Het bermpaaltjessyndroom voorbij

Slechts tien procent van het in Nederland gemaakte plastic bestaat uit hergebruikt materiaal. De recycling-kosten vormen weliswaar geen probleem meer, maar kringloopplastic kampt nog wel met een imago-probleem, terwijl je er toch veel meer van kunt maken dan alleen bermpaaltjes....

TROTS GOOIT de directeur een trui op zijn bureau. 'Bijna helemaal gemaakt uit oude pet-flessen. Aan materiaal zit er voor anderhalve gulden in, terwijl de truien in de winkel tweehonderd gulden doen. Mijn vrouw vraagt zich regelmatig af of ik wel in de goede hoek van de recycling zit', zegt T. Boezeman, directeur van DSM-dochter Reko in het Limburgse Beek.

Boezemans trui is een fleece, warm, en ontwikkeld voor een verblijf op winderige bergtoppen. Ze rukken de laatste jaren op in de schappen van gewone kledingzaken. Bijzonder aan Reko's fleece is dat oude Spa- en Colaflessen op duurzame wijze voortleven; voor de trui is slechts twintig procent nieuw materiaal nodig. Reko koopt oud plastic in, versnippert, wast en zuivert het en verkoopt het daarna, in de vorm van granulaat, als grondstof voor nieuwe produkten, zoals fleeces.

De verwerking van tweedehands plastic zit in de lift. Na jaren verlies sluit Reko 1994 winstgevend af. Jarenlang werden de recycling-bedrijven meewarig bekeken, want al de moeite om afgedankte kunststoffen in te zamelen, leidde alleen tot het maken van bermpaaltjes of klerenhangers.

Iedereen is ervan overtuigd dat gescheiden inzameling van glas en papier zin heeft. Van oud glas wordt nieuw glas gemaakt, en oude kranten beginnen een tweede leven als nieuw krantepapier of karton. Zonder mokken levert de burger zeventig procent van het oud papier en glas in.

Met tot de verbeelding sprekende produkten als de fleece, schudden de plasticboeren stilaan het bermpaaltjessyndroom van zich af; al worden nog geen klinkende percentages gehaald als bij papier en glas. Uit een pas verschenen overzicht van de Nederlandse Federatie voor Kunststoffen (NFK) blijkt dat ongeveer twaalf procent van het toegepaste plastic van tweedehands materiaal is.

Jaarlijks wordt in Nederland circa 1,2 miljoen ton nieuw plastic gemaakt. Daarvan kwam in 1993 weer ruim 110 duizend ton terug. De rest gaat naar de afvalberg. Bovendien halen de bedrijven ruim 110 duizend ton afgedankt plastic uit het buitenland, dat wordt verwerkt tot een produkt of een halffabrikaat.

Vooral industrieel kunststof afval, of pet-flessen die via een statiegeldsysteem gemakkelijk uit het afval worden gehouden, gaan terug de kringloop in. Hergebruik van plastic uit de vuilniszak, dertig procent van het kunststof afval, is minder eenvoudig.

Een studie van het Centrum voor Energiebesparing en Schone Technologie in Delft laat zien dat hergebruik van priegelige cellofaantjes of kleverige yoghurtbekertjes niet zo makkelijk is. Aan de mensen ligt het niet, die doen mee, maar proeven in Weert, Breda en Lemsterland tonen aan dat de brij van plastics uit de vuilniszak zwaar is vervuild. De moeite die de burger zich moet getroosten, weegt niet op tegen de (bescheiden) winst voor het milieu.

Maar het industrieel kunststofafval vindt, nauwelijks opgemerkt, meer en meer nuttig emplooi. Truien, emmers, fietsklemmen, pallets, kratten, vuilniszakken, tuinstoelen, stoepranden; in tal van produkten is oud plastic verwerkt.

Voor deze opmerkelijke opmars zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. De belangrijkste is de prijs van tweedehands plastic granulaat. Boezeman van Reko, met tachtig mensen die 24 duizend ton plastic per jaar verwerken: 'We zijn uit een diep dal gekomen. De voorafgaande jaren was nieuw plastic (gemaakt uit zogenoemd virgin-materiaal) goedkoper. Nu de prijs van de virgins omhoog is geschoten, is het voor bedrijven lucratiever om hun toevlucht te nemen tot hergebruikt materiaal.'

Hergebruik van plastic is moeilijk. Bij papier en glas is sprake van één soort materiaal. Soms wordt er onderscheid gemaakt tussen wit en gekleurd glas, maar dat is eenvoudig in vergelijking met de complexe familie van de plastics, met haar vele tientallen soorten en honderden variaties. Om recycling mogelijk te maken, mogen ze meestal niet bij elkaar.

Bij Reko worden in enorme hallen, onder oorverdovend geraas, de soorten van elkaar gescheiden. Tijdens de excursie beent Boezeman enthousiast rond, hier en daar een deksel oplichtend om te laten zien wat voor prak er in de ketel zit. Buiten toont hij zijn voorraden: een kolossale berg lege frisdrankflessen die wacht om tot pet-schilfers te worden verpulverd, waaruit de weeïge geur van frisdrank opstijgt.

PLASTIC laat zich het best opnieuw gebruiken als de grondstof zuiver is. Bij Reko geschiedt het scheiden in eerste instantie op soortelijk gewicht. Sommige soorten zijn lichter, andere zwaarder dan water. Lukt het daarmee niet, dan wordt de scheiding voltrokken met zoutoplossingen. Centrifuges en elektrostatische scheiding nemen de splitsing van de resterende brij voor hun rekening.

Daarna wordt de kunststof gewassen en in stukjes gescheurd of geknipt. Als het plastic niet zuiver genoeg is, wordt het in een soort pastamachine gesmolten en door een zeef geperst. Tijdens dit smeltzuiveren blijft de verontreiniging achter en gaat het plastic als lange spaghetti-achtige draden door de zeef. Een gehaktmolen knipt ze vervolgens in korrels. Dit zogeheten regranulaat kan zonder bezwaar het granulaat vervangen van maagdelijke grondstoffen.

Nu de prijs van het regranulaat is gedaald tot onder de prijs van het virgin-materiaal, kan de opmars gestalte krijgen. Boezeman heeft op zijn kamer, naast de fleece ook een rolcontainer, die naar zeep ruikt. 'Geheel gemaakt van oude zeepflacons', zegt hij tevreden.

Deze vorm van innovatief hergebruik staat symbool voor een ander probleem van de verwerking. Het granulaat mag goedkoop zijn, nu moeten de producenten nog worden overtuigd dat ze met oud plastic prima spullen kunnen maken. Simpel is dat niet.

Uit een la haalt Boezeman de Duitse normen waaraan rolcontainers moeten voldoen. Ergens staat: 'Regranulaat niet toegestaan'. 'Waarom weet ik niet', verzucht hij, 'maar het staat er. En ik kan de normen in Duitsland niet zomaar veranderen.' Om die reden hoeft Boezeman niet te proberen een producent van vuilcontainers over te halen om het Reko-granulaat te gebruiken.

Dergelijke betuttelende normen maken ondernemers kopschuw. Met functionele eisen, zoals de sterkte van het materiaal heeft de DSM-man geen moeite. 'Die zijn zinnig, en ik kan bewijzen dat mijn produkt voldoet. De sterkte wijkt nauwelijks af van het virgin-materiaal.' Zo ketst meer slim hergebruik af op ouderwetse eisen.

Boezeman: 'Neem die tonnetjes voor ziekenhuisafval. Als ze vol zijn, gaan ze hermetisch dicht de afvaloven in. De tonnen kunnen prima van oud materiaal worden gemaakt, maar dat mag niet.'

Soms kijkt hij jaloers naar Amerika. Daar verordonneert de wetgeving in sommige staten dat bepaalde produkten uit een zeker percentage hergebruikt materiaal moeten bestaan, anders volgt een boete. 'Ik ben hier geen tegenstander van. Dan zijn we helemaal uit de problemen.'

Niet alle recycling-bedrijven werken zoals Reko. Het bedrijf Lankhorst Recycling in Sneek maakt geen nieuwe grondstoffen uit oud plastic, maar fabriceert kant-en-klare produkten. Lankhorst, van origine touwslager, geldt als de Nederlandse pionier van de levensverlenging van plastic.

Bij het maken van kunststof-touw ontstond afval. 'Dat wilden we niet weggooien', zegt directeur E. Klobbie van Lankhorst. 'Dat had in de jaren zestig weinig met milieu, maar met Hollandse zuinigheid te maken.'

De firma kocht een installatie om haar afval te verwerken, maar die bleek te groot. Op zoek naar mogelijkheden om de machines beter te benutten, haalde ze afval van anderen in huis. Dat had echter andere eigenschappen en was vervuild. Vanwege de sterkte-eisen kon er bovendien niet zomaar nieuw touw van worden gemaakt. Lankhorst zocht andere toepassingen.

Begin jaren zeventig slaagde het bedrijf erin het afval te gieten, voor robuuste produkten waarbij de kleur van de grondstof er niet zoveel toe doet. Klobbie: 'We hoeven daarom minder kritisch te zijn bij ons proces. Er mogen verschillende soorten plastic door elkaar zitten, en wat zand kan geen kwaad. Dat scheelt weer smeltzuiveren, wat de kosten drukt.'

Tot de jaren zeventig werd plastic vooral gebruikt in dunne toepassingen, zoals flessen, zakken en folies. In Sneek is het bermpaaltje, waaraan de recycling zijn negatieve imago dankt, geboren. Die gemeente paste ze als eerste toe en daarna veroverde het produkt het landelijke wegennet.

De kleur is donkerbruin waardoor het lijkt alsof de paaltjes van gecreosoteerd hout zijn gemaakt. Ze hoeven echter niet met chemische stoffen te worden behandeld om ze te beschermen tegen de invloeden van weer en wind. 'Het plastic bermpaaltje is zo slecht niet', oordeelt Klobbie. 'Het bespaart chemicaliën voor de houtverduurzaming en tropisch hardhout; belangrijke dingen tegenwoordig.'

Bij het bermpaaltje volgde Lankhorst de strategie van 'we hebben een afvalprodukt en daar moeten we wat mee'. 'Tegenwoordig kijken we of een klant een bepaald produkt nodig heeft en dat proberen we dan van plastic te maken.'

Hoogovens had bijvoorbeeld problemen met de houten pallets voor de zware rollen staal. Ze gingen snel kapot. Tegenwoordig heeft het bedrijf pallets van Lankhorst, die steviger zijn dan de houten exemplaren. 'Ook voor produkten van hout en steen kan ons materiaal een alternatief zijn', concludeert Klobbie, die leiding geeft aan vijftig mensen die jaarlijks tienduizend ton oud plastic verwerken.

Het bedrijf koopt kritisch in en wil van elke partij weten wat de samenstelling is. 'Onze recepten luisteren nauw en met een mix van plastic zoals uit de vuilniszak kunnen we niet veel.' Verder wil Lankhorst geen cadmium in het plastic en ook pvc komt, net als bij Boezeman, de deur niet in.

De directeur toont een bescheiden expositie van zijn produkten. Behalve op een keur aan pallets, wijst hij op donkerbruine palen en paaltjes voor in plantsoenen, allemaal plastic. 'Net hout. En ze gaan lang mee. Ik heb ze al jaren in mijn tuin en hoef ze nog steeds niet te vervangen.' Op de expositie ligt een hamer met een grote plastic kop, een sleg, om palen mee de grond in te drijven. 'Ik zag er laatst een op een kermis, bij de kop-van-Jut. Maar dat is geen grote markt.'

Nieuwe toepassingen zijn onder meer tuin-accessoires, die via een grote doe-het-zelf-keten wordt verkocht. Een noviteit betreft stoepranden van plastic. 'Denkt u eens aan de arbeidsomstandigheden. Een stenen stoeprand is alleen met moeite te versjouwen. Deze van kunststof weegt veel minder. We hebben er vorig jaar de milieuprijs van de FNV mee gewonnen.'

DE GROOTSTE plastic-hergebruiker in Nederland, Wavin in Hardenberg, verwerkt 70 duizend ton en volgt dezelfde strategie als Lankhorst: redeneren uit de markt in plaats van uit het afvalprobleem. 'Je moet weten wat je met het plastic wilt en pas daarna kun je het inzamelen', zegt milieu-man J. Oostra.

In Hardenberg is dat hergebruik geen probleem. Het bedrijf is de grootste buizenleverancier van Nederland, maar waarin dit bedrijf afwijkt van Reko en Lankhorst, is de voorliefde voor pvc. Deze plasticsoort is in de verpakkingssector zo goed als verdwenen, onder meer na acties van de milieubeweging. Maar in de bouw wordt pvc nog volop toegepast.

Het hergebruik is van de grond gekomen. Pr-man F. Meijer (zijn visitekaartje is gedrukt op hergebruikt polypropeen) laat een rioleringsbuis zien. Buiten- en binnenwand zijn van nieuw pvc, daartussen zit oud. 'Voor deze sandwich-buis is Komo-keur verleend. De klant moet zeker weten dat hij even goed is als een type van nieuw pvc.' Voor deze recycling heeft Wavin vijf miljoen gulden geïnvesteerd in een hal op het enorme terrein bij Hardenberg waar pvc wordt gezuiverd en vergruisd.

Bij kratten (geen pvc) voor bier en frisdrank, een ander produkt waarin het Overijsselse bedrijf groot is, verloopt het sluiten van de kringloop minder opvallend. Buiten staan torens rode, gele en blauwe kratten van brouwerijen uit Nederland en Duitsland. Na bewezen diensten worden ze gemalen, gewassen en verkorreld. In de hal waar de nieuwe kratten van de lopende band rollen, is niet meer te zien of ze van oud of van nieuw plastic zijn gemaakt. 'Ongeveer de helft is oud materiaal, de andere helft nieuw.'

De grijze polyethyleen huisvuilzakken worden al jaren uit industrieel kunststofafval gemaakt, maar het gebruik van oud plastic in andere zakken en boodschappentassen blijkt moeilijk. Ze worden veelal bedrukt met spetterende kleuren en wervende teksten en die vereisen een maagdelijke ondergrond.

Wavin heeft een zak ontwikkeld die van buiten uit virgin-materiaal en van binnen uit oud plastic bestaat. De apparatuur die de folie voor de zakken maakt, is daarvoor aangepast. Uit de bakken met kneedbare grondstoffen wordt via een slim blaasprocédé folie met twee (drie kan ook) lagen plastic op enorme rollen gewikkeld. Deze zakken bestaan voor tweederde uit oud plastic en voor eenderde uit nieuw. De zak weegt bovendien twintig procent minder dan zijn voorganger.

'We zijn lang met kunststofproducenten bezig geweest over de zak', aldus Oostra. 'Het kost moeite, want vaak denken ze dat hergebruik de markt voor de virgins verpest. Dat is niet zo. Het gebruik van plastic zit in de lift en er is ruimte voor beide.'

Marc van den Broek

René Didde

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden