Het chauvinisme is passé in het Rijksmuseum: het draait nu om roofkunst en migratie

Het chauvinisme is passé in het Rijksmuseum; het draait nu om roofkunst en migratie. Taco Dibbits over de expositie High Society en de toekomst van zijn museum.

Taco Dibbits. Beeld Raimond Wouda

'Moet je deze eens zien!' Enthousiast wijst Rijksmuseumdirecteur Taco Dibbits in de spiksplinternieuwe catalogus op het levensgrote portret van ene William Gordon. Rare snijboon, die Gordon. Hij was eind 18de eeuw luitenant-kolonel van de Queen's Own Royal Regiment of Highlanders, verwekte een onwettige zoon bij zijn huishoudster, huwde haar op latere leeftijd alsnog, en poseert in het schilderij alsof hij in een zelfgeschreven theaterstuk staat. Zijn kleding: een weelderig tenue van Schotse ruit. In de rechterhand houdt hij een sabel.

Typisch Dibbits om juist dit ongewone schilderij van de hand van Pompeo Batoni uit te kiezen tussen de andere, stijvere portretten van de komende tentoonstelling High Society. De voorkeur is een tikkeltje ondeugend, studentikoos en onverantwoord - en dus verrassend voor de directeur van een prestigieus instituut als het 'Rijks', waar zoveel Nederlandse trots aan de donkergrijze wanden hangt.

Flamboyant oogt hij zelf ook, Taco Dibbits (49), jasje open, zonder das, knoopje los, het kapsel als in een reclame voor volumeshampoo. De pose is zoveel losser dan twee jaar geleden, toen hij, net aangesteld als opvolger van Wim Pijbes, nog een dichtgeknoopt pak droeg, met das, volgens de etiquette van een aankomend hoogwaardigheidsbekleder.

CV

1968 7 september geboren in Amsterdam

1995 projectmedewerker Rijksmuseum

1996 medewerker J. Paul Getty Museum, Los Angeles

1998 directeur oude meesters Christie's International, Londen

2002 diverse functies Rijksmuseum, de laatste acht jaar directeur Collecties

2016 hoofddirecteur Rijksmuseum

Een bewuste imagowisseling? De directeur voelt zich ietwat overvallen door die vraag. 'In het begin was ik misschien wat afstandelijker', zegt hij. Dibbits herinnert zich dat de minister van Cultuur hem na zijn aanstelling in mei 2016 opbelde. 'Geniet van je laatste privéweekend', had ze gezegd. Dibbits: 'Ik ben inderdaad publiek bezit geworden. Maar ik besefte wel dat hoe dichter ik bij mijzelf blijf, hoe groter mijn kracht is. Ik ben sindsdien in mijn rol van directeur gegroeid. Het gaat goed met het museum en de organisatie accepteert mij. Ik zit goed in mijn vel.'

Wat de zichtbare ontspannenheid van de directeur ook verklaart: de plannen die hij in het begin had gemaakt, worden geleidelijk aan verwezenlijkt. Een van Dibbets' plannen gaat volgende week open: High Society, een tentoonstelling met meer dan 35 levensgrote portretten, geschilderd door meesters als Velázquez, Cranach, Gainsborough, Sargent, Munch en Manet.

'Jet-setfeestje'

En door Rembrandt natuurlijk. Zijn portretten van het duo Marten Soolmans en Oopjen Coppit uit 1634 zijn inmiddels gerestaureerd. Vanaf volgende week vrijdag fungeren ze als het stralende middelpunt van het 'jet-setfeestje' dat Dibbits voor het huwelijkspaar heeft georganiseerd, te midden van andere (geschilderde) rijke burgers, vorsten en nobelen.

Voor de vormgeving van de expositie tekende de bekende boekontwerper Irma Boom. Zij voorziet de muurvullende schilderijen van tekstborden van vergelijkbare grootte, alsof het opgeblazen pagina's uit een tabloid zijn. Het past, zegt hij, bij de beeldcultuur van nu. 'Wij zijn ook, dankzij Instagram bijvoorbeeld, anders naar deze glamourportretten gaan kijken.'

Aanpassen aan de nieuwe tijd of daarop anticiperen, Dibbits herhaalt zijn mantra gedurende het hele gesprek. Of het nu over eigentijdse thema's gaat als roofkunst en #MeToo, het belang van particuliere sponsorgelden, de toename van het toerisme of het imago van het museum zelf.

Taco Dibbits en zijn hond. Beeld Raimond Wouda

Een correctie op het doorgeschoten nationalistische imago

Om met het laatste te beginnen: High Society is niet zomaar een expositie, het is ook een correctie op het doorgeschoten nationalistische imago dat het Rijks lange tijd had. Een imago dat volgens Dibbits voortvloeide uit hoe de nationale collectie vanaf de 19de eeuw is gegroeid. 'Toen was het idee om een nationaal gevoel te creëren, alleen al uit frustratie omdat we België hadden verloren. Een chauvinistisch imago waarbij een gebouw hoorde, van de architect Pierre Cuypers, dat werd opgetrokken uit Nederlands baksteen.'

Na de Tweede Wereldoorlog was dat nationale imago, in reactie op het Germaanse nationalisme, een tijd taboe. Dibbits: 'De toenmalige directeur, Simon Levie, vertelde me dat er demonstraties zouden komen als er louter Hollandse meesters in de eregalerij te zien zouden zijn.' Na de verbouwing werd het chauvinisme, onder directeur Wim Pijbes, in ere hersteld. Sindsdien hangen de Rembrandts, Vermeers en andere Nederlandse coryfeeën weer in de eregalerij.

Trots op Nederland

Dibbits: 'Het is gewoon het sterkste deel van onze collectie.' Maar toch: is zijn nadruk op tentoonstellingen van internationale allure geen afrekening met de periode-Pijbes? 'Nee', beklemtoont hij, 'zeker niet. Het paste in de tijd dat we weer trots op Nederland mochten zijn. We zijn een kind van onze tijd. Wat nu speelt, is een onderwerp als migratie. Het is belangrijk te benadrukken dat migratie er door de eeuwen is geweest.'

Het is de reden dat het Rijksmuseum vorig jaar een tentoonstelling over Nederland en Zuid-Afrika organiseerde. Dat er na High Society ruim baan komt voor werk van Velázquez. Dat het museum de afgelopen jaren vuistdikke studies publiceerde over Indonesië, Ghana, China en Japan, landen waarmee Nederland een historische band had, 'positief en negatief', volgens Dibbits. En dat menigeen met kloppend hart uitziet naar hoe, over twee jaar, het Rijksmuseum het slavernijverleden zal presenteren.

Beeld Fyvie Castle / National Trust of Scotland

Taco Dibbits' favoriete schilderij in de komende expositie High Society is dit portret van luitenant-kolonel William Gordon uit 1766, geschilderd door Pompeo Batoni, destijds befaamd om zijn portretten van hoogwaardigheidsbekleders

De zwarte randen van het koloniale verleden

Want ook een tentoonstelling over de zwarte randen van ons koloniale verleden past in de eigentijdse kijk die het Rijksmuseum ambieert. Met alle mogelijke ophef en kritiek van dien - zie de recente verklaring van de Franse president Macron dat hij koloniale kunst in Franse musea wil retourneren, als die van de rechtmatige eigenaar is ontvreemd.

Bij monde van Martine Gosselink, hoofd van de afdeling geschiedenis, maakte het museum al eerder bekend dat het bij tien objecten uit de collectie 'proactief' gaat onderzoeken of het koloniale roofkunst betreft, als 'proef'. Een opmerkelijke stap: ondertekende het museum vijftien jaar geleden niet een verklaring waarin werd gesteld dat kunst uit koloniën onder geen beding wordt terug-gegeven? Hoe valt dat te rijmen?

Dibbits: 'Die verklaring, de Declaration on the Value and Importance of Universal Museums, was opgesteld door Amerikaanse en Europese musea. Inmiddels is het aantal musea wereldwijd toegenomen, in Afrika, Brazilië, China, India. Het museum groeit met zijn tijd mee. De kennis over de herkomst van wat we in huis hebben is groter geworden. Er zijn ook andere mensen aangesteld. En laten we eerlijk zijn: nu de deur voor discussie openstaat, kun je hem niet meer dicht houden. In een dialoog is kwetsbaarheid ook iets dat je sterk maakt.'

Guilty pleasures

Een probleem is volgens Dibbits dat het Rijksmuseum wel de afkomst van bepaalde objecten kan onderzoeken, maar ze niet kan teruggeven als dat moet. 'De collectie is eigendom van de staat, niet van het museum.'

Teruggave van koloniale roofkunst mag in de museumwereld een precair onderwerp zijn, even beladen is de #MeToo-discussie. In Manchester werd vorige maand een Victoriaans schilderij met minderjarige nimfen uit een museumzaal verwijderd (wat achteraf een kunstproject bleek te zijn). In New York kwam het Metropolitan Museum onder vuur te liggen door het bezit van Balthus' portret van zijn 12-jarige buurmeisje in een wit slipje.

En nu gaat het Rijksmuseum, als supplement bij High Society, een zaal met tekeningen vol guilty pleasures inrichten. 'Pure seks', zegt Dibbits, die overigens niet van plan is schilderijen met saters en nimfen of de oudtestamentische Lot met zijn blote dochters van zaal te halen. 'Geen haar op mijn hoofd die daaraan denkt'. Wat hij wel wil doen: de tekstbordjes aanpassen.

Minister Jet Bussemaker luistert naar Taco Dibbits over de portretten Marten en Oopjen. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

'De kunst blijft hetzelfde, maar de maatschappij verandert. Dat moet je begeleiden. Er is een pornoficering in de maatschappij gaande. Media tonen de meest expliciete beelden. Tegelijkertijd zijn we aan het verpreutsen. Dat kun je ter discussie stellen. Het is cultuurgeschiedenis die we laten zien. Maar als we die weghalen, halen we ook de discussie weg. Dan vindt die gewoon niet meer plaats.'

Hoe denkt Dibbits over de kwestie rond Beatrix Ruf? De directeur van het Stedelijk Museum vertrok vorig jaar na een publicatie over mogelijke belangenverstrengeling. Dat gebeurde vermoedelijk na druk van de raad van toezicht, waarin onder anderen enkele steenrijke zakenmensen annex verzamelaars zaten.

Dibbits wacht met zijn oordeel - 'ik wacht eerst de onderzoeken af' - maar zegt wel heel blij te zijn met de diversiteit van zijn eigen toezichthoudende raadsleden. Hij is geen voorstander van een grote invloed van particulieren en bedrijven, zoals in Amerika. 'Ze hebben daar een andere, meer individualistische cultuur. Het Rijksmuseum is meer in de maatschappij geworteld, met een belangrijke taak voor de overheid. Bij ons komt een derde van het budget uit entreegeld, een derde uit sponsoring en een derde uit subsidie. Een mooie balans.'

Particulier geld blijft nodig, benadrukt hij, ook al levert dat risico's op. Maar: 'Ohne Risiko kein Geschäft. Er is echter nooit enige inhoudelijke invloed op ons uitgeoefend, en sponsoren hebben zich nooit teruggetrokken. Ook niet toen we de slavernijtentoonstelling bekendmaakten.'

Meer erkenning

De overheid is bepaald niet onaardig voor het Rijksmuseum. Het Rijk betaalde het leeuwendeel van de 375 miljoen euro die de verbouwing kostte en droeg ook nog eens 80 miljoen bij voor de (met het Louvre gedeelde) aanschaf van Marten en Oopjen. En, o ja, in het onlangs gesloten regeerakkoord staat opgenomen dat ieder kind in Nederland eenmaal naar de Nachtwacht moet. Dat alles betekent volgens Dibbits niet dat het museum overdreven wordt verwend. Gedecideerd: 'We krijgen veel geld, maar daar doen we ook veel mee.'

De periode waarin door bewindslieden negatief over cultuur werd gesproken, ligt gelukkig achter ons, zegt hij. 'Al tijdens de vorige regeerperiode is er meer erkenning gekomen.' Hoe dat komt? Dibbits somt een reeks redenen op: meer musea, ook buiten het Westen; cultuur wordt steeds meer als een belangrijke economische factor gezien; de toename van het toerisme ('tijdelijke migratie') en het herhaalbezoek van buitenlanders.

Hij wil wel iets nuanceren. Vorig jaar zei hij nog in de Volkskrant dat klagen over de drukte in de hoofdstad een verlangen is 'naar een periode die er niet meer is', de rustige jaren zeventig. Nu geeft hij toe dat de binnenstad wel degelijk een stuk drukker is geworden. En dat je toeristen - in 2025 worden er 23 miljoen verwacht, 35 procent meer dan nu - misschien zelfs zou moeten 'ontmoedigen'. Niet zijn eigen bezoekers natuurlijk; dat zijn mensen die relatief weinig overlast veroorzaken. 'We moeten op cultuur inzetten.'

Niemand staat buiten

Het liefst zou Dibbits weer 2,5 miljoen bezoekers in het Rijksmuseum willen hebben, net als in het jaar na de opening. Waarom dat niet lukt? Het afgelopen jaar bedroeg dat aantal 340 duizend minder. Hij stelt dat het museum kampt met het imago dat er altijd lange rijen voor de ingang staan. 'Dat was in het begin. Maar dat lag aan de logistiek. Nu hoeft niemand meer buiten te staan.'

Om met name Nederlanders te verleiden een tweede of derde keer naar het Rijksmuseum af te reizen - hun aandeel in het totale bezoekersaantal is flink gedaald - organiseerde het museum de afgelopen tijd opmerkelijke pr-momentjes: de 10 miljoenste bezoeker mocht bij de Nachtwacht slapen, de verkiezing van de Geschiedenisleraar van het Jaar, popmuziek in de Passage, het Rijks op het festival Zwarte Cross, fotograaf Mario Testino als gasthoofdredacteur van Vogue's Art Special Rijksmuseum.

Gaat het museum niet te veel op de knieën voor de Nederlandse bezoeker? 'Ik wil gewoon dat er zo veel mogelijk mensen naar het Rijksmuseum komen. En op de Zwarte Cross zie je mensen die normaal niet naar het Rijksmuseum komen. Je zoekt naar nieuwe invalshoeken en andere bezoekersgroepen. Kunst is geen luxe of linkse hobby, maar een essentieel deel van wat ons tot mens maakt.'

High Society. Rijksmuseum, Amsterdam. 8/2 t/m 3/6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden