Het best te genieten in goed gezelschap

Natte wind blaast tegen het raam dat afwisselend groen en rood oplicht door het stoplicht op de hoek. Met de regelmaat van golven aan het strand spoelen de kleuren over het raam, rood-groen-rood-groen-rood....

Mac van Dinther

Gasten die wachten op een partner die veel te laat komt, wat moet je daarmee als restaurant? Ik was de eerste gast van de avond. Maar terwijl om mij heen mensen zijn aangeschoven en de geur van hun eten mijn neus vult, zit ik te verpieteren achter een glas wijn en een slinkend bordje brood met boter die geparfumeerd is met iets dat op bloemetjesparfum lijkt. En waarvan ik maar niet kan vaststellen of dat de bedoeling is of een vergissing.

Anderhalf uur duurt deze opgelaten toestand, die ik probeer te verlichten door geforceerde lachjes te werpen naar de meisjes van de bediening. Maar die hebben ervoor gekozen mij te negeren zolang ik geen volwaardig gezelschap ben.

Er lijkt geen boze opzet achter te zitten, het is meer alsof ze er ook geen raad mee weten. Maar het verspreidt weinig gevoelens van gastvrijheid. Ik vind mijn gemak uiteindelijk maar in berusting en de wetenschap dat na rood altijd wel weer groen komt.

Het begon met een vriendin die ergens lekker heeft gegeten. Maar, voegde ze eraan toe, ze was in goed gezelschap, wijn vloeide, de kok bleek een bekende. Het was kortom erg gezellig. Of ik niet eens met een 'objectieve' blik wilde gaan kijken.

Ik bleef hangen op dat woordje objectief, want uit eten is altijd een subjectieve ervaring. Wat vriendin waarschijnlijk bedoelde was of ik wilde kijken of het restaurant ook goed is als het er minder feestelijk aan toegaat.

Let maar op: van de tien keer dat iemand zegt dat hij ergens lekker heeft gegeten, bedoelt hij negen keer dat het gezelschap goed was, de gesprekken levendig en de sfeer geweldig. De bijdrage die een restaurant in zo'n geval kan leveren, is de boel niet te versjteren door beroerd eten te serveren. Maar het hoeft ook weer niet héél goed te zijn om de avond toch de glans van geslaagdheid te geven.

Toevallig stond het restaurant, La Fleur de Lys in Utrecht, al op mijn lijstje. Waarom? Omdat het gerund wordt door een jonge Marokkaanse, wat gewoon leuk is.

De inrichting is eenvoudig: houten tafeltjes zonder kleed, kaarsen in kandelaars aan de muur, lichte lambrizering. Uit boxen klateren Franse chansons. De voertaal is Frans. Behalve de Marokkaanse gastvrouw spreekt niemand van de bedienende meisjes Nederlands.

De kaart is Franser dan Frans. Opmerkelijk, want La Fleur is opgezet door bovengenoemde Marokkaanse en een Franse Algerijn, eigenaar van Le Soleil, ook in Utrecht. Maar behalve het peper- en zoutstel in de vorm van een tajine (een kookpan) zijn Noord-Afrikaanse invloeden afwezig. Foie gras, magret de canard, escargots, met de menukaart wanen we ons eerder in de Franse campagne dan in Casablanca, laat staan Utrecht.

Met de intenties zit het wel snor, de bediening is sympathiek, de sfeer oké. Maar het eten valt tegen. De salade van rivierkreeftjes (poëtisch aangeduid met Belles de nuit) ziet er goed uit, maar die met eendenmaagjes gaat gebukt onder een overmaat aan ingrediënten. Druiven, vijg, radijs, komkommer, aspergepunten, sla, croutons, onrijpe tomaat en eendenmaagjes vormen géén harmonische combinatie, wat de kok er ook bij gedacht mag hebben.

Het hoofdgerecht van kwartel met pruimen doet het ook niet. De kwartel is goed, maar de rijst erbij is lauw en klef, de peultjes zijn slecht afgehaald en de amandelsaus is te zoet. Dat zou je een kwestie van smaak kunnen noemen, maar de pruimen zorgen ook al voor zoet, dus is het dubbelop.

Bij de kwartel zit een garnituur van aubergine met uitjes en een stukje paprika, hetzelfde als bij de zeebaars aan de overzijde, een totáál ander gerecht. Dat zijn eetcafé-manieren, die zondigen tegen de regels van de gastronomie. In het bakje in de schil gebakken aardappelen staat het vet een vinger diep.

De toetjes hebben klinkende namen als Arlette en Farandole. In beide gevallen blijken het droge bouwsels bladerdeeg te zijn, met fruit en ijs.

Je zou La Fleur een leuk eetcafé kunnen noemen, maar daarvoor is het te duur (234 gulden voor twee). Vooralsnog is het meer leuk dan goed. La Fleur de Lys kan het best in goed gezelschap worden genoten. Het eten alleen rukt het niet. Maar wie weet: na rood komt altijd groen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden