Analyse

Herdenking wordt een westers onderonsje

Bevrijding Auschwitz

Vandaag 70 jaar geleden, op 27 januari 1945, werd het nazi-vernietigingskamp Auschwitz bevrijd. De herdenking is beladen. De oproep 'nooit meer Auschwitz' is niet vanzelfsprekend meer. Toch is de Poolse overlevende Marian Turski (88) optimistisch.

Overlevenden van Auschwitz verlaten het vernietigingskamp in Polen, nadat het op 27 januari 1945 werd bevrijd door het Russische Rode Leger. Beeld getty

Nog niet zo lang geleden was 'nooit meer Auschwitz' een universele oproep tot waakzaamheid. Een bezweringsformule tegen xenofobie, rechts-extremisme en fascisme - of wat daarvoor doorging. 'Nooit meer Auschwitz' was, volgens historicus Frank van Vree, een onomstreden 'schibbolet voor humaniteit en tolerantie'. 'Nooit meer Auschwitz' was 'een uitspraak zonder tegenstanders', schreef de Tilburgse historica Liesbeth Hoeven in haar recente proefschrift over 'de verhaalcultuur na Auschwitz'.

Herdenking overschaduwd door controverse

De herdenking in Auschwitz van de bevrijding van het vernietigingskamp, vandaag 70 jaar geleden, wordt overschaduwd door geopolitieke controverses. De Russische president Vladimir Poetin besloot niet naar Polen te komen, nadat de organisatoren besloten om alleen vertegenwoordigers van de overlevenden het woord te geven.

Hun beslissing moest voorkomen dat de plechtigheid zou ontaarden in een politiek steekspel. Gevreesd werd dat Poetin de zeventigste verjaardag van de bevrijding van het kamp zou aangrijpen voor een retorische aanval op Oekraïne. Moskou beschouwt de machthebbers in Kiev als fascisten. Tien jaar geleden was Poetin wel van de partij. In zijn toespraak zong hij toen de lof van het Rode Leger.

De Oekraïense president Porosjenko wordt wel in Auschwitz verwacht, net als staatshoofden en regeringsleiders van onder andere Duitsland, Frankrijk en Nederland. Ook een driehonderdtal overlevenden zal van de partij zijn.

Een poging van de Tsjechische president Miloš Zeman Poetin uit te nodigen voor een alternatieve plechtigheid in Theresienstadt mislukte door gebrek aan internationale belangstelling.

De Poolse minister van Buitenlandse Zaken Grzegorz Schetyna strooide vorige week zout in de Russische wonde door te zeggen dat Auschwitz in feite door Oekraïners is bevrijd. Het kamp werd op 27 januari 1945 ingenomen door een Oekraïense divisie van het Rode Leger.

De laatste jaren roeren die tegenstanders zich echter wel degelijk. Niet alleen op obscure sites waar de Holocaust als een verzinsel van 'de zionisten' wordt afgedaan, maar ook op scholen met veel islamitische leerlingen. Zij stoppen demonstratief de vingers in de oren als de leraar geschiedenis of maatschappijleer over Auschwitz begint. Of ze gaan met hem 'in discussie'. Wat zomaar kan betekenen dat Hitler door de Koran in het gelijk wordt gesteld. Uit een enquête die twee jaar geleden onder geschiedenisdocenten in de Randstad werd afgenomen, bleek dat 20 procent van hen de Holocaust 'niet of nauwelijks ter sprake kan brengen' omdat met name leerlingen met een islamitische achtergrond daar aanstoot aan nemen. Als het gebod 'nooit meer Auschwitz' ooit een universele betekenis had, is het die nu kwijtgeraakt.

De bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders die vandaag in Auschwitz is belegd ter herdenking van de bevrijding van het voormalige vernietigingskamp - precies zeventig jaar geleden - zal in grote delen van de wereld dus als een westers onderonsje worden waargenomen. Als een ideëel statement - vergelijkbaar met de 'Je suis Charlie' manifestatie in Parijs, twee weken geleden. Misschien zelfs als voorbeeld van westerse dienstbaarheid tegenover 'de Joden'.

Hoe dan ook is Auschwitz als synoniem van de Holocaust van betrekkelijk recente datum. In de eerste jaren na de oorlog getuigde het vooral van het Poolse leed tijdens de Duitse bezetting en van de zege over het fascisme van het Rode Leger. Pas in 1952 vond de eerste internationale herdenkingsbijeenkomst plaats in het voormalige vernietigingskamp.

Hoewel in Auschwitz ongeveer 59 duizend Nederlandse Joden zijn omgebracht, trok die herdenking hier weinig aandacht. Nederland worstelde - net als de meeste andere landen die bezet waren geweest - met een 'Vichy syndroom', zoals de Britse historicus Tony Judt het noemde. Om het eigen falen tegenover de weggevoerde Joden niet onder ogen te hoeven zien, creëerde het de mythe dat Nederlanders massaal 'in het verzet' hadden gezeten. Voor het lot van de Joden toonden die Nederlanders weinig belangstelling.

De overlevenden van de vernietigingskampen mochten zich er gelukkig mee prijzen dat zij de Hongerwinter niet hadden meegemaakt, want díe was pas erg geweest. 'Na de oorlog kwam ik op de Amstelkade een oud-klasgenoot tegen die had gehoord dat ik in Auschwitz was geweest', zei de 88-jarige Bloeme Evers-Emden vorig jaar in de Volkskrant. ''Dat was niet leuk hè?', zei hij slechts - om vervolgens te vertellen dat die rotmoffen zijn fiets hadden afgepakt. Ik zei: 'Goh, wat erg. Wat heb je toen gedaan?'' Bij Volksherstel, de belangrijkste organisatie voor maatschappelijk werk, kreeg ze 'een jurk in de perfecte kleurstelling': blauw-wit gestreept, net als de kampkleren die zij in Auschwitz had gedragen. 'Dat geschenk heb ik geweigerd. De gever noemde mij een ondankbaar nest.'

De oorlogsmonumenten die na 1945 verrezen, riepen het leed en de opofferingsgezindheid van het Nederlandse volk - al dan niet onder Gods leiding - in herinnering. De Joden werden, als zwaarst getroffen slachtoffergroep, nog niet afgezonderd. Het eerste monument dat verwees naar hun lot - aan de Weesperstraat in Amsterdam - was niet opgedragen aan de doden maar aan de Amsterdamse bevolking, als dank voor de hulp die het de Joden had verleend.

In 1949 spraak Auschwitz-overlevende Eddy de Wind de vrees uit dat de Nederlanders verzadigd waren geraakt van 'verhalen over de oorlog'. Tussen 1950 en '55 verscheen in Nederland inderdaad geen enkele herdruk van Het Achterhuis, de dagboekaantekeningen van Anne Frank die in 1947 voor het eerst waren uitgegeven.

NS stuurden nazi's nog in 1944 aannames

De Nederlandse Spoorwegen deden ook in juli 1944 nog normaal zaken met de Duitse bezetter. Dat meldt Brandpunt vanavond. Op dat moment was al duidelijk dat een deel van de gedeporteerden zou overlijden.

Het achtergrondprogramma vond in Amerikaanse archieven een document waaruit blijkt dat de NS in de zomer van 1944 nog aanmaningen stuurde naar de Duitsers. De vondst is bijzonder, want een groot deel van de NS-archieven uit de oorlogsjaren is verdwenen.

De aanmaning betrof waarschijnlijk twee facturen uit mei en juni van dat jaar, waarop de kosten voor de Judenbeförderung staan. Zo moest de bezetter voor het vervoer van 100 personen van Amsterdam Muiderpoort naar Assen op 6 april 1944 een bedrag van 480 gulden betalen. Johannes Houwink ten Cate, hoogleraar Holocaust- en genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam, noemt het opvallend dat de ambtelijke processen doorgingen bij zoiets buitengewoons als het Jodentransport. 'Terwijl mensen heus wel begrepen dat de Joden en gearresteerde onderduikers niet op weg gingen naar geluk.'

De 'protestgeneratie'

Na de verschijning van Ondergang, de macabere kroniek van de Jodenvervolging van Jacques Presser, in 1965 zagen Nederlanders het eigen falen onder ogen. De 'protestgeneratie' deed dat zelfs met enige gretigheid: niet omdat ze zo was begaan met de Joodse slachtoffers van het nationaal-socialisme maar om te suggereren dat de autoriteiten van dat moment even meegaand en laf waren als tijdens de Duitse bezetting. Daarbij verloren ze de verhoudingen nogal eens uit het oog. Zo was het verzetsverleden van de Amsterdamse burgemeester Gijsbert van Hall, die met zijn broer Walraven het Nederlands verzet had gefinancierd, voor de provo's geen reden om hun kritiek op deze 'regent' te matigen. Ze definieerden 'goed' en 'fout' volkomen anders dan hun ouders hadden gedaan - ook onder invloed van het optreden van onze Amerikaanse bevrijders in Vietnam.

Pas sinds de jaren tachtig wordt de Holocaust aangemerkt als de centrale gebeurtenis van de Tweede Wereldoorlog - met Auschwitz als symbool. In het Westen althans. In Polen, Rusland en de Baltische staten - de landen die het meest onder het nationaal-socialisme hebben geleden - gaat het bij herdenkingen vooral om de lotgevallen van de eigen bevolking. Maar elders ontwikkelde 'Auschwitz' zich, in de woorden van historica Jolande Withuis, tot 'onze ultieme morele toetssteen - en soms helaas ook een toetssteen van politieke correctheid'. Auschwitz diende als overtreffende trap van gruwelijkheid, waaraan de massamoorden in Rwanda of het voormalige Joegoslavië werden gerelateerd.

Veel historici brengen deze ontwikkeling in verband met de Amerikaanse televisieserie Holocaust, die in Nederland in 1979 werd uitgezonden. Met enige tegenzin, want de scenarioschrijvers van Holocaust namen het niet zo nauw met de historische werkelijkheid. De verdienste van de serie was echter dat ze de abstractie van zes miljoen doden doorbrak door de lotgevallen van een Duits-Joodse familie te tonen. Daarmee nam 'de emancipatie van de emotie' (Jolande Withuis) een aanvang. Getuigenissen van overlevenden waarin eerder niemand belang stelde, staan nu centraal in de historiografie van de Tweede Wereldoorlog. Het vroegere vernietigingskamp Auschwitz - feitelijk een verzameling kampen - mag zich dan ook in een grote toeristische belangstelling verheugen. Met alle neveneffecten van dien: een snackbar bij de uitgang, rijen wc's en kinderen die tussen de barakken verstoppertje spelen.

Opmerkelijk veel Engelse scholieren verkeren, zo bleek enkele jaren geleden uit een enquête, in de veronderstelling dat Auschwitz een pretpark is. Een gemeenteraadslid van het Vlaamse Sint-Truiden had Auschwitz vooral 'saai' gevonden, zei ze na een bezoek aan het kamp met haar gezin. Haar voornaamste bezwaar was dat er 'niet eens lijken te zien waren'. Met deze uitspraak kreeg de banaliteit van het kwaad een eigentijdse verschijningsvorm.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.