Het begon met een vette onvoldoende voor Kamerleden

Tien jaar geleden bleek dat het slecht gesteld was met ons historisch besef. Een quiz moest dat veranderen. Tien jaar later is geschiedenis overal....

Voor de tiende keer zijn hier de antwoorden van hét spel voor kenners van het verleden: de voorronde van de Grote Geschiedenis Quiz. Frans Smits, hoofdredacteur van het Historisch Nieuwsblad, vindt dat de quiz ‘naar een veel simpeler niveau moet’. Nu had bijna niemand van de ruim duizend deelnemers alle vragen goed. ‘De voorronde is eigenlijk alleen voor kenners te doen.’ Toch zijn er weer tien lezers met ruim voldoende historisch besef om kans te maken op een wereldreis.

De eerste edities van de GGQ waren even lastig, zo niet nog moeilijker dan de huidige. De winnende lezers – toen nog vooral oud-docenten geschiedenis – mochten in de finale op een bijzondere locatie hun kennis etaleren voor een klein publiek.

Acht jaar geleden zat Ad van Liempt in de zaal, de bedenker van het televisieprogramma Andere Tijden. ‘Ik vond de sfeer heel aardig’, memoreert hij. ‘Dat zou leuk zijn op televisie, dacht ik. Toen zijn we aan een nieuwe formule gaan sleutelen. Het grote verschil was vooral dat er filmpjes bij kwamen, en die maken de quiz zo aantrekkelijk. Onze researchers sparen het hele jaar leuke fragmenten, en die worden dan in anderhalf uur over de kijkers uitgegoten.’

Volgens Smits vloeit zowel de quiz als Andere Tijden voort uit het besef, tien jaar geleden, dat het in Nederland bar slecht gesteld was met de feitenkennis. Een proefwerk, zoals Smits het noemt, onder Tweede Kamerleden in 1996 was daarvan het eerste signaal. De uitslagen in het Historisch Nieuwsblad zijn daarna nog vaak aangehaald: onze volksvertegenwoordigers wisten niets van het verleden.

Smits: ‘Het proefwerk was aanleiding om de commissie-De Wit in het leven te roepen, die de kennis van de Nederlandse geschiedenis moest onderzoeken.’ Toen bleek dat het volk er ook maar weinig van bakte. Dus moest er van Den Haag iets gebeuren. Zoals dat dan gaat, werd een nieuwe commissie in het leven geroepen: de commissie-De Rooij, die geschiedenisdocenten aanraadde meer aan te sturen op feitenkennis en meer gebruik te maken van tijdvakken.

Dat gebeurde ook: in 2008 besloot het kabinet dat scholen de canon moesten volgen, een overzicht van vijftig onderwerpen uit de vaderlandse geschiedenis, samengesteld door een commissie onder leiding van toenmalig KNAW-president Frits van Oostrom.

Toen waren er al negen GGQ’s achter de rug. Want direct na de eerste ophef over het Kamerledenproefwerk had Willem Melching, historicus aan de UvA en bestuurslid van de stichting achter het tijdschrift, gezegd: ‘We moeten een quiz maken voor het volk.’ Smits: ‘De kennis moest bijgespijkerd worden, vonden we.’

En zo geschiedde: in 1999 werd contact gezocht met de Volkskrant, die vanaf toen elk jaar gretig het proefwerk – opgesteld door redacteuren en geschiedeniskenners, afdrukte. Het waren lastige vragen, grappige vragen, een vraag over prins Bernhard en vragen waarbij de lezers het schaamrood op de kaken moesten krijgen, zoals: ‘Hoeveel procent van de Nederlandse ambtenaren tekende de Ariërverklaring niet?’ (0,01 procent van de 200 duizend).

In de eerste jaren gingen de beste lezers door naar de finale, waar de vragen nog lastiger waren. Maar dat was het dan. Er waren geen Bekende Nederlanders, of het moesten de journalisten op de achterste bankjes zijn, zoals de columnist Jan Blokker. Die meende dat de GGQ net zo’n instituut kon worden als het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Daarom decreteerde hij in 2000: ‘De geschiedenisquiz moet op televisie komen.’

‘Binnen een week was het rond’, zegt Smits; ‘dankzij onze contacten met Ad van Liempt. Andere Tijden was toen net begonnen, dat sloeg enorm aan. Dat bevestigde ons vermoeden: geschiedenis was duidelijk aan een opmars bezig. Uiteindelijk komt zelfs het Nationaal Historisch Museum voort uit al deze ontwikkelingen.’

De finale kreeg drie ronden en twee groepen kandidaten: lezers en prominente Nederlanders. Die moesten het altijd afleggen tegen de ‘minder bekende’, maar zeer deskundige winnaars van de voorronde. Behalve vorig jaar, toen Diederik Samson als eerste prominent zijn tegenstander in de laatste ronde, Hema-verkoopster Annemiek van Leeuwen, nipt versloeg.

Van Liempt: ‘De mooiste vraag vind ik die in de derde ronde waarin de camera langzaam dichterbij komt en de kandidaten als eerste moeten raden wie ze in beeld zien. We hebben Wilhelmina al eens gehad, en Seyss-Inquart, en de sjah van Perzië, en John en Yoko. Er zijn zoveel mooie vragen – het is een ongelooflijk rijke quiz, voor mij een hoogtepunt van het tv-jaar.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden