'Hermans lezen was een epifanie, een redding'

Genomineerd voor de Libris Prijs, die maandag wordt uitgereikt: Peter Terrin...

Op zijn bureau staat sinds enkele maanden een matgroene Olympia SG 1 uit 1960. Peter Terrin (41) heeft geprobeerd de aanzetten voor de opvolger van zijn breed bewierookte boek De bewaker ook op de pc te schrijven, maar de woorden in dezelfde letter, de ‘Georgia’, schuurden. Vanaf de eerste aanslagen op de Schreibmaschine Gross wist hij dat hij niks anders meer wilde. De neerslaande hamertjes bannen omgevingsgeluid uit. Voorbij is de ergernis over het plotselinge zoemen van de ventilator. Niet langer tijdrovend verdwalen op internet en in e-mailverkeer. Hij is zelfs verzamelaar, nu. Veertien heeft hij er, van een kleine Olivetti 32 tot een perfecte Royal Touch Control uit 1937, de voorloper van het model waar Ernest Hemingway op tikte.

Het zijn prettige bijkomstigheden van een schrijverschap waarin het tij meezit. Er zijn ook jaren geweest van bier tappen in Gentse cafés en warme maaltijden bezorgen bij ouderen en hulpbehoevenden; niks mis mee, maar het was niet zijn roeping. De afgelopen maanden kwam hier in Herzele, aan de rand van de Vlaamse Ardennen, de ene aangename mededeling na de andere binnen. Nadat zijn eerdere boeken Blanco en De bijeneters het tot de longlist voor de AKO-literatuurprijs schopten, haalde De bewaker een nominatie voor de Libris 2010. De prestigieuze Britse uitgeverij MacLehose Press kocht de rechten. Het niet minder respectabele Parijse huis Gallimard komt met een Franse vertaling – het is voor het eerst in ruim veertig jaar dat een Vlaming in het fonds wordt opgenomen. De bewaker is het beklemmende relaas van Harry en Michel die in een ondergrondse parkeergarage met uiterste plichtsbetrachting een appartementencomplex in de gaten houden, terwijl buiten een onbekend onheil woedt.

Onder de bloeiende magnolia in zijn tuin roert Terrin in zijn ‘koffietje’. ‘Het voelt als een grote stap, ja. Het is een sprong. Ik heb altijd wel goede recensies gehad, maar een nominatie kan kennelijk de boel in gang zetten. Binnen geraken bij zo’n groot huis is niet evident. Het voelt als een literaire prijs. De kans is groot dat het boek nu zijn publiek bereikt.’

U noemt het uw persoonlijkste verhaal.

‘Ik deel met Michel het verlangen naar overzicht en controle. Uitsluiten dat je een fout maakt. Als ik mijn dochtertje niet aan de hand heb in deze kalme straat, en ik hoor een auto aankomen, dan word ik bestookt door beelden die ik liever niet zie; een rijke verbeelding is niet altijd een pretje. Net als bij Michel staan bij mij de zintuigen altijd op scherp. Terwijl ik dit zeg, hoor ik het gekwetter van een zwartkopje. Net sloeg een Turkse tortelduif aan. De buurvrouw maakt soep. Selderij.’

‘Maar vooral geldt dat de weg die de hoofdpersoon aflegt, overeenkomt met die van mij. Michel is goed opgeleid, toch is er ergens iets fout gelopen. De enige mogelijkheid die hij ziet om iets van zijn leven te maken is, bewaker worden. Hij houdt van de strikte regels, de orde, de beperking. Zijn eerdere vrijheid bracht alleen maar verwarring. Ik heb dat ook ervaren. Ik had zelf maar één mogelijkheid: de literatuur. Jezelf opsluiten met als enig doel zo goed en precies mogelijk een verhaal vertellen.’

Was de keus zo rigoureus?

‘Ik kan het moment aanwijzen. Ik zat op een hotelkamer in Engeland, ik was salesmanager in marmerproducten. Ik ging langs Britse architecten om ze te overtuigen van het nut van mijn terrazzotegels – hoe treurig kan het klinken. Ik doodde de tijd met boeken. Het lezen van De donkere kamer van Damocles van Willem Frederik Hermans was één langgerekte epifanie: inzicht. De wereld die hij beschreef, in volkomen heldere zinnen, was mijn wereld. Je bent overgeleverd aan je medemens. De ongrijpbaarheid van het leven, dat herkende ik. Na De donkere kamer wist ik, of beter, besloot ik dat mijn toekomst in de letteren lag. Pas op, het was geen aanmoediging. Dit was een reddingsboei. Ik was op drift en doodongelukkig. Een studie wiskunde was mislukt. Ik heb twee jaar toegepaste communicatie gevolgd om mijn ouders te plezieren. Het heeft nog zeven jaar geduurd voordat mijn eerste boek werd gepubliceerd, maar er was geen andere weg.

‘Misschien lag de kiem voor het schrijven wel in mijn gelukkige jeugd. Ik heb me dikwijls te pletter verveeld, en kon daar intens van genieten. Je stapt uit de tijd, los van alles wat de omgeving je oplegt. Van het begin tot het eind luisteren naar een overtrekkend vliegtuig. Heilzame uren waarin je volledig samenvalt met jezelf. Er zijn geen andere mensen, je hoeft geen rol meer te spelen. Schrijven is een vergelijkbare ervaring: je doet het helemaal alleen. Ik ben een fatalist met een goede opvoeding.’

U wordt wel meer niet begrepen. De bewaker gaat volgens u ook over de oorlog in Irak. In recensies ben ik het niet één keer tegengekomen.

‘Het zit ’m in de manipulaties en insinuaties van Harry als zich een derde bewaker meldt. Hij ziet zijn liefde voor Michel in gevaar komen. Bush en Blair namen voortdurend het begrip weapons of mass destruction in de mond. Zo vaak dat bijna niemand nog geloofde dat ze er niet waren. Het is verbazingwekkend wat woorden teweeg kunnen brengen. Dat heb ik beschreven. Maar De bewaker is niet uitsluitend een aanklacht. Literatuur is de plaats voor nuance. Ik neem het ook op voor de soldaten daar, die elke dag opnieuw hun leven wagen.

‘Naar mijn gevoel schrijf ik avonturenromans, dikwijls met een happy-end voor de hoofdpersoon; het is een beetje spijtig dat ik een van de zeer weinigen ben die het zo zien. De bewaker is niet alleen donker, het is juist een hoopvol boek. Harry en Michel geven niet op, gaan door met hun werk, zelfs wanneer op één na alle bewoners uit het gebouw vertrekken. Ze maken er iets van. Uiteindelijk heeft Michel vrede met de feiten: zijn werk blijft waardevol. Het is een odyssee. Zijn tocht door de woestijn.’

U wordt gerekend tot de nieuwe golf Vlaamse schrijvers. Ervaart u dat zelf ook zo?

‘Een golf, ja, maar geen stroming, zoals we dat vroeger hebben gekend. We zijn vijf jaar geleden de dertigers genoemd: Bart Koubaa, Annelies Verbeke, Stefan Brijs, onder anderen. De generatie na Tom Lanoye, Herman Brusselmans, Kristien Hemmerechts. Ik ben dankbaar dat zij destijds op de tafels zijn gesprongen. Zij hebben in de jaren tachtig de ramen opengegooid. Wat ons dan weer het gemak heeft geschonken niet te hoeven schreeuwen. We konden de boeken schrijven die in ons zaten. Dat bindt deze golf: eigenzinnigheid en eh kwaliteit.’

Het valt op dat u heel Nederlands schrijft.

‘Vanaf het moment dat ik begon te schrijven, lag dat vast. Onwaarschijnlijk hoe mooi die taal is. Hoekig, een beetje mechanisch, scharnierend in de komma’s. Elsschot, Bordewijk, Hermans, F.B. Hotz; daar geniet ik van. De precisie. De schrijver moet eigenlijk onzichtbaar zijn in zijn roman.

‘Mocht de keus maandag op De bewaker vallen, dan kan ik het tuinhuisje hierachter tot een studio verbouwen, zodat ik elke dag gewoon uit werken kan gaan, en zoals Philip Roth de pannen van het dak schrijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden