Het blijft tobben met internet

Internet ligt in een grijs gebied tussen massa- en persoonlijk medium. En gaat soms aan zijn eigen succes ten onder....

Francisco van Jole

HET lijkt internet wel. Die gedachte schoot me onwillekeurig als eerste te binnen toen verslaggever Wouter Kurpershoek in oktober ineens live via beeldtelefoon in het Journaal te zien was. Eigenlijk nog voor ik hoorde wat hij te melden had vanuit Pakistan. De schokkerige, belabberde kwaliteit van de beelden en het merkwaardige fenomeen dat het geluid vooruitliep op het beeld - dit moest wel een voortbrengsel van de digitale revolutie zijn: je krijgt iets sneller dan ooit, maar de kwaliteit is slechter dan je gewend bent. Net internet. Al is dat sneller niet gegarandeerd.

Een vriendin raadde me deze week aan de Nationale Wetenschapsquiz via internet te spelen. 'En hoeveel had jij er goed?', vroeg ze op Eerste Kerstdag monter. Ik moest zelfs dat antwoord tandenknarsend schuldig blijven, want de internetserver van de VPRO, die beloofd had mijn score bij te houden, was bezweken onder de 'overweldigende drukte', bleek uit een summiere mededeling op de site. Hoezo overweldigende drukte? De VPRO heeft nu ruim zeven jaar ervaring met internet, maar is dus kennelijk nog steeds niet in staat peil te trekken op het gedrag van gebruikers? Is dat de beloofde efficiëntie en het strategisch inzicht waar irritante ict-reclames ons voortdurend mee om de oren slaan?

Troost voor de VPRO dat ze niet de enige is. Steeds als internet zichzelf onmisbaar maakt, begeven de systemen het, werd ook op 11 september weer duidelijk. Op die middag wierp ik toevallig net een blik op de televisie toen CNN de eerste beelden vertoonde van wat even later een aanslag bleek te zijn. Ik greep acuut de telefoon en belde wat vrienden. Zij die een tv of radio onder handbereik hadden, waren daarna het beste af want degenen die louter aangewezen waren op internet, kregen slechts mondjesmaat informatie. Praktisch alle nieuwssites begaven het onder de 'overweldigende drukte'.

Ik weet van iemand die ten einde raad van kantoor naar huis had gebeld met de vraag of de hoorn voor de radioluidspreker gelegd kon worden, en er vervolgens via de mobiele telefoon naar luisterde. Radio via de mobiele telefoon, wie had dat ooit gedacht? Voor nieuws op internet wil niemand betalen, maar een gulden per minuut op de gsm is kennelijk geen probleem.

De rest van de dag was ik aan de tv-buis gekleefd. Het enige dat me via internet trof, was de e-mail die ik kreeg van een vriend uit New York. Hij was gezond en wel. De volgende dag kocht ik een heel klein draagbaar radiootje en een stapeltje kranten. Luisterend naar het laatste nieuws las ik de verslagen en bekeek de foto's.

Tot zover de digitale revolutie en de massamedia.

Als het voorbije jaar iets geleerd heeft, dan is het wel dat het inzetten van internet als massamedium erg lastig is. Niet alleen laat de techniek het op cruciale momenten bijna steevast afweten, ook de gebruiker is onberekenbaar. Zo is het bezoek aan nieuwssites op 11 september weliswaar explosief gegroeid en ijlt die toename nog na met hogere, dagelijkse bezoekcijfers dan voorheen, maar in een interview met de Chicago Tribune durft zelfs de hoofdredacteur van Msnbc zich niet meer uit te laten over de duurzaamheid van die nieuwsgierigheid.

Om het geheel nog lastiger te maken blijken ook de nieuwssites zelf het medium amper effectief te gebruiken. Ze zijn er althans niet op gebrand om nieuws heet van de naald te brengen, blijkt uit een deze maand gepubliceerd onderzoek van Online Journalism Review. Slechts enkele nieuwssites nemen de moeite snel eigen nieuws online te publiceren; de meeste beperken zich tot de berichtenstroom van de internationale persbureaus. Met als gevolg dat praktisch op iedere site dezelfde verhalen zijn te lezen. Wellicht daarom ook dat het publiek slechts een paar nieuwssites een blik gunt. In oktober bekeken 47 miljoen gebruikers een nieuwssite, waarbij CNN en Msnbc als enige meer dan tien miljoen gebruikers haalden. De derde in rangschikking, The New York Times, moest volgens de metingen van Jupiter Media Metrix genoegen nemen met acht miljoen bezoekers.

Overigens is het aantal bezoekers evenmin een garantie voor succes. Msnbc moest dit najaar personeel ontslaan omdat het toegenomen bezoek tot hogere kosten had geleid. De populaire site over reclame Adcritic ging drastischer te werk en gooide de deur volledig in het slot. Die tegendraadse ontwikkeling waarbij sluiting volgt op succes, is het gevolg van een ander verschil tussen internet en reguliere massamedia: de digitale kosten lopen evenredig op met de populariteit. Het lijkt kortom wel alsof het op geen enkele manier goed kan gaan met internet.

Misschien zit het probleem in de aard van het medium internet. Een massamedium bestaat bij de gratie van onpersoonlijkheid. Niemand verwacht dat televisie rekening houdt met individuele wensen. Geen krantenlezer die boos is als het openingsartikel hem een keer niet interesseert. Internet zou met dat onpersoonlijke karakter van de media afrekenen, zo werd geredeneerd. Personalisering van het nieuws werd het genoemd, en anderen hadden het over narrowcasting, inderdaad het tegenovergestelde van broadcasting.

In de praktijk blijkt die benadering veel lastiger dan gedacht, en misschien zelfs wel onmogelijk, juist omdat internet in een grijs gebied ligt tussen massa- en persoonlijk medium. Het persoonlijk proberen te maken van iets dat het per definitie niet is, leidt al snel tot hetzelfde gevoel dat een boekenbon als verjaardagscadeau oplevert. Ja, je mag met zo'n bon zelf kiezen, maar een persoonlijk cadeau is het daarmee juist niet - eerder het tegenovergestelde.

Om het nog ingewikkelder te maken verschilt de persoonlijkheidswaarde van internet per gebruik. Zo wordt bijvoorbeeld e-mail als persoonlijker ervaren dan het web, maar waar de grens precies ligt is onduidelijk. Dit grijze terrein blijkt veel lastiger in kaart te brengen dan iedereen dacht, laat staan dat er regels voor bestaan.

2001 Was het jaar waarin PCM, uitgever van deze krant, net als vele andere abrupt de kraan dichtdraaide van allerlei miljoenen verslindende internetprojecten. Hoewel die beslissing terecht was, betekent het ook dat het grijze gebied van internet niet langer, of althans veel langzamer verkend wordt. Dat is jammer, want technologie heeft nogal eens de neiging zich anders te ontwikkelen dan gedacht. Tien jaar geleden werd de beeldtelefoon geïntroduceerd voor persoonlijk gebruik. Dat mislukte genadeloos. Niemand zat kennelijk te wachten op dergelijke communicatie. Maar ook niemand verwachtte toen dat het televisiejournaal er tien jaar later informatiever en spannender door zou worden. Inmiddels blijkt dat de digitale revolutie net zo schokkerig verloopt als de beelden uit Afghanistan: het is niet wat ik van televisie verwacht, maar ik zou ze niet willen missen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden