengesteld. SVr-voorzitter Wil Fase vraagt zich af of het wel verstandig is de nieuwe organisatie uitputtend vast te leggen, zonder het nieuwe bestuur daarbij te betrekken. Maar Van Veen antwoordt dat hij door moet. Op 1 januari moet duidelijk zijn hoeveel mensen er nodig zijn en wie wat gaat doen.

Fase vindt dat Linschoten hier een steek heeft laten vallen. 'Als hij ervoor had gezorgd dat het nieuwe bestuur eerder aan de slag was gegaan, had het zich met de overdracht kunnen bemoeien.' Sociale Zaken stuurt in december 1994 wel een bemoedigende voorlopige reactie. Het blijft bij een concept-briefje, maar Van Veen is gesterkt in de gedachte dat hij op de goede weg is. Rond Kerst ontvangen de aankomende Ctsv-bestuurders het stuk. Volgens de directie is er alleen een bespreking gepland. Maar volgens het bestuur is het de bedoeling dat 'het complete dossier' wordt vastgesteld op hun tweede dag.

Dat gebeurt ook niet. Het bestuur zit met een waslijst vragen over Dossier Nieuw Bestuur. Kernvraag is waarom er vier directeuren zijn benoemd, net voordat er een driekoppig fulltime bestuur aantreedt. Poogt de directie het bestuur buitenspel te zetten? Dat strookt geenszins met de ambities van het nieuwe bestuur, dat meer wil zijn dan een duur uithangbord.

Eigenlijk is Van Veen er vanwege een ongeneeslijke ziekte fysiek niet meer toe in staat, maar een week later verdedigt hij zijn Dossier in hotel Klein Zwitserland tegenover het nieuwe bestuur. Hij en zijn mededirecteuren krijgen het niet over het voetlicht. Het bestuur neemt bureau Berenschot in de arm voor een second opinion.

Het bestuur poneert in Heelsum een mission statement dat zindert van de dadendrang. De bestuursleden willen geen controlerende raad van commissarissen zijn. Zij gaan zelf de regie voeren. De uiteenzetting ontlokt Van Veen de profetische opmerking dat ze voor hem dan een 'opvolger zonder ambities' moeten zoeken.

Het bestuur wil dat het Ctsv zich een statuur verwerft, vergelijkbaar met die van de Rekenkamer. Het onderzoek dat de organisatie doet naar het beroep op de sociale zekerheid en de gevolgen van wetgeving moet naar topniveau. Actueel. Geen hobbyisme meer. Het Ctsv moet gaan adviseren over de toekomst van het stelsel.

De lezingen over het verloop van deze discussie lopen uiteen. De directieleden claimen dat zij waarschuwen voor tegenwind van Sociale Zaken als het Ctsv spraakmakend onderzoek gaat doen. Politiek noch sociale partners willen àlles weten. De affaire rond de publicatie van Ctsv-rapporten over de werking van de Ziektewet in november vorig jaar, bewijst dat die vrees gegrond was. Het bestuur stelt dat het helemaal niet is gewaarschuwd.

De bestuursleden hebben ook grootse plannen met de positionering van het Ctsv in 'het veld'. In de oude SVr-constellatie waren de uitvoeringsorganisaties heilig. Dat wordt nu radicaal anders. Hoe overgevoelig de uitvoeringsorganisaties ook zijn na de tik die zij in de parlementaire enquête opliepen, het bestuur is niet van plan fluwelen handschoenen aan te trekken.

Vijftien maanden later doet een cynische grap de ronde in het bestuur: Linschoten had in plaats van een nieuw bestuur beter de Riagg naar het Ctsv kunnen sturen. Door hun ambitieuze opstelling hebben de bestuursleden hun eigen mijnenveld gecreëerd. Ondanks verschillen in opvattingen en stijl klampen de drie zich aan elkaar vast.

De voorlopige resultaten van deze levensechte soap: vijf volwassen huisvaders en één -moeder die kapot thuis zitten tegen een salarissom van een slordige anderhalve ton per maand; één aangeschoten staatssecretaris en ruim tweehonderd werknemers die in onzekerheid verkeren over hun toekomst.

Enquête-voorzitter Buurmeijer, die na de verkiezingen van 1994 leider werd van de beleidsbepalende tegenhanger van het Ctsv, het Tijdelijk Instituut Coördinatie en Afstemming, heeft wel eens verondersteld dat er een virus woedt in de gebouwen aan het Zoetermeerse Bredewater. Maar terugkijkend is op de Heelsumse hei de kiem gelegd voor het drama dat zich heeft voltrokken bij het Ctsv.

Als Van Veen 11 januari thuiskomt, is hij zwijgzaam. Hij zegt wel tegen zijn vrouw dat hij de volgende dag een brief zal schrijven aan het personeel dat hij ermee ophoudt. Zes dagen later overlijdt Van Veen. 'Hij heeft beter verdiend', zegt zijn vrouw nu. Pas later heeft ze begrepen dat haar zwaar zieke man, die de SVr door een ingrijpende reorganisatie sleepte en toch een goede sfeer wist te behouden, zonder tact en respect is behandeld in Heelsum. Ze is ervan overtuigd dat hij daar psychisch is gebroken.

De gebeurtenis en de nasleep ervan zetten veel kwaad bloed tussen personeel en bestuur van het Ctsv. De medewerkers herinneren zich hoe voorzitter Van Leeuwen nog bijna Van Veens laatste minuten bij het Ctsv miste, omdat ze zijn verzoek om bij hem op de kamer te komen niet begreep. Ze liet weten dat hij maar bij haar moest komen, als hij iets te vertellen had.

Onder het personeel heet het al snel cru dat Van Leeuwen Van Veen de dood heeft ingejaagd. Geconfronteerd met dit verhaal concluderen de bestuursleden op hun beurt dat het Ctsv ziek moet zijn tot in de haarvaten om zoiets te kunnen bedenken.

Dit idee van het bestuur over de organisatie wordt versterkt als hoofd personeelszaken en financiën Jelle Dijkstra voorrekent dat het personeel erg veel beroepszaken heeft lopen tegen beslissingen van het management. En dat er 40 miljoen gulden wordt uitgegeven aan wachtgelden voor tachtig mensen. De directie wijt beide zaken aan de opeenvolgende reorganisaties. Maar volgens het bestuur is de SVr verworden tot een 'proeftuin' van de vakbonden en zijn de rechtsposities van de werknemers absurd hoog opgekrikt.

Het Berenschot-rapport, dat in maart 1995 uitkomt, maakt het beeld compleet voor het bestuur. Het rapport beschrijft een 'onderstroom in de organisatie, die kan worden gekenschetst als het roddel- en afbrandcircuit', 'cynisme van de sleutelfiguren'. Gebrek aan sturing heeft geleid tot hoge salarissen en een 'verwen- en zeurcultuur'.

Maar deze klacht gaat vooral over de oude SVr. Het huidige personeel snakt naar een zakelijker cultuur en Berenschot acht 'de tijd rijp' om die cultuuromslag te maken. Dat mislukt. Bestuur en personeel betrekken hun stellingen. Het bestuur zegt dat de directie er niet in is geslaagd de nog altijd aanwezige 'onderstroom' te bedwingen. Het personeel klaagt dat het geen inzage in het rapport-Berenschot krijgt en er ook niet over kan discussiëren.

In de aanloop naar de zomer werkt het bestuur samen met de afdelingshoofden een toezichtsfilosofie uit, want daar ontbrak het aan. De directie wordt zorgvuldig buiten de deur gehouden. Van Kooij moet vertrekken. Voor Hermans en Sureveen worden andere functies gezocht op een ander niveau. Half februari treedt interim-directeur Leo van den Akker aan als vervanger voor Van Veen. Bij zijn afscheid, in september, is Van den Akker kennelijk tot het inzicht gekomen dat de managementcapaciteiten van Hermans en Sureveen wel meevallen. Hij geeft ze een goede beoordeling en een extra periodiek.

Headhunter Holtrop Ravesloot en Partners gaat intussen op zoek naar een nieuwe directeur, die het nieuw te vormen managementteam moet gaan voorzitten. In juni is de nieuwe man gevonden: Sjef Czyzewski, oud-faculteitsdirecteur van de Universiteit Utrecht en directeur van de Sociale Dienst in Rotterdam.

Czyzewski heeft de reputatie van 'hard saneerder'. Maar hij grijpt de mogelijke oplossing die Berenschot ziet - splitsing van het Ctsv in een gezond deel en een sterfhuis - niet aan. Czyzewski meldt de ondernemingsraad dat het beeld dat Berenschot schetst van de kwaliteit van de organisatie, te schril is. Bovendien zijn er inmiddels zoveel problemen gerezen, dat hij op een personeelsbijeenkomst 'alle hens aan dek' roept.

Deze beeldspraak volgend: een blik op de brug van het Ctsv leert dat zich daar zeven kapiteins verdringen. In de meerderheid zijn de vier directeuren, Czyzewski voorop. Zij, en niet de drie bestuursleden, beschikken bovendien over de matrozen.

Wie in kringen van de Ctsv-bestuursleden zijn oor te luisteren legt, vangt de klacht op dat de gerenommeerde headhunter hen een kat in de zak heeft verkocht. De aanstelling van Czyzewski erkent het bestuur als zijn grootste fout, nog ernstiger dan de beslissing om het Ctsv niet onder te brengen in een sterfhuisconstructie.

Tegenover Max Rood, die in maart de strijdende partijen hoort en Linschoten adviseert het bestuur te ontslaan, verklaren de bestuursleden dat Czyzewski 'voortdurend uit was op macht'. Dat hij het vertrouwen heeft van het personeel en de ondernemingsraad vinden zij daarom verdacht.

Woede wekt vooral het schetsje, dat Czyzewski maakt om zijn visie op de taakverdeling tussen bestuur en directie weer te geven. Het bestuur is gereduceerd tot een uithangbord aan een Olympus, waarop Czyzewski als Zeus zetelt, 'met onder zich een groot aantal (zeven!) directeuren', schrijven de bestuursleden aan Rood.

In het kamp van directie, personeel en de uitvoeringsorganisaties bestaat een heel ander beeld van de strijd. Drie maanden na zijn aantreden is Czyzewski tot de slotsom gekomen dat de bestuursleden niet veel van hun ambities hebben gerealiseerd. Intern noch extern hebben zij gezag. Daarom wil hij dat het bestuur de interne perikelen aan hem overlaat en zich concentreert op de relatie met 'het veld'.

Maar het bestuur legt het uit als een opdracht om 'buiten te gaan spelen' en voelt zich gekleineerd. Erg leuk is het ook niet buiten. Vooral Van Leeuwen ligt onder vuur. De uitvoeringsorganisaties vergelijken haar met Alice in Wonderland en hekelen haar 'koninginne-neigingen'.

Het handelsmerk van Tica-voorzitter Buurmeijer, meebewegen en een schutkleur aannemen, past het bestuur niet. Het doet het omgekeerde, roept weerstand op. Zo rijst er een conflict als het bestuur weigert bedrijfsverenigingen tegen de wet in toe te staan WW'ers te laten werken met behoud van hun uitkering. Het is niet aan het Ctsv om de wet buiten werking te stellen. Die verantwoordelijkheid ligt bij de staatssecretaris, vindt het bestuur.

'Weet je wat het is?', zegt Buurmeijer. 'De organisaties in de sociale zekerheid zijn buitengewoon loyaal. Maar ze voelden zich dwarsgezeten. Het Ctsv-bestuur had ook kunnen zeggen: héél goed wat je probeert, maar het mag formeel niet. Laten we dat gezamenlijk oplossen. Maar voor Van Leeuwen is de wet de wet.'

Tegen het einde van het jaar zendt Czyzewski aanhoudend noodsignalen uit over het tanende gezag van het bestuur. Maar het bestuur twijfelt inmiddels sterk aan Czyzewski's loyaliteit, verdenkt hem er zelfs van eigenhandig het gezag te ondermijnen.

Feitelijk is het al veel te laat, als de vierkoppige directie op 6 december het bestuur de eerste van een korte reeks 'decemberbrieven' stuurt, waarin zij smeekt de problemen te bespreken. Als het zo doorgaat is het 'finita la musica' voor het Ctsv, waarschuwt extern adviseur van de directie, Gabriel van Hooff, in een bijlage.

Brief en bijlage vormen het voornaamste agendapunt van overleg tussen bestuur en directie op de Zoetermeerse Golflinks op 8 december. Maar het 'Golfbaanoverleg' wordt een fiasco. Het bestuur ziet maar één probleem: de zelfvernietigingsdrang die zich van het Ctsv heeft meester gemaakt. Een maand later is het oorlog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden