HERFSTSONATE in Kyoto

De portier van de Zenri-ji tempel schrikt zich een ongeluk als een fiets de oprijlaan opkomt. Toch is de Japanse stad Kyoto heel geschikt voor fietsers....

TOINE BERBERS

IN DE DRUKKE hal van station Osaka levert Computer Travel Guide de vertrektijden voor de trein naar Kyoto. Met een enkele druk op een knop springen uit een gat boven het beeldscherm de ruim tweehonderd snel- en stoptreinen op twee lavendelkleurige A-4tjes naar buiten.

Dit is Kansai, het stedengebied Kobe-Osaka-Kyoto met zo'n tien miljoen inwoners. Het kan net als Groot-Tokyo alleen functioneren bij de gratie van een fijnmazig spoorwegnetwerk dat op vele manieren verbindingen heeft tussen de stadscentra. Treintjes spurten af en aan; drommen mensen uitspuwend en opslorpend. Voor de snelle reiziger is er de kogeltrein, de Japanse HSL, die vanaf station Nieuw-Osaka in tien minuten in Kobe of Kyoto is.

Maar op deze schitterende zaterdagochtend lijkt gehaast niet op z'n plaats. 'Herfstkleuren in Kyoto', had de receptionist van het hotel nog gewaarschuwd: 'Beautiful but busy'. Hij voorspelde dat met het mooie, warme herfstweer heel de regio op tempelbezoek zou gaan.

Kyoto, hoofdstad van 794 tot 1868, is het Florence van Japan. De ruim tweeduizend tempels, paleizen en musea trekken jaarlijks veertig miljoen bezoekers. Topseizoenen zijn de lente met de kersenbloesem en de herfst met de legendarische rode en gouden kleuren. De schoonheid ligt evenwel niet op straat, maar zit in de cultuurschatten, die verspreid liggen tussen de lage onaanzienlijke huizen. Uit mededogen met de monumenten waren torenflats tot voor kort taboe.

De fietsenverhuur op het station Kyoto is sinds drie maanden gesloten. Het gevolg van het eerste echte hoogbouwproject, dat de stationswijk gaat domineren. Maar geen nood. Een volgend treintje brengt de bezoeker naar het Sanjo-station in het oosten van stad, waar de rijwielen klaar staan.

Fietsen is de geheime uitlaatklep voor de anarchist in Japan. Wie het al te benauwd krijgt van de strakke gedragsregels met de voorgeschreven diepte van de buiging, kan zich uitleven. De regelgevers hebben het fietsen niet in een keurslijf weten te krijgen.

Om te beginnen is al niet duidelijk of de fiets op de stoep of op de weg moet. Een bangelijk kijkende heer bibbert tussen de voetgangers door. Een punker met lichtgevende zonnebril ontpopt zich als nachtmerrie voor automobilisten. Soms is naast een zebrapad een wit fietsje geschilderd. Een duidelijke fiets

oversteekplaats. Maar dat weerhoudt een deftige dame van middelbare leeftijd met een overvol mandje voorop er niet van schuin, dwars door de overstekende voetgangers heen te schieten.

Een ongeschreven regel bepaalt dat de voetganger zich de terreur van de fietser grootmoedig laat welgevallen. In Amsterdam zou de in een mensenzee duikende cyclist de huid flink volgescholden krijgen. Zo niet in Kyoto.

De stad is ideaal voor fietsers. Ze ligt op een vlakte, de bergen beginnen pas aan de randen. De straten lopen van noord naar zuid en van oost naar west. Dit klassiek-Chinese blokkenpatroon kwam onder de Tang-dynastie in zwang. De aanleg van de hoofdstad Changan (het huidige Xian) is overal in Oost-Azië nagevolgd. Verdwalen is moeilijk, zodat de bezoeker zich per fiets ontspannen van tempel naar tempel beweegt.

Het aanbod is fenomenaal. De bezoeker die alle belangrijke tempels wil zien is - zelfs op de fiets - minstens een week kwijt. Dus de arme dagjesmens is gedwongen rigoureus in het aanbod te kappen. Gelukkig zijn er dit jaargetijde de herfstkleuren, zodat eigenlijk alleen tempels in parken in aanmerking komen.

Rond de enorme hallen van de Higashi Hongan-Ji staan alleen ginkobomen. Hun goudgele, waaiervormige bladeren kleuren goed bij het donkerbruin van de pilaren en dakbalken. De op esthetiek beluste Japanners vereeuwigen zich graag voor deze kleurencombinatie. Maar de tempel is voor kritische kenners te protserig. De shogun Tokugawa Ieyasu wilde in 1602 met de bouw van deze enorme hallen een afsplitsing aanmoedigen in een machtige boeddhistische sekte die in de Nishi Hongan-Ji huisde, een tempel die een paar honderd meter naar het westen ligt. De afgescheidenen kregen een groots onderkomen. Maar ze hebben lang niet zoveel aanhang als hun concurrenten, die heden ten dage meer dan tien miljoen volgelingen in de wereld zeggen te hebben. Het brengt echter zo'n aanloop teweeg dat een bezoek ruim tevoren moet worden afgesproken. De argeloze fietser die komt voor de herfstkleuren, mag er niet in.

DE BEHEERDERS van de zilveren tempel (Ginkaku-ji) laten zich niet afschrikken door grote toeloop. Het zilver van de tempel is nooit verder gekomen dan het stadium van plannenmakerij. De tempel zelf is een vrij klein houten buitenverblijf uit 1482. Shogun Ashikaga Yoshimasa had het hele gebouw met zilver willen bekleden, maar overleed voor het zover was.

Het park dat achter de tempel de uitlopers van de bergen opklimt, heeft alles wat een tempelbezoeker begeert: stenen tuinen, parken en vijvers, die vol subtiele watervalletjes, bamboeverloopjes en kraakheldere belletjes zitten. Het knallende rood van de esdoornbladeren, het goud van de ginka en de azuurblauwe hemel leveren de ideale achtergrond voor het herfst-staatsieportret van dit jaar.

Bij duizenden schuifelen de bezoekers door het park. Langs de bijgebouwen, over het paadje naar de eerste stenen tuin. Enkele oneerbiedige Chinese heren zitten tot afgrijzen van de Japanners met hun vingers aan de kiezelstenen, die minutieus zijn aangeharkt tot de juiste rechtlijnige lichte en donkere patronen.

Het pad voert langs kiezelsteentjes naar een vijver met goudvissen. Japanse bezoekers stoten elkaar aan en wijzen naar het watervalletje tegen de bergwand. Iedereen is gekomen. Jong en oud. Modern en klassiek. Groepjes jongens van een jaar of zestien raken in vervoering over de houten haan op het dak van de tempel. Verliefde stelletjes laten wel tien foto's maken met het mooie panorama vanaf de berghelling.

Eenmaal buiten kan de tempelbezoeker zijn dorst lessen met een colaatje, maar daar blijft het bij. Geen patatkramen of McDonald's. De enkele, onaanzienlijk lage, houten winkeltjes hebben zich aangepast aan de plechtige tempelsfeer: kleine uitstalkasten voor een publiek dat matig koopt.

De portier van de Zenri-ji tempel schrikt zich een ongeluk als de fiets de oprijlaan opkomt. Hij haalt opgelucht adem als blijkt dat de fietser niet van plan is zijn tempels rijdend te bewonderen. Dit grote tempelcomplex dateert uit 855 en is beroemd geworden door de verschijning van Boeddha in 1082. De monnik Eikan was zo verbaasd, dat hij ophield met mediteren, waarop de boeddha zou hebben gezegd: 'Eikan je bent aan het lanterfanten.' Het tempelcomlex wordt sindsdien ook wel Eikando genoemd.

De Japanners hier dragen dezelfde sportieve McGregor-outfit als de bezoekers van de zilveren tempel, maar de sfeer is veel losser. Misschien wel omdat Eikan veel op had met armen en zieken. Hij liet een pruimenboomgaard planten omdat hij geloofde in de geneeskrachtige werking van deze vrucht. Nu zitten de bezoekers te picknicken aan betonnen tafeltjes onder rode parasols met dezelfde rode tafelkleedjes. Ze kijken naar de watervalletjes. Of ze lanterfanten aan de rand van de vijver. De monniken hebben op de houten gaanderijen tegen de bergwanden knalblauwe lopers gelegd, die mooi afsteken tegen de rode herfstbladeren.

Op kousevoeten, de schoenen in een van tempelwege verstrekt plastic zakje, lopen de bezoekers van hal naar hal over de krakende gaanderijen. Veertiende-eeuwse pentekeningen met veel rode draagkoetsen en schilderijen met gouden golven en zwarte wolken worden afgeschermd van het publiek met elegant gesneden rekjes van groene verse bamboe en zwart touw.

Opnieuw gaan de Japanners op in hun cultuur: jong en oud bestuderen nauwgezet de penseelstreken. Ook punkers die vinden dat ze hun klassieken moeten kennen, staan de kleurstellingen van de pentekeningen te vergeljken.

De gouden tempel aan de andere kant van de stad is een van de meest bezochte attracties in Japan. Ook hier was het oorspronkelijke plan uit 1397 om de tempel met bladgoud te bekleden niet helemaal uitgevoerd. Bijna zeshonderd jaar later lukte dat wel. Een overgelovige monnik stak in 1950 de tempel in brand. De veelbekritiseerde herbouwde versie steekt van top tot teen in het bladgoud, dat weer perfect kleurt bij de vijver die het blauw van de lucht weerspiegelt.

Het groen van de vele dennen in het park dringt zich in het herfstpalet. Maar de drukte is zo overweldigend dat de bezoeker nauwelijks aandacht kan opbrengen voor de herfstkleuren. De echte doorzetters moeten zich als haringen in een ton het park laten doorduwen. Japans bezetenheid met de herfst bereikt hier een hoogtepunt.

IN DE nauwe straatjes van de uitgaanswijk Gion proberen in kimono gehulde serveersters met elegante buigingen klanten de restaurants in te lokken. Veel etablissementen dateren uit de zestiende of zeventiende eeuw. Ook hier houdt Kyoto zijn imago van cultuurstad hoog. Dit is een van de laatste plekken in Japan waar nog geisha's over straat gaan.

Achter automatische schuifdeuren van rijstpapier wordt niet alleen thee gedronken. Bier en saké vloeien rijkelijk, zodat een enkele bezoeker over zijn schroom heenkomt en vragen beantwoordt. De Japanner en zijn herfstkleuren? Is het de licht melancholische inslag? De strakke opvoeding die conformisme in de hand werkt? De noodzaak om gedisciplineerd te ontspannen? Ach, weet een bereisde man die in Nederland is geweest: 'Hebben jullie niet die tulpen, waarvan iedereen bezeten is?'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden