Het ‘complot’ van Kootwijkerbroek

Wie je ook spreekt in Kootwijkerbroek, een ding staat voor iedereen vast: áls er al MKZ was, is het bewust gebracht. In het christelijke dorp gonst het van roddel en achterklap. Geruchten zijn er genoeg, ongerijmdheden ook. Maar bewijzen? ‘Wij zoeken de waarheid.’

Henk van den Brink uit Kootwijkerbroek is een boer die met twee benen in de samenleving staat. De stallen van zijn melkveebedrijf staan leeg: geruimd wegens mond- en klauwzeer. Maar die komen wel weer vol. Tussendoor handelt Van den Brink in mest- en melkquota vanuit een kantoor naast de stal, voorzien van computer, draadloze telefoon en kopieermachine. Een moderne ondernemer, de ruggengraat van de Nederlandse landbouw.

En wat zegt Van den Brink doodserieus als de MKZ-besmetting in zijn dorp ter sprake komt? Dat hij een monstercomplot vermoedt van een malafide kalvermester en duister opererende overheidsdiensten. Met als spin in het web de minister van Landbouw, die opzettelijk MKZ naar het dorp heeft laten brengen.

Waarom? Omdat de politiek af wil van de intensieve veehouderij, omdat de minister zijn nitraatrichtlijn wil halen, omdat ze in Kootwijkerbroek christelijk zijn. 'Daar houden ze in Den Haag ook niet van.'

Bewijzen heeft hij niet. Nog niet. Maar weten wij, zegt Van den Brink samenzweerderig, dat een koerier die op weg was van Oene, de plaats waar MKZ is uitgebroken, naar het onderzoekslaboratorium in Lelystad, onderweg een pakketje heeft afgeleverd in Kootwijkerbroek, kort voordat hier MKZ uitbrak?

Welk koeriersbedrijf? Wie was de afzender? Van den Brink leunt achterover en heft zijn handen ten hemel. 'Ik weet ook niet alles.'

Twee maanden na de MKZ-rellen is Kootwijkerbroek nog altijd in de ban van HET GROTE COMPLOT. Wie je ook spreekt, een ding staat voor iedereen vast: áls er al MKZ was in Kootwijkerbroek, is het bewust gebracht.

In dit klimaat gedijen roddel en achterklap, hele en halve waarheden als luizen op een zeer hoofd. Zo is er het mysterieuze verhaal over de prostituee uit Den Haag. Op het moment dat de ME het boerenverzet tegen het ruimen van tienduizenden dieren neersloeg, ontving de dame een klant die haar vertelde dat de MKZ-uitbraak in Kootwijkerbroek 'nep' en 'corrupt' was. Niet zomaar een klant, maar iemand uit Haagse kringen, zegt de prostituee, die anoniem wil blijven.

In paniek belde ze de politie, het gemeentehuis en het crisiscentrum, maar niemand geloofde haar, zegt ze verbolgen. Inmiddels is ze wel door justitie benaderd. Hoe haar klant heette, weet ze niet. Wel dat hij een 'prachtig kostuum' droeg en tranen in z'n ogen had toen hij haar het MKZ-verhaal vertelde. In het dorp wordt weinig ruchtbaarheid gegeven aan het seks, leugens en MKZ-scenario. Populairder is het gerucht dat Van Drie, de grootste kalvermester van Nederland, de besmetting zou hebben veroorzaakt omdat het vanwege de BSE-crisis - en later MKZ - slecht ging met de kalvermesterij. Jan van Drie senior heeft vlak voordat het virus werd ontdekt een bezoek gebracht aan Teunissen, de getroffen kalvermester. Dat kan geen toeval zijn.

Dat is het wel, zegt Van Drie junior. Van Drie nam 'vette kalveren' af van Teunissen. En de kalveren waren net slachtrijp, vandaar dat vader kwam kijken.

Geruchten zijn er genoeg, ongerijmdheden ook, maar bewijzen zijn er niet of nauwelijks. Daar wordt driftig naar gezocht. Los van het Openbaar Ministerie in Arnhem, zijn veeboeren, zakenlui en burgers zelf op zoek naar de waarheid over Kootwijkerbroek.

Zo is daar de Stichting Boer en Vee die, anders dan de naam doet vermoeden, vooral bestaat uit verontwaardigde particulieren, onder wie een dominee en een baron. De stichting wordt aangevoerd door Trudy van Tuyll van Serooskerken, een opgewonden fysiotherapeute uit Barneveld, die geen ander vee heeft dan twee prijswinnende west highland white terriërs.

Boer en Vee heeft een privé-detective ingeschakeld die een 'geheim spoor' volgt, waarover Van Tuyll van Serooskerken zwijgt als het graf. 'Het ministerie van Landbouw hoort alles.'

Een ander opmerkelijk gezelschap vormen drie zakenlieden uit de omgeving, die de Stichting Onderzoek MKZ hebben opgericht. Initiatiefnemer is Lau Jansen, directeur van een consultantsbureau in Amersfoort dat voor Philips en KPN-Telecom werkt. De stichting heeft een wetenschapster aangesteld die fulltime alle sporen onderzoekt. Zijn stichting is volkomen onafhankelijk, zegt Jansen in zijn prestigieuze directiekantoor. 'Het rechtsgevoel heeft een knauw gekregen. Wij zoeken de waarheid.' Jansen laat vooralsnog alle theorieën open, van een echte besmetting tot boze opzet.

En dan zijn er natuurlijk de veeboeren van de Verenigde Boeren Kootwijkerbroek (VBK), met als voornaamste woordvoerder Jürgen Schreuder, ingenieur en zoon van een jurist die een varkensmesterij in Kootwijkerbroek runt vanuit een nieuwbouwhuis in Voorthuizen. De VBK opteert voor de ministeriële complottheorie en laat zich juridisch bijstaan door strafpleiter A. Moszkowicz.

De vraag die zich opdringt is waarom juist in het christelijke en welvarende Kootwijkerbroek zoveel ongeloof bestaat, gevoed door een diep geworteld wantrouwen jegens de overheid. Daarvoor zijn drie verklaringen: Een sociologische, een virologische en een persoonlijke.

De sociologische wordt verwoord door Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar rurale sociologie in Wageningen. De Veluwse boer is van oudsher trots en onafhankelijk, wars van overheidsdwang. Daarnaast zijn de veehouders in Kootwijkerbroek geen marginale boeren, maar 'koplopers', zoals Van de Ploeg ze noemt, moderne ondernemers die de afgelopen jaren goed hebben verdiend. 'Het zijn de beste leerlingen uit de klas die nu te horen krijgen dat ze ongewenst zijn. Dat maakt dat juist zij verbitterd reageren en geen enkel vertrouwen in de overheid koesteren.'

De wetenschappelijke verklaring voor de argwaan komt voort uit het vreemde gedrag van het virus in Kootwijkerbroek. Hoe MKZ in Kootwijkerbroek is gekomen, weet het ministerie van Landbouw niet. 'Onze prioriteit lag bij het stopzetten van de verspreiding van het virus', zegt een Landbouw-woordvoerder. Maar nog belangrijker is het merkwaardige ziekteverloop onder de kalveren van Teunissen.

Op 20 maart meldt kalvermester Teunissen aan de dierenarts dat een paar kalveren het sinds een week 'minder doen'. Op 25 maart wordt het bedrijf besmet verklaard, een dag later wordt het geruimd. Het gekke is dat het uiterst besmettelijke MKZ-virus, dat zich door de lucht over kilometers afstand kan verplaatsen, minstens twee weken in de stal moet hebben rondgewaard, maar slechts één kalf heeft aangestoken. Onmogelijk, zeggen de veeboeren.

Ongewoon inderdaad, aldus onderzoeksintutuut ID-Lelystad, maar niet onverklaarbaar. 'We hebben te maken met een bijzonder virus, dat zich blijkbaar niet snel verspreidt onder runderen.'

De plaatselijke dierenarts Jim Bakker heeft zijn twijfels. Hij was ervan overtuigd dat er géén MKZ was bij Teunissen. Toen R.J. Terbijhe van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees op zondagavond een telefoontje kreeg van het RVV-hoofdkantoor om naar Kootwijkerbroek te gaan en om acht uur 's avonds MKZ vaststelde, riep hij Bakker er niet bij. 'Dan denk je toch dat ze wat te verbergen hebben.'

Bovenal wordt aan de geloofwaardigheid van Teunissen zelf sterk getwijfeld. 'Bij elke andere boer had ik het geloofd', zegt Van den Brink. 'Maar niet bij Teunissen.' Het motief was volgens de buurt voorhanden: vanwege de lage kalverprijzen zat hij aan de grond, daarom heeft hij zijn eigen bedrijf besmet om compensatie op te strijken.

Marinus Teunissen is de vierde van zes kinderen van een christelijk echtpaar. Hij werd geboren in Achterberg. Later verhuisden ze naar Veenendaal waar vader Teunissen een gemengd bedrijf had met melkkoeien en fokzeugen. Vader stond goed bekend. 'Je kon in de stal van de vloer eten', zegt een oude buurvrouw.

Over Marinus doen minder goede verhalen de ronde. Hij zou zijn vader hebben opgelicht toen hij het bedrijf overnam en de zaak failliet hebben laten gaan.

Onzin, zegt Piet van Leeuwen die getrouwd is met een zus van Marinus die nog in Achterberg woont. Zeker, er zijn strubbelingen geweest. 'Maar dat is bijgelegd.' Geruchten dat zijn zwager zijn bedrijf had verkocht en wegwilde uit Kootwijkerbroek doet hij af als kletspraat. Dat Marinus slecht ligt in Kootwijkerbroek, verrast Van Leeuwen. Als ze in Marinus' koetsje over het Kootwijkerzand reden, zwaaide iedereen altijd vriendelijk. 'Marinus was lid van de menvereniging, zijn vrouw zat bij de bond van plattelandsvrouwen. Van een slechte reputatie heb ik nooit wat gemerkt.'

Teunissen staat erom bekend dat hij altijd derderangs kalveren kocht, de mindere dieren. Dat kan twee dingen betekenen, zegt een kenner. Of hij is een hele goede boer die zelfs slechte kalveren op gang krijgt, of hij is een rommelaar. Teunissen was het eerste, zegt zwager Van Leeuwen. 'Hij was heel goed met zijn dieren. Na een paar weken waren ze Hollands welvaren. Hij had weinig uitval.'

In Kootwijkerbroek wordt daar smadelijk om gelachen. Het tegenovergestelde is het geval, zeggen verschillende buurtgenoten, die niet met hun naam in de krant willen. Dode kalveren liet hij gewoon liggen, de roosters waren uitgesleten zodat de kalveren er met de poten tussen kwamen. Hij bracht geleende spullen niet terug, beduvelde een dorpsgenoot bij de aankoop van een stuk grond, betaalde een aangelegd straatje niet uit.

Wat ieders verwondering wekt is dat Teunissen, die normaliter zelden de dierenarts liet komen, keer op keer bleef aandringen dat er iets was met zijn kalveren, ook toen de dierenarts en de RVV nog niets konden ontdekken. Drie dagen voordat MKZ werd vastgesteld, vertelt een betrouwbare bron, stelde Teunissen al voor zijn dieren preventief te ruimen.

Het bedrijf aan de Kerkweg, waar het allemaal om is begonnen, ligt er nu verlaten bij. Twee maanden na de ruiming zijn de stallen nog smerig. Een walm van stank, gele plassen. In tegenstelling tot de andere stallen in Kootwijkerbroek die groot en modern zijn, ogen die van Teunissen oud en krakkemikkig. De muren zijn gescheurd, het houtwerk is aangevreten. Naast de schuur ligt een open mestvaalt.

Teunissen junior waakt over het bedrijf. Zijn vader, die eerst was 'ondergedoken' bij familie in Zuid-Afrika, is weer in Nederland, maar waar hij is, wil zijn zoon niet kwijt. Volgens zwager Van Leeuwen was Marinus weggegaan op advies van de burgemeester. Gevlucht, zeggen de dorpelingen die er een bewijs van zijn schuld in zien. 'Als hij niets te verbergen had, was hij wel gebleven.'

Uiteindelijk zal de waarheid bovenkomen, denkt een kalvermester. 'Niemand met zoiets op zijn geweten kan dat voor zich houden.' Maar een slordige boer is nog geen crimineel. Wat als hij onschuldig blijkt? 'Dan moeten we hem de hand kunnen reiken.' Anderen vinden dat Teunissen sowieso moet wegblijven. 'Ik hoop', zegt een terneergeslagen boer, 'dat hij nooit meer terugkomt in Kootwijkerbroek.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden