Het CPB denkt met u mee

Een van de relicten van het socialistische geloof in de maakbare samenleving is het Centraal Plan Bureau, geesteskind van de fysicus Jan Tinbergen, die de Nobelprijs voor de Economie heeft gewonnen....

Ronald Plasterk

Nederland is het enige land in de wereld waar dit gebeurt. De politieke partijen schrijven een verkiezingsprogramma. Vervolgens rekent het CPB de programma’s door: waartoe zullen ze leiden? Welk tekort of overschot op de begroting, welke werkgelegenheid, welke groei van de economie? Daarna volgen de campagnes, verkiezingen, formatie en vier jaar regeren. Dat begint het circus opnieuw.

Het unieke hieraan is dat alle partijen zich onderwerpen aan deze beoordeling. Dat is erg waardevol, omdat het alle partijen dwingt een gemeenschappelijke terminologie te hanteren, en omdat de kiezer ervan kan uitgaan dat de slimste koppen van het land heel goed hebben gekeken of niemand de kluit belazert.

Dus een politieke partij die zegt een plan te hebben dat perfect uitpakt voor de economie zonder dat daar een onderbouwing voor is, wordt door het CPB gecorrigeerd. Stel dat iemand een plan maakt: we geven 300 miljoen extra uit aan de bejaardenzorg en dat verdienen we terug door ‘verbetering van de efficiency’ in het onderwijs, dan rekent het CPB dat niet goed: je moet aannemelijk maken dat je een concreet plan hebt dat het bedrag oplevert (en anders heet het een bezuiniging op onderwijs).

Grappig is dat Tinbergen waarschijnlijk ooit had bedacht dat het CPB-plannen zou maken, en dat de politiek dan zou beoordelen welke plannen goed zijn, en nu is het omgekeerd. De politieke partijen zaten braaf te luisteren wat het CPB wel goed rekent, en wat niet. Waarom halen ze hier niet hun schouders over op? Omdat het verstandig is in beeld te hebben welke maatregelen in de CPB-modellen een gunstig effect hebben, want daar kun je bij het opstellen van je programma rekening mee houden, en alle partijen willen graag een programmamaken dat een hoog economisch rapportcijfer krijgt.

Jan Tinbergen was een fysicus, en deze hele gang van zaken ademt de sfeer van de klassieke fysica. Je hebt parameters die als natuurconstanten worden beschouwd, de wereld is een bol met knikkers die zich volgens de wetten gedragen, en als je de parameters goed hebt gemeten kun je de beweging van alle knikkers in een model vangen en voorspellen. Er is geen oog voor de chaotische processen die complexe systemen, zoals de economie, beheersen. Er is, het kan ook niet anders, geen oog voor eenmalige of onvoorspelbare gebeurtenissen. Dus stel dat het besteden van geld voor opbouwwerk ertoe zou leiden dat de kans afneemt dat jongeren de buitenwijken in de fik steken (zoals ze onlangs in Parijs hebben gedaan) dan kunnen de economische baten van het niet in brand steken niet als winst meetellen in de CPB-modellen. Dit alles is niet erg, zo lang men de CPB-beoordeling slechts blijft zien als een indicatie van korte termijn economische effecten, en niet als absolute maat voor de kwaliteit van politieke plannen.

Het CPB kon deze week aan de politiek duidelijke instructies meegeven voor de baten van onderwijs (die apart worden ingeschat): men rekent goed (gebaseerd op empirisch gemeten parameters afkomstig uit de internationale vakliteratuur, vooral uit de VS): verhogen van de kwaliteit van leraren, vroegschoolse educatie gericht op risicoleerlingen, verminderen schooluitval. Men rekent veel minder goed: klassenverkleining en uitbreiding ICT in het onderwijs (wat als ik me goed herinner juist de gekte en de mode in het afgelopen decennium was). Je moet niet onderschatten hoe sturend een dergelijke mededeling van het CPB is; je kunt nu al voorspellen dat weinig politieke partijen zullen inzetten op meer ICT in de klas.

Een aardig detail is dat over de andere kant van de kenniseconomie, wetenschap en innovatie – het speerpunt van het zittende kabinet, met een Innovatieplatform waar premier Balkenende voorzitter van is en de ministers Brinkhorst en Van der Hoeven lid zijn, het speerpunt dat voor D66 reden was in dit kabinet te blijven – dat voor die innovatie het CPB nog niet weet wat men denken moet. Men belooft een notitie voor de zomer, maar gevreesd wordt dat zeer veel maatregelen beoordeeld zullen worden als ‘effect onbekend’.

Ik kom er de laatste tijd steeds meer achter dat in het kader van de kenniseconomie er met grote bakken geld wordt gegooid zonder dat er een fatsoenlijke analyse is van het probleem, van de gewenste oplossing, en van de effecten van het gevoerde beleid. Hiermee vergeleken was de besluitvorming over de Betuwelijn het toppunt van rationaliteit.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden