Het boosaardige bedwongen

Wat die container met wapens daar midden op de stoep doet? Twee Rotterdamse politieagenten met hun hoofd constant bij de gevaren van het EK zien het al gebeuren: groepen dronken hooligans die in hun baldadigheid het wapenarsenaal buitmaken en herrie gaan schoppen....

Wilma Sütö, stadsconservator van Museum Boijmans van Beuningen, legt uit dat de container deel uitmaakt van een tentoonstelling. Er is permanente bewaking en 's nachts wordt alles afgesloten.

De agenten vertrouwen het nauwelijks. Er lag net toch maar mooi een enorm vuurwapen op de stoep. Dat moet onmíddellijk helemaal achterin de container worden verstopt. Ook als het niet werkt, ja, want je weet maar nooit.

De directe omgeving van Museum Boijmans lijkt tot vogelvrij gebied verklaard. Naast de container, Workshop for Weapons and Bombs, siert een lange rij schietschijven de tijdelijke muur waarachter de verbouwing van het museum plaatsvindt. Tussen de straatstenen liggen eindeloze hoopjes versplinterd glas.

In het museum zelf is de rest van de tentoonstelling Exorcism/Aesthetic Terrorism te zien. Bijeengebracht door de Stadscollectie Rotterdam geven vijftien binnen- en buitenlandse kunstenaars, een modevormgever en een ontwerpbureau hun visie op het volgens curator Sütö laatste -isme in de beeldende kunst van de twintigste eeuw: exorcisme.

Uit onvrede met de duivelachtige hypocrisie van de wereld grijpen hedendaagse kunstenaars alle middelen aan om hun eigen woede uit te drijven. Eén van die middelen is esthetisch terrorisme. Het Kwaad bestrijden door middel van kunst.

Het klinkt allemaal heel stoer en zelfverzekerd. Maar uit de catalogus blijkt ook nog een andere reden voor de agressieve verdediging: de frustrerende kritiek dat kunst niet bij machte zou zijn iets aan de wereldsituatie te veranderen. Dat sommige kunstenaars zich letterlijk tot aan de tanden toe bewapenen, komt dus niet alleen voort uit 'goodwill', maar ook uit pure angst. Bestrijd de vijand met zijn eigen middelen, luidt het devies voor deze kunstenaars.

Mocht het tot een oorlog komen, dan is Atelier Van Lieshout er klaar voor. De container bij de ingang van het museum, tot aan de nok toe gevuld met wapentuig, een auto met kanon in één van de binnentuinen, en uitgebreide studies naar mortieren kunnen ervoor zorgen dat de kritiek voor eens en voor altijd haar mond houdt. Dat is een manier.

Het kan ook anders. In plaats van de vechtersbaas uit te hangen, kun je je ook gewoon overgeven. De videosculptuur van Tony Oursler (Smoke, 1996) bestaat uit een kermende lappenpop zonder noemenswaardig lichaam. Op de muur achter hem stijgt een angstaanjagend dikke rookkolom omhoog. Hier is niets over van de wil om te vechten.

Door de combinatie van verschillende kunstenaars, maar ook door zalen die ruimte bieden aan één persoon, loop je vol spanning in de tentoonstelling rond. Iedere kunstenaar heeft zijn eigen wijze van exorcisme. Er zijn sculpturen van Karin Arink: uitgemergelde, onmenselijk aandoende lichamen van stof of steen. Er zijn menselijke haarballen, die als uitgebraakte kleedjes op de grond liggen, van Aloysius Donia. Of dode kleivogels, uitgestald op een tafel, van Eylem Aladogan.

Allen geven uiting aan een of andere frustratie. Maar het meest effectief zijn de kunstenaars die zo zeker zijn van de positie die de kunst in de wereld inneemt, dat zij zich niet hoeven verdedigen of overgeven. Hun werk hoeft ook niet aan het abjecte te grenzen om dat duidelijk te maken. Zij bespelen Het Kwaad met hun eigen methoden. Een vrolijke vrouw in een video van Pipilotti Rist slaat met een bloem autoruiten kapot, terwijl een politieagente in het voorbijgaan lachend naar haar zwaait. Erik van Lieshout toont een grappige namaakgangsterfilm in een van kartonnen dozen aan elkaar geplakte bunker.

De kunstenaar die het geweld in de samenleving helemaal weet te ontwapenen, is Jeroen Jongeleen. Net als buiten, waar ze in in hun eigen habitat liggen (tussen de straatstenen), toont hij zijn City Jewels binnen in een vitrine: op kleur en grootte gesorteerde stukken glas. Ze zijn afkomstig van aan diggelen gesmeten autoruiten of kapot gegooide glazen en liggen nauwkeurig uitgestald in doosjes en zakjes te blinken. Het is alsof Jongeleen de restanten van agressief gedrag verzameld heeft en ze net zo lang oppoetste tot ze een nieuwe vorm aannamen. Hij heeft het boosaardige bedwongen door het tot een esthetisch object te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden