Het claimparadijs

WAAROM HET TOCH IETS BETER WORDT


Bang zijn voor die beruchte investeringsbedragen? Nota bene Nederland is er al lang een grootmacht in. Nederland sloot zijn eerste verdrag ter bescherming van investeerders (IBO) in 1965, en daarna volgden er tientallen. Belangrijkste doel: investeerders beschermen tegen nationalisatie of onteigening. De meeste IBO's werden afgesloten met ontwikkelingslanden, waar een dictator anders zó een spoorlijn kon inpikken om aan zijn zoon cadeau te doen.


Inmiddels zijn we in het trotse bezit van 97 van die verdragen, met zo'n beetje alle landen in Afrika, Azië en Oost-Europa. Met vijftig claims (10 procent), dankzij die verdragen, bezet het de tweede plaats op de lijst van landen die als uitvalsbasis fungeren voor bedrijven die op die manier schadevergoeding proberen te krijgen van landen die hen benadeeld hebben, zo blijkt uit een overzicht van de Unctad, de handels- en ontwikkelingsafdeling van de Verenigde Naties. Alleen de Verenigde Staten huisvesten meer claimende bedrijven.


Op de lijst claims uit Nederland staan trouwens nauwelijks Nederlandse bedrijven. We zien Emmis International, een Amerikaanse onderneming die radiofrequenties exploiteert. Het bedrijf is in 2012 vanuit Nederland een procedure begonnen tegen Hongarije, omdat dat een radiofrequentie onterecht aan een concurrent zou hebben gegund. Elders komen we Millicom tegen, een Zweedse uitbater van mobiele telefoonnetten, dat vanuit Nederland Senegal vervolgt. Het bedrijf Sanum Investments uit Macao procedeert tegen Laos, omdat dat land een gokhal vol fruitmachines zou hebben geconfisqueerd.


Nederland is dus niet alleen een belastingparadijs, zoals vaak vastgesteld, maar ook een claimparadijs. Bedrijven die in hun eigen land geen claims kunnen indienen tegen de landen waar ze iets verloren hebben, zien vanuit Nederland wel vaak een lijntje lopen. En omdat de bilaterale verdragen die Nederland met andere landen heeft bedrijfsvriendelijk zijn, maken de bedrijven via Nederland de meeste kans op genoegdoening.


We verdienen er een aardige boterham aan, blijkt uit onderzoek van onder andere de stichting onderzoek multinationale ondernemingen (SOMO). Een boterham voor advocaten die kunnen procederen, accountants die brievenbusfirma's helpen opzetten, en restauranthouders die hun de lunch voorschotelen.


Het zijn juist deze verdragen (in totaal hebben de Europese lidstaten er 1.200) die de mogelijkheid bieden tot oneigenlijk procederen, vinden de onderhandelaars van Europees Commissaris Karel De Gucht die komende week weer met de Verenigde Staten om de tafel gaan zitten. 'Het Europese verdrag is juist strenger dan wat bijvoorbeeld Nederland nu heeft', zeggen deze diplomaten, die niet met name genoemd willen worden.


Zo wordt in het verdrag met de Amerikanen - en dat met de Canadezen, dat al bijna afgerond is - expliciet beschreven dat landen nog best maatregelen mogen nemen 'ter bescherming van publieke doelen', en dat buitenlandse investeerders dan geen automatische compensatie kunnen eisen. Ofwel: nieuwe Europese milieuwetten, arbeidswetten, gezondheidswetten kunnen niet zomaar worden aangevallen door Amerikaanse bedrijven die in Europa investeren.


Moeilijker

'Zo'n zaak van Phillip Morris tegen Australië zou hier in elk geval een stuk moeilijker worden', zegt de Europese onderhandelaar. 'Het is duidelijk dat niemand zoiets wil.'


Ook kloppen brievenbusfirma's straks vergeefs aan, als ze zich willen beroepen op het Europese handelsverdrag. De investeringsbescherming is alleen bedoeld voor bedrijven met 'substantiële' activiteiten in Europa. Geen treaty shopping (verdragswinkelen) meer, zoals het claimen via brievenbusfirma's wordt genoemd.


Dat de arbitrageclausules nu beter worden dichtgetimmerd, heeft ook te maken met het feit dat het inmiddels tweerichtingsverkeer is. Vroeger was zo'n verdrag vooral bedoeld als mogelijkheid voor een westerse multinational om een ontwikkelingsland te vervolgen als dat bijvoorbeeld een olieveld had of spoorlijn had onteigend - het gebeurde nooit dat een bedrijf uit een arm land in het westen verhaal kwam halen. Maar de verhoudingen zijn aan het veranderen. Vorig jaar kreeg België ineens een claim aan de broek van een Chinees bedrijf, dat als aandeelhouder van Fortis 3 miljard euro heeft verloren toen de bank werd gered en doorverkocht. 'We worden kwetsbaarder', wordt ook erkend bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.


Die kwetsbaarheid - je kunt het ook gelijkwaardigheid noemen - geldt des te meer bij de nieuwe verdragen met ontwikkelde landen, zoals Canada en de Verenigde Staten. Vandaar dat de onderhandelaars er meer dan vroeger op letten dat 'eigen beleidsruimte' overblijft. Ook moeten de arbitragetribunalen transparanter en de arbiters hun belangen minder verstrengelen in de nieuwe verdragen.


Geopolitiek

Maar toch: waarom überhaupt zo'n Investor-State Dispute Settlement? Waarom die extra bescherming voor investeerders in het buitenland, als die investeerder ook daar zijn gelijk kan halen?


Dat blijft de grote vraag, zegt ook Marietje Schaake, D66-Europarlementariër, die de onderhandelingen kritisch volgt. 'Het antwoord is deels geopolitiek. Als wij zeggen: met de VS is zo'n clausule niet nodig, dan weet ik niet of we hem straks nog in het verdrag met de Chinezen krijgen. Het schept geen goed precedent.'


De Brusselse onderhandelaars denken dat de clausule hoe dan ook nut heeft. Je kan er nooit helemaal op rekenen dat je eerlijk toegang krijgt tot het Amerikaanse rechtssysteem, zeggen ze. Je weet nooit zeker of het helemaal eerlijk is.


Ach, zelfs Australië, met zijn grote plannen nooit meer een arbitrageclausule te tekenen, heeft vorige maand een nieuw handelsverdrag gesloten met Zuid-Korea. Inclusief een ISDS-clausule. Eentje met uitzonderingen voor onder meer sigarettenpakjes, maar toch: hij staat er weer in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.