Herdenkingsongemak

Gisteravond was het dodenherdenking, vandaag is het Bevrijdingsdag. Vroeger wist ik wel raad met die dagen. Nu maken ze me ongemakkelijk....

Vroeger waren de vroege jaren zestig. Als scholieren fietsten we ’s avonds naar de Dam. Langs het tere groen aan de grachten en de reusachtige vlaggen die halfstok langs de gevels neerhingen. De plechtigheid zelf was nog vormeloos. Burgemeester Van Hall sprak. Omdat het motregende, hield een bode een paraplu boven zijn hoofd. Alleen zingende merels en krijsende gierzwaluwen doorbraken de twee minuten stilte.

De meidagen vormen een magische cirkel waarbinnen de oorlog zich voltrok. De Duitse inval in 1940 en de bevrijding in 1945. Hoewel zelf van na de oorlog, hoor ik in mijn verbeelding de merels in de onheilszwangere ochtend van 10 mei. Mijn moeder, die toen in het Rode Kruisziekenhuis in Beverwijk werkte, vertelde vaak hoe luguber het was geweest. Eerst zingende vogels, daarna indringende stilte, dan het gebrom van vliegtuigen en Duitse parachutisten die geluidloos naar beneden zeilden. W.F. Hermans riep die beklemmende sfeer op in Herinneringen van een engelbewaarder.

Harry Mulisch heeft van zichzelf gezegd: ik ben de oorlog. Maar Hermans en Gerard Reve hebben hem in zijn rommelige werkelijkheid overtuigender vastgelegd. Mulisch staat voor een heroïsche kijk op de oorlog, Hermans en Reve voor een tragische.

Geen types, die twee, om als spreker bij dodenherdenking of bevrijdingsfeest op te treden. Voor zover ik weet hebben ze dat ook nooit gedaan. Van hen geen ronkende verklaringen over vrede en vrijheid, goedkope actualisering van de ‘lessen’ uit de oorlog, of een borstroffelend ‘goed na de oorlog’. Dat is een klus voor het tweede garnituur.

Een paar jaar geleden was ik in de Nieuwe Kerk voor de 4-meilezing voorafgaand aan de Nationale Herdenking, de vormvaste en gedenatureerde opvolger van de simpele dodenherdenking van weleer. Nog geneer ik me voor de onwaarachtigheid, zelfs leugenachtigheid ervan. Gisteren was de beurt aan zanger en schrijver Ernst Jansz met de voordracht ‘Er staat iemand aan de deur’. Hopelijk bracht hij het er beter van af dan die titel suggereert (U kunt het zelf hierboven toetsen, red.).

Jan Pronk, zie ik op de website van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, geeft ‘bij de Nationale Start van de Viering van de Bevrijding in Utrecht’ de 5-meilezing: ‘Vrijheid zonder grenzen’.

Jan Pronk? Dat is toch de man die het woord ‘deportatie’ gebruikte en bij hoog en laag volhield dat hij zich van geen lelijke associaties bewust was? Zal Rita Verdonk ooit aan de beurt komen, of Ayaan Hirsi Ali? Of komen alleen mensen met een ‘bepaalde’ gezindheid voor 4- en 5-meilezing in aanmerking?

Eind vorige maand overleed Eva Tas, erelid van het Nederlands Auschwitz Comité. Zij was mijn geschiedenislerares op de kweekschool. Ik denk niet met grote liefde aan haar terug, zoals aan meester Haringman, die mij op de lagere school een grote Vaderlandse Geschiedenis leerde, of aan meester Gosselaar op de ulo, die geweldig kon vertellen, zoals over ‘zijn’ OSP, de door Jacques de Kadt opgerichte Onafhankelijke Socialistische Partij.

Mevrouw Tas had ordeproblemen en hield zich, klein van stuk, kwetsbaar, met de moed der wanhoop staande in de blackboard jungle. Die moed was bewonderenswaardig, haar wanhoop aandoenlijk. Niettemin moet ik aan haar denken bij Reves beschrijving van zijn biologielerares, ‘Dr.’ B., en haar ‘snerpende, telkens overslaande stem, waarmede ze, ongeveer elke twee maanden, een ‘helemaal nieuw’ systeem van onderricht aankondigde’.

Eva Tas was communist en bestuurslid van het toen eveneens communistische Nederlands Auschwitz Comité. Begin 1968 werd zij het middelpunt van een rel die volgens de sociologe en NIOD-onderzoeker Jolande Withuis een kentering markeert in onze omgang met de Tweede Wereldoorlog.

De commotie volgde op een tv-uitzending van de nog goed anticommunistische journalist Dick Verkijk. Hij betichtte het Auschwitz Comité ervan een communistische mantelorganisatie te zijn en politieke propaganda te bedrijven over de ruggen van argeloze vervolgingsslachtoffers. Op Verkijks feiten viel weinig af te dingen. Als getuigen à charge beschikte hij bovendien over autoriteiten als Simon Wiesenthal en Loe de Jong.

Toch werkte de uitzending en haar nasleep grotendeels averechts. Zelfs dat Eva Tas bleek te hebben gelogen dat ze Auschwitz had overleefd, werd met de mantel der liefde bedekt.

Withuis wijt de omslag aan de verdringing van een primair politieke kijk op de bezettingsjaren door een vooral psychologische, met het slachtofferschap als middelpunt. Daarnaast leidde het wegebben van de Koude Oorlog tot een maatschappelijk klimaat waarin de communisten erin ‘slaagden zichzelf als Het Verzet te presenteren’.

Van het communisme is niets meer over, maar zijn visie op bezetting en verzet voert in de officiële herdenkingscultuur sindsdien de boventoon. Daarin is nauwelijks nog plaats voor nationaal, vaderlands of protestants-christelijk verzet. Gebleven in de naoorlogse politieke strijd over de herinnering aan de oorlog.

Een ‘held’ in Withuis’ recente Na het kamp. Vriendschap en politieke strijd is Pim Boellaard. Wegens haar behandeling van deze vertegenwoordiger van ‘het vaderlands verzet’ verweet een recensent Withuis dat zij hem niet als ‘nationalistisch’ had ontmaskerd.

Inbreuken op de officiële cultus worden niet geduld. Het verklaart mijn ongemak in deze meidagen. Maar dat heeft me niet belet mijn particuliere dodenherdenking te wijden aan de nagedachtenis van Eva Tas en de moed van haar wanhoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden