Herovering van Mosul gaat van huis tot huis

De slag rond Mosul is een uiterst taai gevecht, ziet correspondent Ana van Es in een net veroverde wijk. IS-strijders houden zich tussen burgers schuil, waardoor iedereen de oorlog in wordt gezogen.

Mannen van het Iraakse leger helpen gewonde burgers in het noordoosten van Mosul. Beeld null
Mannen van het Iraakse leger helpen gewonde burgers in het noordoosten van Mosul.

Het offensief om Mosul te heroveren op IS verloopt langzamer dan gedacht. Het Iraakse leger vecht in een van de grootste stadsoorlogen van het moment tegen een vijand die burgers inzet als menselijk schild. Zelfs als een wijk is bevrijd, duurt de oorlog voort.

De straat in Arbajiyah

In bevrijd Mosul struikelen de eerste bewoners hun huis uit. Onwennig staat slager Falah Jameel (33) in de tuinpoort. De afgelopen anderhalve week wachtte hij binnen tot het schieten eindelijk zou ophouden. 'Met 35 familieleden in één huis.'

Hij denkt terug aan het aanbod dat hij kreeg toen zijn overbuurman, een IS-strijder uit Tsjetsjenië, ineens vertrokken bleek. 'IS kwam vragen: wil jij mee naar de andere kant van de stad?' Maar sinds hij stokslagen kreeg voor het roken van een sigaret, moet Jameel van de groepering niets hebben.

Alleen al het gedrag van de overbuurman. 'Hij groette nooit.'

Nu is het voorbij: zijn buurt is bevrijd, de straat hangt vol witte vlaggen. In Mosul dient alles als vlag om aan te tonen dat je niet bij IS hoort: handdoeken, T-shirts, een kussensloop. In de straat arriveert een vrachtwagen vol water en eten van het Iraakse leger. Dit is het eerste hulpkonvooi sinds de herovering één dag eerder.

'Het is een droom', verzucht Ahmed Mouafaq, die zich na tien dagen oorlog voor het eerst weer op straat waagt. Ga maar na: IS had de bevrijding zoveel grimmiger voorgespiegeld. 'Ze probeerden ons ervan te overtuigen dat het Iraakse leger ons allemaal zou doden. Maar wij besloten toch hier te blijven.'

Het offensief om Mosul te heroveren op IS is ruim een maand aan de gang. Voor het einde van het jaar is de tweede stad van Irak bevrijd, liet de Amerikaanse president Obama aanvankelijk nog optimistisch doorschemeren. Maar na de eerste weken van hevige gevechten heeft IS nog steeds het overgrote deel van de stad in handen.

Bekijk de fotoserie

De Iraakse fotograaf Hawre Khalid maakte de foto's bij dit verhaal. Bekijk een uitgebreide fotoreeks hier.

Militairen van de Iraakse special forces vechten hier van huis tot huis tegen een vijand die auto's vol explosieven op hun voertuigen afstuurt, burgers inzet als menselijk schild en bereid is te vechten tot het einde.

In zijn zojuist bevrijde straat kijkt slager Jameel omhoog: gierend vliegt een mortier over. Het door het leger veroverde gedeelte van deze wijk, Arbajiyah, ligt aan maar liefst drie kanten ingeklemd door buurten die nog in handen zijn van IS. Een soldaat wijst de weg naar het front: 'Deze straat uit, dan links.'

De straat zindert van spanning. Sommige bewoners begroeten nu weliswaar het leger, maar koesteren toch ook nog sympathie voor IS. Een 56-jarige veteraan die zichzelf voorstelt als Abu Rahman: 'Ze waren beter dan wat we hadden.'

Tekst gaat verder onder afbeelding.

Een Iraakse soldaat heeft twee mannen aangehouden tijdens een zoektocht naar IS-strijders. Beeld null
Een Iraakse soldaat heeft twee mannen aangehouden tijdens een zoektocht naar IS-strijders.

Zijn gezicht gaat schuil achter een donkere zonnebril: hij verloor zijn rechteroog toen hij als soldaat diende onder Saddam Hoessein. Door IS voelde hij zich gerespecteerd, voor het eerst sinds de val van Saddam. 'Je mocht overal naartoe, er was geen avondklok. Mijn pensioen werd gewoon uitbetaald, zelfs beter dan eerst.'

'Ze namen alleen geld van ons', moppert zijn buurman. Bevrijdingsdag is hier een mannenzaak, maar toch staat daar een 13-jarig meisje, Noor Danoon, te knipperen tegen de felle zon. Voor het eerst in ruim twee jaar komt ze zonder gezichtssluier op straat. 'Het was vreselijk', zegt haar vader.

Ineens klinkt een geweerschot. 'Ga, ga!', schreeuwt Mohammed, de militair van de Iraakse special forces die de vrachtwagen met hulpgoederen escorteert. Dit is zijn grote angst: een achtergebleven IS-strijder die zich opblaast in de menigte. 'Boem.'

In zijn bepantserde humvee volgt Mohammed de route terug naar de stadsgrens met satellietbeelden op zijn iPad. Een verkeerde afslag zou fataal zijn. In Mosul is nog geen aaneengesloten frontlijn. De bevrijde wijken, of meer precies: de bevrijde straten in buurten waar IS elders nog rondzwerft, zijn slechts met elkaar verbonden door smalle corridors onder controle van het Iraakse leger.

Aan de rand van Mosul heeft het Iraakse leger een voorpost ingericht in wat drie weken geleden nog een IS-hoofdkwartier was. Wat toen de munitieopslag van IS was, is nu die van de coalitietroepen. Hoe zien burgers in Mosul deze plotselinge machtsovername? Dit ligt gevoelig, weet Mohammed, die eerder tegen IS vocht in Ramadi en Falluja. 'Een man zei eens: jullie zijn de nieuwe overheid. We kunnen jullie niet stoppen.'

Tekst gaat verder onder afbeelding.

null Beeld null

Legerpost Duistere Engel

Op het dak van de legerpost heerst Duistere Engel. Een Iraakse legerkolonel, geheel in het zwart gekleed, geeft onder deze codenaam aanwijzingen aan militairen van de internationale coalitie die samen met het Iraakse leger strijden tegen IS. Vanuit de lucht, met de modernste apparatuur, proberen ze een vijand te verslaan die zich heeft ingegraven in straten en huizen, tussen de bevolking.

De radio kraakt. Duistere Engel: 'Ga terug naar de bewapende auto's. Geef me een bom op die zeven auto's.'

Aan de andere kant van de lijn een stem met een Amerikaans accent. 'Goede ontvangst.' Ook een Franse militair luistert mee. Nu aanvallen, dringt Duistere Engel aan. 'Eén vogel in de hand is beter dan tien in de lucht.'

De uitkijkpost van Duistere Engel biedt een panorama over de stad in oorlog. Wat je natuurlijk wel weet, maar pas ziet vanaf dit dak waar het gaat over drones, double taps, tanks gesignaleerd, autobom ontploft in IS-woning, 'wat je noemt een gevalletje te vroege ontsteking', is hoe enorm groot Mosul is. De tweede stad van Irak heeft naar schatting nog steeds meer dan een miljoen inwoners.

Deze metropool strekt zich uit richting het dal van de Tigris en daarachter onafzienbaar verder. Alleen het front pal voor de legerpost wordt gemarkeerd door rookpluimen. Blauwige rook van gebouwen die, klapbam, met een frommelende dreun in elkaar zakken. Donkergrijze rookpluimen van autobanden die IS in brand steekt, in de hoop onzichtbaar te blijven.

Voorbij deze rookkolommen aan de stadsrand, waar soms een mortier doorheen schiet, moet de oorlog nog beginnen. Daarachter ligt in de herfstzon gewoon de miljoenenstad Mosul, onbetwist in handen van IS. De radio brengt een onderschepte boodschap aan IS-strijders. 'Detoneer jezelf dicht bij de humvees.'

En ook slecht nieuws: '20 gewonden - autobom.'

Ineens gaat de oorlog op pauze. Het is vrijdagmiddag: in de hele stad roepen moskeeën op tot het gebed, in de bevrijde wijken, maar ook diep in het IS-deel. Een kolonne legervoertuigen, vanochtend om zeven uur vertrokken, keert terug van het front. Ook generaal Abdul Wahab al Saadi komt naar de legerpost om te bidden.

Generaal Al Saadi is een onconventionele legerleider, die graag rondloopt op slippers en in een T-shirt. Naar Iraaks gebruik noemt hij de tegenpartij 'mujahideen', religieuze strijders. Volgens Al Saadi zijn er in Mosul de afgelopen weken 'duizend mujahideen' gedood. Over verliezen onder zijn eigen troepen laat hij zich niet uit. 'Ik heb daarover een cijfer. Maar dat is niet voor de media.'

Iraakse militairen op het dak van de legerpost waarvandaan aanvallen worden gecoördineerd. Beeld null
Iraakse militairen op het dak van de legerpost waarvandaan aanvallen worden gecoördineerd.

De slag om Mosul valt niet mee. 'Het gaat langzamer dan gedacht. We kunnen nauwelijks luchtaanvallen uitvoeren, vanwege alle burgers in de stad. Ze worden door IS gebruikt als menselijk schild.'

'Als ze je zien, moet je mee', zegt Fahad Hussein, die aan de oostelijke stadsrand van Mosul woont, in inmiddels bevrijd gebied. In afwachting van de verovering door het Iraakse leger bleef hij met zijn gezin - vijf kinderen van 3 tot 10 jaar - een week binnen. Soms gluurde hij over de dakrand, om te kijken of het schieten al was geluwd.

In hun door een mortier geraakte woning ('excuseer ons dat we geen stoelen hebben') vertelt zijn vrouw Fkhlas (26) hoe ze naar eigen zeggen te midden van het oorlogsgeweld de kinderen rustig hield: 'Ik gaf ze slaappillen, die ik had gehaald bij een apotheek hier in een huis. Zodat ze niet zo bang waren.'

De kinderen van Mosul rennen overal in de bevrijde straten, vaak zwaaiend met een witte vlag - mogelijk om niet te worden doodgeschoten door het leger, maar onmiskenbaar ook om mee te spelen, als vliegers op stokken. De stad die tevoorschijn komt uit de greep van het islamitische kalifaat, lijkt teruggeworpen in de tijd. Hier zijn geen telefoons, water, elektriciteit en auto's. De fiets is in Mosul populair, evenals ezelkarren.

Zelfs de strijders van IS hadden geen auto's tot hun beschikking toen ze Hamed Moufak (33) bij het uitbreken van de oorlog meevoerden dieper de stad in. 'Ze waren op motorfietsen. Ze zeiden: we willen je beschermen tegen het Iraakse leger, dat je pijn zal doen. In de moskee hadden we gehoord: blijf weg van het Iraakse leger, blijf weg van de sjiieten, die je vrouw zullen nemen.'

IS bracht hem naar de wijk Al Bakr, waar veel van zijn familie woont. Met hen dook hij weg in een huis. Na tien dagen werd het stil op straat: de IS-strijders bleken ook Al Bakr te hebben opgegeven. 'We zijn natuurlijk meegevoerd als bescherming voor IS. Toen IS was verdwenen, konden we naar huis.'

Veldhospitaal in Kokjali

De plaats waar alle oorlogsellende samenkomt is het veldhospitaal vlak buiten Mosul, in de voorstad Kokjali. De medische noodpost van één van de grootste stadsoorlogen die op dit moment in de wereld wordt uitgevochten, heeft geen muren of een dak: dit ziekenhuis bevindt zich in de open lucht, op een onverharde parkeerplaats.

Soms roert IS zich in de namiddagschemer aan het front bij het ziekenhuis en dreunen de mortieren dichtbij neer, over de veldbedden met gewonden.

Daar komen ze aan sjezen over de stoffige weg, humvee na humvee na humvee - gewonden op de motorkap, kinderen en de doden achterin. Alles komt hier: militairen, maar soms ook gewonde IS-strijders en vooral veel burgers. Wie schreeuwt van de pijn, ademt nog en gaat het waarschijnlijk redden. Veel slachtoffers maken geen geluid meer.

Gewonde Iraakse militairen worden verzorgd door een mobiel medisch team. Beeld null
Gewonde Iraakse militairen worden verzorgd door een mobiel medisch team.

Dokter Derek Coleman, een 27-jarige Amerikaan, bukt zich over een veldbed, zegt: 'Ik denk dat hij doodgaat', rent dan naar een volgende patiënt. Aan het einde van een drukke ochtend ('maar niet drukker dan andere dagen') raakt hij de tel kwijt. Uit zijn met bloed besmeurde scherfvest pakt hij een notitieblokje waarin hij de slachtoffers van de dag bij houdt. Een uur geleden: 22 gewonden. Vijf doden. Gisteren vier dode kinderen. En nu, een uur later? Hij weet het niet. 'Een dozijn meer en een dode', gokt hij.

De jonge arts houdt zich goed tot hij een gewonde baby, onder het bloed, in zijn handen gedrukt krijgt. 'O god.'

Een 34-jarige vrouw die zich Umm Hussein noemt, moeder van Hussein, houdt een infuus voor haar man omhoog, die in zijn arm is geschoten. Met de kalmte van iemand die te veel heeft meegemaakt, vertelt ze wat er is gebeurd: 'We vluchtten een huis in waar zich nog een IS-strijder bleek schuil te houden. Op de grond lag al een dode, we renden weg. Maar mijn man werd geraakt in zijn arm.'

Tekst gaat verder onder afbeelding.

Een meisje staat bij haar vader die is aangehouden door Iraakse soldaten tijdens een zoektocht naar IS-strijders. Beeld null
Een meisje staat bij haar vader die is aangehouden door Iraakse soldaten tijdens een zoektocht naar IS-strijders.

Haar man heeft geluk. Niet alleen zal hij het overleven, ook is er voor hem een veldbed beschikbaar, waarop het bloed van de vorige patiënt in de zon heeft kunnen drogen. Wie pech heeft, wordt neergelegd in het zand, samen met de doden.

Daar ligt de 35-jarige leraar Ayad Badr. Een granaatscherf raakte hem in zijn hals toen hij zich in de deuropening van zijn huis waagde om water te gaan halen. De meegekomen buurman, Mohammed al Abadi: 'We zijn het moe om de hele tijd thuis te blijven.' Reden daarvoor was er niet. Hun buurt, Al Bakr, is bevrijd.

De bevrijding van Mosul, zo had generaal Abdul Wahab al Saadi eerder uitgelegd, kent drie stadia. Eén: een gepantserd legervoertuig kan door de buurt rijden zonder te worden opgeblazen. Twee: van huis tot huis wordt gezocht naar achtergebleven IS-strijders. Drie: mensen kunnen veilig over straat. Als je vraagt welke bevrijde buurten in categorie drie vallen, moet de generaal nadenken.

Want in Mosul duurt de oorlog voort, ook na de bevrijding.

Dat blijkt in Al Samah, de wijk die als een van de eerste werd heroverd toen het Iraakse leger op 4 november de stad binnentrok. Bewoner Khaled Ahmed wijst op straat. Hier gebeurde het afgelopen donderdag, richting de televisietoren die de oostelijke stadsgrens markeert. Zijn nichtje Abeer (12) speelde daar met andere kinderen. 'Je kunt ze niet steeds in huis houden.'

Ineens struikelde Abeer. Niemand weet waar de kogel vandaan kwam die haar heeft gedood, maar liefst twee weken na de bevrijding. 'Iedereen dacht dat ze gevallen was tijdens het spel. Pas toen ze haar opraapten, zagen ze bloed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden