Het belangrijkste verhaal dat hij kon vertellen

Reclameman Erik Kessels haalde een intieme en persoonlijke expositie naar het uitvaart museum Tot Zover in Amsterdam. Over de dood van een schizofrene vrouw....

Op de foto staat een vrouw, lachend, een fotocamera om de hals. Ze heet Christine Gössler. Wie goed kijkt, ziet in haar hals en op haar pols twee forse littekens, resten van een zelfmoordpoging. Christine Gössler was schizofreen. In 1985 sprong ze van de achtste verdieping van de flat waar ze met haar man, de Japanse fotograaf Seiichi Furuya, woonde. Niet de sprong, maar alles wat er aan voorafging en er op volgde, heeft Furuya vastgelegd in een serie foto’s die vanaf vandaag te zien is in Uitvaart Museum Tot Zover.

Erik Kessels, creatief directeur van communicatiebureau KesselsKramer, is als reclameman betrokken bij Tot Zover. Zijn bureau bedacht de naam van het museum, en de openingsslogan: Wegens omstandigheden geopend. Als gastcurator zorgde hij er voor dat de tentoonstelling Trace Elements naar Nederland kwam. Kessels had de tentoonstelling, die al in veel landen te zien was, niet eerder gezien; hij kende het werk dat Furuya over zijn vrouw maakte uit boeken. ‘Het zijn liefdevolle, intieme portretten. De eerste foto’s van zijn vrouw maakt hij vlak na hun ontmoeting in 1978. Gaandeweg zie je dat het steeds slechter met haar gaat. Als kijker raak ik dan gefascineerd: wat is er met deze vrouw aan de hand? Ik wist niet dat ze schizofreen was, niet dat ze zelfmoord had gepleegd, wel dat ze dood was. Op een van de laatste foto’s in Furuya’s eerste boek staat het graf van Gössler met een foto van haar erop.’

Kessels houdt van het tragische verhaal achter een foto, van het geheim. In het geval van Gössler ontvouwde zich dat pas toen hij het contactvel onder ogen kreeg waarmee de tentoonstelling Trace Eelements eindigt. Daarop staan alle 37 contactafdrukken van de foto’s die Furuya, inmiddels als vertaler woonachtig in Oost-Berlijn, op de dag van Gösslers dood maakte. Kessels: ‘Het was op de dag dat de DDR haar 36-jarig bestaan vierde. Eerst zie je televisiebeelden van de viering. Een tank, nog een tank, nog een. Dan een foto van een keukenraam dat openstaat, met twee schoentjes ervoor, op de grond. Op de volgende foto kijk je met de fotograaf mee naar beneden. In het gras, acht verdiepingen lager, ligt zijn vrouw. Furuya gaat naar beneden, fotografeert haar onder een zeil. Later legt hij hun appartement vast. Het onopgemaakte bed, een kamerplant, een snijplank met een mes in de keuken. Ik vind die serie zó persoonlijk en intiem – daar word ik emotioneel van om eerlijk te zijn.’

Erik Kessels heeft de dood van dichtbij meegemaakt, hij zegt het meteen als hem de vraag wordt gesteld waarom hij, reclameman en verzamelaar van ongedwongen kiekjes uit familiealbums, dit jaar voor het uitvaartmuseum drie tentoonstellingen over de dood samenstelt.

Zijn zus stierf na een verkeersongeluk toen ze 9 was. Kessels was toen 11. ‘Ik ben,’ zegt hij, ‘opgegroeid met het vasthouden van herinneringen.’ In 2003 maakte hij een filmpje over zijn zus, in het kader van het kunstproject Loud & Clear. ‘Het was een estafetteproject, van steeds drie kunstenaars die samen een film maakten. Ik werkte met Marlene Dumas en Ryuichi Sakamoto, die ik allebei bewonder. Dumas trapte af met een super-8-filmpje van haar dochter op bed. Sakamoto maakte er muziek bij. Het mooie van het filmpje was: het had iets erotisch, en tegelijk had het meisje ook dood kunnen zijn. Toen ik het zag, moest ik aan mijn zus denken. Ik ben bij mijn ouders op zoek gegaan naar oude super-8-filmpjes waar zij nog op stond. Gemonteerd en met dezelfde muziek van Sakamoto eronder werd het, 25 jaar na haar dood, een ode aan haar leven, ontstaan vanuit een behoefte om te laten zien wat er met haar is gebeurd, en dat ze nog steeds voortleeft.’

Een verhaal vertellen over een leven. Dat heeft Furuya gedaan, dat doet Kessels met de boekjes die hij de laatste jaren heeft samengesteld uit de foto’s die hij vindt op rommelmarkten. Ook daarin is de dood vaak voelbaar. Zo kocht Kessels ooit een fotoalbum met daarin veertig setjes vakantiefoto’s van een Engels echtpaar. Veertig keer twee foto’s, netjes bij elkaar geplakt, links de vrouw, rechts de man, beiden steeds op dezelfde plek vereeuwigd. Op de laatste pagina van het album staan ineens twee foto’s van verse graven. Kessels: ‘Ik vind het mooi dat de familie kennelijk heeft gedacht: we maken dat album af.’

Eigenlijk net als Furuya – hij ging door met het fotograferen van zijn vrouw, ook na haar dood. Kessels zag foto’s van hoe Furuya in de donkere kamer foto’s ontwikkelde van toen Christine Gössler nog leefde. Foto’s van haar graf. ‘Het is zijn levenswerk geworden. Het belangrijkste verhaal dat hij kon vertellen. Het heeft elf jaar geduurd voor hij er iets mee heeft gedaan, elf jaar om er afstand van te nemen en van het persoonlijke kunst te maken. Hij kan er trots op zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden