Het belang van recensies

Dit is een lang betoog, maar ze houden me nu eenmaal al dagen bezig: Kluun, Koch en Adele. En niet alleen zij met hun respectievelijke nieuwe boeken en plaat, maar ook de receptie van hun werk. Het deed me weer eens nadenken over het nut van kunstkritiek en toch ook over de verschillen tussen het functioneren van literaire- en popkritiek.

De Observer had zondag een groot artikel waar ik eens lekker voor ging zitten. Everyone’s A Critic Now...heette het binnenin de gedrukte krant. Maar op de cover van het News Review stond het wat smeuïger: Death Of The Critic.

Zo iedere paar maanden lees ik hier of daar iets met een dergelijke strekking. De recensent heeft in deze tijd geen functie meer is dan meestal de boodschap. Dankzij allerhande social media weet iedereen wel waar ze naar willen kijken en luisteren en wat ze gaan lezen, daar is geen criticus meer voor nodig.

Toch raak ik maar zelden echt overtuigd. The Observer lees ik altijd graag, al was het maar omdat ik de critici daarin serieus neem. Ik had echt gehoopt op nieuwe inzichten, maar helaas.

De auteur, Neal Gabler is een Amerikaan, en hij komt ook met louter Amerikaanse voorbeelden om te bewijzen dat.....ja wat eigenlijk?

Goed wie er de tijd voor heeft kan het stuk hier lezen, maar kort gezegd komt het hier op neer: het grote publiek volgt het advies van de professionele criticus niet op maar gaat te rade bij zijn eigen vrienden op Twitter, Facebook of andere social media. Gabler heeft drie voorbeelden, een boek, een film en een tv- serie. Alle drie kregen ze vrijwel unaniem uiterst lovende kritieken. Maar noch de roman Freedom van Jonathan Franzen, noch de film Social Network, noch de HBO serie Boardwalk Empire werden een enorm succes. Dat wil zeggen, naar de maatstaven van Gabler. Er waren tientallen boeken die beter verkochten vorig jaar, naar Social Network gingen minder mensen dan naar de laatste Coen Brothers en de kijkcijfers van Boardwalk Empire halveerden al na een paar weken.

Nou en?

Doet dat iets af aan het oordeel van de criticus? Volgens mij is het altijd zo geweest dat het grote publiek andere keuzes maakt dan critici zouden wensen. En los van alles: voornoemde voorbeelden zijn toch behoorlijk succesvol, ook buiten de VS.

Maar volgens Gabler bewijst dit dat de criticus zijn gezag kwijt is. Alsof populaire grootmachten van Abba tot Andre Rieu dankzij muziekrecensenten groot geworden zijn.

Nee, de consument bepaalt nu zelf wel wat ze leuk gaan vinden, aldus Gabler. Het slechte van het stuk is, zoals bijna altijd wanneer ik dit soort meningen tegenkom, dat Gabler geen enkel voorbeeld geeft van een boek, film of serie die groot geworden is louter en alleen dankzij social media.

Natuurlijk zijn er boeken die beter hebben verkocht dan Freedom, maar dat wil niet zeggen dat de recensies nihil effect hadden.

Het aardige is juist dat er vorig jaar een goed voorbeeld van een boek was van een nota bene in Nederland wonend en werkend auteur die dankzij een bespreking in de New York Times niet alleen in de VS maar ook hier na vijftig jaar een lezerspubliek vond.

Hans Keilson schreef Der Tod Des Widersachers in 1959. In 2009 verscheen er een Nederlandse vertaling. Ik weet niet of het de eerste was, en ook niet meer of er veel aandacht aan geschonken werd.

Mij, en volgens mij veel anderen viel het boek pas op toen vorig jaar de Amerikaanse vertaling in de New York Times uiterst lovend besproken werd. Het betrof een meesterwerk en Keilson werd een genie genoemd.

Dat helpt. Prompt werd de 100-jarige auteur, die hier al sinds 1936 woont en werkt in Nederland overal uitgenodigd. In De Ban Van De Tegenstander is nu een succes. Geen enorme bestseller maar wel een boek dat mensen elkaar aanraden. Ik ook, want ja, het is een prachtboek. Maar zonder de criticus van de New York Times had ik en de rest van Nederland er waarschijnlijk geen kennis van genomen.

Het bewijst maar weer eens dat de criticus wel degelijk invloed heeft. Natuurlijk heeft iedereen nu overal een mening over, die ook heel makkelijk te ventileren is en waar je zo een publiek voor hebt, maar dat wil niet zeggen dat je daar ook naar moet luisteren. Net zo min als dat je je moet laten afschrikken door de mening van een criticus die jouw favoriete artiest niks vindt.

Ik denk dat goede recensies nooit tot gevolg hebben gehad dat iets heel erg succesvol werd. Ze kunnen wel een belangrijke katalysator zijn. En ik geloof niet dat dit nu anders is dan tien jaar geleden.

De criticus blijft belangrijk als gids, dat lijkt me uit het bovenstaande wel duidelijk. Maar grote successen komen ook zonder hem wel tot stand

In veel gevallen doet het er nog steeds helemaal niet toe wat de criticus van de Volkskrant, Guardian of NRC Handelsblad van iets vindt. Caro Emerald, Jan Smit en Lady Gaga zouden zonder deze bladen precies even groot zijn geworden, zoals vroeger Abba, Michael Jackson en 2 Unlimited het ook wel zonder hen af konden.

In de literatuur ging dat net zo. De boeken van Jan de Hartog kregen minder aandacht maar verkochten meer dan W.F. Hermans.

Iedereen heeft er vrede mee, er is nu eenmaal iets als massacultuur en liefhebberscultuur. Die twee overlappen elkaar slechts een enkele keer. Maar wanneer is niet of nauwelijks te voorspellen.

Waarmee ik aankom bij drie bestsellers in dit nog prille jaar.

De boeken Haantjes van Kluun, Zomerhuis met Zwembad van Herman Koch en de plaat 21 van Adele.

Ze hebben met elkaar gemeen dat ze ongekend goed verkopen. Adele verkocht in een week tijd meer dan alle andere 99 platen uit de Nederlandse Top 100 bij elkaar opgeteld, en beide boeken vliegen met tienduizenden over de toonbank.

Dat hadden ze ook gedaan zonder dat ze gerecenseerd waren, durf ik te stellen. Kluun is het beste bewijs van een auteur die geen recensies nodig heeft gehad. Zijn debuutroman (goed voor een miljoen stuks) Komt Een Vrouw Bij De Dokter is in de Volkskrant zelfs nooit besproken. Herman Koch is sinds Het Diner uit 2008 behalve een tv-persoonlijkheid ook een bestsellerauteur.

Een interview hier en daar, en paar tv-optredens en de eerste duizenden boeken zijn weg. Zij hebben de literaire kritiek niet nodig, maar de kritiek hun wel, zo lijkt het. Het leek wel alsof de Volkskrant en NRC Handelsblad het als groot nieuws zagen dat Kluun een leesbaar, zelfs goed, boek had geschreven. Beide kranten openden er hun boekenbijlagen mee. Wat vrij zeldzaam is voor een boekbespreking van een Nederlands bestsellerauteur. Ook Koch kreeg veel aandacht (werd in NRC samen met Kluun besproken) maar net zo als de critici erg hun best deden om mooie regels bij Kluun te vinden, deden ze hun best om Koch op minpuntjes te betrappen.

In beide gevallen een fluitje van een cent, weet ik na beide boeken gelezen te hebben.

Zouden beide kranten hun kunstbijlagen ook openen met een recensie van het albumdebuut van The Voice Of Holland of van Nick & Simon? Ik denk, nee ik hoop, van niet. In de popmuziek is een band of artiest die als ambitie heeft zo veel mogelijk platen te verkopen geen nieuws meer. Zoals het ook geen nieuws is als een hitparadeartiest ineens grotere artistieke ambities krijgt. Hooguit wordt het interessant als die artiesten ineens door een ander, laten we zeggen kritischer, publiek omarmd worden. Zoals dat gebeurde met De Zangeres Zonder Naam, Marco Borsato, Andre Hazes en Guus Meeuwis.

Maar dan volsta je met een interview.

De literaire kritiek lijkt nu in een stadium te verkeren dat de popmuziek al lang gepasseerd is: aan de lezer uitleggen dat de ware literatuurliefhebber niet hoeft te schrikken van de bestsellerauteurs. Hun boeken vallen best mee, hoor.

Eigenlijk bewijst de behandeling van Koch en Kluun dat er onder critici wel degelijk nog een onderscheid bestaat tussen hoge en lage cultuur.

In de popkritiek is dat anders. Mocht het onmogelijke zich voordoen dat Kane een mooi liedje maakt dan zullen we dat, weliswaar met enige verbazing, gewoon vaststellen, zonder daar op de voorpagina gewag van te doen.

Maar toch. Zoals de literaire kritiek blij is met Kluun en, iets minder, met Koch, ben ik blij met Adele.

Want ik heb het er al vaak over gehad: wat de popmuziek nodig heeft dat is iemand die niet alleen veel platen verkoopt, maar ook iemand waar zowel RTL Boulevard als 3VOOR12 nieuwsgierig naar is.

En Adele is zo iemand. Eindelijk een zangeres die iedereen kent, en dan ook nog gewoon van haar muziek.

Het enorme succes dat de Britse zangeres nu met 21 heeft (in eigen land ook goed voor enorme verkoopcijfers) komt niet dor de kritieken, zelfs niet, durf ik te zeggen, door haar optreden op tv tijdens de Voice Of Holland finale. Want dan had Duffy ook wel wat meer verkocht.

Natuurlijk, ze was alomtegenwoordig in de media in de week dat haar plaat verscheen. Ook in de Volkskrant. Maar ik weet zeker dat ze vooral op grond van haar twee laatste hits de mensen naar de winkels heeft gekregen. Make You Feel My Love van de vorige plaat en Rolling In The Deep, die eind vorig jaar vooruitliep op 21 bleken geweldige radiohits. Ook ik was diep onder de indruk van Rolling In The Deep, dat zowel origineel als pakkend was. Soulvol en rockend tegelijk. 21 kon zich geen betere ankeiler wensen.

Maar hoezeer ik het succes van Adele ook toejuich, nu de plaat er een weekje is en ik hem vele malen gedraaid heb valt ie me niet mee. Toen ik eind november, rond het interview de stream van het album een paar keer had gehoord, leek het me een prachtplaat. Maar dat enthousiasme betreft inmiddels nog hooguit de helft van de liedjes. Er staan namelijk een aantal draken van ballads op die het op Sky Radio ongetwijfeld goed doen, maar bij mij niet.

Het valt me ook steeds moeilijker die plaat in zijn geheel te draaien omdat de ergste nummers al een beetje aan het begin zitten (Don’t You Remember). Zelfs die veelgeprezen ballad aan het slot Someone Like You is toch niet het wonder dat ook ik er aanvankelijk in hoorde.

Misschien had ze er toch beter aan gedaan het hele album met Rick Rubin op te nemen, wat aanvankelijk ook de bedoeling was.

Los van Rolling In The Deep zijn het toch zijn producties die het meest beklijven.

Ik stel dit vast met een zekere spijt, want ik had echt gehoopt dat ik de plaat steeds beter zou gaan vinden en we hier met een blank soulfenomeen in de traditie van Dusty Springfield te maken hadden.

Maar nee, het is meer een Alison Moyett, wier albumdebuut me indertijd ook nogal tegenviel.

Begrijp me goed, zo’n mislukking als die tweede Duffy is het niet. Maar ik had 21 graag beter gevonden dan de drie sterrenplaat die het nu voor me is.

Want met Adele heeft de popkritiek natuurlijk precies de ideale succes-zangeres. Ze heeft een prachtstem, oogt authentiek en bezit ook nog eens indie-credibility. Wat wil je als criticus nog meer?

Juist ja, goede songs, en daarvan staan er op 21 naar mijn smaak net iets te weinig.

Maakt dat wat uit?

De verkoop zal er niet onder lijden, maar ik moest het toch even kwijt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden