RECONSTRUCTIE

Het bonnetje dat niemand wilde vinden

Er was geen doofpot, concludeert de commissie-Oosting, over de Teevendeal. Die bevinding komt het Binnenhof niet slecht uit. Want er ging wel erg veel mis op het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Marten Oosting tijdens de presentatie van de onderzoekscommissie Oosting II. Beeld anp

Wie het tweede rapport van de commissie-Oosting over 'het bonnetje' uit de Teevendeal leest, houdt een katerig gevoel over: waarom zweeg secretaris-generaal Pieter Cloo? Waarom beten de ambtenaren die meer wisten niet door?

'Dit klopt niet.' Het is zo'n beetje de eerste gedachte die op 3 juni 2014 bij Coen Hogendoorn opkomt als hij hoort dat zijn politieke baas Ivo Opstelten een brief naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Hogendoorn is directeur van de afdeling financieel-economische zaken. Hij weet dat de afgelopen weken is gezocht naar het bonnetje van de beruchte Teevendeal, maar zelf is hij overal buiten gehouden. Twee weken eerder heeft hij nog zijn hulp aangeboden. De reactie was resoluut: nee, bedankt.

Nu hoort Hogendoorn dat het bonnetje onvindbaar is. Uit een onafhankelijk onderzoek is volgens Opstelten gebleken dat er 'geen back-up' is van het oude computersysteem. Voor de geplaagde minister van Veiligheid en Justitie komt dat niet slecht uit. Nu kan niet meer worden vastgesteld of hij de Kamer inderdaad verkeerd heeft geïnformeerd over het bedrag dat Cees H. in 2001 meekreeg, zoals de advocaten van de drugsbaron beweren.

Hogendoorn voelt nattigheid, blijkt uit de reconstructie die de commissie-Oosting woensdag presenteerde. Het bonnetje moet wél nog vindbaar zijn. Als verantwoordelijke voor de ict bij het ministerie heeft Hogendoorn al eerder laten kijken naar de archivering van de oude systemen. Nog dezelfde dag gaat hij op onderzoek uit. Zonder dat hij het weet, plant hij zo het zaadje voor de tweede commissie-Oosting.

4 juni 2014

Bij de ambtenaren die anders dan Hogendoorn wel betrokken zijn bij het onderzoek overheerst de opluchting. De voorgaande weken zijn een kwelling geweest. Er is eindeloos gesteggeld over de brief die naar de Kamer is gestuurd. Maar liefst 29 conceptversies zijn over en weer gegaan. Ook de premier heeft zich ermee bemoeid.

Het is gelukkig allemaal niet voor niks geweest. De oppositie reageert berustend op de brief van Opstelten. Er wordt niet eens een debat aangevraagd, constateren de ambtenaren verheugd. 'Vandaag wellicht een dag zonder Cees H.', schrijft een medewerker blij. 'So far so good', mailt een andere ambtenaar.

Het is illustratief voor de gemankeerde speurtocht naar het bonnetje van Teeven. De ambtenaren die betrokken zijn bij het onderzoek weten vaak weinig. En de ambtenaren die wel wat weten, zijn niet betrokken bij het onderzoek. Door de extreme eilandencultuur komen ze ook niet met elkaar in contact.

De politieke top zet de toon. De man die de schikking met Cees H. uitonderhandelde, Fred Teeven, is nu staatssecretaris. Hij weet naar eigen zeggen 'alles', maar bijna niemand mag met hem spreken. Zelfs de door Opstelten aangestelde 'onafhankelijke' onderzoeker Henk van Brummen niet. Alleen Gerard Roes, de tweede man binnen de ambtelijke top, krijgt van de minister toestemming om een gesprek te voeren. Teeven laat daarin weten dat het bedrag dat Cees H. meekreeg in zijn herinnering veel hoger was dan het bedrag dat Opstelten noemde in de Tweede Kamer. Toch wordt besloten om die herinneringen niet te gebruiken. Het gespreksverslag verdwijnt in een kluis en blijft omgeven met mysteriën. Als de directeur voorlichting Anne-Marie Stordieu bijvoorbeeld vraagt of ze het verslag mag inzien, wordt ze afgewezen. De reden die ze te horen krijgt: 'Er staat informatie in die gevaarlijk kan zijn voor personen.'

Pas veel later zal blijken dat er niets gevaarlijks in het gespreksverslag van Teeven staat.

6 juni 2014

Om 8.57 uur krijgt Hogendoorn een mail van de ict-afdeling in Zoetermeer die hij twee dagen eerder heeft benaderd. Boodschap: 'De tapes zijn gevonden.' Anders dan Opstelten heeft beweerd, bestaat er wel een back-up van het oude systeem.

In twee dagen tijd heeft Hogendoorn in zijn eentje boven water gekregen wat het team onder leiding van topambtenaar Roes de weken daarvoor niet is gelukt: de mogelijke vindplaats van het Teevenbonnetje lokaliseren. Het is explosieve informatie: een minister die onjuiste informatie naar de Kamer stuurt, komt onherroepelijk in zwaar weer. Dat geldt zeker voor de toch al verzwakte Opstelten.

Precies op dit cruciale moment in de reconstructie van de commissie-Oosting wordt het beeld opeens vaag. Hogendoorn stapt met zijn informatie niet naar Gerard Roes, de man die de Teevendeal in zijn pakket heeft. Wel gaat hij naar eigen zeggen naar secretaris-generaal Pieter Cloo. Dat is nu eenmaal de man onder wie hij valt en aan wie hij rapporteert. Zo werkt het ministerie. Iedereen blijft binnen zijn eigen koninkrijk.

Secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie Pieter Cloo. Beeld anp

Oosting is er niet in geslaagd om te achterhalen waarom de informatie over de mogelijke vindplaats van het Teevenbonnetje nooit tot iets heeft geleid. Volgens Hogendoorn is hij 'tussen 9 en 10 uur' naar Cloo gegaan. In zijn eigen herinnering: 'Ik heb mijn sg (secretaris-generaal, red.) mondeling gemeld dat ik niet zou uitsluiten dat er een back-up van het oude financiële systeem zou moeten zijn.'

Cloo zegt zich niets te herinneren van dat gesprek. Er is geen notitie, geen sms, geen mail die kan bewijzen dat het gesprek heeft plaatsgevonden. In de herinnering van Hogendoorn reageerde Cloo laconiek, hoewel de top van het ministerie én de premier wekenlang bezig waren geweest met de kwestie van de Teevendeal. 'Goed om te weten', zou de secretaris-generaal slechts hebben gezegd.

Met die woorden stopt plotseling alles. Hoewel Hogendoorn eigenhandig een zoektocht is begonnen, kijkt hij na zijn gesprek met Cloo nooit meer naar de zaak om. Hij spreekt geregeld met Roes, maar dat gaat alleen over de begroting. Over de foutieve brief die naar Kamer is gestuurd over de Teevendeal zegt hij geen woord. De ict'ers in Zoetermeer horen nooit meer iets. Er komt geen opdracht om het onderzoek voort te zetten. De gevonden tapes verdwijnen met gele post-it-stickers in de kluis.

4 maart 2015

Het spook uit het verleden is terug. Nieuwsuur heeft het bonnetje van de Teevendeal in handen. Drugscrimineel Cees H. kreeg 4,7 miljoen mee van Teeven, veel meer dan Opstelten aan de Kamer heeft gemeld. En hoe kan Nieuwsuur over het bonnetje beschikken? Volgens de minister waren er toch geen back-ups?

Op het ministerie heerst paniek. Nu begint Cloo op eigen houtje een onderzoek, terwijl hij eerder niet bij de zaak betrokken was. Hij neemt contact op met de ict-afdeling. Ook zijn interne rivaal Roes geeft het startsein voor een nieuw onderzoek. In de beste traditie van het ministerie gebeurt dat afzonderlijk van elkaar. Met negen maanden vertraging krijgt de ict-afdeling in Zoetermeer nu opeens twee opdrachten om het bonnetje boven water te halen. Binnen een paar dagen is dat gelukt. Even later stappen Opstelten en Teeven op.

De commissie-Oosting krijgt opdracht om de hele affaire te reconstrueren, maar hoort nooit dat al in juni 2014 de latere vindplaats bekend was. Iedereen zwijgt erover. De ict-afdeling heeft een memo gemaakt over de geschiedenis, maar de top van Veiligheid en Justitie deelt die informatie niet. Hogendoorn meldt zich niet bij de commissie. Cloo zwijgt over de episode. Roes ook. Uiteindelijk komt de zaak weer via Nieuwsuur naar buiten, nadat de nieuwe bewindslieden Ard van der Steur en Klaas Dijkhoff met de beschuldigende vinger naar de ict-afdeling hebben gewezen. Die zou niet goed hebben gezocht.

Ivo Opstelten (R) Fred Teeven in 2012 tijdens het debat in de Tweede Kamer over de begroting van Veiligheid en Justitie. Beeld anp

25 mei 2016

Oosting II heeft aangetoond dat de computerdeskundigen niets te verwijten valt. Ze wachtten op een opdracht die nooit kwam. Verder houdt de onderzoekscommissie vast aan de oude conclusies: wel geklungel, geen doofpot. Daar legt het Binnenhof zich nu bij neer. Niemand ziet nog het nut van verder onderzoek. Iedereen is klaar om het bonnetje te vergeten. Losse eindjes worden op de koop toegenomen.

Marten Oosting tijdens de presentatie van de onderzoekscommissie Oosting II. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden