Analyse Bewijsvoering in zedenzaken

Het bed als juridisch mijnenveld

Zedenzaken zijn notoir lastig te bewijzen, omdat er behalve de hoofdrolspelers zelden getuigen zijn. Zo ook in het geval van Jelle Brandt Corstius en Gijs van Dam. Het blijft bij het woord van de een tegen dat van de ander. Tot vervolging komt het niet.

Televisiemaker Jelle Brandt Corstius doet zijn MeToo-verhaal bij De Wereld Draait Door. Beeld NPO

Met één mededeling zette het Openbaar Ministerie donderdag een streep door twee aangiften. Debeschuldiging dat schrijver en televisiemaker Jelle Brandt Corstius zou zijn verkracht door Gijs van Dam, zal niet leiden tot vervolging van de tv-producent. Evenmin doet het OM iets met Van Dams aangifte van smaad en laster tegen zijn voormalige collega bij Barend & Van Dorp.

De beslissing van het OM toont aan hoe moeilijk het voor justitie is om aan waarheidsvinding te doen in (vermeende) verkrachtingszaken. De twee hoofdrolspelers zijn meestal de enige getuigen, bewijs ontbreekt doorgaans. Zeker als het al enige tijd geleden is gebeurd. Daarbij zit er bij zedenzaken ook nog eens ‘een hele range aan grijstinten tussen gezellige seks en een brute verkrachting’, zei Peter van Koppen, hoogleraar rechtspsychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, eerder in deze krant.

‘Ik wist dat mijn zaak na zestien jaar niet gemakkelijk te bewijzen zou zijn’, schrijft Brandt Corstius donderdag in een verklaring. Toch heeft hij naar eigen zeggen een ander doel bereikt met zijn ingezonden stuk in dagblad Trouw, in oktober vorig jaar: dat hij een lang bewaard geheim heeft kunnen openbaren. ‘De straf op zwijgen duurt levenslang, mailde iemand mij. Van die straf ben ik nu verlost.’

Om vervolging is het Brandt Corstius nooit te doen geweest. Gealarmeerd door de stroom aan MeToo-verhalen schreef hij in Trouw dat ook hij in 2002 het slachtoffer was geweest van onvrijwillige seks. De dader - Van Dams naam noemde hij bewust niet om een aanklacht wegens smaad of laster te voorkomen - zou hem daarbij hebben gedrogeerd. Met zijn bijdrage hoopte Brandt Corstius een lans te breken voor alle anderen die ooit zijn misbruikt.

Getuigen die zijn verhaal kunnen bevestigen, zijn er niet. Het Openbaar Ministerie kon ze in elk geval niet vinden na acht maanden onderzoek. Desgevraagd zegt het OM vijf mensen te hebben gesproken. Ze werkten bij de talkshow Barend & Van Dorp of behoren tot de privésfeer van een of beide hoofdrolspelers.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek doet minder dan de helft van de mensen die zichzelf als slachtoffer beschouwen, uiteindelijk aangifte. Als ze toch willen doorzetten, dan wijst de politie hen in een voorgesprek eerst op de voor- en nadelen van het inslaan van de emotioneel zware en vaak langdurige juridische weg. De politie registreert jaarlijks tussen de 1.200 en 1.400 aanrandingen en zo’n 1.300 verkrachtingen.

Advocaat Natacha Harlequin staat geregeld verdachten van zedenmisdrijven bij. Hoe emotioneel zulke zaken ook kunnen zijn, volgens haar kijken de officier van justitie en later de rechtbank bovenal naar de feitelijkheden: wat is er precies gebeurd in die bewuste nacht? Is daar bewijs van?

Bijna nooit is dat bewijs voorhanden, hoewel het scheelt als een slachtoffer bijvoorbeeld de appjes van de vermeende aanrander of verkrachter heeft bewaard. Het Centrum Seksueel Geweld raadt slachtoffers van een zedenmisdrijf aan om niet te douchen, geen tanden te poetsen en kleding in een papieren zak te bewaren, om belangrijke sporen veilig te kunnen stellen. Ook kan het voor een aangifte van belang zijn dat iemand aan een psycholoog of vriend(in) heeft verteld wat haar of hem is overkomen.

Producent Gijs van Dam vertelt bij Pauw dat Brandt Corstius vrijwillig het bed met hem deelde. Beeld NPO

Brandt Corstius moest het waarschijnlijk vooral doen met zijn eigen herinneringen. Hij werkte in 2002 samen met Van Dam bij de zomervariant van tv-programma Barend & Van Dorp. Al heeft hij volgens zijn advocaat Nico Meijering na het incident met meerdere mensen over de nacht met Van Dam gesproken. ‘Maar omdat de bron van het verhaal hetzelfde is, vond het OM dat toch te weinig.’ Die bron is Brandt Corstius zelf.

Harlequin vraagt zich af of herinneringen van de getuigen niet zijn gekleurd door de forse media-aandacht voor deze affaire. ‘Het menselijk geheugen is niet in staat om zich te herinneren wat er zestien jaar geleden is gebeurd.’ De kans is groot dat iemand flarden van vroeger onbewust is gaan mixen met wat hij de laatste maanden heeft gehoord, zegt ze.

Peter Plasman, de advocaat van Gijs van Dam, is een stuk stelliger. ‘Kennelijk is het allemaal gebakken lucht geweest wat hij over mijn cliënt heeft verteld’, reageert hij. Volgens de strafpleiter stond ‘vanaf het begin vast dat er niets strafbaars is gebeurd’. Daar-om heeft Van Dam ‘ontspannen’ naar de beslissing toegeleefd.

Brandt Corstius legt, bij monde van advocaat Meijering, de beslissing van het OM anders uit. De raadsman wijst bovendien op het besluit om zijn cliënt niet te vervolgen wegens smaad. ‘De verklaring van Brandt Corstius is alles behalve een verzinsel.’

Volgens Meijering beraadt Brandt Corstius zich nog op een eventuele artikel 12-procedure. Of Van Dam juridische vervolgstappen overweegt, zoals een civielrechtelijke procedure wegens smaad en laster, kon Plasman donderdag nog niet zeggen. Het OM vindt in ieder geval niet dat Brandt Corstius de naam van Van Dam heeft aangetast, al is het maar omdat hij diens naam in Trouw nooit heeft genoemd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.