Het blijft spartelen voor waterpoloërs

Voor Nederlandse waterpoloërs, althans de betere, lonkt wel degelijk een mooi sportbestaan maar dan wel héél ver weg van Eindhoven, de stad waar afgelopen weekeinde kwalificatie voor het Europees kampioenschap moest worden afgedwongen....

International Eelco Uri (27) beschrijft hoe hij sinds twee jaar als full-prof bij het Franse Olympic Nice traint: het zwembad ligt op een vijf etages tellend gebouw. Met al dat glas heeft hij al zwemmend een mooi uitzicht op de Alpen. Bebouwing aan de andere zijde verhindert helaas een blik op die altijd blauwe zee.

Uri klaagt niet. 'Leuk betaald, eten bij de club, alle trainingsfaciliteiten die je wilt. En je ziet nog eens wat van de wereld.' Dinsdag vertrekt hij met zijn ploeggenoten, onderwie nog drie Nederlanders, naar Hongarije. Er wacht weer een wedstrijd in de Champions League.

Voor jonge Nederlandse waterpoloërs, althans de betere, duurt het nog even alvorens er een betaald verblijf in Zuid-Europa in zit. Zij die in 2008 worden geacht Nederland bij de Olympische Spelen terug aan de (sub-)top te brengen - precies 25 jaar geleden werd er brons gewonnen - hebben nog geen geweldige faciliteiten.

Jong Oranje oefent in Eindhoven tegen Jong Duitsland, bij wijze van voorprogramma van het EK-kwalificatietoernooi. Robert van den Hoogenband, het broertje van Pieter, is lid van Jong Oranje.

Moeder Astrid heeft een wintersportweek in Zwitserland maar even uitgesteld: 'Wij hebben dit weekeinde vier logés, van Jong Oranje.'

Want Jong Oranje is geen low-budget maar eerder een no-budget 'onderneming'. Jonge internationals slapen bij moeder Van den Hoogenband thuis, in Geldrop.

In datzelfde huis in Geldrop woont een olympisch kampioen. Pieter van den Hoogenband laat zich vrijdag in het Eindhovense zwembad De Tongelreep maar weer eens van zijn mediagenieke zijde zien - vertrouwd brede grijns voor de tv-camera's - wanneer Philips-topman Cor Boonstra het contract tekent dat de komst van de eerste professionele zwemploeg bezegelt.

Een miljoen gulden voor vier zwemmers/sters, een stagiaire en een trainer (even los van al die andere sponsors voor Van den Hoogenband en Inge de Bruijn). Een miljoen gulden, dat is zo ongeveer het bedrag dat de KNZB op jaarbasis ter beschikking heeft voor de hele Nederlandse waterpolo-top. Voor de mannenploeg (elfde in Sydney), de vrouwenploeg (vierde in Sydney) en alle jeugdselecties.

In datzelfde Eindhovense zwembad De Tongelreep moet de Nederlandse mannenploeg dit weekeinde deelname aan het EK in Boedapest (juni) bereiken. Met Rusland (zilver in Sydney), Oekraïne (Europees kampioen van de B-landen) en de ultra zwakke broeder Denemarken wordt gestreden om twee plaatsbewijzen.

In kwantitatieve zin heet Nederland een groot waterpololand te zijn maar voor de mannenploeg is aansluiting met de wereldtop al jarenlang een illusie. Waar in Zuid-Europese landen sponsors de buidel trekken (Uri: 'Zelfs in Turkije heb je tegenwoordig profs') en in Oost-Europese de staat de spelers onderhoudt blijft het in Nederland spartelen geblazen.

Graag zou bondscoach Johan Aantjes eens fulltime aan de slag willen gaan. De 42-jarige oud-international werkt nu nog twintig uur per week op een basisschool in De Bilt en hunkert naar professionalisering. 'Maar ja, ik schiet er ook niet veel mee op als ik straks wél volledig in dienst ben van de bond en geen spelers heb die zich ook volledig aan polo kunnen wijden.'

Vijf professionele waterpoloërs telt Nederland: Eelco Uri, Gerben Silvis, Matthijs de Bruijn en Marco Scheffer spelen bij Nice, Harry van der Meer bij het Italiaanse Bogliasco. Niemand van de overige internationals die er voorlopig ook maar over peinst om zich volledig aan de sport te wijden. Werk en studie gaan voor.

Bondscoach Aantjes is al lang blij dat hij de selectie een kleine week bijeen kan krijgen als voorbereiding op het kwalificatietoernooi. 'Voor een aantal jongens die werken betekent dat al een heel groot offer.'

Voor doelman Arie van de Bunt bijvoorbeeld. De 31-jarige Van de Bunt (meer dan driehonderd interlands) geldt als een van de beste keepers ter wereld maar spelen en trainen voor Oranje betekent telkens weer schipperen met het werk.

Van de Bunt is een van die internationals die na Sydney overwoog te bedanken voor het Nederlands team 'maar die internationale wedstrijden blijven toch altijd leuk'.

Hoe beperkt de mogelijkheden in Nederland ook zijn, de nationale ploeg ontbrak de laatste decennia zelden of nooit bij de grote toernooien.

Dankzij een aantal herkansingen kwalificeerde Nederland zich zelfs ook weer voor Sydney hoewel de aanwezigheid van de waterpoloërs aldaar vrijwel onopgemerkt bleef. 'We waren daar deelnemer en meer niet', vat bondscoach Aantjes bondig samen.

Vrijdagavond in De Tongelreep valt er voor de waterpoloërs dan eindelijk weer eens wat te lachen. Ook voor de toeschouwers en zelfs al voor het eerste fluitsignaal voor het cruciale duel tegen Oekraïne: waterpolo is kennelijk zo in de greep van het amateurisme dat het Wilhelmus zo ongeveer op fluistertoon via de luidspeakers door het zwembad zoemt.

Harder gaat het er nadien in het water aan toe. Vooral dankzij de met scherp schietende linkshandige Arno Havenga (zes treffers) en de falende doelman van de Oekraïne boekt Nederland een onverwacht ruime overwinning: 9-5. Een inmaakpotje tegen de Denen, de dag erop, eindigt bij 26-1. Zelfs doelman Van de Bunt scoort. Kwalificatie voor het EK is daarmee al bereikt. De andere EK-ganger Rusland blijkt zondag te sterk: 5-7.

Stap één is in ieder geval gezet, concludeert een opgeluchte Kees van Hardeveld, de waterpolo-coördinator van de KNZB. Nu deelname aan het EK bereikt is kan de bond opgewekter de gespreksrondes ingaan met geldschieter NOCNSF. Volgende maand zit Van Hardeveld met NOCNSF om de tafel om de planning voor de komende jaren door te spreken.

'We moeten wel reëel blijven. Bij deze ploeg zitten veel jongens die van toernooi tot toernooi kijken of ze het nog wel kunnen combineren met hun werk of studie. Als je structurele progressie wil boeken moet je naar de jongere lichting kijken. Jongens die er op termijn wél volledig voor topsport kunnen kiezen. Daarover praten we met NOCNSF. Bij de Spelen van 2008 moeten we weer écht een rol kunnen spelen.'

Zomaar meer geld pompen in de huidge nationale ploeg biedt te weinig soelaas, zegt Van Hardeveld. 'Zo'n Bankras-model, alle toppers samen krijgen in Zeist, en dan maar trainen, trainen, trainen, dat lukt niet in waterpolo. Veel belangrijker is de ondersteuning van verenigingen. Aan de basis zal het toch moeten gebeuren.'

De waterpoloërs hebben bij NOCNSF een B-status (driehonderd gulden per maand) maar met alleen meer geld voor de sporters kweek je geen topsportmentaliteit, zegt Van Hardeveld. 'Voor het bedrijven van topsport moet je offers brengen. We hebben nu een jeugdinternational, Pim Visscher van AZC Alphen, die op eigen initiatief drie weken gaat meetrainen bij Nice. Die jongen investeert in zichzelf. Zouden we er meer van moeten hebben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden