Het criterium 'startkwalificatie' doet z'n werk heel aardig

Het is zomer 2006. De scholen voor middelbaar beroepsonderwijs (mbo) openen hun deuren en verwelkomen 230 duizend nieuwe leerlingen. 83 procent van hen heeft een kakelvers diploma op zak van het voortgezet onderwijs; 17 procent van hen verliet het voortgezet onderwijs zonder diploma of is nieuw in Nederland.

Het is oktober 2015, dik negen jaar later. Hoe is het deze jaargang vergaan? Welke diploma's haalden ze, en hoe vonden ze hun draai op de arbeidsmarkt?

Het antwoord op deze vragen staat in een mooie studie van het Centraal Planbureau die vorige week verscheen: Waarde van een startkwalificatie op de arbeidsmarkt. De studie beschrijft de wederwaardigheden van cohort 2006 nauwgezet.

Hoe vergaat het ze in het onderwijs? Het Planbureau onderscheidt vijf niveaus die de studenten konden behalen. Studenten kunnen (van boven naar beneden) geëindigd zijn met een diploma uit het hoger onderwijs (hbo of wo), een mbo 4-, mbo 3-, of mbo 2-diploma. De vijfde optie: de school verlaten zonder startkwalificatie. Raad eerst zelf de verdeling.

Terwijl u hierover nadenkt, vertel ik dat een mbo 2-diploma geldt als een 'startkwalificatie' op de arbeidsmarkt. De gedachte hierachter is dat ons onderwijsstelsel ervoor moet zorgen dat jongeren ten minste zo'n startkwalificatie halen (een havo- of vwo-diploma telt ook) om hun de kans te bieden door werk in hun inkomen te voorzien.

De uitkomst is: maar liefst drie op de tien studenten eindigt met een diploma uit het hoger onderwijs. Eén op de vijf: mbo 4. Ongeveer een op de tien: mbo 3. Ongeveer een of de vijf: precies de startkwalificatie, mbo 2 dus. En ook ongeveer een op de vijf: geen diploma. Overigens was één op de tien studenten in oktober 2015 nog steeds aan het leren; voorlopig telden de op dat moment hoogste behaalde diploma's mee in de score.

In de groep studenten die zonder kwalificatie het onderwijs verlaat, zijn de mbo-instromers die niet direct van het voortgezet onderwijs kwamen oververtegenwoordigd. De schoolloopbaan van deze jongeren liep in het primair en voortgezet onderwijs al niet op rolletjes, en het mbo slaagt er maar bij een deel van de studenten in dit te repareren.

U kunt zelf desgewenst een kritische opmerking verzinnen over een onderwijssysteem dat één op de vijf leerlingen zonder startkwalificatie de wijde wereld in stuurt. Succes hè!

Maakt het iets uit? Doen die diploma-niveaus ertoe op de arbeidsmarkt? Duh.

Het CPB kijkt naar vier indicatoren van arbeidsmarktsucces. Ten eerste de bron van inkomsten: uit werk, uit uitkering of geen inkomen. Ten tweede: of de schoolverlaters zelfstandig ten minste 70 procent van het minimumloon verdienen (dit is de gangbare definitie van 'economische zelfstandigheid') en hoe het is gesteld met hun baan- en werkzekerheid.

De uitkomsten zijn op hoofdlijnen conform verwachting: hoe hoger (lager) het einddiploma, des te vaker is er inkomen uit werk (uitkering, of geen inkomen). En ook: er is meer economische zelfstandigheid en meer baan- en werkzekerheid voor uitstromers naarmate hun diploma hoger is.

De 'startkwalificatie' doet als criterium z'n werk heel aardig. Een student die dat niveau op school niet haalt - of een onderwijssysteem dat er niet in slaagt leerlingen dit niveau bij te brengen - heeft op de arbeidsmarkt zielig weinig kans.

En er is veel voor te zeggen dat '3 het nieuwe 2' is. Het CPB: 'Jongeren met een mbo 3-diploma in ons cohort hebben nog vaker een baan' dan jongeren met alleen een startkwalificatie.

Eerst maar eens een einde maken aan het grootste probleem: geen jongere van school zonder startkwalificatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden