Herman moet naar de slacht, leve Ike

De dagen van Herman en zijn dochters zijn geteld. Het erfelijk materiaal dat in hen zit ingebouwd, levert waarschijnlijk onvoldoende lactoferrine in de melk op....

STIER HERMAN zal de zomer niet halen. Het beroemde dier dat in z'n chromosomen een stukje erfelijk materiaal draagt dat het menselijk eiwit lactoferrine produceert, zal eind juni moeten worden afgemaakt. Want dan eindigt het experiment met de transgene stier, zo luidt de afspraak tussen de minister van Landbouw en de directeur van het voormalige Gene Pharming Europe, tegenwoordig Pharming geheten.

Eind februari, begin maart zullen Leonie, Trudy, Frederika, Trix en Mina, de dochters van Herman, hun eerste kalf krijgen en melk gaan geven. Volgens de afspraak mogen ze dat slechts honderd dagen lang. Een termijn die Pharming kan gebruiken om de melk op de aanwezigheid van het menselijke lactoferrine te onderzoeken.

Vooral echter, moet het bedrijf die honderd dagen gebruiken voor het bestuderen van de gezondheid en het welzijn van de vijf dieren. 'Ik heb er alle vertrouwen in dat de dieren gezond en wel zullen zijn', zegt prof. dr G. van Beynum, wetenschappelijk directeur van Pharming. 'Ik vraag me dan ook af of je de dieren in de verdelgingsput moet storten. En ik kan mij niet voorstellen dat een organisatie als de Dierenbescherming zich daar wel sterk voor zal maken.'

Stier Herman is een trekpleister geworden. Het dier vormt het hoogtepunt van elk bezoek aan de proefboerderij van Pharming in het Utrechtse Polsbroek. Pharming zal de minister daarom vragen het besluit van een aantal jaren geleden te herzien en de vergunning te verlengen.

Eind juni zal het experiment met Herman dus officieel afgelopen zijn. Dan is er een gezondheids- en welzijnsrapport, heeft Pharming kunnen meten hoeveel menselijk lactoferrine de verschillende koeien in hun melk hebben en is er, samen met voedingsmiddelenfabrikant Nutricia, een begin gemaakt met de zuivering van het eiwit en het testen van het lactoferrine op de verwachte bacterie-dodende eigenschappen.

Heeft de geboorte van stier Herman veel opzien gebaard, de andere transgene dieren uit de stal van Pharming zijn met veel minder gerucht ter wereld gekomen. Op 21 september 1995 bijvoorbeeld, werd Ike (spreek uit: Ieke) geboren, een koe die net als haar broertjes Julius en Max ook een gen voor menselijk lactoferrine in haar chromosomen heeft.

De 'lijn-Ike' wijkt af van de 'lijn-Herman' omdat het stukje erfelijk materiaal dat menselijk lactoferrine maakt, op een andere manier is vervaardigd. De onderzoekers verwachten dat dit nieuwe zogeheten 'gen-construct' leidt tot duizend keer meer menselijk lactoferrine in de koemelk dan het oude gen-construct.

Voor een commerciële toepassing van lactoferrine is tussen de één en tien gram per liter melk nodig. Leonie en haar vier zusjes hebben nog geen melk gegeven, maar op grond van de experimenten met transgene muizen is het onwaarschijnlijk dat hun melk die gewenste hoeveelheid menselijk lactoferrine zal bevatten.

Of Ike wel aan de verwachtingen voldoet, wordt pas duidelijk in de zomer van 1997 als ze - na gekalfd te hebben - haar eerste melk gaat geven. Tussen de nakomelingen van stier Herman en Ike zijn nog een stuk of vijftien andere nieuw gemaakte transgene kalveren geboren met verschillende, minder goed werkende, gen-constructen voor menselijk lactoferrine in hun chromosomen. Ike moet de kroon op het lactoferrine-werk van Pharming worden.

Waarom hebben de experimenten rond Ike in alle stilte plaats kunnen vinden, terwijl er bij de geboorte van stier Herman zoveel ophef was? 'Omdat Herman het eerste transgene kalf ter wereld was', denkt Van Beynum. 'Bovendien was er een onderzoeksinstituut van de overheid bij betrokken. Ike is een particulier project, waarvoor wel een vergunning nodig is in het kader van de Wet Milieugevaarlijke Stoffen, maar waarbij nog geen toetsing op ethische aspecten verplicht is.'

Dat komt doordat er nog steeds geen 'besluit biotechnologie' is dat een aantal artikelen uit de - in 1992 aangenomen - Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren regelt. Het concept van dat besluit ligt, samen met het advies van de Raad van State, nog steeds bij de minister van Landbouw. Deze moet, zo erkennen zijn ambtenaren, een Salomonsoordeel vellen.

Op dit moment is de Welzijnswet van toepassing op alle gewervelde dieren. De wetenschappelijk onderzoekers, verenigd in de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW) willen samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een uitzondering maken voor muizen, ratten en andere knaagdieren die gebruikt worden voor bio-medisch onderzoek.

EEN ethische toetsing, die maximaal een half jaar kan vergen, zou het onderzoek onaanvaardbaar vertragen, menen zij. Bovendien zou een voorspelling van mogelijke gezondheidseffecten vaak niet kunnen worden gemaakt, omdat de medische experimenten juist worden gebruikt om de werking - dus ook de effecten - van bepaalde genen te achterhalen.

Anderen, zoals de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren en overigens ook Pharming, vragen zich af waarom er voor een bepaalde categorie van dieren een uitzondering gemaakt zou moeten worden. Ook de ministeries van LNV en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport neigen naar dat standpunt.

Pas als het besluit biotechnologie van kracht is, zal een vergunning voor het maken van transgene dieren ook afhankelijk zijn van een ethische toetsing. Het ministerie van LNV laat weten dat het besluit met terugwerkende kracht laten ingaan, juridisch onmogelijk is. De Dierenbescherming vindt het onaanvaardbaar dat er al ruim drie jaar lang een situatie bestaat waarin particulieren feitelijk hun transgene dieren kunnen maken zonder ethische toetsing.

Pharming wijst nu een vrijwillige ethische toetsing van zijn transgene projecten van de hand. Want het ministerie van LNV kan niet garanderen dat als het besluit biotechnologie eenmaal in werking is, de eerder vrijwillig getoetste projecten niet nog eens door de molen van ethische toetsing moeten.

Het bedrijf heeft overigens, net als de KNAW, moeite met het 'nee, tenzij'-principe dat bepaalt dat experimenten met transgene dieren niet mogen, tenzij aangetoond kan worden dat het welzijn van de dieren gewaarborgd is. Pharming opteert voor het 'ja, mits'-principe. Daarbij mogen experimenten juist wel, mits het welzijn der dieren gewaarborgd is, wat in een aantal gevallen pas na het experiment kan worden vastgesteld.

Dat bedrijven heel goed zelf in staat zijn het welzijn van hun dieren te beoordelen en daarnaar te handelen, laat aldus Van Beynum een voorbeeld uit eigen stal zien. Pharming heeft onlangs een onderzoekslijn binnengehaald bij de overname van het Finse bedrijf FinnGene Oy, beëindigd. Dit omdat de experimenten het welzijn van de koeien kan bedreigen.

Het gaat om een proef waarbij transgene koeien het menselijk hormoon Epo (erythropoëtine) in de melk uitscheiden. Een jaar geleden waarschuwde oprichter en inmiddels ontslagen wetenschappelijk directeur van Gene Pharming, de Leidse hoogleraar H. de Boer, al voor de gezondheid van de dieren.

Epo zou uit de melkklieren van de koe kunnen teruglekken naar haar bloedsomloop. Het hormoon stimuleert de aanmaak van rode bloedcellen en te veel ervan leidt tot problemen bij de doorbloeding van weefsels. Pharming ontkende toen dat er sprake zou zijn van gezondheidsproblemen met de koe Huomen (Fins voor 'toekomst'). Dat klopte omdat het dier nog geen melk met Epo produceerde.

Toch heeft het bedrijf de experimenten stopgezet. Dus De Boer had gelijk? Van Beynum, die pas sinds een half jaar wetenschappelijk directeur van Pharming is: 'Dat mag je van mij wel zeggen. Overigens hebben we het Epo-experiment niet gestopt, maar zetten we het niet voort.' Daarmee bedoelt Van Beynum dat Huomen, geboren op 17 december 1993, niet afgemaakt zal worden, maar dat het dier niet wordt geïnsemineerd.

Zo zal de koe nooit melk produceren met het hormoon Epo erin en dus ook geen gezondheidsrisico's lopen. Het Epo-werk is een erfenis van de Finse hoogleraar J. Jänne, die FinnGene oprichtte. Van Beynum: 'Als je het van te voren doordacht had, had je nooit met Epo moeten beginnen. Wij zouden het niet gedaan hebben.'

De indruk bestaat dat alle eiwitten uit de koemelk vanuit de uier naar het bloed kunnen lekken doordat de aanwezige barrière niet voor honderd procent afsluit. Eiwitten met een hormoonfunctie, zoals Epo, zullen daardoor ongewenste lichamelijke reacties in het dier teweeg brengen.

Van Beynum zegt dat FinnGene ook niet vanwege zijn werk aan het Epo-hormoon werd overgenomen, maar vanwege zijn kennis van de biotechnologie bij runderen, en vooral vanwege het geld dat zowel de stad Kuopio als de universiteit ter plaatse in deze onderneming wilde steken.

De activiteiten van Pharming zijn nog steeds verliesgevend. Pas rond de eeuwwisseling is er sprake van een mogelijk positief resultaat. Het bedrijf, aanvankelijk dochter van het Amerikaanse GenPharm International, is nu volledig Nederlands. Er is ook een andere wind binnen het bedrijf gaan waaien. 'Er is meer openheid naar buiten. Dat hebben wij, maar ook andere biotechnologie-bedrijven moeten leren', erkent directeur Van Beynum.

Ook het cultuurverschil tussen de Nederlandse dochter en de Amerikaanse moeder heeft tot spanningen geleid. Van Beynum: 'Dat een parlement moet stemmen over het leven van een enkele stier, valt voor de Amerikanen niet te begrijpen.' Pharming heeft zo'n 65 werknemers verspreid over vier vestigingen: een laboratorium in Leiden, een proefboerderij in Polsbroek en Benschop en een boerderij met laboratoria in Finland

Bij de Finse dochter van Pharming zal vooral onderzoek gedaan worden naar het creëren van transgene dieren die kunnen dienen als basis voor kuddes runderen waarmee op grote schaal medicinale eiwitten geproduceerd kunnen worden. Want Pharming heeft de produktie van nog een drietal andere nuttige eiwitten op stapel staan.

DE AANMAAK van menselijk collageen in koemelk is daarvan het verst gevorderd. Experimenten met transgene muizen die de werkzaamheid van het gen-construct moeten aantonen, zijn nu zover dat in de herfst de overstap naar het rund gemaakt wordt, kondigt Van Beynum aan. Collageen wordt gebruikt als wondbedekker en lijm bij botbreuken en als bescherming tegen reuma en incontinentie.

Twee andere onderzoekslijnen zijn minder ver dan die voor collageen. Gen-constructen voor menselijk serum albumine (HSA) en voor menselijk lysozym worden op dit moment beproefd in transgene muizen. Serum albumine is een belangrijk produkt in de geneeskunde omdat het op grote schaal gebruikt wordt bij bloedtransfusies en het behandelen van shock. Lysozym heeft een anti-bacteriële werking in het maag-darmkanaal.

Deze eiwitten hebben geen effect op de koeien, verwachten de onderzoekers. Immuunreacties, doordat er een menselijk, dus vreemd, eiwit in aanraking komt met het koeie-afweersysteem treden niet op. Want het afweersysteem van de koe blijkt het door het stukje ingebouwde DNA geproduceerde menselijke eiwit als soort-eigen te herkennen.

'Wij zullen ons niet richten op het via de melk produceren van hormoon-achtige eiwitten zoals Epo', verzekert Van Beynum. 'De risico's voor het welzijn van de dieren zijn daarbij te groot door het teruglekken van de eiwitten uit de uier naar de bloedbaan.'

Maarten Evenblij

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden