Herinnering aan Kansas City in 1934: mafia, corruptie en jazz

Kansas City van Robert Altman. Met Jennifer Jason Leigh, Miranda Richardson, Harry Belafonte. In zeven theaters, waaronder Alfa 1 en The Movies 1 Amsterdam, Babylon 2 Den Haag, Calypso 2 Rotterdam....

PETER VAN BUEREN

Robert Altman werd 71 jaar geleden geboren in Kansas City, de stad waar in een constante jam-sessie grote jazz-coryfeeën als Count Basie, Jo Jones, Herschel Evans en de toen nog als piepjonge aankomer vernederde Charlie Parker de tientallen bars en clubs tot één groot jazzfestival maakten.

Altman bezocht als blanke jongen regelmatig die voornamelijk door zwarten gefrequenteerde clubs, maar de film waarin hij herinneringen oproept aan die tijd, heeft geen enkele autobiografische betekenis.

Wat Altman wilde is de sfeer van het precieze jaar 1934 oproepen in een weinig nostalgische, eerder cynische tijdstekening. Het was een verkiezingsjaar en dat is ook een achtergrond van het verhaal waarin de vrouw van een adviseur van president Rooseveld gekidnapt wordt door een telegrafiste. Deze wil haar vriend terug, die is opgepakt door de mafia. De jongen beging de stommiteit de chauffeur van de gangsterbaas te bestelen.

Terwijl mafiabaas Seldom Seen de jongen als speelgoed behandelt, trekken de twee vrouwen in een merkwaardige tocht door Kansas City. Twee sociaal volstrekt tegengestelde dames, geknipt voor Altman om zijn gebruikelijke sociaalkritische kanttekeningen te maken. Het verhaal raakt politieke en sociale thema's en geeft vooral een beeld van de corruptie binnen het machtsapparaat van de stad, waar alles wat officieel verboden is in de praktijk sterk gestimuleerd wordt.

De smakelijk plat pratende Jennifer Jason Leigh als het domme blondje dat denkt Jean Harlow te zijn, en Miranda Richardson als de deftige, maar aan drugs verslaafde vrouw van de politicus, krijgen van Altman alle ruimte om een duet op te voeren dat de film op gang moet houden.

Dat is één kant van Kansas City en ogenschijnlijk de belangrijkste. Intussen draait de film echter om de achtergrond, de jazz. Er wordt in de clubs weinig gezegd dat aan het verhaal iets toevoegt, maar de voortdurend opduikende muzikale uitspattingen bepalen de kleur van de film. Insiders zullen niet alleen de voortreffelijke musici herkennen die Altman verzameld heeft, maar ook de rollen die zij spelen.

Deze kenners zulen nog het meest genieten van Kansas City, en begrijpen dat in de Hey-Hey Club Cyrus Chestnut in feite Count Basie is, James Cartner Ben Webster, Craig Handy Coleman Hawkins en ga maar door. Centraal is de rol van Harry Belafonte als mafiabaas Seldom Seen, die niet alleen speelt met de mensen over wie hij de macht heeft, maar ook met zijn eigen image.

Met de herinnering aan de stad van zijn jeugd heeft Robert Altman vooral een ode gebracht aan de jazz die de Amerikaanse depressiejaren bepaalde, en volgens de liefhebbers nog lang niet verloren is. Net zo min als de politieke corruptie en de mafia, trouwens.

Peter van Bueren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden