AnalyseVrijheid om te beledigen

Het antwoord op de radicale islam raakt óók de christenen

De godsdienstvrijheid botst met de vrijheid van meningsuiting omdat aan dat laatste grondrecht een radicale invulling wordt gegeven, denken veel gelovigen. ‘De seculiere waarheid wordt op een hoger plan geplaatst dan de waarheid van gelovigen.’

Samuel Lee: 'Onder het mom van 'kijk dit is onze democratie' worden gelovigen onnodig gekwetst'.Beeld Joost van den Broek

In 1986 werd een kleine, symbolische stap gezet in de ontkerstening van Nederland: de Kroon vernietigde het vloekverbod dat nog in zeven Veluwse gemeenten van kracht was. Zo’n verbod werd in strijd geacht met Grondwetsartikel 7, dat de vrijheid van meningsuiting garandeert. Seculier Nederland zal er met voldoening kennis van hebben genomen: weer kon een residu uit het protestants-christelijke verleden worden bijgezet in het rariteitenkabinet.

Niets is minder waar, kan 34 jaar later worden vastgesteld. In veertien Nederlandse gemeenten is een vloekverbod vastgelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Nieuwkomer in dit rijtje is de Zuid-Hollandse gemeente Molenlanden, waar vorig najaar zelfs de VVD-fractie een motie van SGP en ChristenUnie voor het instellen van een vloekverbod ondersteunde. ‘Vloeken is weinig respectvol naar je medemens’, zei fractievoorzitter Bert Snoek bij die gelegenheid. ‘Wij zijn voor vrijheid, maar dan wel met wederzijds respect.’

Volgens artikel 1 van de betreffende APV’s is het ‘verboden in het openbaar de naam van God vloekende te gebruiken’. En overal is aan die bepaling een disclaimer toegevoegd: het verbod is niet van toepassing op ‘gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet, of indien het Wetboek van Strafrecht van toepassing is’. Daarmee wordt eigenlijk erkend dat een wegens vloeken opgelegde boete de gerechtelijke toets niet zal kunnen doorstaan. Maar aan ‘de symbolische betekenis’ van gemeentelijke vloekverboden doet dit niets af: van een vloekverbod gaat, aldus CDA-burgemeester Dirk van der Borg van Molenlanden ‘een moreel appèl’ uit.

Het vloekverbod doet enigszins denken aan de (120 duizend keer ondertekende) petitie waarin wordt aangedrongen op strafbaarstelling van belediging van de profeet Mohammed. Ook die doet een beroep op seculiere Nederlanders om de gevoeligheden van gelovigen – moslims in dit geval – te ontzien. Op een hoogst ongelukkig moment: enkele dagen na de onthoofding van de Franse docent Samuel Paty, die door een radicale moslim was gestraft voor een vergrijp dat ook volgens de opstellers van de petitie strafbaar moet worden gesteld. Maar de ongelukkige timing laat onverlet waar het hun naar eigen zeggen om te doen is: grenzen stellen aan de vrijheid van meningsuiting omwille van (sommige) gelovigen in Nederland.

Zelfs als de Tweede Kamer gevoelig zou zijn geweest voor dit pleidooi (het tegendeel was het geval) zou een verbod op de belediging van de profeet (een reanimatie van de in 2014 geschrapte wet tegen godslastering) niet verenigbaar zijn geweest met artikel 7. Ook in die zin lijkt de petitie op de vloekverboden in veertien protestants-christelijke gemeenten.

Loyaliteit

Maar er is ook een wezenlijk verschil, zegt de theoloog Piet de Vries, docent bij het Hersteld Hervormd Seminarie aan de Vrije Universiteit. Christenen – ook de behoudende – aanvaarden dat anderen het geloof in hun God van de hand wijzen. ‘Het probleem is dat meerdere moslims dat al als een ongeoorloofde belediging van Allah zien. In het Westen gaat het wellicht om een minderheid, maar het behoeft geen betoog dat dit in Pakistan anders ligt, om van een land als Saoedi-Arabië nog maar te zwijgen.’

De vraag die christenen bezighoudt, is in welke mate zij gehoorzaamheid zijn verschuldigd aan een overheid die hun waarden niet deelt. ‘Vanuit het christendom kun je eigenlijk niet stellen dat je geloof zomaar belangrijker is dan de rechtsstaat’, zei Gerard de Korte, bisschop van Den Bosch, hierover vorig jaar in Trouw. ‘Integendeel, Paulus roept in de Romeinenbrief op tot gehoorzaamheid aan de overheid.’

Maar er zijn grenzen aan die loyaliteit. Tegen heersers die de rechten van minderheden met voeten treden, of die tirannieke trekken aannemen, mogen – nee: moeten – christenen in verzet komen. Maar christenen moeten een seculiere overheid dienen die de rechten van minderheden waarborgt. ‘De staat moet een schild voor de zwakken zijn’, zei Abraham Kuyper al. Dit betekent, aldus De Korte, ‘dat in de Nederlandse parlementaire democratie de kerk heel terughoudend moet zijn in het verzet tegen wetgeving. Ze mag mee debatteren, inspraak hebben en ernaar streven om via die weg wetten te veranderen. Maar soms zal ze tandenknarsend moeten accepteren dat er bijvoorbeeld abortus- of euthanasiewetgeving is die wringt met de opvatting dat het leven van God afkomstig is.’

Ontheemd

Piet de Vries, die zichzelf als ‘klassiek christen’ afficheert, is het daar in essentie mee eens, maar tekent daarbij aan dat de seculiere overheid als ‘schild voor de zwakken’ steeds meer in gebreke blijft. Ze pretendeert neutraliteit, maar faciliteert feitelijk ‘een meerderheidsgodsdienst zonder God’. Christenen en andere gelovigen voelen zich in die context ontheemd – zelfs op de Vrije Universiteit, de schepping van Abraham Kuyper, de voorman van de calvinistische ‘kleine luyden’. ‘Klassiek christenen worden getolereerd, maar dan houdt het echt helemaal op. Studenten moeten zichzelf overwinnen om christelijke standpunten publiekelijk te verwoorden.’

De Vries: ‘In onze samenleving vraagt een klassiek christen van de overheid de kerk de vrijheid te laten God ook in het publieke domein te dienen. Hij wil ook kinderen onderwijs geven dat door het christelijke geloof is gestempeld. Omdat de openbare scholen dat niet doen, is hem er alles aan gelegen dat de vrijheid van onderwijs wordt gehandhaafd. Nog maar een of meer generaties geleden waren er gedeelde normen en waarden tussen christen en niet-christenen. De overheid moet dus de druk weerstaan om de vrijheid van godsdienst in te perken.’

Volgens Samuel Lee, scheidend ‘theoloog des vaderlands’, vereist een samenleving met louter religieuze minderheden een zekere inschikkelijkheid van de seculiere meerderheid. ‘Daaraan ontbreekt het nog weleens. Onder het mom van ‘kijk, dit is onze democratie’ worden gelovigen onnodig gekwetst en wordt de seculiere waarheid op een hoger plan geplaatst dan de waarheid van gelovigen. Daarmee wordt miskend dat samenleven werkelijk samen léven is.’

Van die samenleving maken overigens ook ‘andersseksuelen’ deel uit: degenen wier leefwijze volgens enkele reformatorische scholen ‘in strijd (is) met Gods woord, en als zodanig (wordt) afgewezen’. Daar is Lee het zeer mee oneens: ‘Als een school van ouders verlangt dat ze homoseksualiteit afwijzen, verlangen ze eigenlijk dat homoseksuele kinderen hun innerlijk onderdrukken en een masker gaan dragen.’

Mildheid

In de omgang met al die religieuze minderheden, zou de seculiere samenleving de belangrijkste leefregel van Jezus moeten hanteren, zegt René de Reuver, scriba (secretaris) van de Protestantse Kerk in Nederland: ‘Wat je wilt dat jou geschiedt, doet dat ook een ander. Dat klinkt misschien soft en eenvoudig, maar in de praktijk is dat een enorme uitdaging. Zeker in zo’n mondig en pluriform land als Nederland. Iedereen wil graag zichzelf kunnen zijn, maar dat betekent dat je de ander ook die ruimte gunt. Dat je accepteert dat sommige zaken heilig zijn voor iemand. Omgekeerd betekent dat ook: met mildheid reageren op een belediging.’

Een petitie waarin wordt opgeroepen het beledigen van de profeet strafbaar te stellen, getuigt allerminst van die mildheid, zegt Piet de Vries. Ze geeft niet uitsluitend uitdrukking aan het sentiment van een radicale minderheid, maar ook aan dat van de mainstream-moslim, denkt hij. ‘Als reactie daarop wil de seculiere samenleving nu de vrijheid voor de christenen begrenzen omdat ze het echte probleem niet durft te benoemen: het aanzetten tot geweld door een islam die terugkeert naar haar wortels.’

Christenen worden op nog een andere manier geraakt door het seculiere antwoord op het islamitisch fundamentalisme, denkt Dennis Peters van Kerk in Nood, een organisatie die wereldwijd steun verleent aan vervolgde christenen. In Trouw schreef hij dat ‘onze omgang met de vrijheid van meningsuiting’ tot gevolg heeft dat radicale moslims zich op christenen wreken omdat zij het Westen nog altijd met het christendom associëren. ‘Ten tijde van de publicatie van de karikatuur van de profeet Mohammed door Charlie Hebdo werden juist de christenen in Niger doelwit van diverse aanslagen. Hoewel gematigde moslims in het land hun medeleven betuigden, hoorde je van die zelfverklaarde verdedigers van de vrijheid van meningsuiting in het Westen niets over deze ‘bijkomende schade’ van hun satire.’

‘Misbruik van ons vrije woord kan de band verbreken met de mensen die we juist het meest nodig hebben om radicalisering en geweld tegen te gaan’, schreef Peters. ‘Om die reden zijn christelijke leiders in landen met vervolging vaak zo zorgvuldig in hun bewoording. Vrijheid van meningsuiting is voor hen geen doel op zich, maar gaat samen met respect voor de ander.’

Lees ook: initiatief om beledigen profeet strafbaar te stellen vindt brede steun onder Nederlandse moslims.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden