Brexit zeven flaters van May

Het Brexit-proces verloopt niet heel soepel voor de Britten. Waar ging het precies mis?

Eind deze week is het weer tijd voor Brexit-overleg in Brussel. De tijd dringt en het wordt steeds moeilijker voor premier May om te verhullen dat ze flaters heeft geslagen, minstens zeven.

Donderdag arriveert Theresa May weer in Brussel, om met de andere Europese lidstaten te praten over de stand van zaken bij de Brexit-onderhandelingen. Veel reden tot optimisme is er niet omdat er met name bij de ‘Ierse kwestie’ amper vooruitgang is geboekt. Europese Commissie-voorzitter Jean Claude-Juncker heeft de 27 landen al gewaarschuwd dat er een ‘no deal’-scenario in aantocht is, er plagerig aan toevoegend dat Groot-Brittannië niet lijkt te beseffen ‘dat het klein is’. 

Kort na de tweede verjaardag van het Brexit-referendum bevindt de Britse premier zich in een precaire positie. Met pijn, moeite en chantage heeft ze de belangrijke Brexit-wetten weliswaar door het Lagerhuis geloodst, maar dat is niet het einde van het verhaal. Honderdduizend mensen stonden zaterdag bij het (verlaten) parlement te protesteren tegen de Brexit en grote ondernemingen, Boeing voorop, uiten dreigende taal.

De roep om een tweede referendum klinkt steeds luider, al zijn er weinig aanwijzingen dat de uitkomst heel anders zou zijn. Van de Brexit-bravoure uit de eerste maanden na het referendum is in elk geval niet veel meer over, en terugkijkend op de afgelopen twee jaar worden de strategische onvolkomenheden zichtbaar die in Londen zijn begaan.

1. Geen onmiddellijke handreiking aan de EU-burgers

Europese burgers hoeven niet door een papiermolen om na de Brexit in het Verenigd Koninkrijk te kunnen blijven. Wie door middel van belastingformulieren of een National Insurance Number (een rudimentair BSN) kan aantonen al langer dan vijf jaar op het eiland te zijn, krijgt een permanente verblijfsstatus. Eenmalige kosten: 65 pond (74 euro). Wie er korter dan vijf jaar is, krijgt een voorlopige status. 

Dat maakte minister van Binnenlandse Zaken Sajid Javid vorige week bekend. Of de andere Europese landen ook zo schappelijk zullen zijn, valt te bezien. Het is een unilateraal aanbod dat de Britse regering twee jaar geleden al had kunnen doen, maar Theresa May besloot EU-burgers te gebruiken als ruilmiddel. Met zo’n gul aanbod hadden de Britten goodwill kunnen kweken.

2. Geen nationaal debat over de Brexit

Brexit is Brexit. Met deze kreet probeerde May een paar maanden na het aanvaarden van haar premierschap een einde te maken aan de Brexit-discussie. Ze had besloten dat immigratiebeperking de voornaamste reden was dat 52 procent van de kiezers voor een einde aan het Britse EU-lidmaatschap had gestemd. Het Verenigd Koninkrijk, zo beweerde ze, zou uit zowel de gemeenschappelijke markt als de douane-unie stappen.

Een nationaal debat, met burgers en bedrijfsleven, achtte ze niet nodig. Gezien de krapte van de overwinning had May ook kunnen aansturen op een positie zoals die van Noorwegen, dat lid is van de Europese Economische Ruimte, een samenwerkingsverband van de EU met verder Zwitserland, IJsland en Liechtenstein, dat iets meer vrijheid van handelen zou bieden voor de Britten.

3. Het vervreemden van de onderhandelingspartners

De aanstelling van Boris Johnson als minister van Buitenlandse Zaken, hoewel nodig om de Tories bijeen te houden, viel niet overal goed en werd door fanatieke eurogezinden zelfs gezien als een oorlogsverklaring. Johnsons ongebruikelijke manier van diplomatie bedrijven zorgde voor wrijvingen, zeker nadat hij de Franse president wegens diens harde lijn had vergeleken met een kampcommandant uit de Tweede Wereldoorlog. 

Onder druk van haar optimistische Brexiteers liet May zich er bovendien toe verleiden Ivan Rogers te ontslaan, de EU-ambassadeur die alle hoeken en gaten van Brussel kende. Ze vond ‘Ivan de Verschrikkelijke’ veel te pessimistisch en fatalistisch. Waar David Cameron misschien te veel naar Rogers luisterde, deed May dat te weinig.

4. De artikel-50-brief werd te vroeg op de bus gedaan

Het in werking stellen van artikel 50 over het verlaten van de Unie ging niet zomaar. Toen de brief waarin May de Europese Commissie officieel op de hoogte stelde van het Britse vertrek, in de avond van 28 maart op haar bureautafel lag, werd May overvallen door twijfel: moet ik tekenen met een blauwe of zwarte pen? 

Een betere vraag was geweest: moet ik die brief überhaupt wel versturen? Ze wist toen al dat het land amper was voorbereid op een ‘no deal-scenario’, dus dat dit nooit een reële dreiging was. Ook Brussel wist dat. Achteraf gezien had May artikel 50 als een zwaard van Damocles boven de Europese Unie moeten laten hangen, zolang Bussel niet akkoord zou gaan met oriënterende onderhandelingen. Door de brief onvoorbereid te tekenen zette May zichzelf klem en gaf ze Brussel het initiatief.

5. Overmoed die leidde tot rampzalige verkiezingen

Bijna drie weken later volgde de grootste blunder: May schreef onverwacht verkiezingen uit. Ze ging ervan uit deze met gemak te zullen winnen, zodat ze een sterkere onderhandelingspositie zou hebben. Ze overschatte haar populariteit en besefte niet hoe onvoorbereid de partij was.

De campagne was een aaneenschakeling van blunders, wat leidde tot het verlies van haar Kamermeerderheid. Ze besloot te gaan regeren met de steun van de Noordierse protestanten, wat een zegen was voor de Europese Unie. Die kon vanaf dat moment het zwakste punt van de Britse positie - de grens tussen Ierland en Noord-Ierland - genadeloos uitbuiten, in de wetenschap dat het lot van May in handen ligt van twaalf politici die de Britse Unie koste wat kost in tact willen laten.

6. Verkeerde inschatting van de Europese strategie

De Europese Commissie onderhandelt niet, maar volgt op systematische wijze een procedure. Binnen een organisatie die bestaat uit 27 landen die elkaar wantrouwen en eigen belangen hebben, is het noodzakelijk om elke afspraak op papier vast te leggen. De Britten zagen het heel anders voor zich: een open onderhandeling die na het nodige geven en nemen moet leiden tot een geheel nieuwe samenwerking.

De Britten willen een maatpak van Savile Row; wat de EU biedt is een keuze uit pakken die op de plank liggen. Wat de Britten betreft wordt er onderhandeld op basis van gezond verstand en goed vertrouwen, maar vooral de Brexiteers onderschatten de achterdocht waarmee het vasteland naar het Verenigd Koninkrijk kijkt, naar de sluwheid achter de charme.

7. Gebrek aan overtuiging bij May

Eind volgende week trekt het Britse kernkabinet zich wederom voor twee dagen terug op Chequers, het statige buitenhuis van de premier. In werkgroepjes zullen de bewindslieden op zoek gaan naar een gemeenschappelijke Brexit-visie. Vanuit Brussel, en andere Europese hoofdsteden, wordt met stijgende verbazing gekeken naar May’s onvermogen om besluiten te nemen.

Volgens haar critici is de ex-Remainer May (was aanvankelijk tegen de Brexit) meer een manager dan een visionair, te veel bezig met het beperken van de Brexit-schade, met ‘managing decline’ zoals de Engelsen deze houding noemen. Het ontbreekt haar aan enthousiasme. Wees wat optimistischer, moedigde de Amerikaanse ambassadeur in Londen haar aan. Wees wat meer als Trump, adviseerde haar eigen minister van Buitenlandse Zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.