Herstel naoorlogse wijken in grote steden zit in het slop

De renovatie van naoorlogse woonwijken in de grote steden is in een diepe impasse geraakt. Het komende decennium zullen hooguit zes- à zevenduizend verouderde woningen per jaar worden gesloopt....

Dat zijn drieduizend woningen minder dan de afgelopen jaren. Het aantal is ook zeer ver verwijderd van het doel van staatssecretaris Remkes (VVD): dertigduizend gesloopte en grotendeels herbouwde woningen per jaar.

Dat blijkt uit een rapport van ABF-research, een onderzoeksbureau uit Delft. Het rapport werd donderdag geopenbaard tijdens de officiële presentatie van de Nieuwe Kaart van Nederland.

De nieuwe kaart is een databestand dat het mogelijk maakt ruim zesduizend overheidsplannen voor woningbouw, bedrijventerreinen, nieuwe infrastructuur en natuurgebieden met elkaar te vergelijken. De kaart werd donderdag in het Utrechtse muziekcentrum Vredenburg aangeboden aan minister Pronk van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Uit het onderzoek blijkt verder dat de woningbouwplannen van de Nederlandse gemeenten kwantitatief goed sporen met die van het rijk. Zo heeft het kabinet in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, die over twee weken in de Tweede Kamer wordt behandeld, vastgelegd dat er tot 2010 ongeveer 680 duizend nieuwe woningen nodig zijn.

De bestemmingsplannen van de gemeenten voorzien in ongeveer 656 duizend woningen. Probleem is wel dat die niet altijd terechtkomen in de gebieden waarin ze nodig zijn.

De provincie Overijssel en drie van de vier Randstadprovincies (Zuid-Holland, Noord-Holland, Flevoland) hebben te veel woningen op stapel staan.

De provincie Groningen lijdt aan echte 'planneritus': daar zitten bij de gemeenten tot 2010 zo'n 37 duizend woningen in de planning, terwijl er volgens woningmarktanalyses van het rijk hooguit acht- tot tienduizend nieuwe woningen nodig zijn. In Friesland, Gelderland, Brabant en Gelderland staan juist veel te weinig woningen gepland.

De nieuwbouwplannen van de gemeenten beantwoorden ook niet altijd aan de vraag naar kwaliteit op de woningmarkt. Daar zijn, na een lange periode van rijtjeshuizen en middenklasse appartementenbouw, nu vooral luxueuze superstedelijke en echte plattelandswoningen populair. Die twee woonmilieus zijn nu goed voor elk 7 procent van de huidige woningvoorraad van ruim 6,5 miljoen woningen.

Daarin zal voorlopig niet veel veranderen. Van de nieuwbouw komt het komende decennium zo'n 3 procent in zogeheten stedelijke centrummilieus terecht. De groei van het aantal landelijke gelegen woningen is zo klein, dat de omvang ervan niet uit de gemeentelijke plannen valt af te leiden. Ongeveer 23 procent van de totale nieuwbouw staat gepland in zogeheten groenstedelijke buitenwijken, zoals Leidsche Rijn, de wijk die aan de westkant van Utrecht wordt gebouwd.

Het verstedelijkingsprogramma (voor wonen en werken) van de Nederlandse gemeenten komt de komende tien jaar voor het overgrote deel terecht in gebieden die daarvoor door minister Pronk van VROM zijn aangewezen.

In het Noorden van Nederland dreigt echter een overaanbod van schaars gevulde en ruimtevretende terreinen voor (semi-)industriële en logistieke bedrijvigheid.

In het Westen is industrie juist uit de gratie geraakt en zijn vooral kantoorlocaties, bij voorkeur in een park en idealiter gemengd met woningbouw, aan een opmars bezig.

Waardevolle plattelands- en natuurgebieden worden, volgens een parallel onderzoek van het Wageningse onderzoeksinstituut Alterra, in de huidige plannen redelijk goed beschermd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden