Het bittere kruid drinken is beter dan arrestatiebevel

Het legerkamp is ingericht naast de landingsbaan. Een paar tenten, enkele soldaten achter een mitrailleur, een dozijn koeien op de landingsbaan....

Een van de soldaten slentert mijn kant op. Of ik een sigaret heb. Die heb ik in Afrika altijd bij de hand. Rook breekt ijs. De soldaat blijkt geen Soedanees te zijn, hij komt uit Oeganda.

Oeganda?

‘Ja, we jagen hier op de rebellen van Joseph Kony.’

En dat mag van Soedan?

‘Ja hoor, ze zijn blij met ons.’

De soldaat, hij heet Charles, is vaker buiten Oeganda actief geweest tijdens zijn 19-jarig dienstverband bij de Uganda Peoples Defence Force. Zo streed hij in Congo, tijdens de burgeroorlog.

Fijne tijd, daar viel nog eens wat te verdienen. Charles trekt aan zijn sigaret en zegt: ‘Wil je misschien diamanten kopen?’

Bloeddiamanten? Euh nee, ik moet nog wat grenzen over. Charles begrijpt het. Even goede vrienden, hoor.

Charles heeft al heel wat strijd gezien. De laatste tijd vocht hij vooral tegen kindsoldaten van Kony’s Verzetsleger van de Heer (LRA). ‘Soms moesten we hen doden, want anders schoten ze ons dood.’

Maar het liefst neemt hij de soldaatjes van het LRA gevangen, het zijn toch landgenoten nietwaar? Dan worden ze teruggestuurd naar huis om gerehabiliteerd te worden. Kunnen ze terug naar school.

Gewoonste zaak van de wereld, vindt Charles. De rebellen van Kony hebben de afgelopen twintig jaar verschrikkelijke misdaden begaan – ze vermoordden en verminkten burgers, ze ontvoerden kinderen – maar straffen voor een gewone rechtbank heeft toch geen zin. Er zijn te veel daders, zegt Charles.

Nee, zegt hij, beter is een traditioneel verzoeningsritueel, een mato oput, waarbij de daders letterlijk ‘het bittere kruid drinken’. En daarna pakt iedereen, daders en slachtoffers, gewoon zijn leven weer op.

Charles weet dat onlangs in Juba de vrede is getekend met het LRA. Hij grijnst. Vrede? Nu? Een paar dagen geleden werd hij er nog op uit gestuurd om rebellen in de buurt te verjagen. Ze zijn nog volop actief in Zuid-Soedan.

Toegegeven, thuis, in Gulu in het noorden van Oeganda, is het nu rustig. ‘Familieleden van mij die jarenlang in vluchtelingenkampen hebben gewoond, zijn weer naar huis.’ Maar Charles zelf moet nog even in het zuiden van Soedan blijven. De rebellen zijn nog lang niet allemaal ontwapend. Kony zelf heeft zich al maanden niet laten zien. En diens handtekening is toch écht nodig op een definitief vredesakkoord.

‘Jullie schuld’, zegt Charles.

Onze schuld?

‘Ja, jullie Internationale Strafhof in Den Haag heeft een arrestatiebevel tegen hem lopen. Zolang dat uitstaat, laat Kony zich niet zien en blijft het oorlog.’ Vergeet dat arrestatiebevel, zegt hij. Laat Kony gewoon thuiskomen, laat hem dat bittere kruid drinken – en klaar. Dan heeft de bevolking van Noord-Oeganda en Zuid-Soedan eindelijk rust en kan ook Charles weer naar huis.

Ik leg uit dat hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo van het Strafhof vasthoudt aan dat arrestatiebevel en geef Charles als troost nog een sigaret.

‘Nou ja’, zegt hij, ‘dan blijven we nog maar even hier. Wil je misschien dan toch die diamanten niet even zien?’

Rolf Bos

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden