Het afscheid van een 'dame in brons'

Al eerder, ergens in de vorige eeuw, kondigde Merlene Ottey (40) haar afscheid aan. Maar de Jamaicaanse 'grootmoeder van de sprint', al aanwezig op de Spelen van Moskou (1980), is nog steeds actief....

TIJDENS het recente internationale gala in Gent beperkte de Tina Turner van de atletiek zich helaas tot één dribbelrondje over 200 meter. Merlene Ottey had vrijdagavond vlak voor de start van haar 60 meter tijdens de warming-up weer wat last van een lichte hielblessure gekregen en besloot niet te starten.

Maar zo snel lieten de Belgische gastheren haar niet gaan. Ze werd in de bloemen gezet en mocht toch een ererondje maken. Legt ze normaal de 200 meter binnen de 22 seconden af, ditmaal deed ze er vele minuten over.

De toeschouwers klapten zich de handen stuk, waarna Ottey de legendarische Belgische oud-atleet Emiel Puttemans mocht bijstaan bij de huldigingen van de avond.

Vanaf haar plaats op de tribune zag ze vervolgens de Bulgaarse Petja Pendareva naar de zege op de 60 meter snellen. '7,12 is redelijk hard. Ik was dit jaar nog niet zo snel', klonk het bescheiden.

Ooit was ze de eerste vrouw geweest die op die korte afstand onder de zeven tellen dook (6,96, ze verbeterde daarmee de tijd van Nelli Cooman). Het was een tijd die niet lang standhield omdat in 1993 Irina Privalova met 6,92 weer sneller was. Nu rest Ottey nog één wereldrecord: dat op de 200 meter indoor (21,87).

Het is een record uit 1993, en dat telt toch wat minder dan een snelle tijd op de buitenbaan. En daar was ze nooit de snelste. In haar begintijd verloor ze grote wedstrijden steevast van de DDR-armada. Later dook de extroverte Florence Griffith op met haar - omstreden - supertijden, weer daarna was er opnieuw een DDR-atlete, Katrin Krabbe. Vervolgens snelde Gail Devers over de baan en momenteel heerst Marion Jones op de korte sprint.

In het verleden was Ottey fel als sommige van haar vroegere gedrogeerde concurrenten ter sprake kwamen. 'Het doet pijn dat ik door de jaren heen meermalen ben bedrogen', klonk het dan. En: 'In dat wereldrecord van 10,47 van Griffith geloof ik niet.'

Nu zegt ze slechts: 'Na de val van de Muur ben ik mijn bronzen en zilveren medailles met andere ogen gaan bekijken.'

Ze is ouder, wijzer en ook milder geworden. De wijsheid kwam met de jaren (in mei wordt ze 41). Ook veranderde haar blik na haar eigen doping-affaire, die ze als 'het incident' betitelt.

In augustus 1999, enkele dagen voor de WK in Sevilla, werd bekend dat de diva van de sprint bij een meeting in Luzern gepakt was op het gebruik van nandrolon, de dopingsoort die de laatste jaren als een epidemie door de sportwereld raast.

Die WK, het zouden sinds 1983 haar zevende worden, miste ze. Maar het jaar daarop werd ze alsnog door de IAAF vrijgesproken. Het Zwitserse laboratorium dat de urinestalen had getest, zou fouten hebben gemaakt. Het was een wat mistige uitspraak, maar Ottey mocht weer hardlopen.

Op de Spelen van Sydney was ze er gewoon weer, alsof ze nooit was weggeweest. Ze won tijdens haar zesde Spelen voor Jamaica een zilveren medaille op de 4 x 100. Op de individuele 100 meter werd ze vierde, op eenhonderdste van het brons.

Ze was eenzaam in Sydney, vertelt ze. Haar ploeggenoten verweten haar dat ze een voorkeurspositie innam. Buitenlandse journalisten vroegen haar steeds maar weer opnieuw naar dat nare 'incident'. 'Je leert in tegenspoed je echte vrienden kennen en dat waren er maar bitter weinig.'

Nog zien we IAAF-president Primo Nebiolo tijdens de WK in Athene in 1997 de eretribune opklauteren. De kleine Italiaan glom. In zijn kielzog stapte Ottey, fraai gekleed in een lange avondjurk, mee naar boven.

De gracieuze verschijning mocht plaatsnemen naast Il dottore. Hij keuvelde geanimeerd met zijn gaste, onderwijl kijkend naar de strijd in het stadion. En wat zei diezelfde Nebiolo een jaar later, nadat bekend was geworden dat Ottey betrapt was op nandrolon? 'Ach, ze is toch al oud, haar jaren waren voorbij.'

Nebiolo overleed eind 1999 en misschien daarom wil ze over hem geen kwaad woord horen. 'Hij heeft veel voor de atletiek betekend. Toen ik in 1979 begon bij de Pan-Amerikaanse Spelen was de atletiek nog erg amateuristisch. Bovendien was er een groot onderscheid tussen mannen en vrouwen.'

Dat is in de afgelopen twintig jaar veranderd. 'We worden gelijkwaardig behandeld. Prijzengelden zijn identiek, de media hebben net zoveel aandacht voor mannen als vrouwen. Dat zie je in weinig andere sporten, het tennis misschien uitgezonderd.'

Tijdens de persconferentie na de 4 x 100-meterfinale had ze in Sydney - in licht euforische toestand - ook al minutenlang gesproken over de emancipatie die ze in u haar sport had doorgemaakt. 'Er is zoveel veranderd. Wat kreeg die Hollandse atlete in 1948 voor haar vier gouden medailles? Een fiets?'

Niet alleen de vrouwenatletiek is geëvolueerd, vertelt ze in Gent, ook de positie van de vrouw in het Caraïbische gebied is ten goede gekeerd. Op Jamaica, waar ze bijna 41 jaar geleden in Pondside nabij de Montego-baai werd geboren, speelde ze een voortrekkersrol. 'Ik liep als meisje blootsvoets op de atletiekbaan.'

De vierde uit een gezin van zeven wilde in de voetsporen treden van haar landgenoot Don Quarrie, die 1976 goud behaalde in Montreal. 'We zaten thuis aan de radio gekluisterd. Met mijn oudere zusje Beverly gingen we 's ochtends, voordat we naar school moesten, hardlopen.'

Blootsvoets werd er getraind, met de schema's van de Amerikaanse sprinter Charly Green, afkomstig uit een boekje dat moeder Joan had gekocht. In 1978 kreeg ze haar eerste hardloopschoenen. 'Ik won een wedstrijd in Kingston en kreeg een paar. De baan was door de zon zo heet geworden dat ik op mijn blote voeten wel snel móest lopen.'

Een studiebeurs aan de universiteit van Nebraska ('ik wist niet eens waar het lag, ik moest in de sneeuw trainen') zette haar op het juiste spoor. Ze leerde er nog harder lopen, studeerde bovendien af in kunst en vormgeving.

Ze woonde vervolgens overal, in Californië, Rome en Monaco. Ze trainde bij Henk Kraaijenhof ('nog steeds een goed contact mee'), maar zoekt haar heil nu in Ljubljana, bij de Sloveen Srydian Djordevic.

Twee internationale helden bracht Jamaica voort: Bob Marley én Marlene Ottey. In haar geboorteland dient ze met 'Your Excellency' te worden aangesproken; ze is immers ambassadeur voor het leven. Toch komt ze er weinig. Ook na haar afscheid keert ze niet voorgoed terug op het eiland. 'Ik word er geleefd, heb geen moment rust. Alles komt groot in de kranten', zegt ze.

The Lady in Bronze wordt ze wel genoemd, doelend op de kleur van de medailles die ze het meeste won. Maar zilver en goud waren ook haar kleuren. Veertien medailles tijdens zes WK's, waaronder twee gouden op de 200 meter. En bij haar zes Olympische Spelen, op zich al een prestatie van formaat, won ze zeven medailles: viermaal brons en driemaal zilver.

Meer komen er niet bij, zegt ze nu gedecideerd. 'Ik wil dit jaar alleen nog maar op gala's lopen. Voor de WK's in Lissabon en Edmonton heb ik geen interesse.'

Op dat besluit zou ze - Ottey enigszins kennende - nog terug kunnen komen, maar deelname aan opnieuw een Olympische Spelen lijkt in 2004 uitgesloten. En zo zal die ene olympische medaille, de gouden, altijd blijven ontbreken.

Ottey, die ooit respectloos 'de koningin van de nederlaag' werd genoemd: 'Ach, er was altijd wel iets of iemand die me belette te winnen. Of ze nu Griffith of Krabbe heetten. In 1980, in Moskou, waren het Bärbel Wöckel en Natalya Bogina, atletes uit de DDR en de Sovjet-Unie. Dan weet je genoeg.'

Pech voor Ottey dat ze zo vaak deze al dan niet gedrogeerde atletes in haar baan trof. En doping of geen doping, in 1996 had ze gewoon recht op goud, vindt ze nog steeds. Ze eindigde in Atlanta gelijk met Gail Devers in 10,94, zoals ze ook bij de WK in '93 gelijk met de Amerikaanse was geëindigd.

De tijdwaarneming kon, net als in 1993, geen winnaar aanwijzen en Devers kreeg na bestudering van de finishfoto wederom het goud omgehangen. 'De grootste teleurstelling in mijn carrière. Maar ach, als ik olympisch goud had gewonnen, was ik al lang gestopt. Misschien ben ik dus wel blij dat ik nooit gewonnen heb. Want ik houd van lopen.'

Verder kijkt ze tevreden terug op haar lange loopbaan. Mocht ze het over mogen doen, dan zou ze, het klinkt vreemd uit haar mond, misschien niet voor de atletiek kiezen.

Ottey lacht en legt uit: 'Na tweeëntwintig jaar aan zomerse sporten te hebben gedaan, zou ik wel iets heel anders willen doen. Iets in de winter. Schaatsen lijkt me wel wat. Nee, niet kunstrijden, maar speed-skating.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.