Het blijven verschrikkingen

Een van de aangrijpendste oorlogsfoto's die Susan Sontag zich goed herinnert, schrijft ze in het deze week verschenen Kijken naar de pijn van anderen, is een metersbrede cibachrome-dia van de Canadese kunstenaar Jeff Wall, getiteld 'Dead Troops Talk (A Vision After an Ambush of a Red Army Patrol near Moqor,...

Wall wil met zijn foto de verschrikkingen van de oorlog in beeld brengen, zoals in een 19de-eeuws panorama of diorama, realistisch weliswaar, maar niet echt. Dode soldaten praten niet. Het beeld van die dertien gesneuvelde Russische soldaten met dikke winteruniformen en hoge laarzen is overweldigend. Walls foto is een felle aanklacht. Ze hebben geen enkele belangstelling voor de levenden, zegt Sontag, voor degenen die hen hebben gedood, voor getuigen – of voor ons. 'Waarom zouden ze onze blik zoeken? (. . .) ”Wij” – dit ”wij” is iedereen die nooit heeft doorgemaakt wat zij hebben doorgemaakt – begrijpen het toch niet.'

In Kijken naar de pijn van anderen, het vervolg op haar briljante On Photography uit 1977, vraagt Sontag zich af of schokkende beelden kijkers beïnvloeden of wellicht zelfs ophitsen. We krijgen dagelijks een portie van zulke beelden te zien, bomaanslagen en oorlogsgeweld. Misschien is onze perceptie van de werkelijkheid aan erosie onderhevig als gevolg van de alomtegenwoordigheid van gruwelijke beelden.

Sontag volgt de raadgevingen op van Virginia Woolf, die in 1938 in Three Guineas overdenkingen neerschreef over de oorzaken van oorlog. Ze liet mannen en vrouwen naar oorlogsfoto's kijken. Het is een mannenzaak, zei Woolf, mannenwerk, de moordmachine heeft een geslacht en wel het mannelijke. Kijk maar eens naar foto's van de Spaanse burgeroorlog, ging Woolf verder, kijk welke gevoelens die afbeeldingen bij ons opwekken. Dat doet Sontag ook: hoe reageren wij op zulke beelden, wanneer we naar de pijn van anderen kijken? Voor haar is een foto van gruwelen 'een middel om ”werkelijkheid” (of ”meer werkelijkheid”) te geven aan dingen die mensen met een bevoorrecht of in elk geval veilig leven misschien liever zouden negeren'.

'Oorlog rijt, scheurt', schrijft Sontag. 'Oorlog splijt, legt open. Oorlog verschroeit. Oorlog verminkt. Oorlog verwoest.' Dat zie je op de foto's in The Eye of War van Phillip Knightley, oud-correspondent van de Londense Sunday Times. Het is een heel ander boek dan Sontags essay (waarin trouwens geen foto's staan): Knightley laat veelal beroemde oorlogsfoto's zien, van de Krimoorlog tot het recente conflict in Irak, en verzamelde getuigenissen van journalisten. Het boek is ook veel afstandelijker geschreven, er wordt geen 'wij', de lezer, in aangesproken zoals bij Woolf of Sontag. Het gaat bij Knightley over dé oorlogsverslaggever, dé oorlogsfotograaf, dé getuige.

Ze komen er allemaal in voor, de eerste slagveldfotografen, Roger Fenton op de Krim en Matthew Brady tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog; F. A. Fyfe tijdens de Eerste Wereldoorlog; Robert Capa bij de landing van Normandië; Philip Jones Griffiths en Don McCullin in Vietnam; Gary Knight, Ron Haviv en James Nachtwey in Bosnië, in de Palestijnse gebieden, in Afghanistan, in Irak en bij het New Yorkse World Trade Center.

Oorlogsestheet en schrijver Ernst Jünger vergeleek 'plaatjes schieten' met 'mensen schieten' – Sontag deed dat ook in On Photography, maar noemt het nu 'de onuitroeibare vergelijking tussen camera en geweer'. Er is nu geen oorlog zonder fotografie; al sinds de uitvinding van de camera in 1839 houdt de fotografie zich bezig met de dood.

Ernst Friedrich hanteerde fotografie als shocktherapie, in een album met meer dan honderdtachtig foto's, grotendeels afkomstig uit Duitse militaire en medische archieven, close-ups van soldaten met verschrikkelijke verwondingen in hun gezicht. We herinneren ons het doodschieten van een Vietcong-verdachte, 1968, die dode man met vertrokken gezicht die net nog niet neervalt, of die foto van Hung Cong 'Nick' Ut, 1972, kinderen die gillend van de pijn over de weg rennen nadat hun dorp even tevoren met Amerikaanse napalm is bestookt. Foto's zijn ook vaak echo's van andere foto's. De opnamen van uitgemergelde Bosnische gevangenen in Omarska, het Servische concentratiekamp dat in 1992 in Noord-Bosnië werd ingericht, deden denken aan de foto's van de vernietigingskampen van de nazi's.

De graagte waarmee mensen kijken naar afbeeldingen van lichamen die pijn lijden, naar 'de iconografie van pijn', doet bijna niet onder voor de gretigheid waarmee afbeeldingen van naakten bekeken worden. Zonder huiveren naar afbeeldingen van martelaren te kunnen kijken, of naar het hele repertoire van wrede taferelen uit de klassieke oudheid, 'schenkt voldoening', zegt Sontag. 'De huivering schenkt genot.' Dat had je vroeger ook met schilderijen.

Pas in de 17de eeuw wordt gruwelijk lijden als iets betreurenswaardigs voorgesteld, zoals de ellende die een burgerbevolking wordt aangedaan door een bandeloos en zegevierend leger op de etsen van Jacques Callot, Les misères et malheurs de la guerre, 1633, over de Dertigjarige Oorlog. Hét keerpunt echter in de geschiedenis van moreel gevoel en verdriet was de serie etsen van wreedheden van Francisco José de Goya y Lucientes, Los desastres de la guerra, over de wreedheden die de soldaten van Napoleon bedreven toen ze in 1808 Spanje binnenvielen om de opstand tegen de Franse overheersing neer te slaan.

Krijgen we zulke verschrikkingen wel nog te zien in een technologische oorlog? 27 Februari 1991, op de weg naar Basra: konvooien werden beschoten met explosieven, napalm, radioactief DU (verarmd uranium), clusterbommen, een bloedbad dat een Amerikaanse officier omschreef met de geruchtmakende uitdrukking 'kalkoenschieten', dát kregen de Amerikaanse televisiekijkers niet te zien. De meeste operaties van de Amerikanen in Afghanistan, tegen het eind van 2001, waren verboden terrein voor nieuwsfotografen.

Maar daarom is een oorlog nog niet onzichtbaar. Sontag 'corrigeert' in haar nieuwe boek enkele stellingnames uit On Photography. Ze gelooft niet in 'een ecologie van beelden' – minder gruwelijkheden op televisie maken mensen niet minder apathisch. De verschrikkingen zelf nemen niet af, de werkelijkheid blijft bestaan, het is onze ervaring van die werkelijkheid die erodeert.

Vooral haar reizen naar het belegerde Sarajevo, waar ze een voorstelling van Wachten op Godot regisseerde, hebben haar gezichtspunten veranderd. Ze heeft een hekel aan die bekende Fransen, onder wie André Glucksmann, die voor één dagje naar Sarajevo kwamen, alsof de oorlog gewonnen of verloren zou worden door wat er in de media gebeurde. Sontag verwerpt al die fraaie retoriek – 'dit schijnt een soort Franse specialiteit te zijn' – over de 'spektakelmaatschappij' van Guy Debord of over de 'gesimuleerde werkelijkheid' van Jean Baudrillard.

Die gedachte, dat alles langzamerhand spektakel wordt, vindt ze 'een adembenemende vorm van provincialisme': het veralgemeniseert de kijkgewoonten van het ontwikkelde en rijke deel van de wereld. Er zijn miljoenen televisiekijkers die verre van immuun zijn voor wat ze op de tv zien. 'Zij kunnen zich niet de luxe veroorloven om neerbuigend te doen over de werkelijkheid.'

Zoals foto's medeleven kunnen opwekken, schreef ze in haar On Photography, kunnen ze dat medeleven ook laten verschrompelen. 'Is dit waar?', vraagt Sontag zich nu af. Het effect neemt af doordat onze toeschouwerscultuur de morele kracht van gruwelijke foto's neutraliseert. Alle foto's wachten erop te worden uitgelegd of vervalst door hun onderschrift. In welke mate een beeld zijn kracht verliest, hangt ook af van de wijze waarop het wordt gebruikt, van waar en hoe vaak het wordt gezien.

'Een van de taken van de fotografie is de veelvormigheid van de wereld te laten zien', schreef Sontag in haar vorige essaybundel Where the Stress Falls ('Waar de nadruk ligt'), 'en ons besef daarvan vorm te geven.' Het gaat om het pluriforme, we willen weten 'dat er tegenover elk di ¿ t ook een dát staat'. De fotografie, meent een bijzonder strijdvaardige Sontag in een stuk over Annie Leibowitz' fotoboek Women, stelt zich ten dienste van een ethos dat niet meer wil oordelen. 'De camera toont ons vele werelden, en waar het om draait is dat alle beelden van waarde zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden