Het boze sprookje van Wolf

DE BEELDEN zijn bekend, al is het maar van Amerikaanse tv-series. Een vrouw in een trainingspak, in de riante open keuken van zo'n gezellig huis in een buitenwijk....

De feiten over de periode die noodzakelijkerwijs voorafgaat aan dit tafereel zijn ook bekend. Zoals: vrijwel alle Amerikaanse vrouwen bevallen in een ziekenhuis. Daar wordt niets aan het toeval overgelaten. De toekomstige moeder ligt vastgegord op een behandeltafel, van haar buik lopen draden naar een monitor. Omdat weeën zo nauwelijks zijn op te vangen, krijgt ze in tachtig procent van de gevallen een ruggenprik die het onderlijf gevoelloos maakt. Daardoor neemt de 'persdrang' af en moet de schaar eraan te pas komen: bij tachtig procent van de vaginale bevallingen wordt 'ingeknipt', waarna veelal een brute tangverlossing volgt. En als het kind er dan nog niet is binnen de 'deadline' van 24 uur die het ziekenhuisprotocol stelt, dan wacht het scalpel: de helft van alle verlossingen in de Verenigde Staten geschiedt middels Caesarian section.

Niet dat al die ingrepen de veiligheid en het welbevinden van moeder en kind garanderen. Integendeel. De zuigelingen- en kraamvrouwensterfte is in de VS beduidend hoger dan in andere westerse landen. De medische handelingen brengen risico's van fouten en infecties met zich mee. En postnatale depressie lijkt in het land met de meest high tech-bevallingen een epidemie in de zonnige buitenwijken.

Noami Wolf (1962), feministe en schrijfster van The Beauty Myth en Promiscuities, kende deze feiten die ze in haar nieuwe boek opvoert, wellicht al vagelijk, maar ze hield er zich verre van. Zij schreef over de zorgen die haar langgerekte middle class-meisjesleven beheersten: de sociale dwang voor meisjes om mooi en lief te zijn (met niet zelden anorexia tot gevolg), en de opgelegde stoerheid in het seksleven van adolescenten. Zij hield lezingen, voor een ademloos gehoor, over vrouwelijke zelfbewustheid, gelijkwaardige relaties en carrièrekansen. Haar bestsellers vlogen wereldwijd de winkels uit.

Maar toen werd ze zwanger. Na negen angstige maanden onderging ze een keizersnede; daarna zakte ze illusieloos weg in een postnatale depressie. Pas toen vielen haar de schellen van de ogen: als er kinderen komen, dan zijn de kaarten voor vrouwen geschud, en op dat cruciale punt laat het feminisme het afweten. Zij ontdekte een nieuwe mythe om te ontmaskeren: de mythe van het blijde moederschap. Haar eigen vernederende ervaringen schraagde ze met cijfers, veldonderzoek en interviews. Ze schreef een woedend boek: Misconceptions.

Wat begon als een idylle, de vrucht van een mooie liefde, geheimzinnig nieuw leven in haar buik, eindigt als een boos sprookje. Wolf valt op haar korte mars door de medische instituties van de ene verbijstering in de andere. De 'geboorte-industrie' - van zoetsappige zwangerschapsboeken en valse voorlichtingsfilms tot de 'geboortefabrieken' zelf - blijkt er een verborgen agenda op na te houden. Die dient, zoals in elke industrie, ter verhoging van de winst. Er is ziekenhuisdirecties en particuliere gynaecologen alles aan gelegen de verloskamers effectief te gebruiken, liefst tijdens werkuren, en de rekeningen op te schroeven door dure, onnodige ingrepen. Bovendien dekt medisch bewijsmateriaal, zoals de monitorgegevens die 'aantonen' dat ingrijpen noodzakelijk is, de artsen in tegen hogere premies bij hun verzekering tegen medische missers.

Dit alles gebeurt onder het mom van veiligheid voor moeder en kind, en verlichting van de ondraaglijk geachte pijnen. Dat de high tech-verlossing allerminst veiliger is dan de 'natuurlijke' bevalling, toont Wolf keihard aan met cijfers. En dat de pijn goed te doorstaan is, als de bevallende vrouw omringd is door mensen die compassie tonen en haar aanmoedigen, ontdekt ze als ze rondkijkt in het 'alternatieve' circuit. De Hollandse thuisbevalling, onder leiding van een vakbekwame vroedvrouw, is een lichtend voorbeeld. Ook in Amerika vindt zij enkele voorbeeldige groepspraktijken, die zij in dromerige bewoordingen, op het dweperige af, beschrijft: knusse boerderijen waar wijze midwives de vrouwen liefdevol door een weliswaar pijnlijke, maar onvergetelijke geboorte heen helpen.

Tot hier toe is Wolfs betoog overtuigend, al schrikt haar missionaristoon soms af, maar ze verstrikt zich in haar verhaal als zij haar eigen ervaringen opvoert als symptomatisch voor een cultuur die 'vijandig' is aan zwangeren en jonge moeders. 'Waarom hadden ze me dit niet eerder verteld?' is een vraag die telkens wanhopig opklinkt. Als ze alle feiten had gekend, dan had ze een 'redelijke keuze' gehad, schrijft ze. Als ze vooraf had geweten hoe ellendig jonge moeders zich voelen wanneer hun man weer fluitend aan het werk is, in hun zuur riekende ochtendjas, met de schrijnende buikwond, op het troosteloze speelplein waar lotgenoten elkaar ontmoeten. . . ach, als ze maar iets had kunnen voorvoelen van de eenzaamheid, de onzekerheid een goede moeder te zijn, het enorme verlies aan maatschappelijke status - op een feestje ontmoet ze een man, die, als ze hem vertelt dat ze thuiszit met haar baby, zich gapend afwendt - ja, áls, dan had ze haar maatregelen kunnen nemen. Maar hoe dan?

Op dit punt schiet Wolfs analyse van het moederschap in een zelfzuchtige mannenwereld tekort. Kennis had haar vermoedelijk niet voor ongeluk behoed. Zeker bij haar tweede bevalling, toen ze alle gegevens voor dit boek had verzameld, hád ze een keus. Je vraagt je af waarom ze toch niet koos voor de bejubelde 'alternatieven'. Maar dan komt in een benepen tussenzinnetje de aap uit de mouw: ze is bang voor pijn, en wil liefst een dokter voor een ruggenprik bij de hand hebben. En ineens doet ze de 'natuurlijke' bevalling die ze eerder ophemelde, af als 'ideologisch gekleurd', waarbij ze de 'pijnloze bevalling' die in de jaren veertig werd gepropageerd, als ongerijmd bewijs opvoert. Want dat maakt aanvaardbaar dat ze ook de tweede keer in een ziekenhuis belandt en een keizersnede ondergaat.

Ook Wolf, inwoonster van een land waar men nog geen kies laat vullen zonder verdoving, blijkt verknocht aan een cultuur waarin ieder probleem oplosbaar, en geen enkel risico aanvaardbaar wordt geacht - hoe jaloers ze ook is op die nuchtere, thuisbevallende Europese vrouwen. Dat is de echte, onbenoemde tragiek in dit boek. En dat roept de vraag op of de volledig gecontroleerde ziekenhuisbevalling niet precies is wat koning klant in die cultuur wenst en eist.

Het is moeilijk te aanvaarden: een bevalling, of het nu is onder schril ziekenhuislicht, in een snoezige knuffelkamer of een plattelandshut, blijft altijd een pijnlijke rite de passage die moeder en kind aan elkaar bindt. Iedere moeder voelt zich de eerste maanden met haar baby hulpeloos. Haar persoonlijkheid is haar ontnomen, haar glans. Ze is een wezen met kringen onder haar ogen van slaapgebrek, een vormeloos lichaam en druilerig haar, ze is afgesneden van het echte leven, en gedwongen op ieder kikje van de kleine tiran te reageren.

Een dergelijke 24-uurstoewijding wordt in het leven verder nergens meer geëist. Niet door een geliefde, niet door een baas op het werk. Dat is de grote schok voor jonge moeders. Zeker voor vrouwen als Wolf, die zich - gelukkig maar - 35 jaar lang vrijelijk kon wijden aan haar zelfontplooiing, die andere vrouwen opgeruimd vertelde hoe ze hun leven moesten inrichten, en daarvoor applaus kreeg. Dan is de val diep. Dat Wolf deze culturele oorzaken van haar ongeluk niet in haar analyse betrekt, maakt haar 'aanklacht' naïef.

Uiteindelijk liep het goed af, het sprookje van Naomi. Ze vond een oppas - een zwarte vrouw die, zoals ze beschaamd toegeeft, haar eigen kinderen in een slechte crèche moest onderbrengen - en ze ging weer schrijven. Maar het was vooral de onmetelijke liefde voor haar kinderen die haar verzoende met de hele akelige geschiedenis. Zo is die toch nog ergens goed voor geweest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden