HERMAN HEINSBROEK

EIGENLIJK WAS HIJ ALLEEN MAAR GESCHIKT ALS MINISTER-PRESIDENT OF POLITIEK LEIDER, VINDT HIJ. GOED BESCHOUWD HEEFT EX-LPF-MINISTER HERMAN HEINSBROEK HET IN HET KABINET NOG LANG VOLGEHOUDEN MET DE 'ARROGANTE REGENT' BOMHOFF....

Herman Heinsbroek (51), de gewezen lpf-minister van Economische Zaken, loopt met zijn chromen gsm in de hand heen en weer over het weidse gazon. Zijn ongedurige tred is een detail in het glooiende landgoed, waarop de gloed van een indian summer is neergedaald. Wenkt jongensachtig, strijkt neer in de eetkamer met een flesje mineraalwater. Achter hem hangt een schilderij van Han van de Hoek, een somber realistisch doek van een man met open hemd, in diep gepeins verzonken.

'Tijdens mijn vroegste jeugd woonden we in zo'n jaren-vijftig-flatgebouw in Schiedam. Ik was drie of vier jaar en stond in het trappenhuis. Iemand gaf me een transparante wandelstok met snoepjes erin. Het had een rood handvat, maar op de een of andere manier schoot het dopje eraf; al die snoepjes rolden over de trap. Ik huilde verschrikkelijk! - want ik kreeg nooit zoiets leuks. Maar mijn moeder raapte alles voor me op.

'Ze was ook de beschermvrouwe tegen mijn vader, die was meedogenloos streng. Mijn vader h tte zijn vader, die nog strenger was. Hij wilde die knoop in zijn maag vergeten door veel te drinken. Ik kan niet tegen autoriteit, dat is genetisch bepaald. De autoriteit van mijn vader zit in mijn karakter. Ik kan wel autoriteit hebben, als het maar zinnig is. Maar dat kom je bijna niet tegen.

'In de relatie met mijn vader ontdekte ik het wonder van de provocatie. Dat is het begin van alles. Ik haalde zijn toorn op mijn hals door te vertellen hoe ik er over dacht. Hij aarzelde niet zijn standpunten met een paar stevige klappen kracht bij te zetten, toch kreeg ik hem aan het nadenken: uiteindelijk zag hij dat het jochie wel kloten had.'

Zijn onstuitbare drang naar onafhankelijkheid kreeg vleugels door een incident in zijn jeugd. Heinsbroek was veertien jaar en de rector van het gymnasium, die geen greep op hem kreeg, was onverbiddelijk.

'Het was een vreselijk onrecht wat me werd aangedaan. Ik moest van de school af en mocht niet meer naar de voetbalvereniging. Zó vernederend. Ik was afhankelijk van de mening van een ander en mijn vader, die dat nog geloofde ook. Ik kreeg toen heel sterk de gedachte: nobody is gonna fucking tell me in my life how it goes any more! Dat werd de rode draad in mijn leven.'

De jonge Heinsbroek ging rechten studeren en verzon een list. Door toe te treden tot het corps diplomatique hoopte hij veel van de wereld te zien. Maar met zijn karakter bleek dat een ernstig geval van miscasting.

'In de diplomatieke dienst mocht je je emoties niet tonen, dat was voor mij al onbestaanbaar. En als je dan in een buitenland terechtkwam, was je overgeleverd aan de grillen van de ambassadeur die eens per jaar over jou rapporteerde aan Den Haag.'

Voordat Heinsbroek op het consulaat-generaal in Istanbul 'gekken mocht repatriëren' zat hij in het diplomatenklasje van Buiten landse Zaken met Pim Waldeck, nu de grootmeester van koningin Beatrix en Jaap de Hoop Scheffer, minister van Buitenlandse Zaken. 'Heel formele mannen, die gedreven worden eoor een zucht om de Kroon te dienen. Die serviceverlenende inslag van Jaap en Pim ontbreekt bij mij totaal.

'Tekenend daarvoor was een discussie in een van de laatste ministerraden van het kabinet-Balkenende. In de Trêveszaal zei De Hoop Scheffer, in een poging de kabinetscrisis af te wenden: ”Herman, je bent in dienst van de Kroon, dat is een eer!'' Ik zei: ”Nee Jaap, ik zie dat totaal anders. Ik ben weliswaar in dienst van de Kroon, maar ik vertegenwoordig via mijn partij het volk in deze regering. Daar zit ik voor.'' Jaap was in die vijfentwintig jaar precies dezelfde gebleven. En aan zo'n functie als Waldeck uitoefent voor de koningin, moet ik al helemaal niet denken. Je bent bijna een slaaf.'

Er zat maar één ding op: uit de diplomatieke dienst stappen, het bedrijfsleven in. Iedereen verklaarde hem voor gek. 'En dan doe ik het juist. Ik wil heel sterk mijn eigen gang gaan. Als je iets gedaan wilt krijgen binnen bestaande structuren, ben je afhankelijk van de mening van een ander. Het klinkt arrogant, maar ik heb meestal gelijk. Dat is ook mijn probleem. Toen ik in de platenindustrie ging werken, kwam er een baas uit de Verenigde Staten boven me te staan. Die man begreep het totaal niet! Ik dacht: laat mij die tent maar runnen. Maar omdat ik zo'n broekie was, werd daar sceptisch over gedaan.'

Heinsbroek zette de muziekmaatschappij Arcade op en verkocht het na een aantal jaren in 1996 voor een dermate hoog bedrag dat hij voor de rest van zijn leven de fel begeerde onafhankelijkheid bereikte. Hij werd politiek geïnteresseerder, Pim Fortuyn raakte hem in het hart.

'Ik wil altijd mijn eigen ding doen. Een eigen bedrijf opzetten, desnoods een eigen politieke partij. Mijn huis moest ook nieuw zijn, geheel naar mijn wensen. Een bestaand huis heeft voor mij iets tweedehands.'

Hij staat op en leidt rond. Zijn inspiratie voor het huis vond Heinsbroek in het gebied tussen Boston en New York. Het is wit en belegd met een rood pannendak. Grote ramen met shutters. Pilaren. Op de eerste verdieping rond het hele huis kun je overdekt buiten zitten en hangen ventilatoren.

De architectuur en het interieur zijn modern én traditioneel. De hoofdkleuren zijn zwart en wit, ondersteund door aardse tinten. Overal in huis staat of hangt moderne kunst. 'Ik wil kunst van nog levende kunstenaars. Oude kunst, daar heb ik niet veel mee. De tijdgeest van nu, die wil ik voelen.'

Heinsbroek loopt de trap af naar de onderste verdieping, die weinig alibi's verschaft voor vertier buitenshuis. Achtereenvolgens lopen we door de massageruimte, de bios coop, het fitness-honk met zeven apparaten, het zwembad, de speelruimte voor de kinderen, de wijnkamer en Heinsbroeks eigen jongenskamer met duizenden cd's en langspeelplaten. 'Sarah Vaughan, Lionel Hampton en Chet Baker, dat is mijn soort jazz.'

In de 'culinaire ruimte' staat zijn vrouw Judith Wiersema (34), een fijngeboetseerd gezicht, onderzoekende ogen, lang zilverblond haar. 'Dit huis is een absoluut compromis tussen Herman en mij. Die strijd tussen het moderne, waar ik van hou, en het traditionele van Herman geeft ons huis een ziel.'

Terug in de eetkamer zegt Heinsbroek: 'Ons geheim is wederzijds respect. Na 13 jaar zijn we nog steeds gek op elkaar. Spiritueel en fysiek, een hele prestatie. Soms denken we gelijk, maar zijn we ook tegenpolen. Die combinatie werkt, we vertrouwen elkaar vrijwel blind. Als je me zou vragen wie het meest zijn best doet de relatie in stand te houden, dan is zij dat. Ik roep soms: gaat het nog wel goed? Zij is de sterke kracht.'

De laatste jaren was Heinsbroek vaker thuis en kon hij het politiek engagement cultiveren in de gesprekken met zijn vrienden Ferry Hoogendijk en Jan des Bouvrie. Toen Hoog endijk op een sleutelpositie in de lpf terechtwam, bereikte Heinsbroek het verzoek minister van Economische Zaken te worden. Op 22 juli 2002 was het zo ver. Ge tooid met een blauwe stropdas toog hij naar het woonpaleis van koningin Beatrix, Huis ten Bosch.

'Bij aankomst krijg ik van zo'n hofdignitaris een briefje in de hand gedrukt waar ik op het bordes moet staan. Ik moest weer als enige weten waarom ik op die plek stond. Dat is mijn drama, maar het is toch een legitieme vraag? Heeft de koningin daar op gestudeerd, vindt ze dat leuk om me op de tweede rij te zetten, tussen Kamp en De Geus? Het antwoord was dat het te maken had met de ancïenniteit van de ministeries.

'Dan is het een handje geven aan de koningin en snel naar buiten voor de bordes-scène. Nawijn en ik liepen na de fotosessie als laatsten naar binnen. Ik zeg: ”Hilbrand, we gaan effe zwaaien, dat is leuk!” Dat plaatje heb ik nog vaak teruggezien op televisie. Daarna keuvel je met een glas wijn in de hand een kwartiertje met de koningin. Ze maakte een aangeslagen indruk, dat zal komen omdat prins Claus net weer op de intensive care lag. We spraken over de verbouwing van de Oranjezaal.

'De koningin is een vriendelijke vrouw. Ik had haar graag eens bilateraal gesproken. Dat had op 4 december moeten gebeuren. Er kwam een uitnodiging binnen van grootmeester Waldeck, dat Hare Majesteit mij dan verwachtte. Ik zeg nog tegen mijn secretaresse: heeft Hare Majesteit gevraagd of ik dan überhaupt kan? Nee dus.'

Aan zijn eerste kennismaking met Jan Peter Balkenende bewaart hij goede herinneringen. Wie denkt dat daar karakters botsten, heeft het mis. Het klikte wonderwel tussen de twee heren.

'Balkenende komt uit de wetenschappelijke wereld, ik uit de praktische wereld van het bedrijfsleven, waar het geld wordt verdiend waarvan Den Haag leeft. We hadden onmiddellijk sympathie voor elkaar.'

Heinsbroek legt uit waarom hij tijdelijk de stap naar politiek Den Haag zette. Na de verkoop van Arcade kwam hij ruimer in de tijd te zitten. Bemoeide zich met zijn vier kinderen (5, 7, 15 en 17) op school en keek om zich heen. 'Ik zag dat het de afgelopen vijf jaar steeds meer een chaos is geworden. Op school, op straat, in de gevangenissen waar de bewaarders banger zijn voor gedetineerden dan andersom. En in de zorg, waar je niet behoorlijk wordt behandeld. Het is een chaos wat betreft integratie van buitenlanders. Fortuyn bracht dat onderbuikgevoel heel goed onder woorden, hoewel hij met het vreemdelingenvraagstuk veel te polariserend te werk ging.

'De mens is baatzuchtig, in verschillende gradaties. In Neder land is die baat zucht zo dominant geworden door het individualiseringsproces van de jaren tachtig en negentig, dat mensen niet meer in de gaten hebben dat ze in hun eigen staart bijten als ze het eigenbelang boven het algemeen belang stellen.

'Ik sprak laatst met Cees van der Hoeven over de criminaliteit in zijn 500 Albert Heijn-winkels. Die is enorm. Maar dat heeft hij niet in de Verenigde Staten, niet in Spanje. Alleen in Nederland. Dat komt doordat het hier een losgeslagen zootje is met dat gedoogbeleid. Alles wordt goed gevonden! De mensen hebben weer discipline nodig. Ik hoopte dat te bereiken met een open soort politiek die de mensen zou aanspreken.

'Mijn beeld van Den Haag was dat het een duf, niet-empathisch circuit was. Niet bezig met de problemen van mensen. Geen idee meer dat ze door die burger betaald worden. Ze zijn daar voor zichzelf begonnen. En het ergste was: mijn beeld klopte volstrekt met de werkelijkheid.'

Heinsbroek hoopte dat te veranderen met het kabinet-Balkenende of met een eigen partij. Hij had er wel vertrouwen in, in de bewindslieden van het cda/lpf/vvd-kabinet. Dat het slechts 87 dagen zouden zijn, kon hij niet bevroeden. 'Het was een goeie club mensen. Over een enkeling heb je bedenkingen.'

Heinsbroek is bereid zijn collega's uit de ministerraad te karakteriseren. Bij iedereen heeft hij meteen een typering, op twee na. Minister van Sociale Zaken De Geus: 'Echte cda'er, niet de sterkste.' Remkes (Bin nen landse Zaken): 'Politieke overlever, geen be leids bepaler.' Korthals (De fensie): 'Aardige vent.' Van der Hoeven (Onderwijs): 'Lastige school juffrouw.' Donner (Justitie): 'Knap jurist.' De Boer (Verkeer en Waterstaat): 'Ro tary man.' Kamp (vrom): 'Scherpe minister, een van de besten.' Hoogervorst (Financiën): 'Goeie minister.' De Hoop Schef fer (Buit en landse Zaken): 'Wat zal ik nou eens over Jaap zeggen...' Veerman (Land bouw): 'Goeie vent.' Bomhoff (Volks gezondheid): Daar kom ik zo op.' Minister-president Balkenende: Man naar mijn hart, toch wel.'

Resteren De Hoop Scheffer en Bomhoff. 'Bomhoff: regent. Nee, arrogànte regent. 'De Hoop Scheffer: hij kreeg een cadeautje van Balkenende, maar hij had het voorbeeld van Melkert en Dijkstal moeten volgen.'

Met lichte vertedering spreekt hij over Balkenende. 'Het leuke was dat Balken ende een minister-president was die het allemaal nog moest leren. Dat was charmant, daar zat geen man die het allemaal wel wist. Hij zat de vergadering voor op een manier die bij mij geen autoriteitsproblemen opriep.

'Het kan handig zijn in de Trêveszaal als je een wat luidere stem hebt. Want als ik mijn punt duidelijk wil maken schroef ik het volume weleens op. Dan knal ik door de microfoon heen en dan ploppen de geluidsboxen. Dat werd niet altijd op prijs gesteld. Jan Peter wordt dan nerveus: ”Nee Herman, rustig, rustig, laat Korthals eerst uitspreken en daar na is het woord aan Donner.” Jan Peter doet dat overigens heel lief hoor.

'Maar ja, ik wil nog weleens meteen reageren, zeker als ik het totaal niet met iemand eens ben. Hoe gaat dat? Ieder van de 14 ministers verkondigt zijn standpunt in een eerste rondje. Dan schrijf je je suf over wat ieders standpunt is, dat haalt iedere dynamiek uit de discussie.'

Soms is het dus nuttiger buiten de ministerraad publiekelijk iets los te laten. 'Inter actief bestuur' noemt hij dat. Lucht ballonnetjes' zeiden de sceptici. Maar over normen en waarden maakte Heins broek met een paar a4'tjes meer los dan het cda in acht jaar oppositie. Balkenende sneerde daarover afgelopen weekend: 'Normen en waarden vind je niet in de kof fer bak van een Bentley.'

'Pff', snuift Heinsbroek, 'Normen en waarden vind je ook niet meer onder de rokken van een pastoor! Ik ben van de school van Fortuyn; zeggen wat je denkt. Maar als ik iets over onderwijs riep, zei Maria van der Hoeven: ”Kun je dat niet eerst overleggen? Ik ben onderwijs.” Maar wat is er nou mis mee als ik iets roep zonder overleg? Je krijgt opinievorming in de media, het gaat om het idee, het gaat er niet om of ik op iemands terrein kom. Maar ook Bomhoff stond het niet toe dat ik iets riep over Volksgezond heid. No way, dat was zijn terrein.'

De 87 dagen van Herman Heinsbroek als minister verliepen niet rimpelloos. Hij heeft zich gemanifesteerd buiten de ministerraad, maar ook daarbinnen. Heinsbroek was een paar keer zeer geëmotioneerd. Over de Troonrede, bijvoorbeeld.

'Het trieste van het verhaal is dat ik er als enige lpf'er in drie achteenvolgende ministerraden op heb gehamerd dat de naam van Fortuyn in de Troonrede moest komen. Alleen De Boer steunde mij de eerste keer nog. Ik heb in de notulen laten vastleggen: Het is ongelooflijk voor het volk dat de koningin de naam van Fortuyn niet in de Troonrede noemt en ook niet refereert aan wat hij teweeg heeft gebracht.'

'Ik zeg tegen Balkenende: Ik wil dus echt dat het erin komt! Ik vind het ongelooflijk dat de man die is doodgeschoten, iets wat in honderden jaren al niet meer is voorgekomen, een man die partijen heeft gehalveerd, die zoveel heeft veroorzaakt in de Neder landse politiek, dat die niet wordt genoemd!'' Ik kan niet uitsluiten dat de koningin het niet heeft gewild, ik weet dat niet.

'Van Nawijn kreeg ik geen steun, niet van Bomhoff, en De Boer liet het op een gegeven moment ook afweten. Ik was een roepende in de woestijn. Ik vind het ook al een grote fout dat koningin Beatrix niet op televisie is verschenen toen Fortuyn werd vermoord. Ze had het volk tot rust moeten manen en haar bezorgheid over de ontstane situatie moeten uitspreken. Er brak een halve burgeroorlog uit op het Binnenhof! Ik denk dat veel Nederlanders dat de koningin niet in dank hebben afgenomen. Ik zou haar ook hebben gevraagd naar het waarom van dat verzuim, als onze afspraak in december was doorgegaan. Ze is waarschijnlijk geen sympathisante van Fortuyn geweest, maar dat hoeft ook niet. Er was een politicus vermoord.'

Iets minder druk maakte Heinsbroek zich over de comeback van de bede in de Troon rede. 'Die bede hoefde er voor mij niet in. Dat gold ook voor de ministers Kamp, Hoog er vorst, Nawijn geloof ik ook, en Remkes. Korthals houdt zich meestal op de vlakte, daar weet ik het niet meer van. En dat is ook weer zo raar: Bomhoff wilde de bede er wel in hebben! Dat was toch wel een heel a-typische lpf-er in dat kabinet. Maar goed, als je nou vier vvd'ers, vier lpf'ers hebt, dat is acht tegen zes cda'ers, dan was die bede er mooi niet ingegaan. Dat is dan weer zo cda-achtig. Bal ken ende zet hem er dan toch gewoon in. Dat zie je dan pas enkele uren voordat de koningin de tekst uitspreekt.'

De adrenaline van Heinsbroek speelde in de minsterraad wel op toen de commissie-Van den Haak veel later klaar zou zijn met haar onderzoek. Van den Haak onderzoekt de beslissing van pvda-minister Klaas de Vries van Binnenlandse Zaken om Fortuyn niet te laten beveiligen.

'Ik vond het schandalig dat het zeven maanden ging duren voordat er een rapport op tafel kwam. Ik heb gezegd: ”Dit lijkt wel een doofpotverhaal, want tegen die tijd is het nauwelijks meer actueel.'' Ik heb er bij minister Remkes op aangedrongen dat er veel sneller resultaat komt. Het was belangrijk dat alles zorgvuldig zou gebeuren, zei hij. En als hij een nieuwe commissie zou instellen, dan duurde het allemaal nog langer.

'Maar het is zo simpel. Minister De Vries zegt dat hij van geen enkele overheidsdienst het advies heeft gehad dat hij Fortuyn moest beveiligen. Maar hij had op zijn boerenklompen moeten aanvoelen dat het nodig was. Voor sommige zaken heb je geen advies nodig, dan wordt er leiding van je verwacht als minister. De Vries had Fortuyn al tien keer eerder moeten beveiligen.

'Ik kan op basis van een persoonlijke ervaring wel vertellen waarom Fortuyn geen beveiliging heeft gekregen. Het werkt daar gewoon niet bij Binnenlandse Zaken en Justitie. Ik ben eind augustus als minister bedreigd, heb meerdere kogelbrieven gekregen. Er liepen en lopen vage figuren om mijn huis. Er heeft al iemand geprobeerd binnen te dringen. Mijn plaatsvervangend secretaris-generaal Buijink schrok enorm van de brieven, meer dan ik. Hij vond de toon zeer heftig en wilde mij meteen laten beveiligen. 'Binnenlandse Zaken wilde dat niet, we moesten hemel en aarde bewegen. Buijink zei toen: als Remkes het niet doet, doen we het zelf. Donner en Remkes riepen mij ter verantwoording en vonden dat ik de beveiliging terug moest laten draaien. Dat verdomde ik. Ik heb op een gegeven moment gezegd: ”Heren, weet u wat ik doe? Of ik krijg beveiliging door Binnen landse Zaken, of ik loop naar een camera toe. Dan zeg: ik word bedreigd, maar de staat der Neder landen doet niets, die is met regeltjes bezig. Ik heb nu mijn eigen security geregeld.' Die taal verstonden Remkes en Donner. Ik kreeg meteen beveiliging en ik snapte direct waar om Fortuyn het niet kreeg. W t een trage machine is de overheid.

'En nu komt het: ik ben nog geen dag minister af en de beveiliging stopt! De staat beschouwt je als persona non grata en trekt meteen de handen van je af. Ik betaal nu mijn eigen beveiliging. Bang ben ik niet, wel behoedzaam. Het zijn meestal lunatics, al mag je het niet onderschatten. Bezorgd ben ik voor mijn gezin. Het hakt er wel in als je vrouw iedere dag andere routes moet nemen en door beveiliging in volgauto's wordt geschaduwd.'

Er is een taart bezorgd in de keuken. In marsepein ligt het portret van Heinsbroek erop. Het banket is afkomstig van een reclamebureau. De kinderen eten mee. Op een aanrecht liggen twee plakboeken, opgestuurd door wildvreemden met knipsels over de bliksemcarrière van Heinsbroek in het inmiddels gevallen kabinet.

Waarom hebt u zich, voordat u besloot zich uit de politiek terug te trekken, zo laten meetrekken in de slechte b-film over de machtsstrijd van de lpf-fractie?

'Dat kon niet anders. Als ik me er niet mee had bemoeid, dan was ik geen 87 maar 60 dagen minister geweest. Veertien fractieleden wilden eruit. Dan was het kabinet gevallen. Alleen omdat staatssecretaris Van Eijk en ik ons inspanden, is dat niet gebeurd.'

Balkenende heeft in de veronderstelling verkeerd dat donderdagavond 10 oktober het probleem op vws was opgelost toen de kemphanen Bomhoff en Heinsbroek de trap afkwamen met bestuurslid Hammerstein. De volgende dag stuurde hij een kaartje, met de handtekeningen van Bomhoff en Heins broek, naar Rosenmöller dat alles in orde was. Zaterdag zei Hammerstein dat het allemaal een toneelstukje was.

'Hammerstein had dat nooit mogen zeggen, dat was een grove inschattingsfout. Wij zouden dan meer tijd hebben gehad om het echt bij te leggen.'

Balkenende heeft zich mede door u verraden gevoeld. Was dat naïef?

'Hij was goedgelovig, dacht dat het wel voor elkaar kwam. De lpf moest haar eigen boontjes doppen. Misschien had Balkenen de zich er meer mee moeten bemoeien. Als ik minister-president was geweest, had ik Heinsbroek en Bomhoff in het Torentje geroepen.'

Kon u het algemeen belang niet laten prevaleren boven uw eigen gelijk?

'Het was heel simpel. Bomhoff wilde mij eruit hebben en viel mij aan op een doortrapte manier. Hij voerde een lobby om Mickey Huibregtsen in het kabinet te krijgen. Die was al standby. Ik werd dus aangevallen, maar van de zeven bewindslieden die erover gingen stemmen, keerden zich er vijf tegen Bomhoff. Uiteindelijk was zijn probleem dat hij een ziekelijke neiging heeft de waarheid zo te percipiëren dat hij er zelf in gelooft. De meeste lpf-bewindslieden knapten daar op af.'

Was het met uw karakter niet al bij voorbaat moeilijk om überhaupt in de politiek te functioneren? U kunt niet tegen autoriteit, maar u bent autoritair.

'De vraag of die wereld wat voor mij is, is terecht. Het zou weleens kunnen zijn dat ik te ongeduldig ben voor Den Haag, te eerlijk om daar te kunnen aarden. Maar dat wilde de kiezer nou zo graag. Nie mand zat te wachten op politici die omfloerst of ontwijkend antwoorden.

'Het is waar: ik was eigenlijk alleen maar geschikt als minister-president of als politiek leider. Als teamspeler ben ik het best als ik de baas ben. Dat zit in mijn karakter. Ik leid de boel of doe niet mee. Mijn nachtmerrie was zo'n lijst als Pim Fortuyn had en de heisa die er dan in zo'n fractie uitbreekt. Ze waren in de lpf-fractie toch niet echt inhoudelijk bezig. Je moest als minister maar afwachten of bij de stemmingen in de Tweede Kamer die handen omhoog gingen. Ik had geen goed gevoel over een lnp-kandidatenlijst. Ik heb er slapeloze nachten van gehad, er waren domweg geen goede mensen te vinden. Op een gegeven moment weet je dat het niet lukt. Eerst probeer je vijftien mensen te vinden, dan leg je de lat wat lager: acht of negen. Zelfs dat bleek onmogelijk. Ik wilde alleen in de Kamer zitten met mensen die het rebelse van Fortuyn hebben. Mensen die ervan houden tegen de stroom in te roeien.'

cda en vvd hebben naar hun idee genoeg geëxperimenteerd en de goede wil getoond. Ze hebben de nieuwe politiek verder helemaal niet meer nodig.

'Ik zou het van een enorme arrogantie vinden getuigen als alles weer bij het oude blijft. Als de nieuwe partijen veel zetels halen, zullen de oude partijen daar mee om de tafel moeten. Het establishment is er tot op heden niet in geslaagd de onrust te keren. Die zal verhevigd terugkomen bij de volgende verkiezingen.'

Wat nu te doen?

'Het is tijd voor een pas op de plaats. Ik ga eens goed uitrusten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden