Herinneringen aan Rotterdam doen blik verzachten

Overzicht van het Beurs-terrein aan de Coolsingel in Rotterdam in 1936. Beeld anp

Vroeger. Met dat woord begint Een grijze komedie, een tragikomische eenakter die morgen zijn première zal beleven op de Parade. De eerste stad waarin de theaterkaravaan zijn tenten heeft opgeslagen is Rotterdam.

Een soortgelijke zin heb ik vroeger al eens opgeschreven, toen ik eind jaren negentig theaterrecensente was. Nog zie ik me na uitputtend slalommen door ondoorgrondelijk Rotjeknor het zompige terrein trotseren om zo veel mogelijk premièretjes te (hebben ge)zien.

Nog weer vroeger groeide in Rotterdam mijn vader op. Als jongste van twee broers. Zijn moeder adoreerde hem, dit in tegenstelling tot de pater familias. Zodra deze zijn benjamin in het vizier kreeg, wendde hij zijn blik vol weerzin af, alsof het ventje zich zojuist in een tutuutje en op spitzen aan hem had gepresenteerd.

Mijn vader zag er als kind, getuige familiefoto's, nogal schattig uit met een blond ponykopje en schrandere ogen. Daarmee moet hij toen al terdege om zich heen hebben gekeken. Want later, wanneer hij naast alle andere imitaties opa 'deed', kreeg hij geheid de lachers op zijn hand. Ook een manier om, postuum, wraak te nemen.

In die tijd zag Rotterdam er nog heel anders uit. Niet als een stad die met zakelijke hoogbouw naar de sterren reikt, maar als een schilderachtig zooitje ongeregeld. Laatst hoorde ik in de herhaling van een televisieprogramma, gewijd aan de onlangs overleden Drs. P., diens liedje over de Schiedamsedijk, geïllustreerd met zwart-witbeelden. In de Tweede Wereldoorlog werd deze 'zondige' uitgaansstraat door het bombardement met de grond gelijk gemaakt. Daarna werd de boel weer opgebouwd, maar pittoresk is anders.

Mijn vader, generatiegenoot van Drs. P., was er destijds vast weleens te vinden. Ongetwijfeld had hij een hang naar buurten waar hij niet mocht komen. In gedachten zie ik hem stappen in zijn drollenvanger, vroeger het scheldwoord voor plusfour. Voor wie het niet weet: dat was een broek waarvan de pijpen overbloesden tot halverwege de kuit, tot groot ongenoegen van mijn vader, man van de wereld in spe. Met smaak vertelde hij dat hij de pijpen van zo'n plusfour zo ver mogelijk over zijn schoenen liet zakken, hiermee suggererend langs te paraderen in een herenpantalon. Toen was dat woord nog chic. Althans, in bepaalde kringen.

Als hij herinneringen ophaalde aan de stad van zijn jeugd, verzachtte mijn vaders blik achter de brillenglazen en keek je met hem mee naar de Kees de jongen die hij moet zijn geweest. De jongen die na sluitingstijd over het hek klom van Diergaarde Blijdorp (ook zwaar beschadigd door bommen, twee dagen vóór het grote bombardement) om gratis de beesten te bekijken. De jongen die zich posteerde bij de artiestenuitgang van de schouwburg om een glimp op te vangen van de toneelspelers uit die tijd.

Ook die Grijze komedie gaat over uitvoerende kunstenaars uit de oude doos. Verder verklap ik niks. Wel dat deze vier oude acteurs worden gespeeld door vier oude acteurs. Onder wie voornoemde ex-theaterrecensente.

Wat een voorrecht om in plaats van in de rij op een druilerig terrein, nu hoog en droog in een tent op het toneel te mogen staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden