Herinneringen aan Parijs en Hemingways gebruik van het voegwoord 'en'

Op de ochtend van 30 september jl. stonden een vriend en ik een sigaret te roken buiten het gebouw van De Balie in Amsterdam, waar we een feestelijke bijeenkomst bijwoonden. Mijn vriend merkte op dat iets in het straatleven hem aan Parijs deed denken. Ik begreep wat hij bedoelde: de vochtige geur die de morgenmist had achtergelaten, vermengd met de met lichte penseelstreek aangebrachte kleur blauw. Als we even onze ogen sloten, konden we ons op een herfstochtend in Parijs wanen. Mijn antenne was extra op die stad gericht, omdat ik Ernest Hemingways herinneringen aan de periode dat hij er woonde, aan het herlezen was. Het boek heet A Moveable Feast en ik bezit de vierde druk ervan (Penguin Books, 1973).

Wat me 41 jaar geleden niet opviel, was Hemingways gebruik van het aaneenschakelende voegwoord 'en'. 'Het was een mooie voorjaarsdag(...) en de kastanjebomen stonden in bloei en er waren veel kinderen die speelden op de kiezelpaden en hun oppassen zaten op bankjes en ik zag houtduiven in de bomen en hoorde andere vogels die ik niet kon zien.' Een ander voorbeeld: 'De bladeren lagen nat in de regen en de wind joeg de regen tegen de grote groene autobus op de eindhalte en het Café des Amateurs was vol en de ramen waren beslagen door de hitte en rook binnen.'

Het woordje 'en' roept de gedachte op dat je nooit meer iets op dezelfde manier zult meemaken en dat je daardoor steeds eindigt en dat het leven kort is en dat dat tot weemoed stemt en, ook al sta je er niet, op beregende eindhaltes staan en bij cafés naar binnen kijken en de schrijfstijl van Hemingway parodiëren, en dat het niet uit spotlust zou zijn, maar uit bewondering en dat het niet de moeite waard is om wat slecht geschreven is te parodiëren en, terug naar Parijs, dat Hemingway in 1950 aan een vriend schreef: 'Als je het geluk hebt om als jonge man in Parijs gewoond te hebben dan blijft je dat bij waar je ook gaat, want Parijs is een verplaatsbaar feest.'

De eindhalte van de autobus was op de Place Contrescarpe. In de winter kon de schrijver het op zijn kamer niet warm krijgen. 'De hele droefheid van de stad kwam plotseling op je af met de eerste koude regenbuien van de winter.' Om op een warme plek te kunnen werken, gaat hij naar een café op de Place St. Michel. Hij beschrijft de route die hij liep. Via Lycée Henri Quatre naar de winderige Place du Panthéon en de Cluny. Ik ken die route goed, want in de winter van 1949-'50 liepen aspirantschrijver Rudy Kousbroek en ik hem vaak, ook op zoek naar warmte.

In een interview in De Ontdekking van de Literatuur (Bezige Bij, 2007) wordt Hemingway gevraagd wat hij als de beste intellectuele training voor een aspirantschrijver beschouwt. Hij antwoordt dat die zich maar moet ophangen, omdat goed schrijven onmogelijk moeilijk is. 'Vervolgens moet zijn touw zonder genade los worden gesneden en moet hij door zichzelf gedwongen worden de rest van zijn leven zo goed te schrijven als hij kan. Dan heeft hij in elk geval het verhaal van die ophanging om mee te beginnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.