HET BELOOFDE LAND TUSSEN HOOP EN VREES

'Het is een domino-spel. Als Syrië valt, vallen alle andere stenen ook.' Hadden de Arabieren het nog nooit zo goed?...

'De wegen van de tora zijn aangenaam en al haar paden leiden naar vrede.' (Netivot Shalom, nabestaanden van Hamas-slachtoffers)

1. 'De joden hebben geld, media en macht.'

Aan de kop van de lijkkist staat een ventilator zo krachtig te blazen dat de kleding van de ontslapene flappert. De aula is een magnetron van marmer. Rouwenden met zonnebrillen staan zwetend schouder aan schouder. Uren. Luidsprekers knallen uit de oosters-orthodoxe kerk. Israëls cultuurminister Shulamit Aloni eert de overledene, haar woorden worden in het Arabisch vertaald. Bij een politiejeep met ronkende motor blaffen de walkie-talkies. Zonlicht blikkert op een woud van geweerlopen.

Toen de joodse ondergrondse Hagana in de burgeroorlog van 1948 het vuur op Arabische eenheden opende, ving een ezel de kogels op die voor Emile Habibi bestemd waren. Zo'n leven kan alleen maar bizar eindigen, zou Habibi schrijven. Palestijn die Israëlisch staatsburger werd, jarenlang voor de communistische partij in de Knesset zat en als Arabisch schrijver en journalist zo'n aanzien verwierf, dat zelfs een Israëlische deputatie (met lijfwachten) nu naar Nazareth is gekomen om hem de laatste eer te bewijzen.

Bij Abu Hani Jebali's naburige snackbar, waar je blijkens een oorkonde de beste falafel van Israël eet, staan de gezichten strak. Een week eerder bekogelden jongeren hier de Israëlische politie met stenen, uit woede over het bloedbad in Libanon. Nu zit al het verkeer metselvast.

'Verrader', riepen Arabische evacués Habibi 48 jaar geleden toe, na diens hartstochtelijke oproep aan de Palestijnen om vooral in Israël te blijven wonen; te participeren. Vandaag mompelen Habibi's bewonderaars dat hij het achteraf goed had gezien, sinds de stichting van de joodse staat. Ze heffen een bekertje koel water op Habibi's nagedachtenis, alvorens de kist na uren de schetterende hitte wordt ingedragen, priesters weeklagend voorop.

Eindpunt van de stoet is Haifa, een uur met de bus. Habibi wilde vanuit Nazareth in zijn eigen Haifa begraven worden: 'Hier hoor ik en hier blijf ik.'

Nazareth is een Israëlische stad met Arabische populatie. Alle moskeeën ten spijt, kent Jezus van Nazareth hier een rijke schare volgelingen (35 procent); Habibi was een hunner. Christen is ook de 53-jarige rijschoolhouder Issam Jaraisy, een kwart eeuw getrouwd met een Nederlandse. Zijn grootouders komen uit Kana. 'Waar Jezus water in wijn veranderde', verduidelijkt Issam met bulderende lach.

Hij draagt een interlockje en sandalen. Omringd door plastic tulpen, sierklompen, Delfts blauw en een Hollandse molen mag hij graag kijken naar videobanden met Hollands amusement: Henny Huisman, André van Duin. Te leen van Nederlandse kennissen die bij de VN werken.

Issams zoon, die net als zijn vrouw een Nederlands paspoort heeft, zit als vrijwilliger in het Nederlandse leger. 'Wil piloot worden en als Arabier in Israël lukt je dat moeilijk.' Als gastarbeider in het Gelderse Dieren leerde Issam zijn Hetty kennen. Ze is nu cheffin in een juwelierszaak in Nazareth. Issam zelf heeft in Nederland vergeefs om de Nederlandse nationaliteit geworven. 'Ik werd er schofterig behandeld, alsof ik van plan was de zaak op te lichten.' Met een Hollandse pas zou de Arabische wereld voor hem open gaan. 'En dààr zit geld hoor.' Dan zou hij net als vroeger in auto-onderdelen gaan handelen, maar ja.

'De Arabieren voelen zich opgesloten in dit land', meent Hetty. 'Dit is hun land, maar ze hebben niet de vrijheid hun broeders op te zoeken in omringende landen.' We staan op het dak van het familiehuis, met uitzicht op de heuvel van Naztrat-Illit, woondomein van joodse Israëli's.

Volgens Issam onstonden joodse enclaves hier en vooral op de bezette Westbank als volgt: 'Israëli's zeggen dat ze land van de Arabieren willen. Weigert de landeigenaar dat, dan komen ze z'n huis doorzoeken en ontdekken dan zogenaamd wapens. Maar die wapens hebben ze zelf meegebracht. Dan smijten ze zo'n man als vijand van de staat in de gevangenis en kunnen ze het land onteigenen. Heus waar.'

Zeker, hij is Israëlisch staatsburger, maar als z'n neef geen burgemeester was, zou Issam niet gaan stemmen. Het Democratisch Front voor Vrede en Gelijkheid scoort trouwens hoog bij de Arabische burgers hier - de keuzemogelijkheid ná een stem op 'Peres, natuurlijk.'

Bij Arabische lekkernijen en bier borrelt wrok op. Voor Issam is Amsterdam 'een jodenstad, dat weet iedereen', en danst de president van Amerika Clinton naar het pijpen van 'de jodenlobby'. En ja hoor: 'Over de hele wereld hebben de joden drie dingetjes: geld, macht en media.'

Dat verkondigde Adolf Hitler typisch ook, zeg ik nog. Issam kijkt me niet minder stralend aan. Hij opent een vers biertje. 'Wat Hitler deed was natuurlijk niet goed, hè. Maar Duitsland was arm. De joodse bankiers hadden het geld toch meegenomen?' Verbluft ben ik. Ik stap maar eens op.

'Eét toch, meneer', zegt oma, 93-jarige koningin des huizes. 'Waarom eet die man nou niet?'

2. 'Alle Arabieren willen ons weg hebben.'

'Was u bij Issam in Nazareth? Toch zo'n schat, die Sam! Wij zeggen Sam. Op de verjaardag van Yitzhak had hij een taart laten bakken met Mazzeltov, tot 120 jaar erop.'

Een zuidelijker gelegen stad, op de grens van Samaria en Galilea. Op verzoek van Stella S. (73) blijft verdere aanduiding achterwege. Geen familienaam ook. 'We zijn bang, ziet u.' Bang? Voor wie? Voor de Hamas?

Haar man Ytzhak: 'Ik ken de mentaliteit van de Arabieren. Ze willen ons er allemaal uit hebben, we zijn hun een doorn in het oog. We hadden een goeie Arabische vriend. Dertig jaar kwamen we bij elkaar op bezoek. We hebben hem nu al een half jaar niet gezien. We weten niet wat er aan de hand is. Er was geen ruzie, niks. Als we opbellen dan is hij er niet, ligt hij te slapen of zegt dat het slecht uitkomt. Hij wil geen contact meer.' Misschien, zegt Stella, mag hij van andere Arabieren niet meer met ons praten. 'We staan voor een raadsel. We hebben veel Arabische kennissen hoor.'

Nee, ik maak geen onderscheid tussen Arabier of jood, zegt Yitzhak. Menselijkheid, daar gaat het mij om. 'Maar ik weet dat die bewuste man niets voor de staat heeft gedaan, niets! Hij heeft alleen maar genomen.'

Stella: 'Hij liep op straat met een stok, zogenaamd als invalide. Hij is helemaal niet invalide. Nu heeft hij een invaliditeitsuitkering en loopt hij weer zonder stok.'

Een paar duizend inwoners telde de stad A., toen Yitzhak er 40 jaar geleden een bedrijf in bouwmaterialen opzette. Nu wonen er 40 duizend mensen. Yitzhak komt uit Dantzig dat nu Gdansk heet. Op Hitlers partijdag in 1939 ging hij op een aliya (terugkeer) naar Palestina. En zijn ouders? Hij kan er moeilijk over praten. 'Mijn moeder heeft me gesmeekt te blijven', zegt hij alleen. In de kibboets hoorde hij van Rommels overwinning bij El Alamein. Hij meldde zich aan bij de Jewish Brigade Group, de badge heeft hij in het fotoalbum geplakt. Afrika, Sicilië: met het Engelse bevrijdingsleger kwam hij in Nederland terecht.

Mijnen heeft hij laten opruimen in Delft. Door Duitse krijgsgevangenen die op zijn mouw konden lezen dat hij joods was. Stella ontmoette hij na haar onderduik. Dat wil zeggen: de telefoon ging; of er niet een bevrijder een avondje bij een Hollands gezin wilde doorbrengen. 'Als ik had begrepen dat het om een joodse familie ging, dan was ik niet gegaan. Want dan was het trouwen geblazen.' Ze lachen. Ze hebben kleinkinderen.

In 1949 kwam Stella naar Israël, dat amper een jaar bestond. Yitzhak had nog tegen de Arabieren gevochten. 'Met stokken. Wapens hadden we niet. De Britten wilden de joden niet in hun mandaatgebied hebben.' Stella praat over haar moeder in Scheveningen die een streng gereformeerde vriend had. Die kwam nooit op zondag, dat mocht niet van de dominee. De vriend wilde wel trouwen, maar dan moest haar moeder ook gereformeerd worden. Brokstukjes verscheurd leven, geserveerd bij koele limonade. 'Drinkt u in deze hitte wel genoeg?'

Ze zijn bang dat Peres Israël weggeeft aan de Arabieren die de joden in zee willen drijven, wat de kranten ook schrijven. Arafat praat met twee tongen. Ze zeggen: Palestina lag vroeger tot ver in Jordanië, totdat ze daar een sjeik uit de woestijn hebben geplukt en koning hebben gemaakt. Ze zeggen: de Arabieren met hun kinderrijke gezinnen hebben het nog nooit zo goed gehad als in de joodse staat. Denkt u heus dat ze beter af zijn met een eigen land? Ze zeggen: wat Israël heeft gepresteerd in de woestijn doet toch geen land ter wereld ons na?

Veel joodse jongeren, zeggen ze, willen niet in de bouw werken. Die roepen: we zijn toch geen Arabieren! Honderdduizend gastarbeiders, van Roemenië, Korea, Thailand tot aan de Filipijnen toe, werken hier en dan praten ze nog niet eens over de illegalen, sinds de Westbank is afgesloten. 'Maar we zitten hier en vriezen we dood dan vriezen we dood. Dit is een mooie stad geworden, hoor. Met cultuur. De Russen hebben er cultuur ingebracht.' De tuin geurt. 'Wacht', zegt Stella, 'ik zal u wat lathyrus-zaad meegeven.'

3. 'Ik zie geen toekomst meer.' 'Roeski, Roeski.'

Langs de weg van Ashkelon naar Be'er Sheva staat een massieve vrouw te liften. Geen geld voor de bus. Morgen krijgt ze loon voor een paar dagen boeketten maken. Orchideeën voor de Benelux. Ze maakt een uitgebluste indruk. Ze giechelt, zoekt naar woorden. Dina Sigalov (42) kent amper Engels meer, al gaf ze ooit Engels op een lagere school in de Oekraïne. Nu woont ze met man en twee kinderen in Ofakim, een plaats ten noorden van de Negev-woestijn. De voertaal is er overwegend Russisch. De werkloosheid is er hoog.

In een oogwenk zit Dina's flat vol volwassenen en kinderen. Er is geen airco, wind uit het open raam doet het gordijn opbollen als een fokzeil. De gast krijgt thee, de rest kijkt toe. Buurvrouw Maya, die in Moskou verpleegster was, moet met haar drie kinderen van 1500 shekel per maand rondkomen, haar huur is 1000 shekel (650 gulden). Haar man kwam vijf jaar geleden bij een auto-ongeluk om het leven. Ze rookt de ene sigaret na de andere. 'No work, no life.'

Dina: 'Ik heb Rabin nog een hand gegeven. De Arbeidspartij heeft beloofd dat hier fabrieken zouden komen. Maar die zijn er nog steeds niet. De voedselprijzen zijn huizenhoog. Mijn man heeft een baantje als conciërge, maar na de schoolvakantie zit hij zonder werk. God weet wat we dan moeten. Je hebt hier een duwtje in de rug nodig.'

Maya: 'Een man van Avoda (Arbeidspartij) heeft me werk beloofd als ik op Peres stem. Ik weet het niet. Mijn oma is niet-joods en die krijgt hier geen pensioen, geen medische voorziening. Ik wil graag naar Tel Aviv, ik ben de grote stad gewend. In de grote stad is er beter onderwijs voor mijn kinderen.'

Buurman Nikolai, glimmend kaal en afkomstig uit Kiev waar hij Engelse leraar was: 'De mensen wonen hier omdat de huren nog betaalbaar zijn. Ik ben hier een jaar en heb geen baan. We hebben onze buik vol van het socialisme, we zijn nog steeds arm. Ga maar kijken bij het Arbeidsbureau, daar staan ze in de rij. O nee, vandaag niet. Het Arbeidsbureau staakt.'

Maya is naar Israël gekomen omdat haar dochtertje bij school regelmatig in elkaar geslagen werd. 'Ze spuwden haar in het gezicht en scholden haar uit voor rotjood. Joden hebben geen toekomst in Rusland. Maar in Israël is het leven hard hoor, erg hard.'

Dina's man Zorik komt binnen. Hij spreekt Duits. Zijn gebit vertoont hiaten. Zijn hoop is op de Likud gevestigd. De Palestijnen zijn onder Israëlische bezetting beter af, oordeelt hij. 'Die lui hebben trouwens 22 andere Arabische landen om te wonen.' Nikolai protesteert. 'Ik vind dat iemand het recht heeft te wonen waar hij is geboren. Ach, dit probleem bestaat al duizend jaar. Ik zie hier geen vrede in de nabije toekomst.'

'Wàt geen toekomst! De Russische partij van Sjaranski, die heeft geen toekomst', dondert Zorik. 'Dat is een etnische partij. We moeten integreren. Misschien gaan er een paar generaties overheen, maar het komt goed. Ik ben van nature optimist.'

'Jij bent de grootste patriot van Israël', meent Nikolai.

Dina schudt verslagen het hoofd. 'Ik ben moe van dit leven, Zorik. Ik zie geen toekomst.'

'Kijk', zei Eri Steimatzky's vader tegen Stalin, 'als je nou boeren maakt van de joden, dan heeft moedertje Rusland tenminste wat aan ze.' Stalin zag er wat in. Een kolchos aan de zuidgrens van de Sovjet-Unie bleek voor het doel beschikbaar. 'Zo heeft mijn vader, overtuigd zionist, via die boerderij veel landgenoten, hemzelf incluis, 's nachts over de grens kunnen smokkelen; op weg naar Palestina.'

Eri Steimatzky dankt zijn status van beroemd man aan zijn Russische vader Ezekiel, 'een imperialist' die boekwinkels bezat van Bagdad tot Caïro. Eri Steimatzky (54) is klein en roodharig. Zijn reusachtige bureau, in de vorm van de letter C, staat in een boekenpakhuis op een industrieterrein van Bnei Brak, bepaald geen seculiere stad. Net als in Jeruzalems Mea She'ariem overheerst hier ook bij 35 graden Celsius het zwart van de vroomheid; lange jassen, hoeden, rafelige gebedskoorden. Gebedsboek in de ene hand, niet zelden mobiele telefoon in de andere.

De weg vragen lijkt er even gewenst als de vraag 'Zal ik uw vrouw even zwanger maken?' Uniform bebrilde jongetjes ogen als ouwelijke baasjes, met hun pijjes-krullen langs de oren en hun smoezelige, tot de adamsappel dichtgeknoopte witte boorden. Ze lopen lernend naar de bushalte. Israël is een lezende natie. In termen van het gedrukte woord is Steimatzky Israëls machtigste man. Hij bedient de helft van de Hebreeuwstalige non-fictie-boekenmarkt met een miljoen klanten per maand in kiosken die zijn naam dragen.

Geen staatshoofd van het land of Steimatzy publiceert de memoires. Steimatzy is groot-importeur van buitenlandse litratuur, kranten en tijdschriften. Er is een Steimatzy-computer met de complete talmud, tora, bijbelse encyclopedie plus commentaren op cd-rom. Ontwikkeld in samenwerking met de Bar Ilan-universiteit. 'Maar op sabbat, als ie het hardst nodig is, mag die vinding niet door gelovigen worden gebruikt', zegt Steimatzky grinnikend. Bestseller is zijn 'sprekende' computer die van Ivriet Engels of Arabisch maakt en omgekeerd.

Vrede met Jordanië? Steimatzky heeft al een boek over Hussein in de etalage liggen. 'Het tempo van leven is hier zo hoog, dat de ene gebeurtenis de andere overschaduwt. De moord op Rabin, die normaal gesproken een halve eeuw zou blijven hangen, is al vergeten, hoe cru het ook klinkt. Na zo'n Hamas-aanslag moet je in dit vak meteen reageren. In dit land gebeurt altijd wat. Fascinerend.'

Wie de verkiezingen ook wint, Steimatzky springt er op in. Wat hij stemt? Afwerend gebaar. 'De uitslag zal hoe dan ook erg pijnlijk zijn voor de helft van de bevolking.'

Met 850 man personeel geldt de magnaat uit het 'rijke' Herzlyia (genoemd naar Theodor Herzl, de vader van het zionisme) als voorbeeld voor de 500 duizend recente Russische immigranten die met hun kennis bijdragen tot Israëls welvaartsexplosie. Maar ja, de taalbarrière.

De vrouwelijke ingenieur uit Moldavië die het parkeerterrein van een hotel in Jeruzalem bewaakt, spreekt na vijf jaar de taal slecht. Nee, dan haar dochter, die net als menig Russin serveerster is. 'Ik ben te oud', mompelt de academicus die in de Ben Yehudastraat z'n weemoed op de balalaika elektrisch versterkt. En in de tunnel bij het busstation rammelt werkloos muziekleraar Lev het Jerusjalayim maar weer uit zijn toetsenbord, donaties van passanten beantwoordend met een wrange schaterlach.

Tegenover hem ligt een gestalte in dekens gerold. 'Roeski, Roeski', gebaart Lev homerisch. 'Roeski Jerusjalayim'

4. 'Bezet gebied opgeven? Hebron? Nooit.'

Uri Zohar was filmacteur die alles consumeerde wat de schepper verboden had totdat hij het licht zag. Op de tv, waar hij zelf nooit naar kijkt, zien we hem zijn vroegere levenswandel verketteren: nurkse rabbijn die door zijn vrienden van twintig jaar geleden is uitgekotst.

Als paradepaard van de sefardische Beschermers van de Tora, de Shas-partij, trekt rabbijn Zohar stemmen; wie van oriëntaalse afkomst is en een ultra-religieuze staat wenst volgens de halacha (joodse wet), stemt Shas; wie in nood verkeert, klopt aan bij Shas. De Palestijnen hebben hun Hamas, qua armenzorg en onderwijs is Shas het joods-fundamentalistische evenbeeld.

In Netivot, ten oosten van Gaza, bezet Shas vier van de elf rechtse zetels in de gemeenteraad. Terugkeer tot het geloof der vaad'ren is haar belangrijkste doel. Bij rabbijn Aharon Cohen staat de deur half open. Zonlicht weerkaatst op de goud bedrukte folianten die hem omringen. Met zijn baard en krakende stem lijkt hij 65, maar hij is een veertiger. De rabbijn heeft zeven kinderen. Zijn vrouw mag zich niet zo maar aan het bezoek vertonen.

De rabbijn geldt als charismatisch, ofschoon hij concurrentie ducht van Baba Baruch, zoon van een heilige man, die verderop een soort oosters paleis bewoont. Als een nederige profeet spreidt rabbijn Cohen de armen over het plastic tafelkleed en de vaas kunstbloemen zodra het seculiere leven in Tel Aviv ter sprake komt; al het bloot en geweld op de tv. 'Wij zijn niet bezorgd', spreekt de rabbijn. 'En weet u waarom niet?

'Joden kunnen niet leven als niet-joden. Steeds meer mensen komen tot inkeer; kinderen, kleinkinderen van de losbandigen. Vroeg of laat overkomt het iedereen. Er zijn tv-sterren en danseressen bij die de sabbat hebben ontheiligd. Ben Gurion, onze oervader nota bene, zei in 1948 dat de stichting van de staat de joodse godsdienst overbodig zou maken; dat godsdienst binnen tien jaar zou zijn verdwenen. We zien het tegendeel gebeuren.'

In de vroegere woestijn bloeien de yeshiva's (godsdienstscholen). Rabbijn Cohen, opgegroeid in Marokko, zegt dat de oriëntaalse joden (sefardiem) tora en talmud met groter respect bejegenen dan de asjkenaziem uit Oost-Europa. 'Die nemen een flintertje tekst bij de kop en gaan daar eindeloos diep op in om hun hersenen te scherpen. Maar wij staan open voor de context; voor àlles wat de oude meesters van de ziel ons te vertellen hebben.' Nog staan beide groepen niet open voor elkaars leerlingen, maar dat zal volgens de rabbijn zeker gebeuren zodra Erets Jisrael een religieuze staat is. 'En die dag komt.'

'Een wezenlijk verschil met een moslim-staat is dat men ginds zijn verstand uitschakelt, blindelings gehoorzaamt. Trouwens, de talmud zegt: je kunt een moslim pas vertrouwen als je een witte kraai vindt.' De rabbijn trekt zijn ravenzwarte keppeltje recht. Inderdaad, hij vertrouwt de Palestijnen pas als ze te controleren zijn. Palestijnse staat? VN-propaganda! 'Waar waren de Palestijnen 50 jaar geleden? Niet hier.' De vuist komt op tafel neer.

'Waar we nu zitten was vroeger woestijn, waar hooguit een paar kamelen per jaar langs kwamen. Dit is van ons! De Palestijnen leven al honderden jaren elders, ze hebben geen staat nodig. Likud heeft gelijk, er is geen ruimte voor een Palestijnse staat tussen de Middellandse Zee en Jordanië.'

Een jongetje steekt zijn hoofd om de deur en vraagt waarom papa zo schreeuwt.

Bus 160 uit Jeruzalem dendert met een vale dot rook de hekken van nederzetting Kiriat Arba binnen. Soldaten zwaaien met uzi's naar de getraliede voorruit. 'Je gaat toch niet naar die gek?' vraagt een militair die achter een biertje neerploft. Die gek is de snackbarhouder die om de dood van Rabin juichte. En die 'vaarwel vriend' heeft hangen bij een foto van Baruch Goldstein, die gemeenteraadslid was van de fascistische Kach. Hier, in de schaduw van Hebron, wordt Goldstein als een heilige vereerd na het neermaaien van 29 islamitische gelovigen in Hebrons Ibrahimi-moskee in 1994.

'Goldstein was de beste dokter in Judea, een gerespecteerd intellectueel die veel mensenlevens heeft gered, ook Palestijnse. Hij heeft in de moskee van Hebron vaak gehoord hoe ze riepen: dood aan de joden, wie de joden uitmoordt, gaat naar de hemel. Die moskee is één poel van haat en onze soldaten doen er niks aan. De Palestijnen hebben z'n beste vriend vermoord. Zijn eigen zoon stierf in z'n armen. Toen zijn bij hem de stoppen doorgeslagen.' Voor Gary Cooperberg, zo'n beetje de pr-man van de joodse kolonie, zijn 'de Palestijnen de grootste racisten die er zijn'.

'We hebben ze ziekenhuizen gegeven en elektriciteit. En wat doen ze als dank? Ze willen Israël van de kaart vegen. Peres is er blind voor. Zijn zogenaamde vredesplan is een schandaal. Het is erger dan Chamberlain die Hitler geloofde. Je hebt gezien wat het gevolg was. Onze eigen leiders zijn erger dan Arafat, ze geloven in hun eigen leugens. Bezet gebied opgeven? Hebron? Nooit, zeg ik u.'

Elke ochtend gaat Cooperberg, afkomstig uit Manhattan, onder bewaking bidden in Hebron - in afwachting van de Messias. Bij de grot van Machpela waar aartsvader Abraham en zijn nazaten begraven zouden liggen. En mogelijk Adam en Eva. Op die grot staat de moskee. Ik rij er heen met een busje schoolkinderen. Ze wonen in oorlogsgebied. Prikkeldraad, wachttorens, overal versperringen met scherpe tanden van staal op de weg; de tol die een handjevol joodse diehards betaalt voor de nabijheid van zijn historisch heiligdom. Op straat is de spanning te snijden.

'Fucking Jew', hoor ik opeens. Het kan ook 'Fuck on you' zijn. In een doodlopend straatje zie ik Palestijnse metselaars met kefyia's collectief spuwen. Ik ben verdwaald. Dan word ik bij de arm gegrepen, een soldaat wijst naar een plein. 'Die kant op.' Tot drie keer toe wordt mijn tas doorzocht, alvorens ik de synagoge in mag. Mijn fruitmesje krijg ik later terug. Onlangs is hier een rabbijn neergestoken. 'Born to be wild' lees ik op het kogelvrije vest van een soldaat die kauwgumbellen blaast.

Wat is er krankzinniger dan, omringd door kepppeltjes, Beierse muziek te horen in een koshere lunchroom niet ver van het graf van Abraham? En door het raam vervolgens te zien hoe een Palestijns jongetje met z'n fiets tegen een lijn met laaghangende Israëlische vlaggetjes aanrijdt totdat de lijn breekt? Zijn vriendjes juichen.

Dan een knal. Ruiten trillen. Geschreeuw. Rennende soldaten. Ze keren verveeld sjokkend terug naar hun wachtpost. 'Oefening.' Uit de radio huppelt nog steeds die Lederhosen-polka. Niemand die hier iets nog vreemd vindt.

5. 'Dan krijgen we Zuidafrikaanse toestanden.'

'Niks aan de hand', zegt gastheer Motti op een nacht. 'Katjoesja's hoor je niet aankomen. Wat je hoort is net vuurwerk. Gele rook als iemand bij de grens het elektronische hek aanraakt. En rood als een infiltrant het draad probeert door te knippen. Slaap lekker.'

Er is een kermisje in Kiriat Shemona. Zodra ik de weg vraag, laat een automobilist achter me zijn claxon niet meer los. 'Opzij, ik haal de politie' Na de schittering van Opper-Galilea in de waterspiegel van Tiberias (waar Jezus op wandelde), de nervositeit van een geliefd Hezbollah-doelwit. Van ravage geen spoor. 's Morgens bomschade, 's middags drogende verf. Regering betaalt.

Malka en Joseph Spanier laten hun schuilruimte van extra dik beton zien. Zestien dagen lang was de stad zo goed als verlaten. Spanier kon zijn veeartsenpraktijk slechts telefonisch bewaken. Op z'n antwoordapparaat stond: 'Dokter Spanier blijft doorwerken, naar de hel met Hezbollah.' Bij het huis van dochter Yael explodeerde een katjoesja. Er is nu een exodus gaande, maar de Spaniers blijven. Veilig zal het nooit worden, maar terug naar een benauwd flatje in Haifa, nee. 'Een week na onze komst begon het gedonder. Geen dierenarts wil hier wonen. Maar het is hier zó mooi.'

De avondzon zet de bananenboom in gouden gloed, de sabbat loopt ten einde. Op hoge hakken van haar moeder stiefelt eenjarige kleindochter Lior door de vertrekken. Van alle kanten komt vrolijkheid, de laatste etenswaren gaan rond, tassen worden gepakt; dochter Ruth moet naar het leger, een zoon en diens gezin reizen af naar Tel Aviv. Spanier, in Haifa geboren (in Utrecht gestudeerd), vertelt achteloos dat zijn moeder met hem als baby naar familie Polen reisde, toen de oorlog uitbrak. En hoe ze via Bulgarije, de Zwarte Zee en Syrië aan de Gestapo ontkwam.

Met haar kleinkind op schoot zegt Malka dat ze kapot was van het door Israël aangerichte bloedbad in Libanon. 'Gruwelijk, maar terroristen verschuilen zich wèl achter vrouwen en kinderen', meent haar man. Hij vreest dat Peres van Israël 'zo'n fragiel landje wil maken als Andorra, Liechtenstein of Monaco, met als verschil dat wij niet zijn omringd door democratieën maar door totalitaire regimes. Geef Arabieren een vinger en ze nemen je hele hand. Waarom zijn we hier? Vanwege onze roots. Anders hadden we net zo goed naar Uganda kunnen gaan.'

'Peres is 73 jaar. Hij wil nog vrede in zijn tijd. De man lijkt wel een verslaafde die de werkelijkheid volkomen uit het oog is verloren. Ik ben bang dat ik voor het eerst van m'n leven op Likud ga stemmen. Peres zou hier maar eens een tijdje moeten gaan wonen.'

Bij 'The Good Fence'-afrastering, ongeveer óp de grens met Libanon, kun je een T-shirt kopen met de wijsheid 'Beter een goede buur dan een verre broeder.' (In Tel Aviv zag ik een betere: 'America don't worry, Israel is behind you'). Dit is Metulla, vingertop van Galilea. Een half uur oostwaarts staat er een bordje Zimmer aan de kant van de weg. Slaperige Druzen-dorpjes, mannen die hun hoofd in verband lijken te hebben gewikkeld. Het berglandschap is ademstokkend schoon. Klaprozen wiegen in de lauwe wind, het lijkt wel vrede.

Op een helling van de berg Avital kijk je ineens mijlenver Syrië in; over de vallei met spookstad Kuneitra, na de Yom Kippur-oorlog door Israël teruggegeven. Hoog boven mij tast een observatienetwerk van antennetorens en radarschermen de gewelven van het niemandsland af.

'Ik wil hier nooit meer weg. In Tel Aviv ontploffen bommen en je krijgt sowieso maar koppijn in de stad.' Hans Holleman uit Zwolle is met zijn correspondentievriendin getrouwd, heeft kinderen en werkt in de stallen van kibboets Orta. Een oase van rust op de Golan-hoogvlakte. Hoofd beveiliging is hij. En reservist. Zes keer naar de intifada op de Westbank gestuurd. Hij zegt: 'We hebb'n hier de grootste stall'n van het Midd'n-Oost'n... We moet'n de Golan voor onze veiligheid nooit teruggeev'n.'

Alles wat je op de Golan-hoogvlakte zou verwachten, maar geen plat-Zwols.

Chaim Grinberg schreeuwt in zijn slaap. Hij kan zich 's ochtend niets herinneren, als z'n vriendin hem er naar vraagt. In 1941 geboren in een Roemeens dorp. Van het dodenkamp weet hij niets meer. Ooit sprak hij Roemeens, Duits en jiddisch. Weg. Zwart gat van acht jaar, toegedekt met een onbeschrijfelijke glimlach. Zoals nu.

In 1950 verzeilden Chaim en z'n zusje via een arme tante in Haifa in tehuizen. Zijn moeder was aan abortus bezweken. Zijn vader, monarchist en vooraanstaand journalist, stierf in een communistische kerker. Dat hoorde hij pas jaren later. Chaim heeft op dezelfde school gezeten als Shimon Peres. Hij haalt water. 'Wil je een mooie Peres-poster?'

De histadruth-vakbondsadviseur houdt kantoor boven het winkelcentrum van Katzrin, blinkend schone hoofdstad van de Golan. Grinberg levert bijstand in arbeidsgeschillen en is nu vooral op campagne voor Peres. Zijn motto: liever de Golan opgeven, dan eeuwig oorlog. 'We hebben geen keus. Het is hier een domino-spel. Als Syrië valt, vallen alle andere Arabische stenen ook. Dan is het uit.'

'Kennedy zei: vraag niet wat Amerika voor u kan doen, maar bedenk wat u kunt doen voor Amerika. Zo is het hier ook. Joodse moeders zullen nooit toestaan dat hun zonen sneuvelen voor dit noordelijk stukje grond. En niemand kan tegen joodse moeders op, zo je weet.'

Bovendien zal de Golan in Grinbergs ogen aan strategische betekenis inboeten: 'Een nieuwe oorlog wordt er een met laserkanonnen en afstandsbediening die de katjoesja's geen kans meer geven.' Mocht Likud ('ze hebben zelfs een oogje op de oostelijke Jordaanoever') zegevieren en de Palestijnse staat tegenhouden, 'dan kan zelfs Arafat in principe tot president van een groot-Israël worden gekozen. Dan krijgen we hier Zuidafrikaanse toestanden.'

6. 'Soms schaam ik me dat ik een jood ben.'

Uit het open autoraam klonken Hebreeuwse liedjes, er zaten twee orthodox uitziende mannen in de auto. Soldaat Arik stapte in, verheugd over een lift naar huis. Een dag later zagen kinderen bloed druppelen uit een verlaten verdieping bij Ramallah. Arik Frankenthal had drie kogels door zijn hoofd. Hij was was negentien jaar oud, toen Hamas-terroristen hem vermoordden. Als wraak voor het bloedbad van Hebron, heette het.

Na een week van rouw vroegen dorpelingen uit de moshav (soort kibboets) zijn vader: 'Yitzhak, je zei altijd dat we vrede moeten sluiten met de Palestijnen. Ook jouw oudste zoon geloofde in vrede. En nou hebben ze hem vermoord. Geloof je toch nog steeds in vrede?'

'Als er vrede was geweest, dan was dit nooit gebeurd', antwoordde Yitzhak Frankenthal ogenblikkelijk. 'Het is onze fout dat er geen vrede is.' En hij schreef een brief aan Rabin en Peres: 'Hamas vermoordde mijn zoon omdat ze jullie van vrede willen afhouden. Ga alstublieft door. Er is maar één manier om haat en terreur te beëindigen.' Rabin nodigde Frankenthal uit mee te gaan naar de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede in Oslo.

Stralingsdeskundige Frankenthal (45 nu), verkocht zijn zaak en leidt in een souterrain in Jeruzalem een organisatie voor familieleden van Hamas-slachtoffers. Netivot Shalom, Weg van de Vrede.

Hij is een gelovig man, beschaamd dat een orthodoxe geloodsgenoot Rabin vermoorde. 'Soms schaam ik mij dat ik een jood ben. Ik schaam me als Israëli als ik zie hoe we met Palestijnen omgaan. Als we niet van onze fouten leren, wat is dan het verschil tusen mens en dier?' Frankenthal draagt een foto van Arik in zijn borstzak ('hij was mijn beste vriend'), ook toen hij in het Egyptische Taba met Hamas-leden sprak, en met generaals, rabbijnen, duiven en haviken; om het Palestijnse probleem te begrijpen.

'Wraak brengt Arik niet terug. Ik zet verschrikkelijke gevoelens opzij, want ik heb vier kinderen die ik graag in vrede wil opvoeden. Ik steun Peres, ik wil geen catastrofe. Likud zegt dat er onder haar bewind veiligheid heerste, maar dat is kletskoek. Ik heb drie maanden alle kranten sinds 1977 nagevlooid: onder Likud zijn er 186 mensen vermoord.'

Frankenthal schreef 350 gezinnen aan die een terreur-slachtoffer hadden te betreuren. Hij kreeg een veertigtal positieve reacties. In scheldbrieven werd hij een naïeveling genoemd. Ook kwam er een van september vorig jaar gedateerde brief, die pas in april is gepost. 'Van een man die zijn dochter in 1978 heeft verloren en na achttien jaar geen kracht genoeg had om de brief ineens te schrijven. Hij heeft er acht maanden over gedaan.'

En dit is het antwoord van Netivot Shalom op de geweldspiraal: blijft Hezbollah actief na teruggave van de Golan aan Syrië, dan meteen een raket richting Damascus; géén leger voor de Palestijnse staat ('hebben ze niet nodig, Arafat heeft me dat bevestigd'); alléén nederzettingen aanhouden die rechtstreeks toegang hebben tot Israël, en tenslotte: het 3000 jaar oude Jeruzalem blijft van Israëli's en Palestijnen samen. Met een plehtig gebaar overhandigt Frankenthal zijn schriftelijke ideeën. 'U heeft de primeur. Morgen bespreek ik de zaak met Peres.'

's Avonds meldt het journaal dat in Oost-Jeruzalem een Hamas-aanhanger is verwond door explosieven waarmee hij een El Al-vliegtuig wilde opblazen. Er wordt een golf van terreuracties voorspeld.

7. 'Als we geen vrede sluiten, durf ik m'n kleinkinderen niet in de ogen te kijken.'

Op de Netofaberg bij Deir Hanna in het Ar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden