Reportage

Het antwoord op de Rotterdamse ratjetoe-architectuur

Reportage Timmerhuis Rotterdam

Nóg een beeldbepalend gebouw in Rotterdam? Mwah, vonden ze bij architectenbureau OMA. Ze wilden het Timmerhuis juist laten oplossen in zijn omgeving. Architect Reinier de Graaf legt uit hoe hij dat voor elkaar kreeg.

Foto Ossip van Duivenbode

Diconische gebouwen waren de afgelopen jaren niet van de lucht, in Rotterdam. Na jaren verbouwen werd het nieuwe station - bijnaam: Station Kapsalon, naar het typisch Rotterdamse patatje - opgeleverd. Langs de oevers van de Maas verrees Rem Koolhaas' megawolkenkrabber De Rotterdam, het grootste gebouw van Nederland. Even verderop, bij station Blaak, bouwde architectenbureau MVRDV de Markthal, een 'triomfboog' van appartementen die een reusachtige marktvloer overspant.

Nu geeft Koolhaas' bureau OMA een nieuwe wending aan de Rotterdamse bouwgolf. Het Timmerhuis Rotterdam, dat op vrijdag 11 december zijn deuren opent voor publiek, is namelijk een anti-icoon.

Het Timmerhuis Rotterdam? De naam verwijst naar het naastgelegen Stadstimmerhuis, een in het ontwerp opgenomen gemeentelijk monument uit 1953. Het is veelzeggend dat de naam de meeste mensen waarschijnlijk weinig zegt. OMA heeft het gebouw, waarin 84 appartementen, 20 duizend vierkante meter aan gemeentekantoren, winkels, een parkeergarage en het Museum Rotterdam onderdak vinden, als het ware laten oplossen in zijn omgeving.

Foto Ossip van Duivenbode

Met opzet vormeloos

Een 'wolk van pixels', zo omschrijft architect Reinier de Graaf het Timmerhuis Rotterdam, dat staat verscholen achter het Stadhuis, tussen het Rodezand en Haagseveer. Het is een onregelmatige structuur van geschakelde kubussen, die lijkt te zweven boven de straat. Afhankelijk van het weer ogen de glazen gevels, waarop een zeefdruk van witte puntjes aangebracht is, zachtgrijs of melkachtig als mist.

'Dit gebouw is een antwoord op de architectonische ratjetoe die Rotterdam is', wijst De Graaf vanaf een dakterras op de twaalfde verdieping naar de omliggende stad. Duidelijk zichtbaar is hoe verschillende bouwstijlen elkaar de afgelopen zestig jaar in rap tempo opvolgden, van het naoorlogse modernisme rond de Lijnbaan via de 'humanistische' Kubuswoningen van Piet Blom, tot het postmodernistische woongebouw De Compagnie van de Duitse architect Hans Kolhoff en de 'Amerikaanse' hoogbouwgolf.

'Wij zagen er geen heil in om de zoveelste stijl aan de reeks toe te voegen; wat Rotterdam nu nodig heeft, is een architectuur die al die verschillende objecten met elkaar verbindt. Dit gebouw is met opzet vormeloos, om zich daartussen te voegen.'

Doorn in het oog

Strategisch viel er ook wat te zeggen voor 'vormeloos', erkent De Graaf. OMA heeft bij de ontwerpprijsvraag in 2009 - de crisis was net vol ingeslagen - goed aangevoeld dat het ongepast zou zijn een icoon presenteren. En geven pixels niet bij uitstek uitdrukking aan de digitale eeuw?

Aanleiding voor de prijsvraag was de 'rotte' plek achter het Stadhuis; een doorn in het oog van de gemeente. Oorspronkelijk zou het naoorlogse ontwerp van architect Koops op deze plek worden gecompleteerd met drie vleugels, maar in plaats daarvan verrees in de jaren zeventig een kantoorblok - het soort waarvan je spontaan een sickbuildingsyndroom krijgt.

Een nieuw stadskantoor, waarin (huur)locaties worden samengevoegd, bood een mooi excuus om het gebouw te slopen. Met op de grond een publieke passage met daaraan de Stadswinkel (waar je je paspoort afhaalt), op de tussenverdiepingen moderne flexkantoren, en bovenin appartementen, ter verlevendiging van de binnenstad, waar vergeleken met die van Amsterdam weinig mensen wonen.

Dat laatste bracht de architect op het idee om het gebouw in hoogte te laten verspringen als een rijstterras. Zo ontstond de mogelijkheid om grote buitenruimten te maken bij de woningen, die door hun overhoekse positie veel daglicht en uitzicht hebben: op de stad, de kantoren beneden en de onder- of overburen. 'Een gebouw voor de welwillende voyeur', aldus De Graaf.

Timmerhuis Rotterdam, 2009-2015

Architect: OMA

Opdrachtgever: Stadsontwikkeling Rotterdam

Adres: Meent 119, Rotterdam

Investeringskosten: 90 miljoen euro

Opening: 11/12

Statement

OMA heeft de Stadswinkel aangegrepen om een statement te maken. In een tijd waarin steeds meer openbare gebouwen tot privé-domein verworden - denk aan stations die afgesloten zijn door ov-chippoortjes - hebben de architecten een 'hyperpublieke' ruimte gecreëerd, vrij toegankelijk en vrij van dragende wanden en kolommen.

Hoe ze dat voor elkaar hebben gekregen? Het 'geheim' ontvouwt zich in de twee atria midden in het gebouw, waar stalen liggers en kolommen kriskras doorheen schieten. Het 'woud' van staal dat het gebouw in feite is, hangt aan de twee betonnen liftkernen, legt De Graaf uit. 'Vergelijk het met een stel kerstbomen. De kernen fungeren als 'stammen', de pixels vormen tezamen de 'kruinen' - met overstrekken tot wel 21 meter.'

Relletje

De spectaculaire constructie leidde destijds tot een relletje: de vier verliezende architectenbureaus weigerden te geloven dat deze voor het budget van 65 miljoen euro gebouwd kon worden, en spanden een rechtszaak aan. OMA won. De Graaf, laconiek: 'Dit ziet er ingewikkeld uit, maar het zijn standaard 'meccano-elementen' die door de aannemer eenvoudig aan elkaar bevestigd kunnen worden. Dat maakt dat je snel en dus goedkoop kunt bouwen.'

'Echt turbulent' werd het toen de gemeente in 2011 meedeelde dat de geplande Stadswinkel vanwege bezuinigingen was geschrapt. Daarmee verviel de 'noodzaak' om het gebouw te laten zweven - de essentie van het plan. In de gemeenteraad gingen meteen stemmen op dat er 'dan best kolommen konden komen', wat voor bijvoorbeeld een Mediamarkt geen bezwaar zou zijn. 'Toen zijn we gaan meedenken over andere openbare functies.' Bij OMA werd opgelucht ademgehaald toen Museum Rotterdam bereid bleek naar het Timmerhuis te verhuizen.

'Bouwen is vooral incasseren', weet De Graaf. Het idee om het gebouw aan de straat open te laten, met een 'vliegengordijn' van doorzichtig plastic, bleek 'iets te idealistisch'. In plaats daarvan staat er nu een gevel van golvend glas. Bestond het woningaanbod aanvankelijk uit goedkope startersappartementen, bij nader inzien waren toch vooral grote middenklassewoningen nodig, die zijn gerealiseerd door pixels samen te voegen. De voorgestelde vierendeelliggers - bijzonder omdat ze geen stabiliteitskruizen hebben - werden gaandeweg vervangen door goedkopere liggers met diagonalen, die op allerlei plaatsen dwars door de vloeren en wanden steken.

Foto Ossip van Duivenbode

Toevalligheid

Het structuralistische ontwerp, dat verwantschap toont met Koolhaas' prijsvraaginzending voor het Haagse Stadhuis uit 1986, heeft de 'klappen' verrassend goed weten op te vangen. Dat is de kracht van de 'anti-iconische' esthetiek, denkt De Graaf; dat het uitgangspunt geen perfecte vorm is, maar 'toevalligheid'.

Al is het begrip anti-icoon relatief. De naam Koolhaas is immers genoeg om de internationale pers en hordes toeristen op de been te brengen, ongeacht wat hij bouwt. Vooruitlopend op de opening van het Museum Rotterdam, in februari, plaatste reisgids Lonely Planet Rotterdam alvast in de top-5 van wereldwijde topbestemmingen.


Kaasschaaf over 'Kaas van Koolhaas'

Het project voor OMA's multifunctionele Forumgebouw aan de Coolsingel is na vier eerdere wijzigingsrondes opnieuw aangepast. Het concept uit 2008, een 85 meter hoge kubus met gaten - wat de bijnaam 'de Kaas van Koolhaas' opleverde - is definitief verlaten. In plaats daarvan worden de bestaande panden op de locatie grondig verbouwd.

De reden om het plan te wijzigen, is onder meer de komst van de Britse kledingwinkel Primark, dat hier een flagshipstore wil openen - speciaal daarvoor komt er een nieuw gebouw. Forum is na De Kunsthal (1992), De Rotterdam (2013) en het Timmerhuis het vierde grote project van OMA in Rotterdam. De bouw begint in 2016.

Meer over