HES en HvA: fuseren ad fundum

Economie-docenten bij de Hogeschool van Amsterdam zijn zo langzamerhand fusiemoe. Ze vertrekken of komen in opstand. 'Het gevoel een klein radertje te zijn haalt de lol wel uit het vak.'

Met hoofdpijn toog docent marketing Max Kohnstamm op weg naar de receptie. Via de grote binnenhal waar het licht door hoge ramen scheen. De roltrap af, die aan de andere kant drommen jassen met onbekende gezichten omhoog stuwde. Dan door de metropoortjes, waardoor de studenten van de Hogeschool van Amsterdam op weg gaan naar hun les.

Eenmaal bij de receptie aangekomen vroeg hij een aspirine. Het antwoord zal hij nooit vergeten: 'Er is besloten dat we geen aspirines meer mogen verstrekken.' Een 'prachtig dieptepunt', noemt Kohnstamm het, uit de treurige geschiedenis van de schaalvergroting van de hogeschool, waar hij al 25 jaar docent is. 'Het gevoel een klein radertje te zijn geworden in een grote bureaucratie, waar alles ergens anders wordt besloten, haalt de lol wel uit het vak.'

Op de Hogeschool van Amsterdam is het goed mis. Dit najaar stapelden de affaires zich op. De opleiding commerciële economie, met 4.000 studenten een grote jongen binnen de hogeschool, bleek ondermaats volgens een intern rapport. Eenderde van de docenten op de hogeschool vindt het niveau van hun opleiding en het afstudeerwerk van hun studenten te laag, kwam even later naar buiten. En voor de kerstvakantie lekte een anonieme alarmbrief uit van 53 docenten van de richting economie en management naar de directie. De vlam sloeg in de pan.

De onrust concentreert zich op de Fraijlemaborg, een futuristische gebouw in Amsterdam-Zuidoost. Hier huist de voormalige Hogeschool voor Economische Studies, die in 2004 fuseerde met de Hogeschool van Amsterdam. Die fusie blijkt op de Fraijlemaborg een etterende wond. Al acht jaar worstelen de docenten op de afdeling om binnen de nieuwe, grote hogeschool hun identiteit te behouden. Een welhaast onmogelijke opgave, zegt Kohnstamm. 'Alsof Ola voortaan 'Unilever, domein ijs en nagerechten' zou heten en daarmee mensen moet aanspreken.'

De docenten die de brief schreven, maken zich zorgen om de hiërarchische structuur en de snelle wisselingen van de wacht in het management. Het vertrouwen in de leiding 'naderde de nullijn'. Door recente ontslagen, waarvan er een uitmondde in een rechtszaak, is een gevoel van angst ontstaan, schrijven zij, doordat kritische mensen aan de kant zijn gezet. Als docenten voelen zij zich niet serieus genomen.

Ook Kohnstamm ondertekende de brief, hoewel hij eigenlijk al was moegestreden. De laatste jaren is hij steeds minder gaan lesgeven, tot een luttele zes uur per week nu. De overige uren geeft hij les in het particulier beroepsonderwijs. Aan het doceren ligt het niet, dat vindt hij nog altijd even leuk. Het is alles er om heen.

'Ik weet nooit wie er in mijn klas zit,' zegt Kohnstamm. 'Ik geef een keuzevak en dan is het blijkbaar te ingewikkeld om een deelnemerslijst te verstrekken. Soms komt zich na drie weken nog ineens iemand melden. Als ik in het nieuwste ict-systeem cijfers wil invoeren, staan studenten die wel in de klas zitten niet op de lijst. Maar zomaar ergens naar binnen lopen om dit op te lossen kan niet. Ik krijg een kerstkaart van mensen van wie ik geen idee heb wie het zijn.'

Grote boosdoener

Over de grote boosdoener bestaat voor Kohnstamm geen twijfel: schaalvergroting. Toen hij 25 jaar geleden begon op de Hogeschool voor Economische Studies liepen daar 2.000 studenten rond. In 2004 fuseerden zij, 5.000 studenten groot, met de Hogeschool van Amsterdam. Inmiddels telt het 'domein Economie en Management', waar de HES in is opgegaan, bijna 15.000 studenten, de hele hogeschool bijna 45.000.

'Het is moeilijk om je in zo'n grote organisatie betrokken te voelen', zegt docent marketing Stefan Molenaars. Samen met docent Reynt-Jan Sloet van Oldruitenborgh maakt hij deel uit van de groep 'revolutionaire docenten'. Het probleem is volgens hen de bedrijfscultuur: een onzichtbaar hoger management en uniform beleid dat wordt opgelegd zonder de expertise van de werkvloer te gebruiken. Sloet van Oldruitenborgh: 'Dat wreekt zich in tijden van verandering. Zelf heb ik nog plezier in het werk, maar het gaat me aan het hart te zien dat bij collega's de passie wegebt onder druk van de sfeer.'

Lang had de HES weerstand weten te bieden aan de fusiegolf die door hogeronderwijsland rolde; het was een van de laatste kleine hogescholen die eraan moest geloven. Begin jaren negentig voerde de overheid al druk uit op de hogeschool om op te gaan in zijn grote, Amsterdamse broer. Gespecialiseerde instellingen waren ongewenst, 'multisectorale' hogescholen het beleid. Maar een fusie? Dat levert alleen maar extra bestuurslagen en meer bureaucratie op, verweerde de HES zich en weigerde.

Tien jaar later ging de HES alsnog overstag. Concurrentie van nieuwe economieopleidingen bij de Hogeschool van Amsterdam, een teruglopend leerlingenaantal en het wenkend perspectief van een 'Amsterdam School of Economics and Business' - waarin de nieuwe hogeschool zou samenwerken met de Universiteit van Amsterdam - deed het bestuur bezwijken.

Maar de fusie kwam niet zonder slag of stoot tot stand. Bij het personeel en de raad van toezicht moest het er hardhandig doorheen worden gedrukt. 'Geen hond wilde het', zegt Arie Mollema, destijds voorzitter van de medezeggenschapsraad van de HES. 'Het waren twee volstrekt verschillende culturen. De HES was sterk gedecentraliseerd, de Hogeschool van Amsterdam juist heel hiërarchisch georganiseerd.'

In de verslagen van personeelsbijeenkomsten is te lezen hoe docenten zich zorgen maakten over de kwaliteit van hun onderwijs als ze zouden opgaan in de HvA. De HES gaf klassiek onderwijs, met minstens 25 contacturen per week. In de 'zeer geëxtensiveerde vorm van onderwijs aan de HvA' hadden de docenten weinig fiducie. 'Bij die instelling heeft men straks de macht het goede onderwijs van de (dan ex-)HES te beëindigen'. Terwijl inmiddels toch was gebleken dat de kwaliteit bij grote instellingen te wensen overliet, vond het personeel.

Een sterk merk

'De HES was in die tijd een sterk merk', zegt Frank Steenkamp, sinds de jaren negentig hoofdredacteur van de Keuzegids HBO. 'In de ranglijsten was de school wel afgezakt, maar het imago loopt daar altijd vijf tot tien jaar achteraan.' Internationaal stond de school bekend als een van de betere Europese business schools. Maar, vreesden de docenten, wie kende in Rio de Janeiro 'the HvA'?

Unaniem stemde de medezeggenschapsraad dan ook tegen de fusie, waarop een eindeloze juridische strijd volgde. De raad van toezicht stemde met het fusievoorstel in, maar pas nadat - in dezelfde vergadering - twee leden onder druk waren afgetreden. Toen de raad nogmaals goedkeuring moest geven, werden met tussenkomst van de rechter twee leden die niet wilden instemmen op non-actief gesteld. Want de Hogeschool van Amsterdam had geëist dat de HES moest instemmen en kreeg gelijk.

Veel oude rotten zwaaiden af . Ook de leden van de medezeggenschapsraad kregen een aantrekkelijke regeling aangeboden. 'Als ik zou zijn gebleven, zou het elke dag oorlog zijn geweest', zegt Peter van Kampen-Maij. Bij zijn vertrek richtte hij samen met andere personeelsleden de Vereniging tot Behoud van de HES op, waarmee hij tot 2007 tevergeefs heeft doorgeprocedeerd om de fusie ongedaan te maken.

'Dan kwam er een dame van 23 binnen die zei dat ik mijn jaartaak op papier moest zetten. Alles wat ik deed, moest ik opschrijven. Ineens had ik veel meer mensen boven mij, maar in de docentenkamer kwam ik ze niet tegen. Wij waren altijd open deuren gewend, maar nu kreeg je gelijk een secretaresse voor je neus als je bij de directie langs wilde.'

Hoewel hij eieren voor zijn geld koos, kan Van Kampen-Maij zich nog steeds opwinden over wat er na de fusie is gebeurd. 'Toen ik in dienst kwam moest een docent praktijkervaring en een academische titel hebben. Nu staan er pas afgestudeerden voor de klas en maken docenten steeds vaker plaats voor coaches. Die hebben geen inhoudelijke kennis, maar begeleiden de student. Dat telt mooi wel als een contactuur.'

Het oorspronkelijke doel van de fusie, de oprichting van een Amsterdam School of Economics and Business (het belangrijkste argument waarmee ook de rechtszaken waren gewonnen), bleek al gauw niet haalbaar. De politieke wind draaide en een samengaan van universiteit en hogeschool had geen prioriteit meer. Wat wel bleef: weerstand onder de achterblijvers. Tegen de nieuwe managementlagen, tegen de 'ondersteunende afdelingen' van de HvA 'ergens' in Amsterdam en tegen de goedkope koffie uit de HvA-automaten.

De Dwaze Docenten

Toen in 2007 een nieuw roostersysteem van de HvA voor chaos zorgde, klommen in de gangen van de Fraijlemaborg de 'Dwaze Docenten' de barricades op. Meer dan honderd onderwijzers sloten zich aan bij deze actiegroep, die meer aandacht voor het onderwijs en minder bemoeienis eiste. Met flap-overs en stiften verschansten de Dwaze Docenten zich op een middag in groepjes in de lokalen om ideeën te verzamelen.

'Veel heeft het niet veranderd,' zegt docent Entrepreneurship Peter Fonkert, lid van de medezeggenschapsraad en destijds een van de initiatiefnemers van de Dwaze Docenten. Als bestuurslid van vakbond AVV strijdt hij tegen nog verdere groei en de steeds intensievere samenwerking met de Universiteit van Amsterdam. Het hogeschoolblad portretteerde hem vanwege deze strijd tegen de schaalvergroting al eens als 'Don QuiFonkert'. 'Docenten worstelen nog steeds met dezelfde bureaucratie.'

Sterker nog, de groei van de afgelopen jaren - door de InHolland-affaire schoot het aantal studenten van de Hogeschool van Amsterdam nog verder omhoog - heeft de onderwijsinstelling alleen maar verder onder druk gezet. Fonkert: 'Dit gebouw was in 2004 gebouwd voor zo'n 4.500 studenten. Nu lopen er 9.000 rond. Aan het begin van het jaar zit ik met 48 studenten in een lokaal voor 32 man. Na een paar weken heeft het probleem zichzelf opgelost. Maar welke studenten er zijn weggegaan...?'

De studentenaantallen zijn de hogeschool inmiddels boven het hoofd gegroeid. Op de ranglijsten bungelen de economische opleidingen van de HvA al jaren in de onderste regionen. Na jaren van groei is het daarom nu tijd voor het verhogen van de kwaliteit, zegt de hogeschool. Rector Jet Bussemaker heeft de grens op 50.000 studenten gesteld. Voor een aantal opleidingen, waaronder commerciële economie, wil zij decentrale selectie gaan invoeren.

Dat een grote hogeschool voordelen heeft, lijdt volgens Bussemaker geen twijfel. 'Met verschillende locaties en afdelingen kun je meer studenten trekken en meer studiekeuzen bieden. Maar we moeten er wel op letten dat studenten zich gekend en herkend weten.' Zeggen dat vroeger alles beter was is te gemakkelijk, vindt zij. 'Er zijn ook dingen verbeterd. Door samen te werken zijn we inhoudelijk sterker.'

Ook de directeur van de afdeling economie en management, Ineke van der Linden, ziet voordeel in 'inhoudelijke kruisbestuiving'. 'Bij het minor ondernemerschap zitten niet alleen economen, maar ook mensen uit de creatieve en technische richting. Die achtergronden zorgen voor een interessante wisselwerking.'

Tot in de rechtbank

Maar ondertussen heeft de zoektocht naar kwaliteit de verhoudingen op scherp gezet. Met de opleidingsmanager van de slecht scorende opleidingen wordt het arbeidsconflict momenteel tot in de rechtbank uitgevochten. Hij functioneerde niet, zegt de hogeschool. Ik was te kritisch, zegt de opleidingsmanager, die in een mail aan Jet Bussemaker zijn zorgen uitte over fouten in het computersysteem.

'We willen allemaal een hogere kwaliteit,' zegt Kohnstamm, 'maar het lukt niet.' Hij legt uit hoe de fuik werkt: het hogere management voelt de overheidsdruk en moet zorgen dat er zo veel mogelijk studenten zo snel mogelijk afstuderen én dat de opleidingen goed door de accreditatie komen. Daarom worden de teugels aangehaald. De docenten voelen zich aangetast in hun vrijheid en proberen de bureaucratie te ondermijnen. Daardoor moeten de teugels nog strakker worden getrokken. Het effect daarvan laat zich raden.

De afstand tussen docenten en management wordt zo alleen maar groter. Neem de recente invoer van 'resultaatverantwoordelijke teams', waarin groepjes docenten zich moeten buigen over het studiesucces en de tevredenheid van hun studenten. Volgens het management bedoeld om meer verantwoordelijkheid bij de docenten te leggen en kleinschaligheid te creëren in het docententeam. Volgens de docenten een zoveelste maatregel van boven, waarbij ze iets in de schoenen geschoven krijgen waaraan ze weinig kunnen veranderen en weer zoveel uur vergaderen in de week kwijt zijn.

'De docenten hebben soms een informatieachterstand,' verklaart Van der Linden dit verschil. 'Het proces om het onderwijs te verbeteren veroorzaakt onzekerheid en onrust.' Toch had de brief van de docenten, waarin ook over de resultaat-verantwoordelijke teams wordt geklaagd, haar verbaasd.

Na de explosie van voor de Kerst zijn de docenten en het management met elkaar in gesprek geraakt. Sloet van Oldruitenborgh en Molenaars hebben hoop. Fusies, groei, het is verleden tijd. Zij willen vooruit kijken en hebben het over dialoog en verbinding zoeken. 'Het gaat er niet om in alles onze zin te krijgen. Alleen willen we wel serieus worden genomen.'

Docent Kohnstamm gelooft er niet meer in. 'Schaalvergroting in de dienstverlenende sector is een absurd idee. Het is funest voor de authenticiteit van een organisatie en de betrokkenheid van het personeel. Terwijl het uiteindelijk maar om één ding gaat: wie staat er voor de klas en hoe goed is hij.'

Op weg naar één Amsterdamse onderwijsinstelling?

Al vóór de fusie met de HES werkte de Hogeschool van Amsterdam intensief samen met de Universiteit van Amsterdam, de wetenschappelijke broer. In de jaren negentig begonnen zij al aan elkaar te snuffelen en in 2002 beklonken de instellingen hun wens om samen te werken met het besluit tot een bestuurlijke fusie.

Zo kregen de twee grote Amsterdamse onderwijsinstellingen een gezamenlijk college van bestuur.

Het moest een eerste stap zijn naar een daadwerkelijke fusie van de instellingen. De hogeschool groepeerde haar onderwijs in zeven 'domeinen', die waren afgestemd op de faculteiten van de universiteit. Maar de politieke wind draaide en een instellingsfusie ligt inmiddels niet meer in het verschiet.

De Universiteit van Amsterdam verkent nu op haar beurt verdere samenwerking met de Amsterdamse Vrije Universiteit.

Hoe de drie instellingen zich in de toekomst gaan bewegen laat zich nog raden. Komt er één enorme Amsterdamse onderwijsinstelling, of wordt de samenwerking met de hogeschool ingeruild voor een met de universiteit?

De ondernemingsraad van de UvA vroeg onlangs om een evaluatie van de samenwerking met de hogeschool. Zij betwijfelt of de huidige bestuurlijke fusie nog van deze tijd is. Tegelijkertijd is de integratie tussen de twee instellingen verder gegaan met de recente invoer van een gezamenlijk ict-systeem.

De HES moest zich uiteindelijk toch gewonnen geven

De Hogeschool voor Economische Studies was in 1967 opgericht als opvolger van de openbare handelsscholen in Amsterdam. De gemeenteschool betrok een monumentaal pand aan het Raamplein, waar sinds het eind van de 19de eeuw de Eerste Openbare Handelsschool huisde, en breidde later uit naar meer panden in de Amsterdamse binnenstad.

Halverwege de jaren tachtig moesten de meer dan driehonderd hogescholen in Nederland fuseren tot minder dan tachtig veelzijdige instellingen. In Amsterdam maakten twaalf hbo-instellingen - waaronder de Hogere Zeevaartschool en de lerarenopleiding de Witte Lelie - plannen om samen op te gaan in een brede Amsterdamse hogeschool. De gemeente wilde dat ook de HES zich daarbij zou aansluiten.

Maar de HES protesteerde. De studenten, inmiddels 2.600 in getal, gingen de straat op en de docenten lagen dwars. De acties hadden succes. Terwijl in een jaar tijd alles in het hoger onderwijs overhoop werd gehaald, bleef de HES zelfstandig. De jaren erna steeg het aantal studenten fors, tot meer dan 6.000 in de beginjaren negentig.

In die tijd kreeg de HES ook een eigen bestuur, maar de gemeente bleef nog wel verantwoordelijk.

In de jaren negentig nam de politieke druk om te fuseren toe. Omdat de HES niet wilde samenwerken, kreeg de inmiddels opgerichte Hogeschool van Amsterdam toestemming om zelf economieopleidingen op te zetten. De gemeente wilde niet langer de verantwoordelijkheid voor de HES hebben en in 1998 werd de hogeschool een zelfstandige stichting.

In 2004 fuseerde de hogeschool alsnog met de Hogeschool van Amsterdam en verhuisde vervolgens naar een nieuw pand in Amsterdam.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden