Postuum Hermann von der Dunk

Hermann von der Dunk (1928-2018) was historicus met afkeer van het harde getal

Historicus Hermann von der Dunk verfoeide de ‘koopmansgeest’ die bezit nam van de universiteit en trok daar in zijn Bilthovense studeerkamer eloquent tegen ten strijde.

Hermann von der Dunk in 2016. Beeld Sanne De Wilde

Historici van middelbare leeftijd die in Utrecht hebben gestudeerd, hebben hem nog meegemaakt als geliefd hoogleraar: de woensdag op 89-jarige leeftijd overleden Hermann Walther von der Dunk. ‘Een klein, uitermate levendig mannetje’, in de woorden van zijn leermeester J.C. Boogman. Gesticulerend en acterend vertelde hij het grote meeslepende verhaal van de Europese geschiedenis. Met dwarsverbanden en onverwachte doorkijkjes. Een exponent van de verhalende geschiedenis in de traditie van Johan Huizinga, Jan Romein en Pieter Geyl. 

Hij kon, zolang dat enigszins functioneel was, Hitler en keizer Wilhelm II treffend imiteren. Zijn vermogen het vak toegankelijk te maken, kwam hem – door toedoen van zijn Amsterdamse collega Hans Blom – op de kenschets ‘de Theo Koomen van de Nederlandse geschiedenis’ te staan. Von der Dunk liet de woorden van ‘dat keffertje’ uit Amsterdam van zich afglijden.

In 1990, drie jaar voordat hij 65 werd, nam hij afscheid als hoogleraar cultuurgeschiedenis. Uit bitterheid over de weg die de universiteit – niet alleen die van Utrecht – de voorgaande jaren was ingeslagen. Eerst was er de woeste democratisering van de jaren zestig en zeventig. Toen moest er drastisch worden bezuinigd. ‘En nu is daar ook nog die vreselijke koopmansgeest bij gekomen’, klaagde Von der Dunk na zijn afscheid in NRC Handelsblad.

Afrekencultuur

Die koopmansgeest – hoe dan ook een onaangename constante in de Nederlandse geschiedenis – uitte zich in een afrekencultuur die de universiteit niet paste. ‘Telkens komen er nieuwe commissies bij die erop moeten toezien hoeveel gepubliceerd wordt. Wetenschappers worden opgehitst om elkaar te controleren. De vrijheid wordt op allerlei manieren aan banden gelegd.’ Tegen de achtergrond van de toen heersende mode klonken deze woorden behoudend. Maar Von der Dunk liep met zijn kritiek vooruit op de recente studentenprotesten tegen het ‘rendementsdenken’. Tezelfdertijd relativeerde hij ook het belang van de wetenschap en zijn aandeel daarin. ‘Tegen een Bachcantate verbleekt mijn hele bibliotheek vol vakliteratuur.’

Bij zijn afscheid had Von der Dunk zo’n vierhonderd wetenschappelijke artikelen en vijf boeken geschreven, waarvan het in 1976 verschenen Conservatisme het bekendst was. Maar zijn meest productieve jaren braken aan nadat hij zich, vrijgemaakt van de koopmansgeest die in de academische wereld heerste, in zijn Bilthovense studeerkamer had teruggetrokken. Zijn laatste boek, De wereld als getal, verscheen in 2016. Hierin beschreef hij de vervlakking die het gevolg was van de almacht van het getal in de westerse consumptiemaatschappij.

Met een ongebroken verbale zwier betrok hij onder andere de stelling dat de Nederlandse bestuurders en managers – een kaste waar hij zijn neus hoog voor ophaalde – het land aan een permanente, redeloze vernieuwing onderworpen, en noemde hij het neoliberalisme een pervertering van de liberale traditie. ‘Wat ik zo verontrustend en bedenkelijk vind, is dat de gehele cultuur, niet alleen in Nederland maar in de hele westerse cultuur, nu in het teken staat van succes, succes en nog eens succes – waarmee dan altijd economisch of getalsmatig succes wordt bedoeld.’

Brexit en Trump

Von der Dunk, op 9 oktober 1928 in Bonn geboren, vestigde zich met zijn ouders in 1937 in Bilthoven. De twee zusters van zijn Joodse moeder bleven achter in nazi-Duitsland. Zij zouden de oorlog niet overleven. Zijn persoonlijke ervaringen met het nationaalsocialisme ten spijt, was hij altijd wars van de modieuze neiging om rechtsextremisme, fascisme en nationaalsocialisme op één onwelriekende hoop te gooien. Zelfs NSB-leider Anton Mussert was naar zijn oordeel eerder een ‘potsierlijke kopie van buitenlandse voorbeelden, een doorgeschoten padvinder en een puberale romanticus’ dan een nazi en een landverrader.

Als Von der Dunk desgevraagd zijn licht over de actualiteit liet schijnen, bewaarde hij steeds zijn academische distantie – zonder in vrijblijvendheid te vervallen. Daags na het Brexit-referendum in 2016 onttrok hij zich aan de gangbare opvatting dat dit vreselijk was voor Europa. ‘Voor Brussel is dit misschien wel een heilzame klap. Een blessing in disguise. Misschien is dit het begin van het einde van de EU als domein van keiharde rekenaars.’

Later dat jaar toonde hij zich minder gerust over de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De vergelijking tussen Hitler en Trump ging weliswaar op vele punten mank, maar er was ook een overeenkomst. ‘Zoals Hitler telkens werd onderschat, zo wordt ook van Trump steeds gezegd dat het wel zal meevallen, dat hij zal bedaren, dat de soep niet zo heet wordt gegeten als opgediend. Maar Trump is meteen begonnen zijn radicale beloften in te lossen. Zonder vergelijking zie je geen verschillen. En het zijn de verschillen die de doorslag geven bij de verdere ontwikkeling van de geschiedenis.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.