Het bos wil maar niet Waldsterben

Paniekverhalen uit de jaren tachtig over stervende bossen door zure regen zijn zwaar overdreven gebleken. Het grootste deel van het Nederlandse bos is redelijk vitaal....

IN 1982 raakte Duitsland in de ban van het grote Waldsterben. Kort daarop wekte ook in Nederland de bossterfte hevige beroering. Door de zure regen zou het Nederlandse bos in tien jaar dood zijn. 20 Procent was al opgegeven, luidden de krantenkoppen. Paniek alom.

De overheid moest een daad stellen. Zo begon in 1984 het onderzoek naar de vitaliteit van de bossen, dat jaarlijks zou worden herhaald. Op drieduizend plaatsen werd de bladkleur, boomkroon en de naald- en bladbezetting van de bomen gemeten.

Al gauw bleek dat de eerste paniek overdereven was, herinnert zich onderzoeker dr. Han van Dobben. 'Alleen de douglasspar en de fijnspar kachelden achteruit, maar dat werd als minder ernstig ervaren, omdat deze exoten toch al vervangen zouden worden door inlandse soorten zoals de eik en de beuk. Men had ooit de kaarsrechte stammen nodig om de mijnen te stutten, maar door de mijnsluiting waren die niet meer nodig.'

De bioloog van het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN), die veel onderzoek doet naar de relatie tussen luchtvervuiling en bosvitaliteit, stelt dat de aantasting van de bossen aanvankelijk werd toegeschreven aan de luchtverontreiniging. Later werd de relatie met de weersomstandigheden en de insectenvraat gelegd. 'Eigenlijk was er weinig aan de hand', schildert Van Dobben nu de situatie van toen.

Sommige onderzoekers nemen het zichzelf kwalijk dat ze destijds hun inzichten niet indringender naar buiten brachten. Van Dobben: 'De onderzoekswereld is tekort geschoten. In de tweede helft van de jaren tachtig wisten we al dat de uitspraak: ''De bossen gaan dood door de zure regen'' onzin was. Maar deze simpele stelling deed het zo goed bij het publiek dat ze er niet meer was uit te rammen.'

Ook de milieubeweging en de beleidsmakers kwam de zware toonzetting goed uit. In het eerste Nationaal Milieubeleidsplan (1989) schreef minister Nijpels dat in het jaar 2000 een groot deel van de bossen moest worden afgeschreven, ondanks alle milieumaatregelen en investeringen. 'Met het ingezette beleid kan slechts 20 procent van de Nederlandse bossen worden beschermd in 2000.'

De milieubeweging zag dit als een aansporing om extra hard de vervuilers aan te pakken die verantwoordelijk waren voor de zure regen: de bioindustrie, het verkeer, de energiecentrales en de industrie. Anderen vonden het pessimisme een slechte benadering, omdat dit het publiek zou kunnen weerhouden zich in te spannen voor milieuverbetering als dit toch zo weinig hielp.

Oud-universitair docent in Wageningen, bosbouwkundige ing. Hans Westra, vond de verhalen toen al dubieus en ging zelf op zoek naar de plekken waar de bossterfte volgens spraakmakende foto's in de kranten zou voorkomen. 'Ik dacht: zoveel dooie eiken komen toch niet voor op het landgoed de Planken Wambuis in Ede? De overgebleven eiken waren zo typisch van vorm dat ik wist dat het dezelfde waren, toen ik ze eenmaal na een middag fietsen had ontdekt. Deze bomen waren echter afgebrand en niet te gronde gegaan door de zure regen.'

Al verdwenen de gewraakte foto's bij de meeste redacties uit de archieven, overdrijving werkt niet, zegt Westra. 'De gewichtigheid waarmee men aankondigt dat de bomen eraan gaan, schijnt nodig te zijn voor de public relations. Men dikt de zaken aan om geld voor onderzoek te krijgen. Da's geen leuke toestand. Voorlichting moet eerlijk zijn en je moet de boel niet beduvelen.'

Drs. Ad Olsthoorn, onderzoeker bij het IBN, geeft toe dat de meningen begin jaren tachtig te stellig waren. 'Maar in Tsjechië en de voormalige DDR is wel degelijk sprake van bossterfte. Althans: bomen boven een bepaalde grens gaan eraan, niet de bomen in het dal. Een artikel in de Tsjechische krant Blesk gaf begin maart nog aan dat het Waldsterben doorgaaat. Zeven op de tien bomen zijn zwaar beschadigd.'

Na de alarmfase is bezinning nuttig. Daarom hield het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij half maart een samenkomst van kopstukken uit de wereld van de bosbouw, onderzoek en beleid. Hoe gezond is ons bos? Die vraag mag wel eens gesteld worden nu de inzichten over de vitaliteit van de bossen wijzigen.

Het jaar in jaar uit tellen van bladeren en naalden van de douglas, fijnspar, beuk, zomereik, Corsicaanse den, grove den en Japanse lariks alleen levert te weinig op. Het beeld verandert de laatste jaren niet: 24 procent van het bos is weinig tot niet vitaal.

De deskundigen willen de verschijnselen verklaren en liefst voorspellingen doen over de toekomst van het bos. Want al is de tijd voorbij van simpele alarmerende boodschappen, aldus ir. Bart Beukema van het ministerie, er zijn wel degelijk sluipende bedreigingen die het hele bos-ecosysteem raken. De aandacht verschuift naar complexere zaken zoals de bosvegetatie, processen in de bodem, de lokale depositie van stikstof en de klimaatinvloeden. Ook al gaan de bomen niet dood, de toestand van bodem, grondwater en vegetatie is zo zorgelijk dat het milieubeleid niet mag verslappen.

Vanaf 1995 is in Nederland een nieuw meetnet opgezet. Niet meer op drieduizend plaatsen overal in het land maar op tweehonderd locaties op de arme zand- en lössgronden wordt het jaarlijkse vitaliteitsonderzoek naar bladkleur, boomkroon en bladbezetting herhaald. Daarnaast wordt eens in de vijf jaar onderzoek naar bodem en vegetatie gedaan. Omdat bodem en vegetatie pas één keer zijn gemeten, valt er nog niet veel over te zeggen. Wel blijkt dat de planten die erg op stikstof zijn gesteld, massaal voorkomen. Zo zijn de bochtige smele, rankende helmbloem, bramen en de trosvlier sterk opgekomen. Zelfs het vette Engelse raaigras is in bossen aangetroffen.

Van de drie stoffen die bij verzuring een rol spelen, is de aanwezigheid van zwaveldioxide dankzij de maatregelen tegen verzuring spectaculair afgenomen, stikstof is door de toename van het autoverkeer gelijk gebleven en de ammoniakuitstoot uit de landbouw is ondanks maatregelen niet verminderd. De deskundigen zijn het erover eens dat stikstof een cruciale rol speelt in de vitaliteit van de bosecosystemen. Als daar andere stressfactoren zoals een koude winter, insectenplaag of droogte bijkomen, tikt de verslechtering harder aan. De interactie tussen de verschijnselen, ook wel 'multiple stressfactoren' genoemd, moet daarom goed in de gaten worden gehouden.

De bossterfte ligt nog steeds op de loer, blijkt uit onderzoek van Olsthoorn, die afgelopen dinsdag in Wageningen promoveerde op de effecten van bodemverzuring op de groei van fijne wortels van de Douglas. De wortellengte van de Douglas is sinds de industriële revolutie met de helft geslonken als gevolg van de verzuring. Extreme toevoeging van stikstof, zoals nu al weer decennia gebeurt, betekent een verdere verstoring. In een droog jaar sterven naar verhouding meer wortels af en treedt meer naaldval op dan het geval zou zijn zonder verzuring.

De wortels die de voedingsstoffen en het water opnemen voor de groei van de boom, zijn te kort geworden om hun werk goed te kunnen doen. Omdat verwacht wordt dat door klimaatveranderingen de zomers droger worden, zal de emissie van verzurende stoffen sterk moeten worden teruggebracht om risico's van boom- en bossterfte in droge perioden te beperken, aldus Olsthoorn. De maatregelen die het kabinet treft om de verzuring tegen te gaan, zijn onvoldoende om de bodem op de zandgronden en in natuurgebieden te verbeteren.

Het is moeilijk om de aandacht vast te houden voor een milieuprobleem dat minder ernstig is dan het zich liet aanzien. Van Dobben merkte dat een jaar geleden in een discussie bij de VVD onder boeren, natuurbeschermers en onderzoekers. 'Wat praten jullie nou over plantjes en vlinders, was de reactie, toen werd gezegd dat de bossen niet doodgingen door de zure regen maar dat de biodiversiteit wel achteruit ging', herinnert Van Dobben zich.

Volgens Westra is ook nu nog vitaliteitsonderzoek geboden. Gegevens over de conditie van het bos en de ontwikkeling ervan zijn nodig. Anders wordt het gissen. 'Dan gaat men terugprojecteren; het bos is nu niet veel soeps dan zal het vroeger wel goed zijn geweest. Uit Duits onderzoek blijkt het tegendeel: het Schwarzwald groeide uit van een bos met een belabberde conditie tot een machtig woud.'

Marieke Aarden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden