'Hermans is nooit blij geweest'

Ruim tien jaar werkte Willem Otterspeer aan de biografie van W.F. Hermans. Komende week verschijnt deel 1, De mislukkingskunstenaar, over de jaren 1921-1952. 'Zijn werk is intens autobiografisch.'

'Vind je het niet te dik, 800 pagina's, alleen nog maar over de eerste dertig levensjaren?', vraagt Willem Otterspeer (63) belangstellend. De Leidse hoogleraar universiteitsgeschiedenis heeft zich vanaf 2000, toen hij het verzoek kreeg van Bezige Bij-uitgever Robbert Ammerlaan, gestort op de biografie van Willem Frederik Hermans (1921-1995), de vermaarde schrijver en gevreesde polemist. Die had zelf een groot archief aangelegd, dat door de familie eenmalig werd opengesteld voor de biograaf en voor de bezorgers van de Volledige Werken.


Materiaal te over, van briljante brieven en bijzondere tekeningen tot en met agenda's en notitieboekjes. Otterspeer: 'Alleen de dagboeken ontbraken in dat archief. Die zijn op bevel van de auteur - want ik denk niet dat Hermans in verzoekvorm opereerde - door de familie vernietigd. Hermans heeft natuurlijk geweten dat er over een zo belangrijk schrijver als hij ooit een biografie zou komen. Ook met het oog daarop heeft hij zijn archief bewaard en bijgehouden. Niet alleen om zich te documenteren voor als hij een polemiek wilde beginnen. Niet alleen om dingen na te slaan, opdat hij kon terugslaan.


'Alles was netjes gerubriceerd, brieven lagen op nummer. Ik heb het archief gezien toen het zich nog bij de weduwe bevond in Broek in Waterland, waar ze tot haar dood in 2008 woonde. Een riskante situatie. De spullen stonden in de kelder, drie meter onder NAP, en Broek is een vochtig dorpje. Maar het mooie was dat ik kon zien hoe Hermans met zijn archief omging: ijzeren ladenkasten waar brieven uit staken, en grote mappen met daarop GEKKEN geschreven; daar zaten de brieven in die hij niet wilde beantwoorden. Je zag zijn verbeten woede. Echt een lévend archief.


'Ik heb de gelegenheid gegrepen uitvoerig te citeren, om de rijkdom ervan te laten zien. Want hierna gaat het archief weer op slot, tot vijftig jaar na de dood van Hermans. Conform zijn wens.'


Willem Otterspeer opent een la van zijn antieke bureau, en haalt er een aantekenboekje uit. 'Moet je kijken. Heeft de weduwe Emmy Hermans-Meurs me gegeven: zijn notities uit de oorlogsjaren. Een goudmijn. Hermans noteerde welke boeken hij las - die ben ik ook allemaal gaan lezen. Nu ben ik bijvoorbeeld bezig met Frank Wedekind, Die Büchse der Pandora, uit 1904. Heeft Hermans in de oorlog gelezen, en daar maakte hij veel later gebruik van in zijn roman De heilige van de horlogerie, uit 1987.


'In die notitieboekjes staan invallen en losse zinnen. Hier: 'Zij werd zo wanhopig dat ze zich wel uit alle ramen tegelijk wilde storten.' Om zo'n zin kon hij later een scène bouwen. Of deze: 'Zij lachte de as over de tafel.' Zo werkte hij. Altijd met een boekje op zak.


'Of deze opmerking, de meest autobiografische die ik ooit bij hem ben tegengekomen: 'Ik voel mij zo veilig als ik aan iemand de pest heb.' Als Hermans iemand mocht, had hij altijd de vrees: wanneer krijg ik het mes in mijn rug? Wanneer hij zich tevoren harnaste, liep hij dat risico niet.'


Van zijn drie jaar oudere zus Corry, die op 14 mei 1940 zelfmoord pleegde, moest Hermans niet veel hebben, schreef hij later. Maar Otterspeer vond brieven die juist wijzen op een innige band tussen broer en zus. Vermoedelijk heeft Hermans zijn schuldgevoel daarover omgezet in haat - want dán was het weer veilig voor hem, en kon hij er mee uit de voeten. Otterspeer: 'Misschien is de zelfmoord van zijn zus wel de meest cruciale gebeurtenis in Hermans' leven geweest. Een drama dat zijn kijk op het leven heeft bepaald: de geliefde concurrente die hem volkomen onverwacht ontviel.'


Het werk van de biograaf bestond uit het archief raadplegen, en zijn werk lezen: verhalen, romans en poëzie. Nooit secundaire literatuur lezen, nooit mensen over Hermans lezen. Otterspeer, beslist: 'Daar heb je alleen maar last van. Later kun je die eventueel gebruiken om je gelijk te halen, of je te laten bijvallen door de echte neerlandici.' Hermans creëerde altijd herrie op alle niveaus, schrijft hij in De mislukkingskunstenaar. Nee hoor, voegt hij daar nu aan toe, hij maakt zich geen illusies dat hij aan des meesters toorn zou zijn ontkomen, als die kennis kon nemen van zijn boek. 'Over alles zou ik gedonder hebben kunnen verwachten. Zijn werk is intens autobiografisch, hij heeft zich in al zijn figuren gerealiseerd, zijn hoofdpersonen zijn zetstukken van overtuigingen van Hermans in een mythologisch geheel. Dus hij liet zichzelf zien. Maar zodra ánderen iets over hem zeiden, dan begon hij zich ongemakkelijk te voelen.


'In theorie wilde hij geen vrienden, geen vrouw, geen kinderen, geen baan: alles zette hij op die ene kaart van het schrijven. Een absolute toewijding. Daar heb ik ontzag voor. Al is het niet iets om na te volgen. Ik heb een beetje meer lucht en vrolijkheid nodig. Zo heb ik bijvoorbeeld een paar vrienden. Hermans niet, die had geen vrienden.


'Zijn vrouw zag hem ook vrijwel nooit. In Parijs was hij overdag meestal op pad, en 's nachts zat hij te schrijven, te roken en te hoesten. Emmy heeft een nogal eenzaam leven geleid, heb ik de indruk, al hebben ze samen wel heel mooie reizen gemaakt naar Zuid-Amerika, India, Ceylon.


'Ze had graag een normale man gehad. Mij heeft ze gevraagd van hem een beetje normale man te maken. Ik heb haar moeten antwoorden dat me dát niet ging lukken.


'Harry Mulisch zei een keer tegen me: 'Hermans is nooit blij geweest.' Dat kan kloppen. Het woord blij, in de zin van onbezorgd zijn en vol vertrouwen in degenen die met je omgaan, dat kende hij inderdaad niet.'


Volgend najaar zal deel 2 van de biografie verschijnen. Daarin komen de jaren 1952-1995 aan de orde, toen Hermans lector was aan de universiteit van Groningen, naar Parijs verhuisde, en uiteindelijk naar Brussel. Otterspeer: 'Een langere periode. Maar dat deel wordt ongeveer even dik als dit. Ik kan wat sneller gaan, omdat de vormende en beste jaren dan achter de rug zijn. Bovendien was hij dol op Parijs. En een Hermans die zich relatief gelukkig voelt, die schrijft niet zijn sterkste boeken.


'In Groningen was hij het ongelukkigst. Als je dat leest, hoe hij zich toen voelde! Aan een vriendin vertelde hij een keer, dat hij van pure ellende soms een ochtendje op de roltrap van V&D ging staan. Wat hij daarvan verwachtte weet ik niet, maar die wanhoop, te wonen in een klein klotelandje waar het altijd regent, waar de mensen te dom zijn voor woorden, en waar hij ook nog af en toe voor de klas moest gaan staan. Vreselijk. Tegelijk zijn dat de jaren waarin hij het creatiefst was, en meesterwerken schreef als De donkere kamer van Damokles en Nooit meer slapen.


'Toen iedereen De donkere kamer goed vond, werd hij achterdochtig. Als ik niet de hele wereld tegen me in het harnas heb gejaagd, dacht hij, ben ik vast te meegaand geweest. Zo'n vorm van zelfkritiek bewonder ik. Mijn waardering voor zijn schrijverschap is alleen maar groter geworden. Het leven is zinloos, vond Hermans zelf. Maar ik heb de afgelopen jaren, door het schrijven aan zijn biografie, als buitengewoon zinvol ervaren.'


CV Willem Otterspeer

1950 geboren op 15 november


1970-1977 studie geschiedenis en filosofie in Utrecht


1992 dissertatie De wiekslag van hun geest (over de Leidse universiteit in de 19de eeuw)


1995 Bolland - Een biografie


1997-2002 bijzonder hoogleraar universiteitsgeschiedenis Leiden


sinds 2002 gewoon hoogleraar universiteitsgeschiedenis Leiden


2006 Orde en trouw (over Johan Huizinga)


2010 Hermans in hout - De Canadese avonturen van Willem Frederik Hermans


2012 Dorbeck, waar ben je? (essay over De donkere kamer van Damokles)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden