Herenonderbroeken

Twee kenners over het kledingstuk dat het laatst uit en het eerst weer aan gaat. Michaël Zeeman, redacteur van de Volkskrant, en Erwin Olaf, fotograaf, zijn het oneens over de kwaliteiten van de Björn Borg....

Michaël Zeeman

In de brievenrubriek van NRC Handelsblad is de afgelopen weken veel te doen geweest over de damesslip, alias de vrouwenonderbroek. De discussie kwam er in essentie op neer dat dat kledingstuk niet voldeed: het was over het algemeen te dun en absorbeerde onvoldoende de afscheidingen en sappen die, ergens in het gebied waar de onderbroek het lichaam bekleedt en beschermt, onbedoeld het lichaam verlaten. De briefschrijfsters beklaagden zich daarover en wisten te melden dat heren door de kledingindustrie een stuk beter bediend worden. Hun ondergoed zou op vitale plekken dubbele bekleding kennen.

Zo'n discussie roept meer vragen op dan ik kan beantwoorden (waarom NRC Handelsblad? waarom heb je damesslips en vrouwenonderbroeken en kan je het verschil in maatvoering en materiaalkeuze als het ware al aan die woorden horen?). Ik beperk me tot de vraag of de lezeressen van NRC Handelsblad de laatste jaren nog wel eens een herenonderbroek hebben gezien (mannenslip? herenslip? mannenonderbroek? - ligt toch allemaal een stuk minder subtiel), of liever gezegd: tot de implicatie van die vraag.

Want de zoete eenvoud van de keuze voor een slap, wit stuk katoen van voorheen, met dubbele voering aan de voorzijde, of een zwembroek voor op het droge, het is voorbij, voorgoed voorbij. Ook wij zitten met de gebakken peren van de nacht- en bedmode.

Ik ben op de kop af twee meter groot en weeg precies honderd kilo: van kindsbeen af heb ik de voorkeur gegeven aan ronde getallen en heb daardoor, die ene week waarin ik honderd centimeter mat daargelaten, een beklagenswaardige jeugd gehad. Al mijn waarnemingen over kleding worden bepaald door die comfortabel exacte, zij het nog altijd enigszins buitenissige, afmetingen.

Wanneer koop je een onderbroek? Onderweg, omdat je je verschoning vergat of je koffer een andere bestemming kreeg dan jijzelf. Zou er wel eens iemand speciaal de stad in gaan om een onderbroek te kopen, voorbereid en wel? Wat zou het daarom mooi zijn als zowel de vormgeving, als de maatsystemen van ondergoed gestandaardiseerd werden.

Maar niets loopt meer uiteen dan wat onder allerlei internationale fancy namen in de handel wordt gebracht, en de maatsystemen van schoenen en boorden zijn een weelde van eenvoud vergeleken bij die van onderbroeken.

Een boxer, een tanga, een classic, een hip, een sports, een brief: ik heb ze in verschillende landen totaal verschillende dingen zien onthullen.

Wat die namen betreft is zien kennen, dus daar kom je wel uit, ook wanneer je gehaast bent en in een vreemd warenhuis de betreffende afdeling hebt opgespoord. Maar maten? Passen mag niet, ruilen evenmin - het zou bovendien erg begrotelijk worden om voor een verkeerde onderbroek terug te vliegen. Hoe komt een mens eruit wanneer er Amerikaanse, Franse, Britse, Duitse en Europese maten op de verpakking staan, die allemaal van elkaar verschillen? Hoe kan het dat wat in het Duits maat 7 is, in het Frans maat 5 en bij de Amerikanen maat XL, en de Duitsers tot 8 gaan, de Fransen tot 9 en de Amerikanen tot XXXL? Amerikanen zijn dikker dan Fransen, dat snap ik, maar Fransen dikker dan Duitsers? En komt extreme breedte in Frankrijk meer voor dan in Duitsland?

Het is niet te begrijpen en je hebt er een zekere roekeloosheid voor nodig om te kunnen beslissen.

Eerst modellen, dan merken. De tanga-slip, in zijn extreme verschijningsvorm in het Nederlands ook wel reetveter genoemd, is onbruikbaar: dat is iets voor foto's in modebladen of prospectussen van warenhuizen. Die kan je, op straffe van jeuk en aambeien, in het dagelijks leven beter niet dragen. In de Vijzelstraat in Amsterdam is een zwerver met een skateboard die altijd zo'n ding aan heeft, zonder iets er overheen, zomer en winter. De effecten zijn fantastisch.

De string bikini is ook geen pretje: hij laat de heupen nagenoeg vrij, bedekt over een breedte van tien, twaalf centimeter de billen en vat het voorwerk in een soort zakje. Dat is dus helemaal niet de bedoeling van een onderbroek en het comfort is dan ook navenant: vreselijk. Die reep achter schuift en krult dat het een aard heeft, voor verhoudt de hoeveelheid stof zich ongunstig tot de te omhullen waar.

De gewone boxer berust op een misverstand: ruim en groot, met korte pijpjes. Dat is allemaal heel prettig, zij het ook wat wezenloos. Maar waar het om gaat is dat het een onderbroek is, waar je dus een overbroek over draagt. Als die moet harmoniëren met een boxer, kan je je beter meteen in Marker klederdracht hijsen. Is de overbroek daarentegen vormvast, dan wordt de ruimte die de boxer biedt meteen weer ongedaan gemaakt.

Nee, de classic en de sportbrief, dan zit je aardig in de buurt.

Er zijn vanaf dat moment grofweg twee modellen: die met en die zonder gulp. Toen ik klein was hadden alle onderbroeken een gulp, met voor kleine jongetjes alle verdrietige en vernederende gevolgen van dien. Later volgden de onderbroeken het model van de zwembroek: bij het plassen, dat bij de meeste mannen staande en door de gulp geschiedt, diende je de elastieken bovenrand naar beneden te duwen. De consequentie was dat er altijd enig vocht in de pisbuis achterbleef: de zwembroek spande zich strak om het lichaam, schudden was haast niet mogelijk en het naar beneden gedrukte elastiek sloot de toevoer sterker af naarmate de druk afnam. Na het plassen bleef er altijd enige urine achter, dat in de onderbroek een veilig heenkomen zocht. Men zal zich het gevoel en de geur herinneren.

Het type zwembroek was bovendien dunner dan het type met gulp, terwijl het juist vanwege het ontbreken van de gulp dikker had moeten zijn.

Ik heb de indruk dat de gulp weer oprukt, de laatste vijf jaar. Hij bestaat doorgaans in samenhang met een tweede laag, de voering waar de NRC Handelsblad-vrouwen zo jaloers op zijn. Doordat de achterste laag zich achter het mannelijk geslacht bevindt, en de voorste, met opening, ervoor, is er in feite niet eens van dubbele voering sprake: het zijn twee enkele voeringen. Het geslacht bevindt zich in een soort enveloppe, dicht van achter, open van voren. Die opening is de feitelijke gulp.

Met die gulp is iets raars aan de hand. Je kunt hem op ruwweg drie manieren aanbrengen. Recht en verticaal: onderbroek of lid dienen dan bij het wateren zijwaarts bewogen te worden, wat altijd een raar effect heeft. Diagonaalsgewijs kan ook, boven centraal, aflopend richting een van de bovenbenen. Meestal loopt die lijn naar het rechterbovenbeen. Vooral rechtsdragende mannen zijn hierbij gebaat. Linksdragers zijn de, uuh, pineut, tenzij de diagonale opening hoog is aangebracht en een kleine hoek met de horizon maakt.

En dan het type dat Calvin Klein lange tijd gevoerd heeft, vermoedelijk om ook eens origineel te zijn: een boogje dat centraal onder begint en dan halverwege eindigt, meestal aflopend naar rechts. Doordat de opening centraal en laag geplaatst was, was het effect precies averechts. Behalve wanneer men een erectie had, bevond het geslacht zich de hele tijd buiten de onderbroek, en dat was nu juist niet de bedoeling. Er waren ook Franse onderbroeken die hieraan deden. Bij Klein hebben ze dat inmiddels omgedraaid, wat een enorme verbetering is (behalve bij een erectie).

(Het boogje had nog een nadeel: gesteld dat je een erectie had, dan was het zowel lastig als pijnlijk het lid te bereiken. Het moest eerst uit het envelopje gelicht worden, maar kon de bocht pas maken door ruimte te scheppen. Dat kon weer alleen door de zaak op te rekken, wat gemeen pijn deed aan het scrotum. De beste manier was eerst een emmer koud water in je kruis te laten gooien.)

De conclusie is duidelijk: de beste onderbroek is een onderbroek met een gulp, liefst verticaal aangebracht, al mag het sierlijke boogje van Klein er ook zijn. En de mooiste oplossing is die van Björn Borg: een hooggelegen diagonaaltje in een onderbroek die geen boxer is en toch niet te strak zit.

Mijn voorkeuren op grond van het voorafgaande zijn daarom:

1. De Classic Short van Björn Borg, met het elegante korte pijpje;

2. De Classic Brief van Calvin Klein, met de verticale gulp;

3. De Amerikaanse Jockey (heel eenvoudig en lijkt op de hip van Borg, maar is nèt iets beter geproportioneerd);

4. De Traditional van Hugo Boss;

5. De Boxer Brief van Calvin Klein, vanwege de kekke pijpjes.

Erwin Olaf

Alvorens mijn Top-10 van herenondergoed prijs te geven, het volgende: knappe, fors gespierde mannen kunnen iedere onderbroek aan (of uit!). Ze blijven lekker en begeerlijk. 'Gewoon' of lelijk gebouwde heren doen er goed aan vooral niet in mini tanga's, designerslips of kapotte werkmansonderbroeken rond te stappen. Verras je vriend(in) vooral niet met een in het geheim gekochte te dure Nykos/Cerutti/Björn Borg showslip! Zo voorkomt men hilarische lachbuien van de partner. Onthoud: al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.

Deze top tien is bedoeld voor prachtige, bloedgeile mannen, de rest beperkt zich maar tot de eeuwenoude HEMA/Zeeman-slip (lichtblauw).

1. Oud versleten en merkloos, liefst een restant van de middelbare school en kandidaat voor de schoenpoetsdoos.

2. Niets onder een spijkerbroek met knopengulp (dit in verband met het haastig dichtritsen op toiletten van hippe grand-cafés). Het schaamhaar dient dan wel te worden bijgeknipt!

3. Fruit of the loom 'Briefs' in het wit. Dè grote witte onderbroek, veel gedragen in de VS en daar ook spotgoedkoop. In de elastieke band zit een gele en blauwe draad verwerkt, wat het geheel een erotische lading geeft.

4. 'Hanes' in het rood met witte elastieke band. Hetzelfde gulpmodel als Fruit of the Loom en in de VS slechts een fractie duurder. Heeft als voordeel dat de pisvlekken niet zo in het oog springen! (Hoewel bij een gespierde adonis een beetje pisvlek een asbolute pré is).

5. Hoewel ik het niet wil omdat het zo fantasieloos klinkt en de naamgever rechtstreeks het Hanes/Fruit of the Loom-model heeft gekopieerd: Calvin Klein 'Briefs'. In iedere zichzelf respecterende Nichtenkit 'de' dracht. De band met daarop de naam van deze omgeturnde flikker, dient boven de Levi's 501 uit te piepen. Uiteraard achteloos, gelijk de zorgvuldig ingestudeerde oogopslag.

(De in de VS geproduceerde CK's zijn van een slechte soort katoen en lubberen eerder dan de Europese, dus sneller opwindender!)

6) Jockey model Rio. Je voelt niets, niet opvallend model wel in prachtige tinten verkrijgbaar en last but not least, je apparaat lijkt er een stuk groter in.

7. Sloggi for Men, echt iets voor de maandagen. Niets bijzonders, maar onverslijtbaar en in onopvallend donkerblauw. De naam staat me wel een beetje tegen.

8. De zijden boxer. Absoluut uit, gelukkig maar. Zo'n ding kriebelt gelijk een schoolbord waarover piepend een krijtje wordt getrokken.

9. Katoenen boxer in Schots ruitje of met beertjes motief. Echt iets voor een jonge, spekkige corps-student. Zo een die in de studentenkamer van een al even papperige mede-studente, op één been staat te huppen, omdat de ribcord broek maar niet over de Van Bommelschoenen uitgetrokken kan worden. De studente slaat het gade vanaf haar eenpersoonsmatrasje en begint al spijt te voelen.

10. De string-slip, liefst zilverkleurig driehoekje van kunstleer met dito bildraadje. Treft men nog uitsluitend aan op kapitalistische horecavarkens, die oude trends uit de homobeweging volgen en al decennia lang hun haar kort-bovenop-maar-lang-in-de-nek hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden