recensie

Heropend Mauritshuis: Juwelendoos zonder fratsen

Het Mauritshuis, gisteren heropend door koning Willem-Alexander, gaat voor stilte en bewondering. Het interieur kreeg slechts een facelift.

Fotografen maken foto's van 'Meisje met gouden Oorring' Beeld epa

Soms lijkt het of de waan van de dag aan het Mauritshuis voorbij gaat. Het Haagse museum is niet zo van het hippe gedoe. Kunst tegen strakke grijze muren? Neu, niet voor hen. Kunst als experience, met interactieve schermen en figuren die 'tot leven komen'? Niet in de zalen van het Mauritshuis - maar goed ook, want die trend bleek veel minder bestendig dan menigeen dacht, zo sterfelijk als de nieuwheid van techniek nu eenmaal is.

Er is dan ook weinig veranderd aan de museumzalen, nu het museum gerenoveerd is. Wie een nieuwe visie op kunst en de hedendaagse tijd aan de presentaties van het Mauritshuis wil aflezen, moet goed kijken. In tegenstelling tot dat andere museum dat heropende, vorig jaar: het Rijksmuseum. Daar werd de eregalerij voor het eerst helemaal voor de Hollandse Gouden Eeuw vrijgemaakt, en werd de rest een combinatie van kunst en historische objecten. Stevige keuzen, en een teken van de tijd: immers gaf het Rijksmuseum hiermee kunst betekenis in context en toonde het een hernieuwde nationale trots.

Beeld anp

Continuïteit
Het Mauritshuis gaat voor continuïteit, tijdloosheid, stilte, bewondering. De adellijke houding. Begrijpelijk: als je een oude woning van een graaf naast het Binnenhof hebt als huis, ga je daar geen rare dingen mee doen.

Met een kleine collectie topwerken is het museum een 'juwelendoos', en zo presenteert het zich ook. Rembrandt, Ruisdael, Holbein, Hondecoeter, Potter, Vermeer, Hals, Ruysch, Van Dyck, Rubens; het is de premier league van de Noordelijke kunstgeschiedenis. De werken hangen er zelfverzekerd, als een cadeau aan het publiek. Dat is de boodschap: je mag ze zien, ze zijn er voor jou. Ze waren er al eeuwen, en zullen er lang na jou nog zijn. Deze schilderijen hebben geen fratsen nodig. Het is aan jou om te leren inzien wat hun waarde is en daar mag je best je hele leven de tijd voor nemen. Goede kunst heeft geduld.

Het interieur kreeg dus slechts een 'facelift', wat vooral wil zeggen dat er nieuw licht op de kunst valt. Warm led-licht en kroonluchters van Murano-glas. Dat maakt de collectie veel zichtbaarder; dat er altijd schilderijen boven de deurlijsten hingen bijvoorbeeld, zal velen zijn ontgaan. Nu zijn ze verlicht: de hooghangende bloemguirlandes, dode patrijzen, portretten. De muren hebben een nieuwe wandbespanning gekregen: blauwe, groene en rode zijde. Het nogal drukke ingeweven patroon en de harde kleuren springen eruit en zijn vermoedelijk minder tijdloos dan het museum denkt. Het werkt goed bij de landschappen van Van Ruisdael en Hobbema, die tegen groen zijde hangen. Bij de kleinere schilderijen leidt het soms af.

Beeld epa

Houten balustrade
De grootste verandering zit 'm in het soort schilderijen dat het Mauritshuis naar voren heeft geschoven: zowel in de herinrichting als in de pr. Meisje met de parel (1665) heeft nu een houten balustrade voor zich om ons op afstand te houden en is daarmee de onbereikbare deerne van de Gouden Eeuw geworden. Alsof ze elk moment kan uitroepen: 'O Romeo, Romeo, wherefore art thou Romeo?' En wij maar smachten. Het puttertje (1654) van Fabritius kreeg een eigen muur. Prachtig als altijd, lijkt het bescheiden vinkje er toch wat schichtiger door. Ook Holbein kreeg een grote eigen muur: drie glasheldere portretten kijken ons aan.

Goede kunst kijkt je aan, lijkt het museum te willen zeggen, en is eenvoudig te bekijken. Het is deze keuze voor leesbare en persoonlijke kunst, die de visie van het Mauritshuis verraadt. Het museum heeft er ook de perfecte collectie voor, met magnifieke portretten van Van Dyck, Holbein, Rembrandt en Hals (het lachende jongetje!). Wel is daarmee de aandacht subtiel weggedreven van intellectuelere voorstellingen- kunst met verhalen, waar je kennis voor nodig hebt. Die staan nu minder centraal. Rogier van der Weydens Kruisafneming (1460), een topstuk, is bijvoorbeeld gedegradeerd van een hoofdmuur naar een hoek.

Geëxplodeerde populariteit
Begrijpelijk: het museum verzilvert de geëxplodeerde populariteit van zijn belangrijkste werken. Zoals schilderijen die de hoofdrol in boeken en films spelen (Tracy Chevalier schreef een bestseller over Vermeers meisje, Donna Tartt over Het puttertje). Roem die evenwel door het Mauritshuis zelf in gang werd gezet met de succesvolle tentoonstellingen Vermeer (1996) en Fabritius (2004).

Het siert het museum dat het de autonome waarde van de schilderijen voorop stelt. De kunst wordt getoond met een welkome trots en generositeit, die het Nederlandse kunstlandschap zal versterken. Maar wel is de presentatie conceptueel gezien een reactie. Waar het Rijksmuseum een game changer bleek, en een heel nieuwe manier van kunst presenteren neerzette, kiest het Mauritshuis voor bestendigen. Het is te hopen dat het museum, naast de erezalen, in de toekomst het nieuwe tentoonstellingsgebouw inzet om te blijven doen wat het kan: nieuwe inzichten bieden en daarmee waardering en vraag bij publiek creëren. Het zijn de musea die kunstwerken en kunstenaars vleugels geven - het Mauritshuis heeft er alles voor in huis.

Beeld anp
Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden