Het breekpunt in de carrière van Fondriest

Met Milaan - San Remo begint vandaag de cyclus wielerwedstrijden om de wereldbeker. Voor Maurizio Fondriest was de editie van 1993 het breekpunt in zijn carrière....

LUDO VAN KLOOSTER

WINST in de wielerwedstijd Milaan - San Remo tekent een Italiaan voor het leven. Voor Maurizio Fondriest was het twee jaar geleden veeleer een bevrijding. Hij was immers in 1988 al wereldkampioen geweest en had in '91 de wereldbeker veroverd. Toch was hij tot dan niet de grote renner die hij bij zijn overgang van de amateurs in '87 leek te worden.

In 1988 kreeg hij de wereldtitel in de schroot geworpen, toen zijn medevluchters de Canadees Steve Bauer en de Belg Claude Criquelion elkaar in de wielen reden. En in de jaren erna kon hij alleen wat ritzeges behalen in kleine etappe-wedstrijden. In '91 vluchtte hij gedesillusioneerd naar de Nederlandse ploeg van Peter Post.

Zijn toenmalige ploegleider bij Post, Walter Planckaert verweet hem gebrek aan koersinzicht en sluwheid. Fondriest: 'Als ik weer eens op het verkeerde moment aanviel of demarreerde vanuit verkeerde positie, legde hij me 's avonds nog eens uit hoe het dan wel had gemoeten. Ik heb van hem veel geleerd en heb nog altijd een goede band met hem. Met Post minder, maar alleen omdat we elkaars taal niet spreken. De Nederlandse tijd was voor mij een buitengewone ervaring.'

Ironisch genoeg bracht Fondriest die wijze lessen in praktijk, toen hij nog maar net zijn hielen had gelicht bij de Nederlandse ploeg. In 1993 won hij maar liefst 26 wedstrijden, waarmee hij zijn totaal van de vorige zes seizoenen verdubbelde. Behalve Milaan - San Remo waren daarbij ook de Waalse Pijl en het Kampioenschap van Zurich en opnieuw de eindoverwinning in het wereldbeker-circuit.

Volgens de renner zelf was het voornamelijk een portie geluk dat hem eerder steeds ontbroken had. 'Alles zat dat jaar mee, ik heb nooit een blessure gehad, ben nooit ziek geweest. Dat is belangrijk om de conditie te handhaven, maar om te winnen heb je ook geluk nodig. Vorig jaar ging de helft van het seizoen verloren door een hernia-operatie en dit jaar rijd ik bijna net zo goed als in '93.'

'Ik ben een paar keer dicht bij de overwinning geweest, maar het heeft nog niet echt meegezeten. Het uitblijven van een zege brengt mij echter niet meer van slag, want ik weet nu dat ik kan winnen en dus zal dat zeker nog wel gebeuren.'

Gemakshalve gaat Fondriest voorbij aan de invloed van prof. Conconi op zijn prestatiecurve. De hoogleraar uit Ferrara werd in 1984 bekend toen hij de al afgeschreven Francesco Moser door gerichte training naar een werelduurrecord wist te leiden. Eind '92 ging Fondriest na zijn Nederlandse avontuur bij Conconi langs. 'Ja natuurlijk hebben ook zijn trainingsaanwijzingen mij geholpen, zoals ze het hele Italiaanse wielrennen goed hebben gedaan.

'Na Moser hebben veel medici en trainers zich op het wielrennen gestort en getracht Conconi te imiteren. Toch heeft het tot eind jaren tachtig geduurd, voordat er resultaten kwamen. Vooral omdat men klakkeloos imiteerde zonder in te zien dat elke renner anders is en zonder de reden van een bepaalde trainingsvorm te kennen. Ik heb vooral geleerd dat ik te rustig trainde, bij een te lage hartslag. Conconi vertelde mij dat trainen bij een hartslag 130 alleen goed is om wat vet kwijt te raken en voor het cholesterolgehalte, maar dat het geen enkel effect heeft op de conditie.'

Hoewel het Italiaanse wielrennen met Conconi en volgelingen uit het diepe dal van de jaren tachtig is geklommen, ziet Fondriest die trainingsmethoden zeker niet als enige oorzaak van de Italiaanse overheersing. 'Er is gewoon een hele goede lichting jonge renners gekomen, net zoals het toevallig is dat er in Nederland en België geen opvolgers zijn van de grote klassieke renners.

'Het is een golfbeweging en nu zijn de Italianen aan de beurt. De trainingsmethoden hebben ze in het buitenland ook overgenomen, dus dat maakt het verschil niet meer. De Fransen zijn al aan het terugkomen, maar voorlopig hebben wij nog een goede jeugdige generatie met Bartoli, Rebellin en Casagrande.'

In Milaan - San Remo denkt Fondriest zeker een kans te maken, maar het liefst zou hij de Ronde van Vlaanderen winnen. Na de klassiekers wil hij in de eerste week van de Ronde van Italië de rose trui dragen, en daarmee een jongensdroom zien uitkomen. Daarna beslist hij of hij de Tour de France rijdt of zich gaat richten op de strijd om het wereldkampioenschap die dit jaar voor het eerst in oktober wordt verreden en dan ook nog eens op grote hoogte in Colombia.

'Dat vereist een specifieke voorbereiding. Maar ik vind een WK in oktober geen goede zaak. In die wedstrijd moeten de beste renners zich met elkaar meten en dat zal nu zeker niet het geval zijn, want Rominger en Indurain zijn dan al lang aan hun winterstop begonnen. Om dezelfde reden heeft de laatste en zwaarste wereldbekerwedstrijd, de Ronde van Lombardije, veel minder uitstraling dan de eerste en gemakkelijkste.'

Milaan - San Remo lijkt inderdaad de gemakkelijkste klassieker. De koers wordt vrijwel altijd in de laatste 25 van de totaal af te leggen 294 kilometer beslist, wanneer het peloton op de Cipressa en de Poggio in stukken scheurt. De afgelopen jaren werd het de renners tactisch gezien nog eenvoudiger gemaakt omdat er steeds één favoriet was, die samen met zijn ploeg de verantwoordelijkheid van de wedstrijd droeg.

In 1992 was dat Moreno Argentin, die zich in de afdaling van de Poggio nog liet verrassen door de Ier Sean Kelly, het jaar erna Fondriest en vorig jaar Giorgio Furlan. Allen wisten een kloof te slaan op de laatste klim van vier kilometer met een gemiddeld stijgingspercantage van vijfenhalf procent. Dit jaar is er niemand in de voorbereidingswedstrijden zo dominant is geweest als de laatste jaren gebruikelijk was.

Op de Via Roma, waar de eindstreep is getrokken, is het na 1980 niet meer tot een massasprint gekomen. Toen won de Italiaan Pierino Gavazzi en eindigde Jan Raas als derde. Als het vandaag zover zal komen, ziet Fondriest zijn landgenoot Mario Cipollini winnen. 'Hij is voor mij de snelste, ook al is hij ziek geweest, met daarachter Museeuw en dan pas Jalabert. Ik zal zeker meesprinten voor een ereplaats, maar als ik wil winnen, moet ik eerder iets ondernemen.'

Ludo van Klooster

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden